Zondag 28/11/2021

Het Europa van Berlijn is niet dat van Parijs

ezelfde crisis wordt niet overal hetzelfde uitgelegd. Het verschil zit in woordgebruik. In Frankrijk hebben ze het over 'de redding van Griekenland', 'de herkapitalisatie van de banken' en 'de creatie van een Europees fonds' om de noodlijdende landen te hulp te snellen. In Duitsland zijn de politieke verantwoordelijken een fase verder en willen ze politieke lessen trekken uit de ergste crisis sinds de oprichting van de Europese Unie. Daar nemen ze opnieuw het woord 'federalisme' in de mond, minister van Volksgezondheid Ursula von der Leyen sprak zelfs over de 'Verenigde Staten van Europa', een omschrijving die Winston Churchill al in 1946 bezigde in Zürich.

Het is een opmerkelijk verschil in benadering, in deze dagen die beslissend kunnen zijn voor de toekomst van de euro. De Fransen blijven op het terrein van de financiële markten spelen, terwijl de Duitsers er een volwassen politiek debat van maken. De complete naoorlogse Europese constructie sinds staat op het spel. Dit gaat dus wel degelijk over politiek.

De Franse directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WHO), Pascal Lamy, vat samen wat er precies op het spel staat: "Het doet me denken aan zij die de euro wilden invoeren zonder politieke unie. Vandaag moeten we een stap vooruit zetten, want anders zetten we er drie achteruit. Als we de muntunie doen springen, dan doen we de interne markt springen, en daarna de douane-unie. We zullen weer allemaal op onszelf staan, in een nog meer geglobaliseerde wereld."

Een Frans toponderhandelaar zei "zeer ongerust" te zijn. Hij vreest een aanval van de markten op Italië als de Europese respons onvoldoende geacht wordt. "We zullen zien of de markten het faillissement van Griekenland beschouwen als een uniek geval, of denken dat landen voortaan de kans hebben om hun schulden niet af te lossen."

Parijs en Berlijn hebben er echter alle belang bij de euro te redden. Frankrijk, dat al zestig jaar via Europa aan invloed probeert te winnen, heeft het meeste te verliezen. Maar ook het lot van Duitsland is verbonden aan de euro. Duitsland krijgt vaak het verwijt dat het nog het liefst een mini-China of groot-Zwitserland wil zijn, een ultraconcurrentieel land dat als eiland binnen Europa blij is met zijn rijkdom en zijn isolement en zich verder niet bemoeit met de zaken van de landen rondom. Dat klopt niet. Duitsland boekt zijn handelsoverschot dankzij Europa en heeft dus belang bij sterke buurlanden. Vijandige gevoelens zouden heel slecht zijn. Het was een van de redenen waarom Helmut Kohl de D-mark opgaf na de val van de Muur.

Boekhoudkundig bedrog

"François Mitterrand heeft Helmut Kohl de euro opgedrongen, maar Duitsland heeft voorwaarden gesteld. Later heeft Sarkozy bijeenkomsten van regeringsleiders belegd die Angela Merkel niet wilde, terwijl de Duitsers hun economische lijn wilden doordrukken", vat Hubert Védrine, gewezen secretaris-generaal van het Elysée onder Mitterrand de kloof samen.

Twintig jaar later moeten beide landen hun taboes doorbreken: de Duitsers, die zich verraden voelen door het boekhoudkundig bedrog van de Grieken, moeten een 'economische regering' aanvaarden, die gepaard gaat met financiële steun voor de zwakste landen en een echte gemeenschappelijke aanpak van de openbare financiën. Frankrijk van zijn kant moet tegelijk streng bezuinigen en de federale sprong wagen die het altijd geweigerd heeft.

De uitleg is deze: het eengemaakte Duitsland aanvaardde de euro op voorwaarde dat de stabiliteit van de munt, die bij de D-mark gezorgd had voor het economische mirakel na de Tweede Wereldoorlog, toevertrouwd zou worden aan een onafhankelijke centrale bank. De Duitse angst voor inflatie gaat terug tot de hyperinflatie van 1923, in de nasleep van de Franse bezetting van het Ruhrgebied en de oorlogsvergoedingen die opgelegd waren door Parijs. Daarna werden de Duitsers nog twee keer geruïneerd, door de verborgen inflatie tijdens de nazidictatuur en na het failliet van de DDR.

Er was nog een voorwaarde. Doordrongen van hun protestantse ethiek vonden de Duitsers dat iedereen zijn begroting als een goede huisvader moest beheren om de munt te behouden. "De Duitsers koesterden de illusie dat je nog altijd kon handelen volgens het model van de goudstandaard en het absolute begrotingsevenwicht zoals in 1914", analyseert een dichte medewerker van Sarkozy.

Maar met de Griekse crisis veranderde dat. Angela Merkel is er achter gekomen dat een klein land heel Europa in zijn val kan meesleuren. De kanselier is bereid haar verantwoordelijkheid te nemen. Het is niet het 'Duitsland zal betalen' van het Verdrag van Versailles in 1919. Duitsland heeft al betaald, als eerste bijdrager aan het Europees Fonds voor Financiële Stabiliteit. Maar het zal inzagerecht eisen in de fundamenten en budgettaire aanpak van de andere Europese landen.

Zullen de Fransen bereid zijn dat te aanvaarden? Dat is allerminst zeker. Sinds de lancering van de euro heeft Frankrijk zich altijd verzet tegen budgettaire orthodoxie. Lionel Jospin wilde de groei niet afremmen. Jacques Chirac deed het stabiliteitspact ontploffen. Sarkozy was nog maar net verkozen toen hij verzaakte aan de raad van de Europese ministers van Financiën en zei dat Frankrijk zijn beloften niet zou nakomen. Frankrijk volgt steevast de keynesiaanse doctrine, om de groei toch maar niet af te remmen. Er tekent zich een zwaar conflict af tussen Latijnse pleitbezorgers van inflatie als magische oplossing om de schuld terug te dringen, en Germaanse voorstanders van besparingen om de verloren mondiale concurrentiekracht te herstellen, met het risico in een deflatie terecht te komen.

Geen Europese defensie

Daarnaast zijn de Fransen altijd alleen maar federalistisch geweest in de mate dat ze anderen hun wil konden opleggen. Ze hebben nooit voor het politieke Europa gekozen. Het Frans-Britse optreden in Libië toont nog maar eens aan dat zoiets als een Europese defensie gewoon niet bestaat, waardoor het de Unie aan elke diplomatieke geloofwaardigheid ontbreekt. Na Maastricht weigerde eerste minister Edouard Balladur (1993-1995) het idee van een 'harde kern' in Europa, gevormd door Frankrijk, Duitsland en de Benelux, voorgesteld door twee vertrouwelingen van Helmut Kohl; Karl Lamers en Wolfgang Schäuble. Uiteindelijk verwierpen de Fransen ook de Europese grondwet in 2005.

De door Griekenland ontketende revolutie brengt het politieke Europa opnieuw aan de orde. De Europese landen zullen niet meer soeverein over hun begroting kunnen beslissen via verkiezingen en parlementair debat. Ook Frankrijk ontsnapt niet aan een besparingsoperatie; de presidentsverkiezingen gaan nu al gebukt onder de druk van de markten, die beslissen over de kredietwaardigheid. Maar zoals ook bleek uit het referendum van 2005, leeft in Parijs de weerstand tegen het afstaan van bevoegdheden nog altijd.

En zo gaat Europa gebukt onder gebrek aan democratische legitimiteit. Beslissingen worden bij eenparigheid genomen door de leiders van de eurozone en geratificeerd door de nationale parlementen. Het grondwettelijk hof van Karlsruhe eiste recent dat de Bundestag geconsulteerd wordt, die een mandaat moest geven aan Angela Merkel voor haar engagementen op de top. Het antwoord zou moeten zijn dat voortaan bij meerderheid beslist wordt, en niet meer bij eenparigheid. Daartegenover zou de steun moeten staan van een Europese democratische instantie, die momenteel onvindbaar is. De Commissie is zo verzwakt dat ze niet kan pretenderen de Europese belangen te belichamen. De mensen erkennen de legitimiteit van het Europees Parlement niet. Dat de nationale begrotingen moeten worden voorgelegd aan het Europees Hof van Justitie wordt onuitvoerbaar geacht. Hubert Védrine spreekt van een "postdemocratische tendens".

Berlusconi

Inmiddels vindt Parijs dat er op toppen van de eurozone listiger te werk moet worden gegaan. Er moet geen Europese gendarme komen, vindt het Elysée, het is beter in elke nationale grondwet een paar strikte budgettaire regels binnen te loodsen. Dat betekent dat de Europese landen twee modellen rest. Een voorbeeld om niet te volgen, dat van Silvio Berlusconi, die zijn woorden niet omzette in daden, ook al hadden Merkel en Sarkozy daarop aangedrongen. De Spaanse premier Jose Luis Rodriguez Zapatero daarentegen staat voor het berouwvolle model. Hij anticipeert en legt zichzelf een regime van besparingen en grondwettelijke regels op. En legt zich er bij neer dat hij macht zal verliezen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234