Woensdag 11/12/2019

'Het Duitse keizerrijk van toen, dat is Amerika vandaag'

Het is een oude oorlog, wel goed voor een nieuw woord: klaprozenexplosie. Historica Sophie de Schaepdrijver verwijst ermee naar de manier waarop de herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog zich aankondigen. 'Al juich ik alle aandacht voor '14-'18 toe', zegt ze. Maar clichés zijn nooit goed. 'De Groote Oorlog was wél zinvol.'

We zitten in het Brusselse café Le Cirio en op tafel ligt een boek: Erfzonde van de twintigste eeuw. Natuurlijk zijn deze Notities bij '14-'18 die van Sophie de Schaepdrijver. In 1997 verscheen van haar De Groote Oorlog. Een standaardwerk is dat sindsdien, zij een begrip: haar naam is verbonden met de oorlog die nu maandag 95 jaar geleden eindigde met Wapenstilstand. De fascinatie hield niet op. Vanuit de Amerikaanse Pennsylvania State University, waar ze sinds 2000 doceert, blijft ze die oorlog volgen. Dit nieuwe boek is een bundeling van essays en columns erover. Nieuwe inzichten. Uitgebreide achtergronden. Verhalen onder meer over verzetsman Evarist De Geyter, over het treurende ouderpaar van beeldhouwster Käthe Kollwitz, over Cyriel Verschaeve. Over hoe Ieper niet alleen was: Dendermonde, Aarschot, Tamines, in Wallonië.

Over die fascinatie zegt Sophie de Schaepdrijver: "Ooit zal ik wel terugkeren naar de 19de eeuw en die rare burgerlijke cultuur van toen. Mijn fascinatie voor '14-'18 komt trouwens voort uit die burgerlijke cultuur die het had over plichten en landsverdediging... Maar ik heb net wel weer een boek afgewerkt over Gabrielle Petit (de jonge Brusselse vrouw die tijdens de oorlog voor de Britse inlichtingendienst werkte en in 1916 voor het vuurpeloton verscheen, RVP). Ze is nog altijd een Belgische nationale heldin. Wat we over haar weten, bestaat uit stukjes en brokjes. Ze werkte als verkoopster in Brussel, maar verder heb ik toch gereconstrueerd hoe ze als kind was, hoe ze opgroeide en waarom zij uiteindelijk geëxecuteerd werd. Dat was een bewuste keuze. In Berlijn vond ik een kopie van een telegram van de Duitse keizer zelf. Haar executeren was een zeer afgewogen beslissing. Zes maanden voordien was de Britse Edith Cavell ook geëxecuteerd en dat had een storm van verontwaardiging ontketend. Die executie was gebeurd zonder de keizer daarin te kennen. Nadien had hij verordend dat geen enkele vrouw mocht worden omgebracht zonder dat hij op de hoogte was." Voor Gabrielle Petit gaf keizer Wilhelm II een go. "Er moest wel een signaal zijn dat vrouwen niet konden ontsnappen. Zij was een wees, een gewone werkvrouw, ze had de minste contacten. Om haar zou geen protest ontstaan."

De vooravond van Wapenstilstand 2013 is eigenlijk ook een beetje de vooravond van de herdenking van honderd jaar Eerste Wereldoorlog.

"De klaprozenexplosie, jawel. Het is me iets te sloganesk. Ik heb er niks op tegen, alle aandacht voor '14-'18 juich ik toe. Maar we trekken wel altijd hetzelfde blik gemeenplaatsen open. Op de kerkhoven worden we bijvoorbeeld allemaal overweldigd door hoe erg het wel is dat al die jongens dood zijn. Natuurlijk is dat erg, maar op basis daarvan ga je niet meer verder denken. De vraag is wat die gewone soldaten naar zo'n oorlog dreef. Een heel belangrijk boek daarover is Lenteriten van Modris Eksteins. Dat boek stelt die vraag: hoe is dat kunnen doorgaan, wat was er in de cultuur van die tijd aanwezig dat die oorlog denkbaar werd en vruchtbaar was.

"We wéten inmiddels dat het erg was. Maar niet hoeveel dwang er was, hoeveel gevoel, wat de rol van de godsdienst was, hoe het met het plichtsbesef zat. En we moeten van het idee af dat al die jongens willoze slachtoffers waren. In veel gevallen hadden ze zeker wel een hekel aan die oorlog, maar toch... er was relatief weinig desertie. Zelfs de Franse muiterijen in 1917 waren geen opstanden tegen het oorlogvoeren of tegen het idee van landsverdediging. Ze ageerden wel tegen de offensieven."

Opvallend in uw boek is het verhaal van Käthe Kollwitz. Haar Treurend ouderpaar op de begraafplaats van Vladslo drukte niet alleen rouw uit. Er zat ook iets van offer in: een beetje trots dat hun zoon zijn leven mocht geven voor het ideaal.

"Haar standbeeld maakt deel uit van de oorlogscultuur, maar het was ook bedoeld als een soort herdefiniëring van de dood in de oorlog als offer. En dat is net wat zo'n oorlog denkbaar maakte. Dat zelfs iemand als Kollwitz het idee van het offer omhelsde... Het idee dat het een subliem moment was. Als je zo gaat verder graven, wordt het veel interessanter en beklijvender dan die al te snelle boodschap die nu van het standbeeld uitgaat. Het is heel aangrijpend en het is heel erg. Dat is zo en dat is natuurlijk nuttig. Maar, onder meer, in de Verenigde Staten zie ik de ravages van een cultuur die onvoldoende beseft dat een oorlog een ramp is. In mijn lessen zitten oud-strijders van twintig jaar. Jongens die in Irak zaten en helemaal kierewiet onder de Prozac en de Xanax zitten.

"Een zoon van een kennis moest en zou dienst doen. Hij is achttien jaar. Twee maanden geleden is hij op een mijn gelopen: hij is zijn beide benen kwijt. In die familie zit diezelfde cultuur: hij wilde nu gaan, ze konden hem toch niet tegenhouden? Zo was het met Käthe Kollwitz' zoon ook. Ze wilden hem niet tegenhouden, het was zijn keuze op dat sublieme moment. Als hij dat offer wilde brengen, moesten ze hem steunen. Terwijl mensen vergeten dat het leven nog lang duurt na dat sublieme moment. Ik vind dat belangrijk. Als je dus begint met Käthe Kollwitz-vredeswandelingen, moet je ook dat vertellen. Dat haalt de waarde van dat monument niet naar beneden."

U hamert ook erg op het Belgische karakter van de Eerste Wereldoorlog. Terwijl het hier altijd vertaald wordt naar een Vlaams bewustzijn.

"De Vlamingen in het IJzerleger hoorden net zo goed tot een leger dat een oorlog ter landsverdediging uitvocht en dat bijdroeg tot de bevrijding. In die zin was het dus al Belgisch. Hun dood is na de oorlog gerecupereerd tot de dood voor een onafhankelijk Vlaanderen, maar zelf hadden ze geen stem meer. Ze zijn gewoon postuum gemobiliseerd door Cyriel Verschaeve, die nooit naar een soldaat had geluisterd. Het waren pionnen in zijn eigen visies. Natuurlijk heeft de oorlog veel Franstalige onwil getoond, maar het is niet zo dat er geen Belgische omgeving bestaat. En natuurlijk was er na de oorlog een ontzaglijke ontgoocheling. Maar de Belgische samenleving is niet, zoals in Duitsland wel gebeurde, uit elkaar gevallen.

"'14-'18 is na de oorlog een Vlaamse mythe geworden. Een zogezegd begin van het besef van een Vlaamse natie, terwijl je een natie nooit beséft. Alleen is het Belgische verhaal steeds ieler gaan klinken, niemand nam het op zich. In welke taal had dat ook moeten gebeuren? Alleen in het Frans? Dan telt het niet. Als je niet tweetalig bent, dan heb je geen verhaal."

Toen begin dit jaar de plannen voor de herdenking van honderd jaar Eerste Wereldoorlog bekendgemaakt werden, maakte u zich daar al druk over. Net zoals over het feit dat historici niet geconsulteerd werden.

"Dat is geen toeval. Bij historici bestaat er trouwens een consensus over dat Belgisch verhaal. Maar voor de toeristische diensten is dat een beetje moeilijk en dus doen ze het maar niet. Ik zeg niet dat het kwade wil is, maar men is er wel bang voor om de kip met de gouden eieren te slachten. 'We zullen het maar niet te moeilijk maken.' Nog eens: die vredestoerbussen en die klaprozen zijn op zich wel een goede zaak, maar ik zie mijn taak anders. We zouden elkaar daarin ook kunnen ontmoeten in iets dat iets minder direct is. Je ziet dat toch ook in film en literatuur: het publiek staat er heus wel open voor een verhaal met meerdere ingangen."

U pleit er bijvoorbeeld voor om goed na te denken over die 'Nooit meer oorlog'-slogan. U vindt níét dat de Eerste Wereldoorlog een zinloze oorlog was.

"Het 'Nooit meer oorlog'-debat moeten we ten gronde voeren. Wat hadden we immers moeten doen in 1940? Hadden we aan de Duitsers moeten zeggen: laat maar komen, wij voeren 'nooit meer oorlog' en dus verdedigen we ons land niet meer? Gaan we dat morgen ook doen als de salafisten ons land binnenvallen? 'Kom maar af, ik zal mijn zoon van 13 wel een hoedje op zijn hoofd laten zetten?' Dan omhels je inderdaad een fundamenteel pacifisme en kan de stoet van klaprozen beginnen.

"Het is zo'n cliché, dat van die zinloze oorlog. Hij was niet zinloos. We vergeten dat Duitsland op dat moment een grootmacht was met een bijzonder machtig leger. Het Amerikaanse leger was minuscuul, zo klein als het Belgische. Idem voor Engeland. Stel dat niemand weerwerk had geboden en de oorlog meteen voorbij was, dan had het Duitse rijk zich uitgestrekt tot aan de Pyreneeën. Dan was er geen Ieperboog, dan was Verdun er niet geweest. Maar het punt is: heb je dan wél vrede? Want je hebt militaire agressie beloond en waar stopt dat dan? Zou dat dan vrede opgeleverd hebben?

"Het Duitse rijk was gevormd op de Franse nederlaag in 1870. Die had Duitsland ingrijpend veranderd, zeker de politieke cultuur. Het idee van bloed en ijzer kwam van daar. Het is dus maar de vraag wat er was gebeurd als we de Duitsers hadden laten doen. Voor hen was het misschien een absurde oorlog, maar niet voor ons.' Absurd' is een conceptueel zwaktebod en is onzinnig. Net zoals het idee dat al die soldaten slachtoffers waren. Er zat veel vrije keuze bij. De grote tragedie is niet dat men zich heeft verdedigd, maar wel dat de hele Europese cultuur doordesemd werd door geweld en brutaliteit."

Hoe kijkt men in Amerika tegen die Eerste Wereldoorlog aan? U doceert er Europese geschiedenis. Is er interesse voor?

"Er bestaat steeds meer belangstelling voor. In Kansas City is onlangs nog een groot nationaal World War I-museum geopend. Het is iets patriottischer van inslag dan wat hier gebeurt, maar er is wel veel historische cultuur. Geschiedenis als vak wordt op de middelbare school en aan de universiteiten veel serieuzer genomen dan in Europa. (smalend:) Hier is zelfs herdenken mogelijk zonder historici. Wat eigenlijk hetzelfde is alsof men het over ziektebeelden zou hebben zonder specialisten te raadplegen. In de States wordt geschiedenis overigens als keuzevak genomen door studenten die rechten of chirurgie of chemie studeren. Aan al die mensen geef ik dus les.

"Zelf heb ik het gevoel dat ik op de middelbare school geen geschiedenisles heb gekregen. We leerden alleen de grote lijnen, maar geen feiten. Pas toen ik in de trein zat om me aan de universiteit in te schrijven, heb ik beslist om geschiedenis te gaan studeren in plaats van geneeskunde."

Van historisch besef gesproken: u werd exact op 11 september 2001 veertig. Bij ons sprak Mark Eyskens die avond over het begin van de Derde Wereldoorlog. Voelde u dat daar in de States ook zo aan?

"Dat idee had ik niet. De Verenigde Staten zijn een heel verdeeld land. Op de universiteitscampus werd nogal oppositioneel gedaan, terwijl het platteland errond diep Republikeins is. Ik herinner me dat een collega op de campus meteen zei: 'Dit is het gevolg van onze buitenlandpolitiek.' Eigenlijk was dat een zeer extreme reactie, had die man dat drie kilometer verderop in het openbaar verteld, dan was hij gelyncht. En binnen de kortste keren stonden ook alle studenten met Amerikaanse vlaggetjes te zwaaien. Heb jij na de aanslagen op de metro in Londen iemand met de Union Jack zien zwaaien? De Verenigde Staten staan nog veel meer waar wij in '14-'18 stonden.

"Ik had dat idee van die Derde Wereldoorlog dus niet, een veel diepere indruk op mij maakte de beslissing nadien om met Irak in oorlog te gaan. Ik weet nog waar ik was toen ik dat hoorde. Mijn mond viel letterlijk open, omdat ik dat het absurdste vond wat ik ooit had gehoord. Het was van zo'n afgrijselijke domheid... Iedereen wéét dat Irak niks met die aanslagen van 9/11 te maken had. Ze hadden dus net zo goed Mexico kunnen binnenvallen.

"Daarin doet Amerika mij vandaag heel erg denken aan het keizerlijke Duitsland. Dat Duitsland, níét het nazi-Duitsland van later, is het Amerika van vandaag. Die verheerlijking van het leger, dat patriottisme, dat verraderlijke idee dat je met wapens respect wilt afdwingen in de wereld. Daar is geen einde aan. Want wanneer heb je genoeg respect? Nooit, want het is niet peilbaar. Bismarck ging nog ten oorlog om zijn gebied te vergroten, maar onder Wilhelm II ging het ook alleen om respect. Dat doet Amerika nu ook. En dat is buitengewoon gevaarlijk."

En dat voor een land dat geleid wordt door een Nobelprijswinnaar Vrede.

"In dat idee van Obama als vredesduif heb ik nooit geloofd. Hem de Nobelprijs voor de Vrede geven was net zo belachelijk als toen ze hem aan Henry Kissinger gaven. Het is bijna een selffulfilling prophecy. Het idee dat Obama vrede en harmonie zou bewerkstelligen, stoort me enorm."

Tot slot: ook vaste prik rond Wapenstilstand is de aandacht voor de war poets. Is er één van die dichters en één gedicht dat meer de kern van de Eerste Wereldoorlog heeft geraakt dan andere?

"'On Seeing a Piece of Our Artillery Brought into Action', een gedicht van Wilfred Owen dat gebruikt wordt in het War Requiem van Benjamin Britten. Het is een heel ambivalent gedicht, de paradox in het hart van de oorlog geeft het bijzonder goed weer. Aan de ene kant zegt het: het moet. Owen roept het kanon ook op om te schieten. Aan de andere kant zegt hij: het is afschuwelijk: 'May God curse thee'. Men citeert heel vaak rouwgedichten, maar wat mannen als Siegfried Sassoon en Robert Graves tijdens de oorlog dachten, was niet dat wat ze nadien dachten. Graves juichte op 11 november 1918, maar tien jaar later hoorde je hem dat niet zeggen. Owen had die complexiteit wel. Hij is echter gesneuveld."

Be slowly lifted up, thou long black arm,

Great gun towering towards Heaven, about to curse;

Sway steep against them, and for years rehearse

Huge imprecations like a blasting charm!

Reach at that Arrogance which needs thy harm,

And beat it down before its sins grow worse;

Spend our resentment, cannon - yea, disburse

Our gold in shapes of flame, our breaths in storm.

Yet, for men's sakes whom thy vast malison

Must wither innocent of enmity,

Be not whitdrawn, dark arm, thy spoilure done,

Safe to the bosom of our properity.

But when thy spell be cast complete and whole,

May God curse thee, and cut thee from our soul!

Sophie de Schaepdrijver, Erfzonde van de twintigste eeuw. Notities bij '14-'18, Houtekiet-Atlascontact, 256 p., 18,50 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234