Zondag 19/09/2021

Het einde van eeuwen eenzaamheid

‘De oeroude en broodnodige eenzaamheid heeft Galápagos uniek gemaakt. Sinds de komst van de mens is dat onherroepelijk doorbroken.’ De eerste slachtoffers waren de reuzenlandschildpadden, de recentste de bedreigde Galápagospinguïn en de darwinvinken. En iedereen vreest hetzelfde: dat ze niet de laatsten zullen zijn. Want na walvisvaarders, piraten en zelfs blunderende wetenschappers, staat de archipel vandaag oog in oog met grilligere vijanden: El Niño.Door Nathalie Carpentier

Wie denkt dat in een wereldvermaard natuurpark als de Galápagosarchipel elke hoek is uitgekamd en elk dier geteld, heeft het mis. “Vorige week zijn we met een privé-helikopter polshoogte gaan nemen op Fernandina, in de hoop er sporen van reuzenlandschildpadden te vinden”, vertelt Washington Tapia, verantwoordelijke van het Galápagos Nationaal Park. “De enige die er ooit een schildpad heeft aangetroffen was het expeditieteam van de California Academy of Sciences in 1906. De overblijfselen bevinden zich nu nog in het museum in San Francisco.”Was het dan geen ijdele hoop, zeker nadat de vulkaan la Cumbre net weer een laag lava over het eiland had gespuwd? Tapia schudt het hoofd. “Sinds de vondst door dat expeditieteam, dus meer dan honderd jaar geleden, heeft niemand het eiland nog grondig verkend. Fernandina is zo onherbergzaam, dat het ontzettend moeilijk en duur is om er te geraken en te werken.”Dit keer hadden ze het geluk aan hun kant, grijnst Tapia. “Vorige week bracht een multimiljonair, Paul Allen, mede-oprichter van Microsoft, onverwachts bezoek aan het park: ‘Ik heb een helikopter’, zei hij, ‘jullie mogen hem een week gratis gebruiken.’ Dat aanbod hebben we met beide handen aangenomen. We hebben het hele eiland uitgekamd, maar het heeft enkel bevestigd dat de Geochelone phantastica, de schildpaddensoort van Fernandina, inderdaad is uitgestorven.”Hadden ze wel sporen gevonden, dan had het, zeker in het Darwinjaar 2009, de krantenkoppen gehaald. Galápagos staat sinds jaar en dag voor velen gelijk met de aandoenlijke, maar met uitsterven bedreigde reuzenlandschildpadden. Ook al zijn de voorbije decennia populaties op Española door intensieve kweekprogramma’s weer ‘hersteld’ in het wild, zijn her en der zware restauratie-inspanningen geleverd, het lot van deze prehistorisch aandoende reuzen blijft de publieke opinie beroeren.Eenzame George, het laatste mannetje van de zadelrugsoort van het eiland Pinta, is daarbij het ultieme icoon. Hij is ‘de ideale ster voor een natuurbeschermingsaffiche’ zoals Science hem ooit omschreef, ‘het mannetje zonder wijfje, de laatste overlevende van een gedoemd ras’. Sinds George, naar schatting 90 à 100 jaar oud, in 1971 moederziel alleen werd teruggevonden op het eiland Pinta, werden kosten noch moeite gespaard om het mannetje alsnog nakomelingen te bezorgen en aldus één van de elf nog overblijvende reuzenschildpaddensoorten te redden van de ondergang.Vorige zomer leek het bijna zover toen onderzoekers triomfantelijk meldden dat ze na jaren vruchteloze pogingen om George te laten paren met wijfjes van een verwante soort, negen eieren hadden gevonden in een nest. “Maar de eieren verloren snel gewicht. Een slecht teken, wat ons deed vermoeden dat de eieren geen embryo’s bevatten”, moet Washington Tapia, verantwoordelijke van het Galapagos Nationaal Park ons teleurstellen. “Later werd bevestigd dat ze nooit bevrucht zijn geweest.”Zelfs na de zoveelste mislukking geven de parkwachters niet op. “Eind 2008 hebben we hybride schildpadden gevonden met zowel genen van de Pintasoort als van een andere soort”, vervolgt Tapia. “We hebben bloedstalen van 1662 schildpadden in die groep genomen. Bij sommige dieren waren negentig procent Pintagenen. Dat betekent dat er misschien ook enkele volbloed-Pinta’s bij zitten. Als we die kunnen vinden, is eenzame George misschien toch niet meer alleen.”

Makkelijker proviand kan niet

Begrijp het niet verkeerd. Ook al is George vandaag nog steeds de mediageniekste bedreigde diersoort ter wereld, de drie reuzenschildpaddensoorten die al zijn uitgestorven, zijn dat al meer dan een eeuw, zo niet langer. De situatie vandaag is stukken beter dan ze lang is geweest. Bisschop de Berlanga, de ontdekker van de archipel, en zijn bemanning, waren de eersten die zich te goed deden aan het schildpaddenvlees. Piraten die zich later tussen de eilanden schuil hielden voor de Spaanse vloot volgden algauw hun voorbeeld. Zij waren gelukkig met te weinig om de unieke natuur onherstelbaar te beschadigen.Dat risico werd wel reëel tegen het einde van de 18de eeuw toen de walvisvaart honderden schepen naar de archipel lokte. Met een jarenlange zeereis voor de boeg konden ze zich geen betere proviand indenken dan de reuzenreptielen. Ze waren niet alleen en masse voorhanden, makkelijk te vangen, maar de dieren konden ook maandenlang zonder water of voedsel overleven in het ruim.Op enkele decennia tijd zouden naar verluidt honderdduizenden schildpadden zijn verscheept en opgegeten. Twee soorten reuzenschildpadden werden uitgeroeid in die tijd en voor anderen bliezen de walvisvaarders misschien maar net op tijd de aftocht. De Galápagos was economisch niet meer interessant, het walvisgebied was overbevist geraakt.De rust keerde weer, maar niet voor lang. Ecuador maakte aanspraak op de Galápagos en vestigde er in 1832 een kleine nederzetting. De eerste kolonisten introduceerden ook meer vee op de eilanden. Vooral de geiten waren problematisch, ze vernielden de vegetatie en kaapten voedsel weg voor de schildpadden. De nederzetting viel evenwel uit elkaar toen Ecuador verbannen misdadigers naar de afgelegen plek stuurde. Rond diezelfde tijd bezocht Charles Darwin de eilanden. En ook hij was niet te beroerd om schildpadden te eten, maar hij vond ze al bij al iets te smakeloos. Zijn bezoek bracht ook een nieuwe stroom bezoekers op gang. Tussen 1897 en 1906 zetten maar liefst zeven wetenschappelijke expedities koers naar de archipel. Al is ‘wetenschappelijk’ een groot woord, want wie afstapte, kwam in de eerste plaats zoveel mogelijk unieke dieren en planten verzamelen voor museumcollecties.Onovertroffen in dat genre was de expeditie in 1905 en 1906 van de California Academy of Sciences die ook de enige reuzenschildpad van Fernandina meenam. Het team verzamelde maar liefst 70.000 planten en dieren, waaronder 264 landschildpadden. Nog een triester record dan de vorige vangst van de zeer intelligente maar emotioneel labiele Engelse aristocraat Walter Rothschild. Die wilde de grootste privéverzameling om ze ‘te redden voor de wetenschap’, ook al zouden ze daardoor in het wild uitsterven.Dat was ei zo na ook gebeurd. “Ironisch dat net de academische verzamelaars, toen ze hier eindelijk aankwamen, in naam van de ‘wetenschap’ waarschijnlijk enkele van de laatste exemplaren reuzenlandschildpadden hebben meegenomen”, knikt bioloog Frank Bungartz, coördinator van de soortendatabase van het CDRS als we het opmerken. “Misschien was dat voor enkele soorten de doodsteek, maar de schaal waarop dat gebeurde is sowieso niet vergelijkbaar met de ravage die de eeuwen voordien was aangericht door piraten en walvisvaarders.”

Broodnodige eenzaamheid

De komst van de mens raakte de archipel in de kern, het zou nooit meer hetzelfde zijn. “Isolement was hét fundament van de Galápagoseilanden”, verduidelijkt Bungartz. “Daardoor konden natuurlijke evolutionaire krachten eeuwenlang ongestoord hun werk doen, konden de unieke soorten van Galápagos ontstaan. De eilanden zijn uniek omdat ze geïsoleerd waren. Sinds de komst van de mens is die oeroude en broodnodige eenzaamheid onherroepelijk doorbroken.”Het besef van de breekbaarheid van het ecosysteem bestaat uiteraard al langer dan vandaag. In 1959, honderd jaar na de publicatie van Charles Darwins baanbrekende werk On the origin of species, werd 97 procent van de eilanden uitgeroepen tot Nationaal Park. In 1978 schopt de Galápagosarchipel het als ‘levend museum en uitstalraam van de evolutie’ zelfs tot eerste natuurlijke omgeving op de werelderfgoedlijst van de Unesco. Natuurbescherming was sindsdien het codewoord. Na de mooie woorden volgden ook wel wat daden maar in de praktijk zette het te weinig zoden aan de dijk. In 2007 plaatste Unesco de archipel in zijn geheel op de lijst van bedreigd werelderfgoed, eerder dat jaar had Ecuador de bescherming ervan ook al tot topprioriteit uitgeroepen. “De eilanden worden bedreigd door invasieve soorten, groeiend toerisme en immigratie. Het aantal dagen dat passagiers op cruiseschepen doorbrengen is de voorbije vijftien jaar met 150 procent toegenomen”, luidde het. “Dat heeft de immigratie verder aangevuurd en het bijbehorend verkeer tussen de eilanden heeft de introductie van nog meer invasieve soorten verder in de hand gewerkt.”Alarmerende berichten. Maar lijkt het na een blik op de al korte maar vrij dramatische voorgeschiedenis niet of de noodklok al eeuwenlang wordt geluid over de Galápagos? Ook krantenberichten van begin vorige eeuw beschreven immers al uitgebreid het ‘snel uitsterven van de fauna en flora in de eilanden’. “Toen waren de redenen anders. Economische exploitatie was toen veeleer het probleem”, zegt Bungartz. “Vandaag vormt de komst van uitheemse soorten die het zorgvuldig opgebouwde ecosysteem ondermijnen de grootste dreiging.”Vreemde soorten die hier nooit via natuurlijke weg zouden geraken, kunnen hier nu aan sneltreinvaart binnenglippen. Terwijl er twintig jaar geleden één militair vliegtuig per week landde, arriveren er vandaag dagelijks zes vluchten. Telkens met nieuwe bezoekers uit alle hoeken van de wereld aan boord, die allemaal zaadjes, parasieten of grotere indringers kunnen meesmokkelen. Bungartz: “Om u een voorbeeld te geven: vandaag telt Galápagos zeshonderd inheemse planten, maar volgens onze laatste inventaris zijn hier al achthonderd geïntroduceerde uitheemse soorten. Wat hier via de mens is binnen geraakt, overtreft dus nu al ruimschoots het aantal originele soorten die hier met veel moeite zijn geraakt en zich hier hebben ontwikkeld. Sommigen zijn onschadelijk, andere planten overwoekeren alles en verdringen de inheemse soorten.”En de toekomst brengt geen beterschap. “In 2008 was het aantal bezoekers aan de Galápagos al opgelopen tot 173.000”, zegt Gabriel Lopez, kersvers directeur van het CDRS maar duidelijk gemotiveerd om actie te ondernemen. “Elk jaar neemt het toe met 10 procent. Dat continu groeiend bezoekersaantal betekent ook een stijgende vraag naar goederen en diensten. En dus meer vrachtschepen, meer cargo naar hier en ook meer vraag naar werk. Kijk naar de grafieken: het toerisme, de bevolking in Galápagos en de invasieve soorten, ze stijgen allemaal hand in hand. We staan voor een enorme dreiging en de dreiging is nakend.”

Leeggezogen

Het jongste slachtoffer viel deze maand. Begin juni verhoogde de International Union for Conservation of Nature de alarmfase voor de mediumgrondvink tot ‘ernstig bedreigd’. Als de situatie niet verandert, loopt één van de beroemde darwinvinkDe grootste boosdoener is gekend: de uitheemse vliegensoort Philornis downsi. Terwijl de voorbije jaren vooral intensieve pogingen om uitheemse geiten, katten, varkens te ‘elimineren’ de media haalden - op Isabela werden geiten massaal neergeschoten vanuit helikopters om het eiland weer bewoonbaar te maken voor onder meer reuzenschildpadden - maken onderzoekers van het CDRS zich vandaag ernstiger zorgen over minder in het oog springende vreemdelingen: insecten.Ornithologe Birgit Fessl van het CDRS huivert even. Philornis is een oude bekende. Ook ‘haar’ mangrovevinken worden erdoor geteisterd. “De larven zuigen het bloed uit de vinkenjongen. Net of ze levend worden opgegeten, een vreselijk beeld.” Eerst legt de vlieg eitjes in de vinkennesten, daarna kruipen de larven in de neusgaten van de jongen, waar ze zich verder ontwikkelen. “Eenmaal groot genoeg verschuilen ze zich weer in het nest en ’s nachts kruipen ze omhoog voor een bloedmaaltijd.”Over de herkomst van het beest maakt ze zich weinig illusies. “Die vlieg is hier wellicht verzeild via een cargoboot, ze leeft normaal op rotte groenten en fruit.” In 1997 ontdekten ze voor het eerst dat een nest van de spechtvink krioelde van de larven. “Later bleken ze bijna alle nesten te hebben aangetast, ze zitten overal. En de mortaliteitsgraad is hoog. Als het nest maar één jong telt, zal dat zeker sterven. Zijn er twee, dan heeft het vijftig procent kans om het te overleven; in een nest met drie jongen zal er eentje omkomen.”Het is vechten tegen de bierkaai. Fessl had maar amper een rattenplaag bij de mangrovevinken ingenieus onder controle gekregen of deze nieuwe pest diende zich aan. “De situatie verergert zienderogen en het antwoord ligt niet zomaar voor de hand. En zelfs als die oplossing er zou zijn, is de kans klein dat we genoeg geld hebben om ze uit te voeren.”

Worst case scenario

Juli 2008, het Galápagos Nationaal Park stuurt een dringend bericht uit. “Malariaparasiet opgedoken bij Galápagospinguïns”. Kenners weten hoe laat het is. Dit is waar iedereen nog het meest beducht voor is: dat nietsontziende ziektes die elders grote ravages hebben aangericht, ook hier plots opduiken. Iedereen kent het worst case scenario. “In Hawaï gaven vogelmalaria en vogelpokken mee de doodsteek aan heel wat inheemse vogels”, schetst ornithologe Sharon Deem. “De helft van de vogels is er uitgestorven, en vogelmalaria had daar sterk de hand in. Het vogelpokvirus was hier al, de parasiet voor vogelmalaria nog niet. Tot vorige zomer.”“Kijk, deze vink heeft pokken”, wijst Deem. “Zijn pootjes staan vol bulten, maar hij kan ermee leven.” Het vogelpokvirus circuleert hier al enkele jaren. Deem vangt regelmatig vogels om te kijken hoe ver het virus zich al verspreid heeft. Alle gegevens worden netjes genoteerd. “De enige echte remedie is de ziektekiemen of vectoren die ze verspreiden buiten de archipel houden. Maar de mazen in het net worden elk jaar groter. De beste methode is de epidemiologie bestuderen om zo de efficiëntste maatregelen te treffen. In het wild mag je inheemse dieren niet zomaar behandelen.”“We weten nu dat de spotlijsters het kwetsbaarst zijn, andere soorten zijn ook besmet maar overleven het makkelijker. Voorlopig blijft het nog onder controle. Maar het virus is hier en blijft hier. En we weten dat wij, de mens, het hier hebben binnengebracht.”Het plaatje voor vogelmalaria is nog grotendeels blanco. Het kan positief uitvallen maar ook ronduit desastreus. “De parasiet behoort tot de soort die vogelmalaria kan veroorzaken”, zegt Deem. “Het is een nieuwe soort, we weten nog niet hoe pathogeen die is. Intussen weten we dat ze hier al was in 2003, maar in 1996 nog niet.” De klopjacht op de mug die de parasiet overdraagt naar de pinguïns is al begonnen. In Hawaï was de schuldige een muggensoort die al in de jaren tachtig op Galápagos arriveerde. Een andere verdachte is een inheemse mug, die dus beschermd is.De pinguïns ogen voorlopig gezond en het aantal positief geteste vogels lijkt stabiel te blijven. Een goed teken, hoopt Deem. “Dat kan erop wijzen dat deze parasiet misschien toch geen malaria veroorzaakt. Of dat ze immuniteit hebben opgebouwd, wat hen zou kunnen beschermen als er een andere malariaparasiet opduikt. Anderzijds is het evengoed mogelijk dat de parasiet nu enkel tijd steelt. En zijn kans afwacht om in volle hevigheid toe te slaan in periodes van stress.” Zo’n periode dient zich wellicht binnenkort aan: een volgend El Niñojaar.

Gekookte pinguïneieren

De vorige passages van El Niño in ‘82-83 en ‘97-98 zijn nog altijd niet helemaal verteerd. De zeeleguanen bezweken massaal, talloze zeevogels en de zeeleeuwen moesten eraan geloven. “El Niño is op zich zonder enige twijfel de grootste verstoring voor het ecosysteem hier”, zegt Stuart Banks, hoofd van het klimaatonderzoek in het CDRS. “De El Niño zuidelijke oscillatie is een cyclus die altijd op de achtergrond aanwezig is in de hele Stille Oceaan. Maar Galápagos ligt net op de plek waar de sterkste pieken en dalen van die cyclus zich voordoen.”De hevige regens kunnen sommige planten en dieren op de droge eilanden nog doen opleven, voor de ingenieuze mix van koude en warme oceaanstromen en de daarop afgestemde mariene wereld zijn de gevolgen veeleer desastreus. El Niño brengt warm oppervlaktewater naar de kust. Banks: “Door El Niño stijgt de zeespiegel, kan de temperatuur van het zeewater oplopen tot 30 graden, en stuikt de gegeerde productiviteit in de oceaan ineen. Het marien ecosysteem begint langzaam van onderuit af te sterven, de nasleep ervan kan tot twee jaar duren. Bij een forse El Niño tast het alles aan: de biodiversiteit, de gezondheid van het ecosysteem, maar ook de mogelijkheid tot herstel.”De samenstelling van de algen veranderde, vissen zochten noodgedwongen grotere dieptes op met kouder voedselrijker water. Unieke maar erg kwetsbare zeevogels als de niet-vliegende aalscholver en de pinguïn zagen hun eens zo overvloedig aanwezige voedsel verdwijnen zonder iets te kunnen ondernemen.“Hoewel pinguïns normaal niet voorkomen in de tropen, hebben ze hier een delicaat evenwicht gevonden. Alleen zijn ze niet flexibel genoeg om zich aan te passen aan drastische veranderingen. Kolonies niet-vliegende aalscholvers werden gehalveerd, de populatie pinguïns liep met maar liefst 65 procent terug.”Ook voor hun voortplanting is El Niño dodelijk. “Pinguïneieren incuberen enkel bij een bepaalde temperatuur, ze hebben absoluut koud water nodig. Buiten op de hete lavarotsen kunnen ze niet broeden, hun eieren zouden gekookt worden in de zon. Ze broeden in grotten omdat die afgekoeld worden door binnenstromend koud water. El Niño haalde ook dat broos evenwicht onderuit, hun broedsels zakten navenant.”De tijd dringt. Met de toenemende klimaatsopwarming ziet het plaatje er alleen maar grimmiger uit. Veel factoren blijven onzeker, wat zich wel steeds scherper aflijnt, is dat Galápagos zich de komende drie of vier jaar aan een nog forsere El Niño mag verwachten. Dit voorjaar verzamelden voor het eerst topklimatologen op Galápagos voor een workshop om die potentiële gevolgen in te schatten en zich er op voor te bereiden.“Dit is Hawaï niet, de mens is hier veel later gearriveerd. Op Galápagos is nog geen enkele vogelsoort uitgestorven, dat is uiteraard fantastisch”, besluit ornithologe Sharon Deem. “Alleen weet iedereen hoe rampzalig El Niño in het verleden al was voor de spotlijster en de pinguïn. En toen was Galápagos niet alleen nog een heel ander eiland, ook de wereld zag er totaal anders uit.”Banks: “De volgende El Niño zal samenvallen met een nooit eerder geziene menselijke druk op het ecosysteem. Enkel de druk ten tijde van de piraten en walvisvaarders was misschien vergelijkbaar. En we weten hoe dat is afgelopen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234