Zaterdag 28/03/2020

'Het eerste stuk ging vlot, dus ik dacht: ik vertaal hem helemaal'

Veertien jaar heeft Willy Courteaux erover gedaan om alle stukken van Shakespeare - zo maar eventjes 37 - te vertalen. Na zijn uren dan nog wel. En dat zijn alleen maar de kwantitatieve prestaties. Ook voor de kwaliteit van zijn vertaling worden er alleen superlatieven gebruikt. Reden genoeg voor Tom Lanoye om Courteaux straks in de bloemetjes te zetten, zeker nu er een nieuwe uitgave van al die noeste arbeid is. Door Steven Heene

Courteaux wordt dit jaar 83, maar afgaand op zijn kwieke verschijning valt een regelmatige dosis Shakespeare sterk aan te bevelen als verjongingskuur. Hij ontvangt me in zijn huis in een anonieme Brusselse straat, een huis - om het met de bard uit Stratford-upon-Avon te zeggen - vol 'woorden, woorden, woorden'. In vrijwel elke kamer stapelen de boeken zich op, al dan niet in antieken kasten gerangschikt. Het is de woonst van een letterenmens pur sang, de architect van een van de meest geslaagde verbouwingen uit de klassieke canon in het Nederlands: de vertaling van het toneeloeuvre van Shakespeare.

Een gigantische arbeid die goed is voor vierduizend pagina's en nog steeds geldt als dé referentie onder professionelen, als daar zijn Hugo Claus ("Als ik Shakespeare vertaal, zit Willy Courteaux op mijn schouder"), Peter Verhelst ("Een monument dat je bij elke Shakespearebewerking te lijf moet gaan, maar nooit kunt slopen") en Tom Lanoye ("Dramaturgen, regisseurs, acteurs, bewerkers, als het om Shakespeare gaat, raadpleegt iedereen 'de bijbel van Courteaux'").

Die laatste heeft hem als curator van Zogezegd, een boekenfestijn in de Vooruit, ook uitgenodigd als een van de centrale gasten. Om samen met onder meer Els Dottermans fragmenten voor te lezen, en om samen de nieuwe editie van 'de bijbel' te vieren. Een eerbetoon dat de schrijver zichtbaar deugd doet. Evenals de aandacht in de pers, na jaren van windstilte.

"Soms is een spel uitputtend, maar het zwoegen

Verhoogt de vreugde; er zijn vernederingen

Die men met ere duldt, en 't armste leidt

Soms naar het rijkste doel"

(Uit De storm, vertaling: Willy Courteaux)

In de inleiding meldt u dat u uw vertaling hebt 'opgefrist'. Wat moeten we daaronder verstaan?

Willy Courteaux: "Tja, het Nederlandse vocabularium kent nu eenmaal een relatief snelle slijtage. Er circuleren modewoorden die zes maanden later bij wijze van spreken alweer uit de mode zijn. Neem bijvoorbeeld 'beregoed' - vandaag zou men spreken van 'keigoed'. Uiteraard vermijd ik als vertaler zoveel mogelijk trends, maar hoe dan ook kun je slijtage niet vermijden. Ik zal nog een voorbeeld geven: het woord 'feil' voor 'fout'. Vandaag is dat archaïsch. En zo heb je nog een aantal termen. Het was dus nodig om het vocabularium in mijn vertalingen te herzien.

"Daarnaast was er nog een reden om alles grondig na te lezen. Het is intussen al meer dan een halve eeuw geleden dat ik eraan begonnen ben, van in 1953. Door die grote afstand in tijd ten opzichte van mijn eigen tekst botste ik al eens op een zin waarvan ik dacht: mmm, dit kan beter, duidelijker. Ook die zinnen heb ik bijgewerkt.

"Er zijn twee manieren om te vertalen, zoals Gerrit Komrij ooit heeft gezegd: ofwel breng je de tekst naar de lezer, ofwel breng je de lezer naar de tekst. Ik ben altijd voorstander van het tweede principe geweest. Ik herinner me een bespreking van een Shakespearevertaling door Bert Voeten, waarbij de criticus schreef dat het haast leek "alsof deze Hamlet vandaag geschreven is". Van dat principe steiger ik. Shakespeare hééft zijn teksten niet in de twintigste of eenentwintigste eeuw geschreven, maar in de zestiende, zeventiende eeuw. Als je zijn stukken echt naar deze tijd wilt trekken, dan maak je een bewerking - waar overigens niets op tegen is.

"Als ik een zin te vertalen heb, dan vraag ik me af: hoe komt deze zin op mij over? Wat grijpt me aan? Wat is karakteristiek, zowel inhoudelijk als vormelijk? Wat is het ritme, wat is de kleur? Dat probeer ik te respecteren.

"Komt daarbij dat ook de stijl van Shakespeare gaandeweg geëvolueerd is. Vooral in zijn verzen: het blijven jamben, pentameters (versregel bestaande uit vijf voeten, SH), maar het ritme maakt zich gaandeweg een beetje los van het metrum, alsof er een soort contrapunt ontstaat. Ook dat effect moet je proberen over te brengen. Maar uiteraard kun je nooit de volle rijkdom van het origineel benaderen. Daarvoor zijn onze talen te verschillend."

'Shakespeare is een royaal dichter: hij kan een fortuin aan juwelen verliezen en toch rijk blijven', schreef u in 1966.

"Dat is zeker zo. Nog een verschil: in het Engels kom je makkelijker tot woordspelingen, aangezien er nogal wat woorden bestaan die anders gespeld worden en een andere betekenis hebben, maar toch hetzelfde klinken. 'Lie' voor 'liegen' en 'liggen' bijvoorbeeld. Afhankelijk van de context kun je als vertaler daar een antwoord op proberen te bieden. In een komedie kun je je al eens permitteren om een woordspeling drie regels verder op te vangen, zolang je trouw blijft aan de inhoud. Maar in een dramatische context ben je veel meer gebonden aan de inhoud."

U bent een autoriteit als het aankomt op Shakespeare vertalen. Kunt u genieten van een verregaande interpretatie als Ten Oorlog van Tom Lanoye bijvoorbeeld?

"Ik heb de voorstelling niet gezien, moet ik bekennen. Ik heb wel passages gelezen in een lange bespreking in de krant, een volledige pagina met veel citaten. Wat ik daarvan vond? Tja, dat was helemaal Lanoye, hé. En wat is daar op tegen? Niks. Shakespeare heeft hetzelfde gedaan: hij heeft ook stukken die al bestonden herschreven."

Sterker nog: van al zijn toneelstukken, 37 in totaal, heeft hij zelf slechts een drietal intriges verzonnen.

"Klopt: The Storm, The Merry Wives of Windsor en A Midsummernight's Dream. Maar zelfs in die drie stukken brengt hij elementen van zijn lectuur in. Zo heb je in The Storm een passage van tien, twaalf verzen die bijna letterlijk overgenomen zijn van de essays van Montaigne. Je moet weten: er was in die tijd een eerste vertaling in het Engels in omloop, door Florio. Als je die tekst bekijkt en je leest de verzen van Shakespeare, dan is hij heel dicht bij Montaigne gebleven. Maar de intrige op zich, al heeft hij flarden bij elkaar gebracht, is in grote mate origineel.

"Alle andere stukken - tragedies, komedies, koningsdrama's - zijn verhalen die al bestonden. Soms ging hij de mosterd halen in Italiaanse novellen, zoals bij Romeo and Juliet en Othello. Soms waren de kronieken zijn bron, zeg maar de geschiedschrijving van zijn tijd. Dat was zo voor de koningsdrama's. En van Hamlet of King Lear bestonden al oerversies. Tolstoj vond de oorspronkelijke King Lear veel beter overigens, die moest niks van Shakespeare weten. Maar de meeste verhalen waren dus al decennia in omloop, soms nog veel langer."

Was hij een lettervreter? Een boekenwurm?

"Een boekenwurm zou ik niet durven zeggen. Die man was actief in theater. Hij moest op vaste tijden een stuk afleveren, aanwijzingen geven. Hij was zelf bovendien een van de eigenaars van een theater. En hij acteerde. We weten van een paar rollen dat hij gespeeld heeft. Zo zou hij in Hamlet naar het schijnt de geest van de overleden vader van Hamlet gespeeld hebben. Maar altijd korte rollen. Een mogelijke uitleg daarvoor is dat hij gewoon niet de tijd had voor meer. Of hij was er niet bekwaam genoeg voor, dat kan natuurlijk ook.

"Maar de man was uiteraard zeer belezen. Voor zover we dat vandaag kunnen inschatten - het blijft een impressie - was zijn lectuur erg gericht op het putten van ideeën. Waarom las hij de essays van Montaigne? Uit interesse? Of omdat hij iets hoopte te vinden, al waren het maar tien regels? Wellicht om beide redenen."

Het beeld dat je krijgt is dat van iemand die zeer rationeel te werk ging.

"Mja. Maar je kunt je afvragen of ratio volstaat om zijn oeuvre te evenaren. Ik denk het niet. Kijk, Shakespeare heeft, vergeleken met andere toneelauteurs uit die tijd, echt heel veel geschreven. Zijn debiet was enorm. En zijn stukken, die erg gestructureerd zijn, moeten indertijd echt verslonden zijn door het publiek. We hebben het hier over het Elisabethaanse theater. Dat was immens populair. Het was niet zoals bij Racine en Corneille in Frankrijk: die schreven stukken voor de koning en de adel, met opvoeringen aan het hof.

"Shakespeare was populair bij alle lagen van de bevolking. Zijn stukken werden gespeeld in theaters waar al die lagen ook vertegenwoordigd waren, van het parterre tot op de balkons. Van de analfabeten tot het hoogste niveau, zowel wat sociale status als wat intellectuele ontwikkeling betrof. Voor een toneelschrijver kwam het erop aan al die doelgroepen te boeien. Vandaar die grote diversiteit in elk stuk: er is altijd een enorme afwisseling tussen personages, er zijn diverse handelingen, veel acties, op tijd en stond ook iets komisch...

"Zelfs in de grootste tragedie zitten er lichtere momenten. Zoals in King Lear, voor mij nog steeds zijn grootste tragedie. Er is dat moment waarin Lear, half krankzinnig, op de heide rondzwerft met zijn nar. Dat is een scène vol bittere humor, maar niettemin: humor. Shakespeare slaagt erin, en dat is een verbazingwekkend fenomeen, om zelfs in het meest dramatische verhaal ineens een lichtere toon aan te brengen die wonderwel in het geheel past."

Schuilt daar zijn genie in? Het geloofwaardig kunnen schakelen tussen licht en donker?

"Ja. Door het lichtere niet helemaal weg te trekken uit het donkere. Ja."

Was dat ook de reden waarom u aan dit titanenwerk begonnen bent?

"Ik ben begonnen met Hendrik IV te vertalen. Waarom? Omdat daar Falstaff in voorkomt, een personage dat mij zeer boeide. Een andere reden waarom ik met dat stuk ben begonnen, is het feit dat Hendrik IV uit twee delen bestaat. Ik dacht: als ik hiermee klaar ben, heb ik meteen tweestukken vertaald. (lacht)

"Weet u, ik heb voor het eerst met het oeuvre van Shakespeare kennisgemaakt als tiener. Ik zat op het jezuïetencollege in Aalst en daar werd elk jaar een 'klassieker' opgevoerd. Toen ik zeventien was, stond 'Hamlet' op het programma en ik mocht meedoen. In een bijrol weliswaar, maar zo heb ik het hele stuk van dichtbij meegemaakt. Later, voor mijn eenentwintigste verjaardag, heb ik van mijn toenmalige verloofde het verzamelde toneel van Shakespeare in het Engels gekregen. Het was een typische oorlogsuitgave, op slecht papier. In die tijd zat ik te wachten om opgeroepen te worden voor militaire dienst - het was in 1945 - en ik heb toen alles van Shakespeare in één ruk gelezen. Letterlijk: van de eerste pagina tot de laatste. Dat nam maanden in beslag. Maar ik had tijd."

Wanneer hebt u beslist: dit wil ik vertalen?

"Ik had eens een gesprek met een acteur van de KVS, Bert Struye. Hij had het over Shakespeare. Dat het moeilijk werd om die stukken nog te spelen, omdat ze als spelers vastzaten aan die verouderde vertaling van Burgersdijk uit 1888. Het was een stille wenk, maar ook zonder dat duwtje had ik het gedaan. En zodra ik eraan begon, ging het tamelijk vlot, dus ik dacht: waarom niet alles vertalen? Gelukkig zag mijn uitgever dat ook zitten.

"Ik werkte alleen in de weekends en 's avonds. Ik had natuurlijk mijn job bij Humo. Laten we zeggen dat ik per stuk tussen drie en vijf maanden bezig was. Die van vijf maanden waren de moeilijkste, of de langste: Richard III en Hamlet. In het begin had ik één avond nodig voor één pagina, maar gaandeweg ging het sneller. Het laatste stuk in de rij, Pericles, heb ik zelfs in één maand tijd vertaald, ergens op een hotelkamer in Engeland."

U bent nooit voltijds vertaler geweest. Merkwaardig voor iemand met uw staat van dienst.

"Ik heb veel andere dingen geschreven en vertaald: andere toneelstukken, luisterspelen, televisiespelen. Ook voor Humo heb ik teksten vertaald en bewerkt. Artikels van onze correspondent in Hollywood bijvoorbeeld. En op een bepaald ogenblik ben ik begonnen met een reeks van korte verhalen. Vooral uit de Engelstalige literatuur, verhalen van Poe en zo. Literair werk en ook het luchtiger genre: thrillers, detectives... In het begin deed ik alles zelf, later deed ik een beroep op anderen. Op Jeroen Brouwers en zijn echtgenote bijvoorbeeld. Die hebben lange tijd verhalen vertaald voor Humo. Maar het klopt, ik ben nooit een 'professionele' Shakespearevertaler geweest in de zin dat ik er mijn werkuren overdag aan kon besteden."

U was jarenlang de Dwarskijker in Humo. Was dat geen vreemde combinatie: overdag trivialiteiten op televisie bespreken en 's avonds koningsdrama's vertalen?

"Och. Ik heb altijd uiteenlopende dingen gedaan. Ik heb ook kolder geschreven, ik had een column over klassieke muziek gedurende 35 jaar. En ik moet zeggen: dat vulde elkaar goed aan, zo ben ik nooit in één bepaalde richting geduwd. Ik meen dat dat gunstig was voor mijn vertaalwerk: als je je opsluit in één activiteit, dan komt dat je vertaling - zeker bij Shakespeare - niet ten goede. Het is nuttig om je vaardigheden op diverse domeinen te gebruiken. Dat houdt je in evenwicht. Je moet uit veel vaatjes kunnen tappen als je Shakespeare wilt vertalen."

Als King Lear uw favoriete tragedie is, wat beschouwt u als het hoogtepunt onder zijn komedies?

"Bij de komedies heb je verschillende soorten. Er zitten nogal wat stukken tussen die eigenlijk ernstig van toon zijn, maar die wel een goede afloop kennen en daarom als komedie worden gecatalogiseerd. Leer om leer bijvoorbeeld is weinig bekend, maar het is een goede komedie, met inhoud én een goed einde. Ik hou ook erg van De koopman van Venetië. Met het personage van Shylock erin, dat is toch een topper. Maar ook De koopman is geen echte komedie. En die Shylock is veruit het meest menselijke personage erin, ook al is hij de schurk. Weet u, in de negentiende eeuw is er tijdens een opvoering van De koopman in Engeland eens een dame rechtgesprongen die luid riep: 'Het is schandelijk hoe die man wordt behandeld!' (lacht) Een daad van pre-anti-antisemitisme als het ware, want Shylock is een jood.

"Voor De koopman was er al een stuk in omloop waarin de jood de slechterik was, van Webster. En op een bepaald ogenblik werd de dokter van koningin Elisabeth, ook een jood, ervan beschuldigd dat hij de koningin had proberen te vergiftigen. Nu, die man was natuurlijk onschuldig, maar hij is toch terechtgesteld. Engeland kende een vlaag van antisemitisme toentertijd, en juist in die context schrijft Shakespaere een stuk met een jood als schurk. Maar dat is niet alles: eigenlijk kies je als toeschouwer voor het kamp van Shylock, juist omdat hij er het meest menselijk uitkomt. Ergens in het stuk steekt hij ook een pleidooi af te zijner verdediging: heeft een jood geen pijn als je hem prikt? Bloedt hij niet als je dit of dat, enzovoort. Een pleidooi tegen het antisemitisme dus, juist in die periode. Het bewijst nog eens wat voor een briljante opportunist Shakespeare eigenlijk was."

Stel: u organiseert een etentje voor Shakespearepersonages. Wie nodigt u uit?

"(zonder aarzelen) Richard III. Het is geweten dat Shakespeare de mythe rond deze man nog heeft opgeblazen. Dat hij een grote schurk met een bochel was, met een verschrompelde arm, iemand die mankte. Een ideale figuur voor een melodrama, want eigenlijk is Richard III meer melo dan drama. Maar het klopt dus niet met de werkelijkheid: Richard III was geen schurk. Hij was een tragisch figuur in meerdere opzichten, maar hij was ook populair bij zijn onderdanen in Noord-Engeland, in York. En die verschrompelde arm: waarschijnlijk was zijn ene arm gewoon veel gespierder dan zijn andere, maar was dat het gevolg van de vele uren op het slagveld.

"En verder? Falstaff natuurlijk. En Hamlet. Die is zo fascinerend. Het is alsof je hem persoonlijk kent."

Geen dames?

"Mmm. Ik denk het niet. Je moet weten: de vrouwenrollen in het Elisabethaanse theater werden gespeeld door jongens van wie de stem nog niet gebroken was, knapen van 14, 15 jaar. Daar moest je als auteur rekening mee houden. Sommige rollen, zoals Lady Macbeth, zijn vrij uitgebreid, maar ze zijn nooit complex of gelaagd."

U wees op het feit dat Shakespeare als auteur evolueerde. Werd hij beter met ouder worden?

"Niet beter, subtieler. In het ritme, de klank. Maar ongeacht de periode waarin hij iets schreef: hij heeft altijd een unieke stem. Ik heb voor uitgeverij Manteau eens een aantal citaten van Shakespeare moeten duiden, voor voetnoten in de correspondentie van Walschap. Die verwees graag naar Shakespeare. Wel, van één citaat voelde ik meteen dat het onterecht aan Shakespeare was toegeschreven. Ik heb het opgezocht en jawel hoor, het was een citaat van Yeats. Zo zie je maar: na een tijd herken je de stijl van Shakespeare uit de duizend."

Laatste vraag: hebt u aan al die jaren geen Shakespeare-indigestie overgehouden?

"Nee, dat heb ik nooit gehad. Noem het een obsessie, een passie, wat dan ook. Maar iets van dien aard is het."

"Ons spel is nu ten einde. Deze spelers,

Ik zei 't je van tevoren, waren geesten,

En smolten weg tot lucht, tot ijle lucht.

Zoals dit voze schijnbeeld zullen eens

De omwolkte torens, weeldrige paleizen,

Gewijde tempels, ja de aardbol zelf

Met al wat hij bevat ten onder gaan,

En, zoals deze ijdele vertoning,

Spoorloos verdwijnen. Van dezelfde stof

Zijn wij als dromen; en ons kleine leven

Is door een slaap omringd"

(uit De storm, vertaling: Willy Courteaux)

Ik heb altijd uiteenlopende dingen tegelijk gedaan. Dat is nuttig, het houdt je in evenwicht. Je moet uit veel vaatjes kunnen tappen als je Shakespeare wilt vertalen

Verzameld werk: William Shakespeare vertaald door Willy Courteaux - nieuwe editie.

Meulenhoff/Manteau, Amsterdam/Antwerpen

3.650 p., 99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234