Woensdag 21/04/2021

Het Engelse Championship, niet zomaar tweede klasse

Op papier krijgt Club met de Engelse tweedeklasser Birmingham een gemakkelijke tegenstander voorgeschoteld. Maar in de Engelse tweede klasse blijken trainers, spelers, stadions, budgetten en toeschouwersaantallen hoger en beter te zijn dan in de meeste Europese landen. Het Championship: waar er nog leven is na degradatie uit de Premier League.

Populaire ploegen

Een deel van het succes van het Championship is geografisch. Het zit vol met clubs die in grote agglomeraties gelegen zijn, waardoor hun 'ontginningsgebied' aanzienlijk is. Maar er zijn vooral heel wat clubs met een grote naam, die door hun geschiedenis een enorme schare aan trouwe fans hebben opgebouwd. Leeds (kampioen in 1969, 1974, 1992, UEFA Cup 1968, 1971), Nottingham Forest (kampioen in 1978, beker der landskampioenen 1979, 1980), Middlesbrough (UEFA Cupfinalist 2006), West Ham United (FA Cup 1964, 1975, 1980, beker der bekerwinnaars 1965) en Ipswich Town (kampioen 1962, UEFA Cup 1982) zijn maar een paar van de populaire clubs die bulken van traditie. En die populariteit wordt van generatie op generatie doorgegeven. Zo kwam de derby Sheffield United-Sheffield Wednesday ook op grote schermen in het stadion van Wednesday. Maar liefst 11.000 fans genoten in een zinderende sfeer.

Gigantische toeschouwersaantallen

Naar Southampton-West Ham United kwamen twee weken geleden precies 32.152 toeschouwers kijken, dat is één meer dan in december 2003 toen in de Premier League een topper als Arsenal (dat toen de dubbel won) op bezoek kwam, maar ook het hoogste aantal in meer dan honderd jaar. Maar niet alleen op de tribune van Southampton verdringen de fans elkaar. Na de Premier League, de Bundesliga en de Primera División was het Championship vorig seizoen met 9,6 miljoen betalende toeschouwers de vierde populairste competitie in Europa. Meer dus dan bijvoorbeeld de Serie A (9,2 miljoen). Met die kanttekening: er spelen 24 teams, waardoor er dus ook meer matchen zijn. "Wij zeggen het al jaren", klinkt het bij supportersfederatie. "Als fan is het Championship de beste competitie. Wat tv-uitzendingen, prijzen en voorspelbaarheid betreft."

Immense stadions

Om al die fans te ontvangen, zijn er natuurlijk grote stadions nodig. En die zijn er in overvloed: het kleinste stadion is dat van Doncaster Rovers met 15.231 plaatsen. Van de 24 ploegen zijn er trouwens maar vier die niet boven de 20.000 zitjes uitkomen. De grootste arena is Elland Road van Leeds, met 39.460 plaatsen. Er zijn ook tien stadions met een capaciteit van meer dan 30.000 fans. En duurt het hier in België een eeuwigheid om een vergunning te krijgen, dan gaat het over het Kanaal stukken vlotter. Een club als Brighton trok twee jaar geleden in derde klasse gemiddeld 6.400 toeschouwers, maar trok na de promotie in een gloednieuw stadion en haalt nu gemiddeld 20.199 toeschouwers, slechts 2.000 onder hun maximumcapaciteit. Al die moderne en bijna uitverkochte stadions plus merchandising zorgen ervoor dat de clubs enorme inkomsten genereren.

Grote budgetten

Enorme inkomsten betekent grote budgetten. Met dank ook aan Sky Sports en BBC, die voor de tv-rechten van 2009 tot en met 2012 samen meer dan 306 miljoen euro neertelden. Vanaf 2013 gaat Sky Sports solo, maar het zal wel nog altijd 226 miljoen euro voor drie seizoenen betalen. Dat alles maakt dat de tweedeklassers niet eens buitenlandse miljardairs nodig hebben om met gemak te overleven. Vorig jaar bedroeg het budget van Birmingham bijvoorbeeld nog 64 miljoen euro. Na de degradatie moest het dit jaar fors naar beneden bijgesteld worden tot 30 à 40 miljoen euro, maar dat is nog altijd ruim meer dan het budget van Club (28,5 miljoen euro). Nog een hallucinant voorbeeld: Newcastle, toen nog in tweede klasse, behoorde in 2010 met 101 miljoen euro aan inkomsten nog altijd tot de twintig rijkste clubs ter wereld.

Toptrainers en -spelers

Een deel van de aantrekkingskracht komt ook omdat er heel wat toptrainers en -spelers in de Championship meedoen. Geholpen door hun torenhoge budgetten trokken Leicester City, Nottingham Forest en West Ham United zo respectievelijk Sven-Göran Eriksson, Steve McClaren en Sam Allardyce aan. Die eerste twee hebben hun club ondertussen alweer verlaten, maar het feit dat ze er wilden trainen is op zich al opmerkelijk. Ook wat spelers betreft lopen er niet alleen maar rudimentaire Engelse houthakkers rond. Zo heeft Birmingham de Serviër Nikola Zigic, West Ham United de Noor John Carew, Leicester de Engelse ex-international Darius Vassell en Doncaster Rovers de Senegalees El Hadji Diouf. Toch lijken de clubs uit de competitie financieel helemaal niet zo ziek als hun grote broers uit de Premier League. De 56 miljoen euro transferwinst werd vorige zomer enkel overtroffen door de Franse tweede klasse.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234