Dinsdag 26/05/2020

'Het enige wat telt, zijn de kleuren'

Twintig jaar lang zat schrijver Tim Parks zich vast te bijten in zware, weinig opbeurende materie, met als resultaat: veel prijzen, lovende kritieken en een matige verkoop. En dan raakt hij even aan het voetbal en plots heeft hij een bestseller op zijn naam. Een Jaar met Hellas Verona, dat bij ons net uit is, is een relaas van zijn ervaringen met de zware jongens van de Hellas-fanclub, de Brigate Gialloblu, die een nogal fascistoïde stempel draagt. Tim Parks is een vurige fan van Hellas, de geel-blauwen uit Verona, voor wie hij jaren geleden zijn supporterssjaals van Manchester United in de kast hing.

Verona

www.kingkong.be

Kurt Vandemaele

Tim wie? Begrijpelijk dat u de vraag stelt. Schandalig dat u ze moet stellen, maar het is niet uw schuld. Tim Parks is "de beste nog levende Britse schrijver van onze tijd". Althans als we Joseph Brodsky mogen geloven, de Nobelprijs-winnaar literatuur in 1987, die zelf al zes jaar dood is en dus nooit het geluk heeft gekend Tim Parks' beste roman Destiny te mogen lezen. Met andere woorden, de Parks van vandaag is nog beter dan de Parks die Brodsky terecht al zo fantastisch vond. Als stilist kent hij zijn gelijke niet - hij voorziet elk boek van een eigen taal -, en op inhoudelijk vlak gaat hij gewoonlijk tot op het bot. Zijn schrijfsels zijn doorgaans zwartgallig, humoristisch en cru, al is hij, o ironie, veel bekender vanwege zijn veel lichtere, veel eenvoudigere, en veel mensvriendelijkere werk, waarin hij ons onderdompelt in het Italië waar hij als ingeweken Engelsman stilaan deel van geworden is.

Als u hem al kent, dan is het vermoedelijk van zijn Italië-boeken, de bekende bestsellers Italian Neighbours en An Italian Education, non-fictieverhalen waarin hij een atypisch en eigenzinnig beeld schetst van de Italianen. Het zijn de Italianen zoals hij ze kent. En wees er maar zeker van dat hij ze kent. Parks woont immers al meer dan twintig jaar in Verona, is getrouwd met een Italiaanse en heeft drie Italiaanse kinderen. Een jaar met Hellas Verona is eigenlijk ook weer zo'n Italië-boek. Het is een prachtig geschreven en vaak grappige meditatie over hoe het voetbal in Italië het alledaagse leven weerspiegelt. Tim Parks vertelt het bij hem thuis in Verona. In Novaglie, om precies te zijn, een voorstadje.

god is dood

"Ik zal je zeggen waarom ik hieraan begonnen ben. Op een gegeven moment zat ik me af te vragen waarom ik en zoveel andere mensen zo gigantisch veel mentale ruimte spenderen aan het supporterschap. Het heeft allemaal te maken met de hedendaagse nostalgie naar een gemeenschapsgevoel, en met het gemis aan een geloof. God is dood en het individu primeert, zo willen we geloven. Maar het verlangen naar een band met de anderen, naar gemeenschappelijke belevenissen is nog even sterk als vroeger. Dus zitten we opgezadeld met een onbeantwoord verlangen. En dat heeft zich grotendeels verplaatst in die nogal postmoderne, licht ironische manier van het emotioneel investeren in steun aan de getrouwen.

"De fans gaan helemaal op in hun obsessie met hun club. Ik ook. We vormen een gemeenschap rond onze gezamenlijke obsessie, onze drang om Verona te zien winnen. Maar zodra de fans het stadion hebben verlaten, weten ze in hun binnenste heel goed dat het geen bal uitmaakt of Verona heeft gewonnen of verloren. Daardoor precies is het supporterschap zo modern. Als ik terugblik in de geschiedenis kan ik geen voorbeelden aantreffen van bezigheden waarin dezelfde intense, religieuze emoties werden geïnvesteerd, terwijl de investeerders zelf de zinloosheid van hun onderneming inzagen. Tegelijkertijd in iets geloven en niet geloven. Dan zitten we eigenlijk op het terrein van Kierkegaard.

"Een van de songs van de harde kern luidt als volgt: 'Het enige wat van belang is, zijn de kleuren, niet het team, niet de voorzitter, en niet de spelers...' Vaak heb je de indruk dat het team een noodzakelijk kwaad is voor de supporters opdat ze een gemeenschap rond het voetbal zouden kunnen bouwen. Een beetje alsof je in het delirium van het idealisme zou vertoeven en nog altijd zou geloven dat je de wereld kunt veranderen door een linkse politiek te voeren. In dat geval zijn de politici van de linkervleugel noodzakelijk kwaad, omdat nu eenmaal iemand je moet vertegenwoordigen. Maar in je binnenste weet je dat ze allemaal compleet onbetrouwbaar zijn. Of stel dat je het rechtse ideeëngoed aanhangt en dat je vindt dat de maatschappij op orde gesteld moet worden. Wel, je zult in eerste instantie genoegen moeten nemen met Berlusconi, terwijl je vast en zeker ook liever iemand anders in zijn plaats zou hebben. Hetzelfde met de spelers. Vaak zijn de supporters blij wanneer een favoriete speler vertrekt. Dan kunnen ze ophouden met hem sympathiek te vinden. Want uiteindelijk geeft die speler geen zier om de club. Zolang hij maar zijn geld ziet. Het enige wat van belang is voor ons, zijn de kleuren, en wijzelf.

"Eigenlijk is het een autistische belevenis: met de sjaals en de spandoeken vertegenwoordig je jezelf, en niet de spelers. Als de spelers winnen, dan worden ze verwend en geknuffeld door de fans; verliezen ze, dan worden ze bespuwd. Om de paar maanden organiseert de club supportersdagen. Dan roepen en tieren de fans en spuwen op de grond voor de spelers passeren. Vorig jaar ging ik naar een van die dagen toen de situatie er voor Hellas heel benard uitzag, en er was een fan die zei: 'Wij hier in het noorden zijn veel te beschaafd. Mochten we in het zuiden zijn, en ze spelen zo slecht, we staken hun banden plat.' Ik zei: 'Alsof dat iets zou helpen.' Waarop die man: 'Ge moogt verdomme zeker zijn dat het zou helpen!'" (Lacht)

racistische spionkop

"Pas op, de supporters zelf zijn zich niet bewust van dat dilemma. Als je hen de vraag stelt: 'Betekent Hellas Verona veel voor jou?', dan zullen ze antwoorden van ja. Maar kijk naar hun levens en je zult zien dat hun supporterschap een uitlaatklep is voor emoties die ze elders niet kwijt kunnen. Als er een ding is dat ik heb geleerd door met de hardliners op te trekken, dan is het hoe goed ze wel zijn in verliezen. Van de zeventien wedstrijden die we vorig jaar op verplaatsing speelden, verloren we er dertien, speelden drie keer gelijk en wonnen één keer. En die ene overwinning was naar het schijnt geregeld. (lacht) De fans gaan helemaal op in het spel, maar ze doen dat wel met de nodige ironie. Drie jaar geleden verloren we eens met 6-0, en na de wedstrijd zongen ze: 'Dit is hoe we gewonnen hebben...' En dan hebben we het over de zware mannen, hé. Oké, ze durven wel eens op de vuist te gaan. De fans van Verona hebben sowieso geen al te beste reputatie. Hoewel, ik denk dat die reputatie enigszins overdreven wordt.

"Ik zal niet ontkennen dat er racisten onder de hardliners zitten. Maar vaak pakken ze ook uit met racistische gezangen om de pers op stang te jagen. Ze weten dat ze aandacht krijgen als ze zaken in de mond nemen die niet politiek correct zijn. Het blijft bij kreten, gezangen. Ik zeg niet dat het poeslieve jongetjes zijn, maar in het hele seizoen dat ik met de ultra's heb opgetrokken, heb ik ze nooit geweld zien gebruiken tegen iemand vanwege zijn huidskleur. Het is beter dat ze wat apenkreten slaken in het stadion, dan dat ze 's nachts een kleurling in een achterafstraatje in elkaar slaan.

"Er zit een zelfcorrigerend mechanisme in het supportersgedrag ingebouwd: de wildebrassen hebben een specifieke rol. Ze zorgen voor de spanning, geven de toeschouwers het gevoel dat het hele stadion ieder ogenblik kan ontploffen. Het stadion is waarschijnlijk nog de enige plek waar je in het openbaar negatieve emoties kunt spuien. Je kunt er hardop 'fuck off' roepen, zonder dat je beboet wordt. Zalig toch! Een club als Chievo heeft er een punt van gemaakt om alleen aardige fans te hebben. Hoe saai kan voetbal zijn?

"En zo denk ik er niet alleen over: je hebt mensen uit alle standen en klassen onder de supportersbrigades. Veel van die mensen zijn nooit bewust van plan geweest om zich bij die harde supportersscharen aan te sluiten. Maar je geraakt meegesleept. Het is iets wat een zeker ritme aan je leven geeft. Het helpt je om de dagelijkse realiteit te confronteren. En het is zeker een goede manier om Italië te leren kennen. Veel van wat zich in de stadions afspeelt, houdt de oude animositeit tussen de oude stadstaten in leven. Verona-Vincenza bijvoorbeeld is altijd een schitterende wedstrijd. Mensen schrijven dingen op de Verona-website als: 'Sinds 1200, toen de Veronezen Vicenza binnendrongen, is de grond er blijven beven.' Of 'Het enige waar jullie trots op kunnen zijn, is jullie haat jegens ons. Zonder die haat zou je niet bestaan.' Het gevoel van eenheid en antagonisme is hier verpulverend. Het zijn vetes die telkens heropleven en te gevaarlijk zijn om buiten de stadia beleefd te worden. Beter dat het zo kan, dan dat er oorlogen uitbreken.

"De meeste mensen hebben een zekere hoeveelheid onderdrukte woede in zich. Je wordt altijd verondersteld te doen wat hoort, en weinigen durven toe te geven aan hun ware drang, zodat veel gewelduitbarstingen als extreem en onverwacht overkomen. Wanneer ik de kranten lees, denk ik soms: 'Waren die mensen met ons mee geweest om naar de Juventus-fans te spuwen, dan was misschien niets van dat alles gebeurd.' In een wereld die voortdurend het idee van individuele vrijheid als hoogste goed verkoopt, is het normaal dat bij velen de stoppen doorslaan."

'Het voetbalstadion is waarschijnlijk nog de enige plek waar je in het openbaar negatieve emoties kunt spuien. Zalig toch!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234