Zondag 18/04/2021

Het échte dak van de wereld

Quito, de stoep voor de luchthaven. Daar staan we dan. Het is negen uur 's morgens maar de zon brandt al pal boven ons; het verkeer op en rond de terminal is zo hectisch dat je je allesbehalve zaterdag waant en de Latijnse zwier van tourrepresentante Ana wekt de stille, nog wat onwennige bewondering van het vers gearriveerde gezelschap. 'Bienvenidos , bienvenidos,' schreeuwt ze zichzelf bijna schor, daarbij druk gesticulerend. 'Nee, we gaan niet zomaar wat rondrijden en basta... Turismo responsable', articuleert ze, 'anders moet je hier niet komen.' Met een knipoog naar de Brugse Reismarkt waar dit weekend duurzaam toerisme centraal staat, een reportage uit Ecuador.

Lode Delputte

In een hoofdstad beginnen heeft meestal het voordeel dat je er mensen uit het hele land ontmoet. In Quito is dat anders. De stad is een stek van ambtenaren en politici; het echte, economische centrum van Ecuador, Guayaquil, ligt er honderden kilometers vandaan, aan de bedrijvige delta van de Guayas-rivier. 'Oerconservatief en burgerlijk saai', vinden de Guayaquileños van Quito. 'Levensgevaarlijk en armoe troef', hoor je die van Quito denken over Guayaquil. Objectievere meningen - en daarvoor hebben we Ana, gids Henrique en coördinator Stefan - geven te kennen dat beide steden een bezoek meer dan waard zijn.

Quito, de koloniale stad die zichzelf met de titel 'Florence van Zuid-Amerika' bedacht, kreeg van de Unesco ook nog eens het label 'Erfgoed van de mensheid' cadeau. Zo'n visitekaartje belooft, en we zijn niet ontgoocheld. Wie Quito van bij het beeld van Nuestra Señora del Panecillo, hoog op een heuvel, overschouwt, moet wel in bekoring komen: een schaakbordvormige binnenstad waar alom barokke torens en koepelkerken boven de rode dakpannen uitsteken, en verderop de skyline van de moderne wijken.

In de straten zelf is het alles Latijnse drukte wat de klok slaat. Indiaanse vrouwen prijzen luidkeels hun bloemen, kaarsen, wijwatervaten, maïskolven, zalfjes, spiegeltjes, lucifers, wandtapijten, koffie, ijsjes, groente en fruit aan. Kleurrijk beschilderde bussen en auto's van niet te achterhalen leeftijd of merk wriemelen zich een weg door de nauwe stegen, zich kennelijk niet storend aan de hagelwitte handschoenen van een overgeüniformeerde verkeersagent. Veel te jonge schoenpoetsertjes - "Ik heet Manuel, ben elf jaar oud en werk vijftien uren per dag" - begluren gretig de schuifelende toeristenschoenen, terwijl in deftig pak gestoken oudjes zich behoedzaam de haren kammen alvorens een ouderwets elegant koffiehuis binnen te stappen voor een gemoedelijke tertulia, een intellectuele babbel. Op een doordeweekse dag zit de zestiende-eeuwse barokkerk van Santa Clara eivol en wordt er gezongen, gebeden en kaarsen gebrand dat het een lust is. Voor wie uit het koele Europa komt, zijn de volkse taferelen in Quito een hele boterham.

Maar Quito zou Quito niet zijn als de stad niet zo hoog lag. 'Poort naar de hemel' is nog zo'n benaming waar de Quiteños prat op gaan. Dat heeft minder te maken met de godsvrucht van de inwoners dan met de spectaculaire ligging van de stad: drieduizend meter hoog, omringd door de hoogste vulkanen ter wereld. Nog geen honderd met bladgoud beladen barokke kerken die kunnen tippen aan de Cotopaxi of Pichincha, vijfduizend en zesduizend meter hoge bergen wier besneeuwde kegels immer verraderlijke rust ademen. "Quito", legt Henrique uit, "wordt constant bedreigd door aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. Maar geen kat gelooft natuurlijk dat het ooit zover komt."

Wie zuid- of noordwaarts de hoofdstad verlaat, moet over de Panamerican Highway, kortweg Panamericana genoemd, een wat eufemistische benaming voor de niet erg brede asfaltweg die het hele centrale bergland van Ecuador doorkruist. Aan de kant van de weg sjokken Indianen achter met rietbundels beladen lama's aan en staan Indianenkinderen royaal lachend te wuiven naar elk voertuig dat voorbijrijdt. De weg, die Alaska met Vuurland verbindt en tijdens de Koude Oorlog door de Amerikanen is aangelegd om marxistische staatsgrepen met een snelle troepenverplaatsing de kop te kunnen indrukken, heeft gelukkig nog een andere naam. La Avenida de los Volcanes, de vulkanenlaan, een idee van de Duitse wetenschapper Alexander von Humboldt. Hij kwam in het begin van de negentiende eeuw naar Zuid-Amerika om er flora, fauna, mens en landschap te bestuderen. De wetenschapper observeerde, tekende op, bracht in kaart. Onvermoeibaar. "De eerste ecologist," merkt Henrique op. In de negentiende eeuw al waarschuwde Humboldt voor de desastreuze gevolgen van ongebreidelde roofbouw.

Over de Cayambe, 5790 meter hoog, schreef de ietwat breedsprakige Duitser: 'Het is een monument voor de eeuwigheid waarmee de natuur een van de merkwaardigste opdelingen van de aardbol heeft willen bekronen.' De merkwaardige opdeling waarvan sprake is de evenaar, die dwars door de Cayambe heen loopt en hier dan ook zijn grootste hoogte haalt. De zon is nauwelijks aan haar klim begonnen als wij op een vroege ochtend voor de berg halt houden. Raadselachtig en doodstil glimt de besneeuwde top in het halfduister. "Ecuador", fluistert Henrique alsof de goden ermee gemoeid zijn, "is het echte dak van de wereld. Nergens ter wereld ben je zo ver van het middelpunt van de aarde verwijderd."

Door een landschap dat zich geleidelijk voor het oog ontrolt en majestueuze zwijgzaamheid uitstraalt, zetten we onze tocht zuidwaarts voort, met links en rechts van de weg vulkaan na vulkaan: de Sanguay, de Altar, de Tungurahua... De vulkanenlaan slingert zich door een verfijnd lappendeken van landerijtjes en weiden, alle gelegen op vruchtbare lavabodem. Er wordt graan geteeld, aardappelen, rijst, quinoa, eucalyptus. Henrique legt uit dat de Spanjaarden tijdens de kolonisering heel wat niet-inheemse vegetatie hebben aangeplant, en vooral in het geval van de eucalyptus heeft die praktijk onmiskenbaar kwade gevolgen gehad. "Een eucalyptus zuigt de grond leeg, verschraalt hem zodat andere planten er niet meer kunnen van profiteren en er erosie ontstaat." Maar hij heeft ook goed nieuws: "Een eind verderop, bij Palmira, passeren we een aanplanting van pijnbomen, vele honderden hectaren groot. Ideaal om de bodem te verstevigen. Werk van een Belgische niet-gouvernementele organisatie."

Dankzij Jan, Ana's Nederlandse man, hoeven we de hoogste berg van Ecuador, de Chimborazo, 6310 meter hoog, niet alleen op afstand te bekijken. We kunnen er ook op, althans tot op 5000 meter, de allerhoogste plek ter wereld waar je als gewone sterveling zonder klimuitrusting kunt komen. Maar zoveel exclusiviteit heeft haar prijs. Jan verduidelijkt: "Het overweldigende landschap, de bloemen, planten en dieren zijn een wezenlijk onderdeel van de culturele identiteit van de Indianenvolkeren. Het enige wat je hier als toerist mag achterlaten zijn je voetsporen." Elke bezoeker die onder Jans leiding de Chimborazo beklimt, betaalt vijf dollar voor een lokaal ontwikkelingsproject. Op weg naar de berghut stoppen de jeeps in een Indianendorp waar een school neergezet wordt. "Vroeger waren de kinderen hier dagelijks zes uur onderweg, van en naar school. Met onze excursies dragen wij bij aan de bouw van een eigen school, midden in het dorp."

De Chimborazo-indianen willen nader kennismaken en zouden ons wat graag de nieuwbouw laten zien, maar het weer op de Chimborazo kan makkelijk omslaan en Jan moet van de wolkenloze momenten profiteren. Over een met lavabrokken bezaaide piste kronkelt het langzaam naar boven, dwars door de páramos, onherbergzame, mistige hoogvlakten waar Andes-grassen plat tegen de grond aangroeien. Alleen de frailejones, een soort mengeling van cactus en agave, schieten er hoger op dan een meter. De páramo is de biotoop van beren, lama's en tapirs, maar het nobelste wezen dat er huist (zo nobel dat we het niet te zien krijgen) is zonder meer de condor.

Dertig kilometer rijden en een paar honderd meter moeizaam klauteren later zijn we ter bestemming, de Whymper-hut. De ervaring is a-dem-be-ne-mend. Letterlijk. Vijfduizend meter hoog is de lucht zo ijl en voel je je zo dunnetjes dat je aan spreken en Ooo!'s en Aaa!'s niet toekomt. Gewoon zuurstof happen is al een klus. Helemaal terecht heeft staatsman, bevrijder van Zuid-Amerika en (mislukte) Chimborazo-beklimmer Simon Bolívar zijn aan de berg opgedragen gedicht dan ook 'El delirium' genoemd.

Iedereen heeft ondertussen een warme trui aangetrokken en een bijtende wind jaagt dikke wolkenflarden over onze hoofden. Er worden helmen, knie- en handbeschermers uitgedeeld; wie alles keurig opgezet heeft, mag een fiets, sorry, een mountainbike uitkiezen en tegen een razende snelheid dalwaarts rijden, naar Riobamba.

Over dat Riobamba zou weinig te vertellen vallen als het niet een van de prettige stadjes was die tot ontwikkeling kwamen door hun ligging aan de spoorlijn Guayaquil - Quito. Over de spoorlijn zouden we overigens al even kort kunnen zijn, als ze niet vroeg in de negentiende eeuw was aangelegd en langs duizelingwekkende ravijnen, diepe dalen, hoge passen, duistere tunnels (onder andere door de zogenaamde Duivelsneus) en vochtig oerwoud leidde. Bovendien kun je die ene wagon die op het traject rijdt bezwaarlijk een trein noemen. Het vehikel heet dus maar autoferro, een versleten bus op rails, met de motor van een tractor. Wie daar zin in heeft, kan rustig op het dak plaatsnemen. Grappig, vindt ons toeristenverstand, maar Henrique roept tot de orde door het over de modderstromen te hebben. "Dat was El Niño, hij spoelde in '83 hele stukken spoorlijn zomaar weg. Vele spoorwegarbeiders zijn toen levend begraven in de blubber..." Gelukkig is de spoorlijn vijftien jaar later grotendeels hersteld en doet de trein het, ondanks alweer een hevig Niño-seizoen, naar behoren. Moet ook wel, want heel wat dorpen langs de spoorlijn beschikken niet over een andere vervoermiddel. Er leiden geen wegen naartoe, hooguit enkele voetpaden, en auto's hebben de Indianen in de bergdorpen sowieso al nauwelijks.

In dezelfde dorpen blijken tot onze verrassing steevast enkele Europees aandoende, veelal vervallen herenhuizen te staan, compleet met mansardedaken en ronde vensters. "De negentiende eeuw," zucht Henrique alsof hij er heimwee naar heeft. "De kolonisatoren brachten zelfs hun Europese vleugelpiano's per trein naar de Andes.."

Als we enige dagen later weer in Quito zijn, moet Ana nog iets van het hart: "Er is veel misère in dit land. Maar we hebben gelukkig ook erg veel te bieden. We hangen voor een heel groot stuk van het toerisme af. Het is belangrijk dat de mensen hier, of ze nu Indianen zijn of niet, iets aan jullie bezoek overhouden, maar", en ze gaat opnieuw woord voor woord aan het articuleren, "toeristen mogen niet brutaal worden en de levenssfeer van de bewoners niet verstoren." Ana blijft er de vrolijkheid zelve bij, gooit haar soep vol pikante ajisaus en neemt een flinke slok Chileense wijn. Het gezelschap heeft het hele land doorkruist, dagenlang aandachtig geluisterd en zich als duurzame toerist gedragen, dus mag er nu ook een keer gefeest worden. De rum wordt geheven en enkele studenten spelen met typische panfluiten en trommels ten dans. "Want we zijn toch allemaal gewoon mensen? Dus... Turismo responsable. Knoop het in je oren."

Ecuador praktisch

Begeleid: Wij bezochten Ecuador met Best Tours. Best Tours organiseert groepsreizen in diverse landen van Latijns-Amerika, waarbij het de reiziger vrijstaat aan de voorgestelde excursies deel te nemen, dan wel zelf op pad te gaan. Sinds drie jaar gaat een deel van het excursiegeld naar lokale ontwikkelingsprojecten. Info-lijn 24/24: 0900/27.672

De Ecuador-reis leidt ook naar het Amazone-gebied en is combineerbaar met een bezoek aan de Galápagos-eilanden (waarover dinsdag meer in onze wetenschapsbijlage Leonardo).

Erheen: KLM heeft vanuit Amsterdam wekelijkse lijnvluchten naar Guayaquil en Quito.

Munteenheid: sucre (1000 sucre = 10 fr.). Visa/Mastercard worden aanvaard in de grote steden.

Taal: Spaans, Quechua. Best-tours werkt met Nederlands-, Frans- en Engelstalige gidsen.

Klimaat: Amazonegebied en kustvlakte: vochtig en warm, Andes: gematigd tot fris.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234