Maandag 25/10/2021

Het dopingnetwerk rond 'The Boss'

Het Usada-rapport zegt het letterlijk: 'Lance Armstrong had een klein leger van handlangers, bestaande uit dopingdokters en dopingsmokkelaars.' Er was een brein (Michele Ferrari), een koerier (Motoman) en iemand die alles overschouwde (Johan Bruyneel). Het netwerk achter 'het grootste bedrog in de geschiedenis van de sport.'

'Schumi', zo noemde Lance Armstrong de ingenieur van zijn dopingprogramma, omwille van de familienaam uiteraard. Hun samenwerking zou volgens getuige Frankie Andreu zijn begonnen in 1995.

Een jaar eerder had Ferrari zijn expertise getoond bij de Italiaans-Zwitserse Gewiss-ploeg. Die bezette in 1994 in de Waalse Pijl met Moreno Argentin, Giorgio Furlan en Eugeni Berzin het hele podium. Drie dagen eerder had Berzin ook Luik-Bastenaken-Luik gewonnen. Voor ... Lance Armstrong. Na de demonstratie in de Waalse Pijl getuigt ploegarts Ferrari on the record over epo. Hij noemt het 'ongevaarlijk'.

De Italiaanse dokter stond nooit officieel op de loonlijst van US Postal of Discovery Channel, maar het staat buiten kijf dat Ferrari de architect was achter de zeven Touroverwinningen van Armstrong. Hij stelde de trainingsschema's op, handgeschreven, waarbij codes met puntjes, bolletjes en cirkels aangeven op welke momenten epo dan wel testosteron moest worden gebruikt.

De knepen van het vak: olijfolie als maskerend middel voor testosteron (bijnaam: the Oil) en epo rechtstreeks ingespoten in de ader, om de kans op detectie te minimaliseren.

Ferrari haalde zijn kennis uit eerste hand: hij was binnen de academische wereld assistent van Francesco Coconi, de man die als lid van de medische commissie van de UCI verondersteld werd de epo-test te ontwikkelen . In werkelijkheid stelde Coconi zijn knowhow vooral ten dienste van het peloton. Lance Amstrong vertelde rond die tijd aan George Hincapie: "Die test op epo wordt ontwikkeld door Coconi en ik ken een paar van zijn vrienden die me hebben uitgelegd hoe die werkt."

Hoewel Armstrong vanaf 2004 vaak herhaalde - ook onder ede - niet meer met de verbrandde Ferrari samen te werken, toont het Usada-rapport aan dat hij tot het eind van zijn carrière betaalde voor advies van de Italiaan.

Armstrong onderhield tot 2010 emailcorrespondentie met Ferrari's zoon Stefano, die opereerde als tussenpersoon. In totaal betaalde Armstrong meer dan 800.000 euro aan Ferrari voor trainings- en dopingprogramma's.

Coach van US Postal die Armstrong naar eigen zeggen introduceerde bij Michele Ferrari. Carmichael gold als de persoonlijke trainer van Armstrong, een reputatie die hem geen windeieren legde in de States, waar 'Carmichael Trainingsystems' een begrip is.

Zijn bekendste uitspraak: "Er zijn maar vier mannen die weten wat er aan de hand is met het lichaam van Lance Armstrong: Michele, ik, Johan (Bruyneel, JPDV) en Freddy Viane" (zijn Belgische soigneur, JPDV). Het vermoeden bestaat dat hij een soortement stroman was, bedoeld om de aandacht af te leiden van Ferrari. In de huidige zaak rond Armstrong wordt Carmichael niks ten laste gelegd.

Verving in 1998 Jonny Welz aan het hoofd van de US Postal-ploeg. Het rapport zegt dat hij 'uitverkoren' was door Lance Armstrong. In de jaren die volgden zouden de twee hun lot aan elkaar blijven verbinden. Bruyneel was bij zijn aanstelling als manager net renner af. Hij kwam over van het Once-team van Manolo Saiz.

Dat hij daar de stiel leerde blijkt uit de getuigenis van Jonathan Vaughters: "In september '99 sprak ik met Bruyneel over de Tour. We spraken over het feit dat andere ploegen in de media vertelden dat Armstrong een dopingproduct had dat geproduceerd was door NASA. Johan zei: "Als de mensen eens wisten dat we eigenlijk net dezelfde hoeveelheid doping gebruiken als in mijn tijd bij once. Eigenlijk gebruikten we zelfs veel meer bij once.' Toen ik in 2000 overstapte naar Crédit Agricole, verbaasde het me dat de ploeg geen algemeen dopingplan had. Ik gebruikte zelf regelmatig epo-ampullen die ik nog had van mijn tijd bij US Postal."

Bruyneel had volgens Vaughters ook inside information over aankomende dopingcontroles: "De mensen bij US Postal, Johan Bruyneel en de verzorgers inbegrepen, hadden een uitstekend waarschuwingssysteem wat dopingtests betrof. Meestal kregen we een uur op voorhand bericht dat er getest zou worden. Dat gaf ons genoeg tijd om een zout-oplossing in te spuiten, het product waarmee je je hematocrietgehalte kan doen dalen. Ik heb dat in '99 zeker drie of vier keer gedaan."

Zeker is dat Bruyneel 'een intieme kennis van alle significante details van het dopingprogramma' had binnen US Postal. Hij stond in directe communicatie met Ferrari, was altijd aanwezig tijdens transfusies en verschafte ook eigenhandig producten.

Hij zat in juni 2000 mee aan boord met Lance Armstrong, Kevin Livingstone en Tyler Hamilton op een vlucht naar Valencia, waar de renners voor het eerst een bloedtransfusie ondergingen. Het rapport stelt: "Bruyneel was van mening dat de Tour het beste en het slechtste in de mens naar boven brengt. Die dag in Valencia bereikte hij een nieuw, donker dieptepunt." Bruyneel initieerde ook dopinggebruik bij jonge renners in de ploeg.

In 1997 vervangt hij Prentince Steffen als ploegarts van US Postal. Getuigen noemen dit het vertrekpunt van het georganiseerd dopinggebruik binnen de Amerikaanse ploeg. Hij gaf renners openlijk epo - voor de Festina-Tour - in flesjes water waarop bestemmeling en dosering duidelijk stonden beschreven.

Zijn onderkoelde modus operandi zou aanzienlijk veranderd zijn na de Festina-storm. Tijdens de Tour van 1998 spoelde hij voor duizenden euro's aan doping door het toilet uit angst voor een razzia van de politie.

Tijdens het WK van 1998 speelde Celaya een stunt klaar door Lance Armstrong een zoutoplossing toe te dienen terwijl een UCI-controleur op hem stond te wachten. De Spaanse dokter smokkelde het goedje in de kamer onder zijn regenjas.

Veel renners getuigen over hem als een vriendelijke, extraverte dokter, die oprecht begaan was met hun gezondheid. Toeval of niet: in 1999 vervangt Lance Armstrong hem als ploegdokter door Luis Garcia Del Moral. Volgens de getuigen omdat hij te conservatief was in zijn dopingprogramma. Een uitspraak van Lance Armstrong: "We kunnen zo wel clean trainen. Hij neemt je temperatuur voor hij een cafeïnepil wil geven."

Spaanse dokter die in 1999 meekwam met manager Bruyneel uit de Once-ploeg van Manolo Saiz. Hij moest een agressiever dopingbeleid voeren, en deed dat volgens diverse getuigen met verve. "Nors, agressief en bijna altijd gehaast", zegt Christian Vande Velde. "Hij kwam binnen en er zat al snel een naald in je arm."

Het rapport schildert hem af als weinig minder dan een 'Mengele-light'. "Hij diende renners producten toe zonder hen de aard ervan mee te delen. Soms leek hij hen als proefkuikens te gebruiken, om te zien wat het effect van een bepaald product was. Bloeddoping kende voor hem weinig geheimen."

George Hincapie getuigt over een bezoek van Armstrong en Del Moral aan zijn appartement in Gerona in 2003. "Ze vroegen of ze een kapstok konden lenen, deden de deur achter zich dicht en bleven vijfenveertig minuten weg." Het rapport verduidelijkt: "vijfenveertig minuten is de gemiddelde tijd die nodig is voor een bloedtransfusie. Meestal wordt de bloedzak vastgemaakt aan een kapstok die dan aan de muur gehangen wordt. Dat faciliteert de transfusie."

Het werkterrein van Del Moral beperkte zich niet tot het wielrennen: tennister Sara Errani verbrak alle banden na het onderzoek van Usada. Voetbalclub FC Barcelona haastte zich met de mededeling dat Del Moral nooit officieel op de loonlijst had gestaan.

Over 'Motoman' is weinig geweten. Zijn naam zou Philippe zijn, en zijn officiële functie was klusjesman of tuinman van Lance Armstrong. Armstrong schakelde hem in tijdens de Tour de France, zeker in 1999 maar wellicht ook daarna. De man volgde de Tourcaravan, op de moto, met een thermos vol EPO en een telefoon met betaalkaart.

Het is Tyler Hamilton die eerder over hem schreef in zijn boek 'The secret race'. Daar staat: "Simpel: als we Edgar (codenaam voor epo, JPDV) nodig hadden, laveerde Philippe door het Tour-verkeer voor een snelle drop-off. Trouwens, we waren er nogal zeker van dat andere teams hun eigen versie hadden van Motoman."

'Officieel trainer' binnen de US Postal-ploeg, maar de renners kenden hem als 'de koerier'. Hij vervoerde en verdeelde de producten. Getuige Betsy Andreu vertelt over een avond in restaurant Villa d'Este in Nice.

"Het diner begon later dan voorzien, omdat Marti epo zou meebrengen voor Armstrong en liever 's avond de grens overstak. Het spul zat in een bruin zakje. Armstrong opende het met de woorden: 'het vloeibare goud.'"

Ook Hamilton getuigt over de rol van Marti: "Rond die tijd kreeg ik epo uit het ziekenhuis van Del Moral in Valencia. Ofwel ging ik het zelf halen, ofwel kwam Marti het brengen in Gerona." Marti fungeerde ook even als trainer van Alberto Contador. Tot op vandaag bestaat er onduidelijkheid over hun relatie.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234