Vrijdag 21/01/2022

Het einde van de ironie (of toch niet)

Het satirische blad 'The Onion' kopte na 11 september: 'A Shattered Nation Longs To Care About Stupid Shit Again'

New York / Van onze correspondent

Gert Van Langendonck

Het begint met Freedom of Fear: een doek waarop ouders hun kinderen instoppen terwijl vader onder zijn arm een krant heeft met een kop over de Londense blitz. Het geeft een gevoel van veiligheid in aanwezigheid van een groot gevaar, een vals beeld vond Norman Rockwell zelf, want Amerikaanse kinderen liepen in 1943 maar weinig gevaar. Het is toeval dat Norman Rockwell: Pictures for the American People, een verzameling van 62 schilderijen en 322 Saturday Evening Post-covers, momenteel in New York loopt. De tentoonstelling reist al twee jaar door de VS en is nu pas hier beland. In normale tijden zouden de New Yorkers hun neus hebben opgehaald voor zoveel goedkoop patriottisch sentiment. Maar de timing heeft ervoor gezorgd dat er nu in de rij wordt gestaan voor het Guggenheim-museum.

Men hoeft niet ver te zoeken naar de reden. Rockwells hyperrealistische schilderijen, bedoeld om het patriottisme tijdens WO II aan te zwengelen, geven een simpel en geruststellend wereldbeeld, en daar hebben de Amerikanen momenteel behoefte aan. "Er is gezegd dat we dit najaar het postironische tijdperk hebben betreden", zegt Charles Gandee in Talk, "en het succes van de Rockwell-tentoonstelling zal ongetwijfeld aangehaald worden als bewijs daarvoor, samen met al die vlaggen waarmee tegenwoordig wordt gezwaaid."

De discussie over 'the end of the age of irony' is al twee maanden aan de gang. Ze werd in gang gezet door Graydon Carter, hoofdredacteur van Vanity Fair, die na 11 september zei: "Er gaat zich een seismische verandering voltrekken. Ik denk dat dit het einde is van het tijdperk van de ironie. Dingen die als futiel of frivool worden beschouwd, zullen verdwijnen." Carters uitspraak vond zijn weg naar commentaarstukken in kranten en tijdschriften overal in de VS waarin dit 'einde van de ironie' bijna zonder uitzondering werd bejubeld.

Maar is het niet ironisch dat, zeker als futiliteit en frivoliteit bij ironie worden gerekend, het de hoofdredacteur van Vanity Fair moet zijn die er het einde van aankondigt? In de laatste Vanity Fair voor 11 september was het grootste artikel een pagina's lang relaas van het liefdesleven van twee rijke tieners in New York - de frivoliteit ten top gedreven.

Nee, ironisch is dat niet. Sinds de discussie begon, speelt in mijn hoofd een scène uit Reality Bites. Lelaina (Winona Ryder) komt terug van een onsuccesvol sollicitatiegesprek en doet haar beklag bij haar lief Troy (Ethan Hawke).

Lelaina: "Ik bedoel, die jobinterviews, Troy... Het woord 'vivisectie' een understatement. Ik bedoel, kun jij ironie definiëren?" Troy: "Het is wanneer de eigenlijke betekenis het tegenovergestelde is van de letterlijke betekenis." Simpel. Ook Dave Eggers, auteur van A Heartbreaking Work of Staggering Genius, maakt zich in een voetnoot bij de laatste editie driftig over het verkeerd gebruik van ironie, het begrip waarmee zijn boek altijd in verband wordt gebracht. In feite, stelt Eggers vast, zijn dingen die ironisch worden genoemd zo goed als nooit ironisch.

Waarover hebben we het dan als we het over ironie hebben? Carter heeft het over het soort onderwerpen waarin zijn tijdschrift gespecialiseerd was voor 11 september: de Hamptons, publiciste Lizzie Grubman, de Condit-affaire... Goed geschreven maar uiteindelijk onbeduidend. En inderdaad hebben de media in de VS op 11 september een aardverschuiving meegemaakt: van de grootste frivoliteit en de grootste afkeer van internationaal nieuws ooit naar het meest ernstige onderwerp mogelijk, aangebracht vanuit een land dat niet verder weg had kunnen liggen.

Maar niet iedereen praat over hetzelfde wanneer het over ironie gaat. Roger Rosenblatt, in Time, heeft het over "Amerika's intellectuelen die de voorbije dertig jaar hebben volgehouden dat niets de moeite waard is om in te geloven of om ernstig te nemen". "IJdele stupiditeit" verwijt Rosenblatt de "ironisten", en hij besluit dat voor dat soort mensen geen plaats is in het post-11-septembertijdperk. Als Peter W. Kaplan, hoofdredacteur van de New York Observer, zegt dat "ironie op de vuilnisbelt ligt", heeft hij het over de afstand die journalisten in acht nemen. "Afstand zorgt voor kille, soms grappige stukken. Daar is nu geen plaats voor." Maar als er een vaststelling te maken is over de Amerikaanse verslaggeving sinds 11 september, dan is het wel dat vele media precies die broodnodige afstand hebben laten varen. Grappig (hoewel niet ironisch) is dat Jedediah Purdy, de auteur die in For Common Things (1999) de aanval inzette op 'The Age of Irony', zegt dat wat Amerika nu nodig heeft juist een "gezonde dosis ironische afstand" is: "Ironie kan in deze tijden dienen om de gevaarlijke excessen van passie, zelfgenoegzaamheid en extreme overtuigingen in toom te houden."

Het zal nog even duren vooraleer de intelligentsia het erover eens wordt wat ironie inhoudt en of er nog plaats voor is na 11 september. In afwachting daarvan kunnen Amerikanen die behoefte hebben aan enige afstand van het onderwerp, hoe ernstig ook, nog altijd troost vinden in The Onion, een jong satirisch weekblad uit Wisconsin dat dit jaar naar New York is verhuisd. The Onion pakte na 11 september uit met titels als: "America Vows To Defeat Whoever It Is We're At War With", "American Life Turns Into Bad Jerry Bruckheimer Movie" en vooral: "A Shattered Nation Longs To Care About Stupid Shit Again".

In Buitenlandse Zaken belichten onze correspondenten Merlijn Schoonenboom (Amsterdam), Gert Van Langendonck (New York) en Rudy Pieters (Valencia) elke zaterdag beurtelings over opvallende gebeurtenissen, personen of debatten in vreemde beschavingen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234