Dinsdag 29/11/2022

Het einde van het goulashcommunisme

De Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn zouden eeuwig blijven rechtstaan, dat was de logica zelf. De wereld bestond uit twee vijandige blokken en het was niet denkbaar dat er een held zou komen die daarin verandering bracht. En toch kwam die held, onverwacht en heel efficiënt, en hij zorgde in 1989 voor niets minder dan een aardverschuiving in de wereldgeschiedenis. Die rebelse held was het volk. De burgers van Hongarije zagen hoe de communistische leiders wat toegevingen deden, het communistische systeem wat probeerden te hervormen en als eersten op spectaculaire manier gaten in de grens maakten. Toen bleek dat ze niet veel meer wilden veranderen dan dat, hebben ze die leiders maar verjaagd.

Vanuit Bratislava via Györ naar Boedapest. Aan de ‘grens’ hetzelfde beeld als de dagen voordien. Niets en niemand in Samorin waar ik oversteek. Verlaten en vervallen gebouwen, het onkruid dat naar de hemel groeit, één Europese vlag en een bord waarvoor ik echt wel moet stoppen om het over te schrijven. Magyar Köztarsasag. Wat betekent dat ik dus nu in de Republiek Hongarije ben. De hoofdstad Boedapest is na 1989 een toeristenbastion geworden dat miljoenen bezoekers per jaar moet verwerken.Het contrast tussen de Donaumetropool en de dorpen op weg er naartoe is enorm. Glitter en glamour in de hoofdstad, slaperige dorpjes en overal ooievaarnesten erbuiten. De fiere vogels stappen in groep achter de ploegende boer zoals ze dat al eeuwen doen. Buitenlandse caravans op weg naar het Balatonmeer en zeer zelden een auto met Rendörseg er op. Politie betekent dat gewoon. De volksverhuizing van het platteland naar Boedapest is een beetje geluwd omdat de hoofdstad voor veel Hongaren niet meer betaalbaar is.Onderweg hangen nog wat affiches van de voorbije Europese verkiezingen. Vooral die ene van de extreem-rechtse Robbik-partij valt vaak op. Magyarorrszag a magyaroké staat er op als leuze. ‘Hongarije aan de Hongaren’ en dat heeft de partij vorige maand geen electorale windeieren gelegd. Slowaken en Hongaren zijn niet altijd echt lieve buren voor elkaar, maar over één zaak zijn ze het eens: die zigeuners moeten liefst weg. Robbik heeft een racistische campagne gevoerd tegen wat automatisch ‘zigeunermisdaad’ wordt genoemd. De Roma worden door de rechtse ultra’s verantwoordelijk geacht voor alles wat zoal misloopt in het land.

‘Weg met de zigeuners’

Ik spreek Istvan (26) gewoon op straat aan, op het Heldenplein waar Hongarije zijn grootheden uit de geschiedenis huldigt. Hij blijkt Engels te speken zoals heel veel jonge Hongaren, zegt bediende te zijn en wil vooral niet met zijn volle naam in de krant. Zoals een paar anderen loopt hij rond in zwart-witte outfit, de kleuren van de Magyar Garda. Zijn emblemen heeft hij niet opgespeld, want er is sinds kort iets veranderd. De Garda is de racistische knokploeg van de Robbik-partij, die het vooral op Roma en vreemdelingen heeft gemunt. Kort voor ik in Boedapest aankwam werd ze bij wet verboden.“We zullen het even bekijken, maar we laten ons niet zo maar verbieden. Dit land is van ons en die zigeuners moeten weg. Dat ze teruggaan van waar ze komen. Deze stad gaat kapot aan wat wij terecht zigeunercriminaliteit noemen. Kijk maar uit als je hier rondloopt.” Ik probeer wat tegen te argumenteren, maar het is zinloos. Mijn opmerking dat het om Hongaarse burgers gaat, vindt Istvan maar niets. Hij is vol bewondering voor Robbik-boegbeeld Krisztina Morvai, het kersverse Euro-parlementslid, dat de beslissing om de Magyar Garda buiten de wet te plaatsen juridisch zal aanvechten. Wat mij in Boedapest snel opvalt, is het grote aantal bedelaars, aan elk metrostation en voor de kerken. En ja, het zijn allemaal zigeuners, maar van criminaliteit merk ik niets. Wel van enorme bouwwerken in de hele stad, alsof er sinds de val van het IJzeren Gordijn twintig jaar lang niets is gebeurd. Nochtans sprong Hongarije 20 jaar geleden meteen in het oog als oefenterrein voor het wilde kapitalisme dat toen het land overrompelde. Ook nu hebben de chicste westerse merken er luxewinkels en zit het betere en niet goedkope koffiehuis Gerbeaud afgeladen vol. Het gaat zelfs zo goed met Gerbeaud dat binnenkort een bijhuis open gaat in een van de duurste wijken van Tokio. Maar het omgekeerde gebeurt ook: terwijl ik er ben, opent het Italiaanse modehuis Armani een oogverblindende winkel op de prestigieuze Andrassy Laan. BB King trad op in het sportstadion Laszlo Papp en er liggen een paar miljard forint klaar om de Hungaroring voor de Formule 1 te renoveren.

Communistische spoken

Boedapest is sexy en wil dat geweten hebben. Overal worden straatfeestjes gehouden, er zijn muziekoptredens aan het Rossevelt Ter aan de oever van de Donau, de maatschappijen voor pleziertochtjes op de majestueuze rivier concurreren elkaar kapot en de dubbeldeksbussen voor stadsrondritten proberen elkaars klanten af te snoepen. Het verleden is naar buiten verbannen. Aan de rand van Boedapest zijn alle standbeelden van de voormalige communistische grootheden in een park bijeen gebracht en het vergt echt een kleine inspanning om daar te geraken. De gigantische spoken van de communistische dictatuur houden in dat Memento Park een permanent onderonsje en krijgen honderden bezoekers per dag over de vloer. Snelle jongens hebben de beelden, die ze gratis kregen, bijeen gebracht, elke gemeente wilde er toch van af. Nu vragen ze een gepeperde inkomprijs voor wat twee decennia geleden in het hele land gratis te bekijken was.De meningen over het verleden lopen in Hongarije overigens uiteen. Twee decennia na de omwenteling nemen sommige Hongaren het niet dat de namen van geheim agenten die het volk hebben geterroriseerd nooit werden vrijgegeven, laat staan dat ze vervolgd zouden zijn. Anderen - vooral de betrokkenen zelf en de voormalige partijleden - vinden dat ze het recht hebben een nieuw leven te beginnen. In andere voormalige communistische landen zijn processen gevoerd tegen ‘die van vroeger’, in Hongarije niet. De systematische vernietiging van documenten uit het verleden zou het trouwens moeilijk maken om nu nog zoiets op te roepen als een nationaal geheugen.De voormalige communistische partij, die in Hongarije Socialistische Arbeiderspartij heette, laat als er weer eens een debat in die richting ontstaat trouwens niet na te onderstrepen dat ze in 1989 zelf aan de macht heeft verzaakt en vindt dat ze daarvoor ook beloond mag worden. Het klopt zelfs: Hongarije werd de eerste Sovjet-vazalstaat die een meerpartijenstelsel invoerde, het etiket Sociaal-Democratisch kreeg en de revolutie van 1956 plots een ‘volksbeweging is gaan noemen. Dat dit allemaal onder de druk van het volk is gebeurd, wordt gemakshalve vergeten.Op 19 juni 1989 hebben de MSZMP, de staatspartij, en de oppositie een Ronde Tafelakkoord gesloten dat Hongarije definitief op de weg naar zwaarwegende veranderingen zette. Die dag was het begin van het hele proces van veranderingen, die de week nadien al tot een spectaculaire daad leidde. De Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken, Gyula Horn, en zijn Oostenrijkse collega, Alois Mock, sneden toen in de buurt van Sopron de prikkeldraadversperringen tussen hun landen aan flarden. Die foto ging toen de wereld rond, maar later in datzelfde jaar werd het voor de communisten nog veel erger. De partijen verdwenen, de stalinistische leiders vielen van hun voetstuk, in Berlijn werd de ‘muur van de schande’ gesloopt en van het IJzeren Gordijn bleven allen nog ijselijke souveniers over.

Het trauma van 1956

Wie naar Boedapest trekt, zal ook snel vaststellen dat het trauma van 1956 nog erg diep zit bij de Hongaren. Ferenc, de kelner in restaurant Tokaj Etterem, begint er al over als ik er nog maar twee keer geweest ben. “Het Westen heeft ons toen in de steek gelaten, dat krijgen wij als kinderen al geleerd en het zal nog wel even duren voordat we dit vergeten zijn. Natuurlijk zitten we nu in de Eurpese Unie, maar dat wil nog niet zeggen dat we vergeten - zelf zij die toen nog niet geboren waren - dat 2.500 landgenoten werden vermoord en meer dan 200.000 het land moesten ontvluchten.”Helemaal eens zijn de Hongaren het ook over de heldhaftige leider van 1956, Imre Nagy, die door het verraad van de Russen en hun handlanger Janos Kadar werd opgehangen. Nagy werd al lang in ere hersteld, opnieuw begraven en zijn standbeeld staat nu te blinken in de zon. Op een pleintje niet ver van het parlement kijkt de bronzen Imre Nagy naar wat zijn landgenoten er nu van maken - en wellicht zal hij wel tevreden zijn. Voor dat parlement staat alvast een van die vlaggen met het ronde gat erin, waar vroeger het communistische symbool was.Over Janos Kadar, de vader van het goulashcommunisme, willen weinig Hongaren nog een goed woord kwijt. Hij was een fervente aanhanger van Jozef Stalin en zorgde er voor dat het Rode Leger de Hongaarse opstand kwam neerslaan. Na de inval van de Sovjettroepen slaagde Imre Nagy erin naar de Joegoslavische ambassade te vluchten, maar na valse beloften werd hij toch terechtgesteld. Kadar beloofde hem een veilig vertrek uit het land, maar liet hem meteen op de stoep van het ambassadegebouw aanhouden. Na een showproces werd hij in sneltempo opgeknoopt. De trouwe dienaar van Moskou, Janos Kadar, wist echter tot 1988 aan de macht te blijven. Met hem gebeurde er niets: hij werd gewoon om gezondheidsredenen met staatspensioen gestuurd.Dat weet in Boedapest iedereen, maar veel Hongaren willen het ook niet meer echt weten. Boedapest is er om feest te vieren, te dansen op westerse muziek; volksdansen en poestageluiden zijn voor de toeristen. Boedapest heeft fantasie, leeft snel en rookt een jointje - het oude, grijze, trage Boedapest van de partijbonzen bestaat niet meer. Wie nostalgische gevoelens zou koesteren, moet weg uit het stadscentrum naar het afgelegen Memento Park. Het centrum is er om te fuiven, geld te verdienen en uit te geven, liefst veel. Het nieuwe devies in Boedapest is niet Marx, maar markt.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234