Woensdag 29/09/2021

Het eenheidsdenken zal de partij vernietigen'

Yves Desmet

Foto Tim Dirven

Paul Van Grembergen: "Mijn voorouders waren liberale katholieken, iets wat al gegroeid was uit de eerste schoolstrijd in de jaren 1870, toen de kerk zich eerder ultramontaans opstelde. Zij volgden dat fanatisme niet zo en betaalden er de prijs voor: tijdens de communie werd de hostie hen ostentatief geweigerd. De zuiveren en de minder zuiveren - doet de geschiedenis eigenlijk iets anders dan zich herhalen? Ze waren wel strikt gelovig, maar sindsdien met een losse band met het instituut kerk. Die mentaliteit is vanaf dan vermoedelijk genetisch meegegeven. Mijn vader is jong weduwnaar geworden, een strenge man met vijf kinderen. Hertrouwd is hij nooit meer. Hij was stationschef, nam in die oorlogsjaren een huishoudster, een weduwe die kinderloos was en die voor ons eigenlijk de taak van pseudo-moeder kreeg. Een plichtsgetrouwe, zorgzame, vrij strenge huisvrouw, half gouvernante, half huishoudster. Dat betekende met zijn allen braaf op een stoel zitten, eten wat de pot schaft, zwijgen als de grote mensen praten. Wij gingen naar de gemeenteschool in Nederzwalm; de eerste drie jaren zaten we er samen, de laatste vier ook. Twee onderwijzers, mijn eerste kennismaking met de repressie. Een van hen werd vlak na de oorlog zijn functie ontnomen, geen idee wat hij uitgespookt had, maar te erg kan het niet geweest zijn, want in de jaren 1946-'47 gaf hij weer les. Ik zat toen in het vierde leerjaar, ik was een goede student, en thuis werd vader verwittigd dat Paul toch een slim, zij het wat gevoelig manneke was. Wat hem op een of andere manier nog wat strenger maakte. De eerste van de klas kreeg toen nog een laurierkrans, en toen ik daar trots mee door het dorp wandelde, volgde thuis toch het commentaar dat het nog wat beter kon omdat niet overal het maximum was gehaald. Leuk is anders, maar emotionele kwetsuren heb ik er niet aan overgehouden. Dat streven naar ... het betere, het meer. Het had niets te maken met katholiek zijn, maar met de huiskring: dat zijn de regels, dat zijn de verwachtingen, dat moest. Ik was nog geen tien jaar.

"Aan het einde van de jaren veertig kreeg hij een overplaatsing naar Antwerpen, Hemiksem, de rode burcht, een arbeidersgemeente waar UCB, Franco Belge, draadtrekkerijen de dienst uitmaakten, waar gestaakt werd, de rode vlag gehesen. Ik was er nog maar één keer geweest, een uitstapje naar de Zoo als beloning omdat ik de eerste van de klas was. Mijn vader vroeg me toen of ik een fiets wilde als geschenk, of een wandeling onder de Schelde. Ik koos onmiddellijk voor het tweede, de magie. (reciteert schools) 'De Schelde ontspringt te Saint-Quentin, overstroomt de hoogvlakte...' Het zit er nog altijd in. Stel je voor: vijfhonderd meter ver onder het water kunnen stappen. Ik had bovendien het idee dat ik de boten langs onder zou kunnen bekijken. (lacht) Men verwijt me niet onterecht een dromer te zijn. Dat beeld hadden wij van Antwerpen, dus we gingen graag.

"Van de Zwalmstreek naar het naoorlogse Antwerpen, het was een cultuurschok. Thuis waren het klompen met speciale kousen, niet omdat we ons geen schoenen konden veroorloven maar omdat we niet wilden afsteken bij de andere kinderen van het dorp. Een zwarte kiel met mouwbeschermers. Antwerpen was heel anders. Ik verstond de mensen ook niet. Wij spraken een mengelmoes van gekuist dialect, verkavelingsvlaams avant-la-lettre. Ik, jongetje van tien, begon direct aan het middelbaar, met een twaalfjarige naast me die zei: 'Pàkt dà blad en schreft aave noom oep'. Ik begreep het niet, nam mijn pen en schreef op het blad 'oude naam'. Dus was ik meteen een achterlijk kalf uit de Vlaanders. Die wereldvreemdheid bleef, het gezin heeft zich nooit echt geïntegreerd. Vriendjes kwamen niet bij ons thuis, zaterdag werd er huiswerk gemaakt, zondag urenlang gewandeld langs de dijken, tot in Bornem, Kruibeke.

"Op mijn dertiende kwamen er de eerste tekenen van revolte, ik kreeg slechte uitslagen, ik was ook drie jaar jonger dan de rest. Blijven zitten, telkens voor rekenen en voor Frans. Cijfers zijn nooit mijn sterkte geweest, maar Frans was, het klinkt belachelijk nu, een emotionele afkeer, het eerste teken van opkomend flamingantisme. De koningskwestie speelde daarin een rol, vreemd genoeg, want vader was zeker geen Leopoldist. Maar het feit dat Vlaanderen zich in grote meerderheid pro had uitgesproken, en dat de Walen toch hun zin kregen, stak. Het voelde aan als een onrechtvaardigheid. Pas later heb ik beseft dat ze het volledig bij het rechte eind hadden (lacht). Het was ook de periode waarin ik ieder boek las waar ik de hand op kon leggen.

"Vader bezwoer de revolte met de Chiro, en zoals zovelen van mijn politieke generatie ben ik een Chiro-product. Vlaams, christelijk, mondiaal, pacifistisch, sociaal-democratisch, het ingestampte idee van dienstbaarheid aan de samenleving. Vader werd opnieuw overgeplaatst, naar Zelzate, een rood stipje in wat een van de meest onderdanige CVP-bolwerken van Vlaanderen was. Meerderheden van tachtig procent waren er niet ongewoon, de wereld van de pastoor, de burgemeester en de baron. Ik mocht naar het atheneum van Gent, een intellectuele oase. Schitterende leerkrachten, veel van hen literair ingesteld, aanhangers van de Socratische methode. Leren door confrontatie, vraag en tegenvraag. Voor die tijd was het een ongehoorde vrijheid van meningsuiting. Ik kwam uit voor mijn mening, zij voor de hunne. De wereldexpo kwam eraan, en dat Vlaamse gevoel begon zich in acties te uiten: de ABN-kernen, waarvan ik vlijtig de speldjes, mét Vlaamse Leeuw, verdeelde. Ik stichtte overal Chiro-groepen, in Assenede, Ertvelde en zo."

Hij valt even stil, zegt dan, verlegen bijna: "Ik had toen een roeping, ben ook naar het seminarie gegaan. Wat ik er juist mee zou aanvangen, wist ik niet. Er was zeker geen brandende ambitie om dorpspastoor te worden, maar toch de drang om die blijde boodschap te verkondigen. Hulpvaardigheid, edelmoedigheid, ten dienste staan van andere mensen, het zat er in die tijd ingestampt. Probleem was alleen dat de Socratische methode, die ik vrolijk verder bleef toepassen, op het seminarie absoluut niet in de smaak viel en dat ik uiteindelijk buitengegooid werd. Ik verwachtte dat mijn vader woest zou zijn, maar hij nam het zelfs glimlachend op: ik had wel verwacht dat het zo zou aflopen, zei hij. Toen ben ik die idealen iets aardser gaan benaderen en gaan studeren aan de sociale hogeschool Edward Anseele. Kriskras door Vlaanderen, kriskras door de onderwijsnetten. Misschien komt daar mijn vermogen vandaan om mij met iedereen te verstaan, bemiddelaar te kunnen zijn tussen tegenpolen.

"Een paar jaar later is het bisdom mij eigenaardig genoeg komen vragen om godsdienst te geven in een provinciale school, het tekort moet groot geweest zijn. Ik was nogal populair, de leraars kozen me tot voorzitter van de leraarsbond, de leerlingen tot voorzitter van de oud-leerlingenbond. Weer de bemiddelaar, ja. De strijd om Leuven-Vlaams kwam, en ik betoogde mee. Bij de verkiezingen in '68 kwamen de VU-families die het bestuur uitmaakten mij vragen op de provincieraadslijst te staan. Ik was wel lid, maar had zelfs nog nooit een bestuursfunctie gehad. Tot mijn eigen verrassing werd ik verkozen. De CVP reageerde woest: er werd een procedure ingeleid om tot een onverenigbaarheid te beslissen tussen mijn job in de provinciale school en mijn provinciaal mandaat. Een beetje ad hominem, want CVP-provincieraadsleden in hetzelfde geval werden ongemoeid gelaten. Bovendien trok het bisdom mijn machtiging tot het geven van godsdienst in. Daar stond ik, inmiddels getrouwd en vader, en zo goed als gebroodroofd. Maurits Van Haegendoren (toenmalig VU-senator; yd) is nog tussenbeide gekomen bij Willy Claes, toenmalig minister van Onderwijs. Hij weet het waarschijnlijk niet meer, maar Claes bood me een baan bij een PMS-centrum in Keerbergen aan. Maar ik wou niet uit de streek vluchten. Een goede vriend, die in textiel deed, zei me: 'Pol, als het u niet te min is, moogt ge bij mij in de zaak komen.' Dus werd ik textielverkoper: Sole Mio's, nachtjurken, bustehouders voor bussen vol bejaarden die werden aangevoerd en die eerst koffie met taart kregen. Om nadien, gepakt en gezakt met mijn verkocht textiel, nog een dansje te gaan doen bij Eddy Wally."

Ik probeer me wanhopig Van Grembergen voor te stellen, met een stijf korset vol baleinen in de hand. Het lukt me niet. Ik schater, hij ook. Kent hij zijn beroemde dorpsgenoot?

"Hij is inmiddels zeventig. Ach, de Vlaamse gezelligheid, geen problemen, ambiance. Het zelfdepreciërende van de Vlaming: ik ben maar een marktkramer. Je moet het hem nageven. De man stond 's morgens om zes uur op om dan in Blankenberge of Oudenaarde of waar dan ook zijn handtasjes te gaan verkopen. Op de terugweg even zingen bij een bejaard mens of een gehandicapte, en dan een paar shows in zijn zaal, de Las Vegas. Glitterkostuums en pluimen op het hoofd van de zangeressen, fruitmanden op hun heupen. Om uiteindelijk veel van zijn geld te verliezen in de Parisis-affaire. Waarom dat succes? Omdat wij het land zijn waar de kunstbloemen het langst op de salontafel hebben gestaan, omdat wij schilderijen gemaakt in een kruisjessteek ophangen. Omdat nergens ter wereld zoveel valse grotten van Lourdes aan bomen en gevels zijn gehangen. Op de Gentse Feesten staan ze met duizenden voor hem te wiegen, de gepensioneerden van de kruisjessteek, maar ook het volk dat eerder op de dag naar het SMAK gegaan is. Een commercant pur sang. Hij belt me op, zegt: ''t Zijn verkiezingen, ik heb hier drie bussen vol gepensioneerden zitten en ik heb hier nog ergens een tinnen schotel liggen. Komt mij die overhandigen voor 't een of 't ander, en ik stel u dan voor aan de zaal.' (lacht) Ik ben ooit op het appartement boven geweest: lila, volledig lila. Muren, bankstel, meubelen, kleding, alles was lila. Wat drinkt ge, vraagt hij. Iets kort, antwoord ik. Parfait d'amour, natuurlijk: lila (lacht).

"In 1970 kwamen de gemeenteraadsverkiezingen, in een dorp met tien CVP-raadsleden en vijf socialisten in de oppositie, geleid door burgemeester-brouwer Van Steenberghe. Altijd in de CVP gestaan, maar met een grote boon voor het AVV-VVK-flamingantisme. En als middenstander in permanent conflict met de ACW-vleugel. Hij wou niet tegen mij opkomen, stelde een kartellijst voor. De CVP volgde hem niet, dus kwamen we samen tegen hen op, met de Katholieke Vlaamse Gemeentebelangen. We haalden tien zetels, de CVP hield er vijf over. Een brouwer, textiel verkopen en de verontwaardiging in de streek over mijn broodroof, ziedaar mijn politiek kapitaal (lacht).

"Schepen, dan kamerlid. De eerste twee jaar ben ik nogal bescheiden geweest, ik vond dat ik dat eerst moest aankijken, luisteren. Vandaag zijn de zeden anders, nu goed, elke generatie haar manier. Maar dat tafelspringerige ligt me niet. Ik ben niet introvert, maar ook niet extravert. Als men mij vraagt op de tribune te staan, kan ik dat met de grootste openhartigheid en met de grootste overtuiging doen, dat weet je. Dat is ook mijn sterkte, aan het kommavitten over het kamerreglement had ik een bloedhekel. Maar ook om te speechen moeten ze mij vragen. Wanneer ik in een kring zit van mensen kan ik gemakkelijker twee uren luisteren, en ben ik eerder bescheiden om tussenbeide te komen. Dat is een constante geweest. Ik ben gevraagd op de lijst te staan, gevraagd om kamerlid te worden, gevraagd om fractieleider te worden. Minister nooit, nee. Niet dat ik het niet gewild zou hebben, maar ik heb blijkbaar de punch niet die daarvoor nodig is als de posten verdeeld werden. Dat pure vechten voor zichzelf, naar verluidt levensbelangrijk in de politiek, is nooit mijn forte geweest. Het alleen voor zichzelf werken deugt niet, het moet altijd voor het geheel zijn. Ik wil dat de mijnen het goed hebben, begrijp me niet verkeerd, maar het 'coûte que coûte', dat zit er niet in.

"Men heeft mij ooit gevraagd voor het voorzitterschap, net nadat Jaak (Gabriëls; yd) de overstap naar de VLD had gemaakt. Ik heb toen geweigerd, en ik vraag me nog steeds af of dat niet verkeerd was. Niet voor mezelf, maar voor de partij. Misschien was ik een betere overgangsfiguur geweest naar de nieuwe generatie, misschien had ik een deel van de aderlating die na zijn vertrek gevolgd is, kunnen tegenhouden. Ik ben niet bitter om wat er toen gebeurd is, ik denk dat iedereen het recht heeft om zijn politieke keuzes te maken, en als je je ergens niet meer in vindt, dan moet je dat zeggen, en doe je dat correct. Omdat de ene kant u niet correct behandelt, moet je dat niet op dezelfde manier naar de andere kant doen. Het had een andere loop kunnen hebben. Misschien is het voorzitterschap toen voor Bert Anciaux wat te vroeg in zijn carrière gekomen, heeft hij zich te vroeg moeten verbranden. Ik minimaliseer zijn verdiensten niet, integendeel. Bert heeft de partij bijna eigenhandig bij de haren uit het moeras getrokken, maar misschien was het voor hem beter geweest als hij toen nog wat had kunnen groeien.

"De Volksunie is altijd een partij met vele invalshoeken en meningen geweest. Ook na Egmont had je de zuiveren en de compromissensluiters, en moesten de laatsten door scheldende falanxen tegenstanders spitsroeden lopen voor ze de zaal binnenkonden. Dat beeld is niet nieuw. Ach, er kon destijds geen haar in de boter zitten in de kleinste VU-afdeling of Van Grembergen werd er op af gestuurd om te bemiddelen. Tussen Egmont-voorstanders en tegenstanders. Tussen... In Sint Niklaas waren er ook altijd problemen. Ik moest er dan voor zorgen dat Nelly Maes toch geapprecieerd werd voor haar talenten en mogelijkheden en op die lijst kwam. Mensen met een vernieuwingspatroon moesten we altijd door dat nogal stug middenkader loodsen. Ik ben daar eigenlijk zonder echte schade telkens uitgekomen. Men heeft mij, hoewel ik al die dingen moest samenbrengen, nooit beschouwd als een arrangeur, wel als iemand die een billijk compromis tussen verschillende zienswijzen probeert te vinden. Dat lukt wel, als je maar eerlijk zegt wat je denkt, en ook durft te zeggen dat iets niet door de beugel kan. Hugo Schiltz is een emotionele rationalist, ik ben een rationele emotionalist. Of omgekeerd. Enfin, je begrijpt wat ik bedoel. Ratio is een sterke kracht, maar je kan in een partij niet om de emoties heen. En als ik dan even ijdel mag zijn, ik denk, nee, ik weet van mezelf dat ik een groot EQ heb."

Dat zou de Volksunie vandaag meer dan ooit kunnen gebruiken, merk ik op. Waarom abdiceert hij dan?

"Omdat ik het niet meer kan aanzien. Omdat ik niet weet hoe je het kan oplossen. Wanneer je met andere mensen praat, ga ik er altijd van uit dat ze van de integriteit van hun inzichten en van hun plan overtuigd zijn. Dat ze vervolgens hun plan uitleggen. Dat is in de Volksunie niet langer het geval. Tenminste, die indruk heb ik. En als ik die perceptie heb, is dat voor mij een realiteit. Je kan enkel bemiddelen als je van A tot Z het boek van een groep kent, hun alfa en omega kan vatten. Ik denk dat ik het plan van de groep-Anciaux-Van Krunkelsven perfect ken, iedere letter. Wel, ik ken het plan van de groep rond Geert Bourgeois niet. Om de simpele reden dat ze het niet zeggen. Ik voel aan mijn ellebogen dat er daar een verborgen agenda speelt. Er wordt niets uitgelegd, voortdurend heb je het idee dat er een verzwegen situatie is. Ik heb de gave dat ik achter de ogen en de woorden kan zien, mij moeten ze niets wijsmaken. Als ik iets kan, is het wel het inschatten van mensen. Wel, het is mijn overtuiging dat die groep niet langer het debat wil, maar in een logica van de zuivering is gestapt. Waarbij zij vanzelfsprekend de zuiveren zijn, en de anderen uitgerangeerd of geëxcommuniceerd moeten worden. Beide groepen beroepen zich nochtans op de congresteksten van Leuven, waar niemand een probleem mee heeft. Zegt men tenminste. Dus over de inhoud gaat het niet, ze willen alleen duidelijkheid over de personen, en volgens sommigen horen anderen daar niet bij. Het is ondertussen zo verziekt dat zelfs een gewone menselijke communicatie onmogelijk is geworden. Er wordt nog uitsluitend in termen van vijandbeelden en vooroordelen geluisterd, niet langer naar de woorden die gesproken worden.

"Naast de twee clans is er nog een middengroep, die van het zelfbehoud. Niet eens voor de eigen functies of de mandaten, maar die niet kunnen aanvaarden dat een partij die de hartstocht van zovelen heeft aangesproken, die met zovelen een tocht heeft ondernomen, nu plots uiteen zou vallen. En daarom de ogen sluiten voor de fundamentele verschillen die nu tot uiting komen.

"De groep rond Bourgeois - vermoed ik, want ze zeggen het niet - wil een strategische positie innemen naar dat mythische rechtse kiespubliek dat zich ergens tussen centrum-rechts en het Blok zou bevinden. Maar dat kunnen ze niet zeggen, want dat staat haaks op de congresbesluiten van Leuven, waardoor ze zichzelf de VU-erfenis zouden ontzeggen.

"Een soort elitair conservatisme, de nieuwe waardenpartij die de verdediging van de oude, conservatieve waarden opneemt. Daar stap ik niet in mee, daarom schrok iedereen toen ik, de eeuwige bemiddelaar, zo sterk stelling nam in het debat. Wanneer ik waarden beoordeel, dan gaat het mij om de essentie. Een stabiele relatie is een waarde, maar of die nu beleefd wordt in een katholiek huwelijk of in een samenwoonst, bij hetero's of homo's maakt me niet uit. Ik heb in mijn familie of kennissenkring niemand die drugs gebruikt. Maar ik lees wel de onweerlegbare statistieken dat de helft van onze universiteitsstudenten blowt. Moet je die dan gaan criminaliseren, ze beschuldigen van het morele verval van de maatschappij? Of moet je voor hen zorgen? Niet in de zin van de nonnetjes van vroeger die de zorg voor de kinderen van de alcoholici op zich namen, nee, zorgen in de zin van: jongens, hoe houden we deze situatie leefbaar en beleefbaar? Moeder Aarde is een waarde. De natuur en de open ruimte. Dat gaat verder dan een gelegenheidsprotest tegen één varkensboerderij waartegen een buurtcomité is opgericht. Dat is ook de Volksunie, ik denk dat ik als eerste Van Ostaijen heb geciteerd in het parlement, in de jaren van de grote betonwoede: 'Laat ruimte voor een witte hoeve op de maan.'"

Misschien is dit gewoon een uit de hand gelopen generatieconflict, suggereer ik. De groep-Anciaux voor de jonge VU-kiezer, de groep Bourgeois voor de oude VU-militant die nog met hand en tand voor de Vlaamse ontvoogding heeft moeten strijden.

"Soms heb ik ook die indruk, en sommige studies wijzen in die richting. Maar ja, Hugo Schiltz, Frans Baert en ikzelf zitten op ook de golflengte Anciaux-Vankrunkelsven. Dat maakt ons dan tot jonge ouderen, of wat? In alle geval weet ik één zaak: de kerk heeft er altijd voor gezorgd dat er meer dan één altaar in het gebouw stond, en ze wisten waarom. De Volksunie is altijd een heterogene partij geweest, en ofwel zal ze heterogeen blijven ofwel zal ze ophouden te bestaan. Want het eenheidsdenken zal de partij vernietigen. Ken je het verhaal van de Kleine Johannes van Frederik van Eeden? Daar komt de passage in over het gevecht om het kruis: wie heeft het echte, het half-echte, het valse? Dat maken we mee. En de vermeende behoeders van het echte kruis, zouden raar kunnen opkijken als ze het halen. Want binnen het jaar zal blijken dat hun eenheidsdenken, zij noemen het zuiverheidsdenken, opnieuw zal versnipperen."

Is hij bitter, wil ik weten. Er volgt een lange stilte.

"Nee, niet echt. Er is een gevoel van falen, maar anderzijds... Men zal de geschiedenis van naoorlogs België niet kunnen schrijven zonder de rol van de Volksunie daarin uitgebreid te vermelden. En dan bedoel ik niet alleen de federalisering, dan bedoel ik ook de manier waarop de Vlaming vandaag zelfbewust en open in de wereld staat. En voor mezelf? Ik zie politieke kinderen rondlopen, ik ben blij dat ik in die Vlaamse ontvoogding een rol heb mogen en kunnen spelen. Toen ik nog leraar was, hield ik mijn leerlingen altijd voor: 'Verhef uzelf. Laat in dit vlakke land alstublieft de molshopen niet de hoogste heuvels zijn. Reik daarboven.' Dat is mijn tevredenheid: dat ik oprecht weet boven de molshoop te zijn uitgekomen."

'Ik denk dat ik het plan van de groep Anciaux-Van Krunkelsven perfect ken, iedere letter. Wel, ik ken het plan van de groep rond Geert Bourgeois niet. Om de simpele reden dat ze het niet zeggen. Ik voel aan mijn ellebogen dat er daar een verborgen agenda speelt. Er wordt niets uitgelegd, voortdurend heb je het idee dat er een verzwegen situatie is. Ik heb de gave dat ik achter de ogen en de woorden kan zien, mij moeten ze niets wijsmaken. Als ik iets kan, is het wel het inschatten van mensen. Wel, het is mijn overtuiging dat die groep niet langer het debat wil, maar in een logica van de zuivering is gestapt. Waarbij zij vanzelfsprekend de zuiveren zijn, en de anderen uitgerangeerd of geëxcommuniceerd moeten worden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234