Maandag 21/10/2019

Het donkere talent van Jef Nys(1927-2009)Walter Pauli

In de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal wordt vandaag striptekenaar Jef Nys begraven. ‘De tekenaar die best wel wist dat het leven niet alleen uit geintjes en vrolijke vrienden bestond: dat was de beste Nys’, schrijft Walter Pauli.

Vandaag wordt de 82-jarige Jef Nys begraven. De tekenaar van Jommeke, vergeleken met Willy Vandersteen en Marc Sleen toch de braafste van de ‘grote drie’ van het Vlaamse beeldverhaal, zo gaat zijn reputatie.Zoals dat gaat met reputaties zit daar een zekere grond van waarheid in. Er zit niets kwaads in het gros van de Jommeke-albums, waar slechteriken in het beste geval stouteriken zijn. Die Jef Nys werd de voorbije week overal uitgewuifd, en niet onterecht: als striptekenaar voor kinderen heeft hij zijn verdienste. Maar er is ook nog een andere Jef Nys, een die best wel wist dat het leven niet alleen uit geintjes en vrolijke vrienden bestond. Dat was de beste Nys.Jef Nys was een katholieke striptekenaar, in een tijd dat zulks nog zeer gewoon was in Vlaanderen. Jef Nys draaide er in zijn jonge jaren dan ook zijn hand niet voor om om uitgesproken katholieke stripalbums te tekenen. De stijl had veel weg van het realisme van de avonturenstrip Biggles van Willy Vandersteen, maar bij Nys waren de helden pausen (Johannes XXIII, Pius X), heiligen (de al te vrome Bernadette Soubirous van Lourdes) en bovenal Vlaamse pastoors, paters en priesters, bij voorkeur missionarissen. Nys was trouwens niet de enige. Jijé, die Robbedoes en Kwabbernoot tekende voordat Franquin die reeks overnam, leverde in die tijden ook een strip over Don Bosco. Toen was dat niet ongewoon.Dat Jef Nys aardig kon tekenen, bewees hij in De reus van Bengalen, een diepkatholieke actiestrip - dat lijkt een tegenspraak maar is het niet - over de West-Vlaamse jezuïet Constant Lievens. Zo’n onderwerp kan kwezelig klinken, maar die Lievens was echt een straffe kerel, een ‘bevrijdingstheoloog’ voor dat woord bestond. Zijn werkterrein was Oost-Bengalen, in het toen nog door de Britten gedomineerde Indische continent. Lievens won zieltjes, met duizenden tegelijk, en dat kon hij maar omdat hij zich opwierp als een katholieke Max Havelaar: een lefgozer die de rechten van paria’s en armen verdedigde tegen puissant machtige heren en hun knokploegen in, tot in het hooggerechtshof toe. Dat leidde tot spanningen met de eigen kerkelijke hiërarchie, voor wie het allemaal wat minder sociaal en politiek mocht, wat rustiger en ‘christelijker’ vooral. In de tekenpen van Jef Nys komt Stan Lievens naar voren als een cowboy in missionarisoutfit, met rijlaarzen en op zijn paard galopperend van dorp tot dorp, vechtend tegen onrecht. En om de zoveel pagina’s al biddend, dat ook.

Grauwe sociale drama’s

Dat is de maatschappelijke achtergrond van de eerste Jommekes: de late jaren vijftig, vroege jaren zestig. Wij kennen die periode nu als de optimistische ‘Expojaren’, maar dat was het uithangbord. De reclame voor een tijd die vanzelfsprekend niet zo glitterde als de public relations toonden. De late jaren vijftig, vroege jaren zestig, waarin het gros van de jongeren op hun vijftiende en in het beste geval op hun achttiende ging werken. Een land met grauwe sociale drama’s. De mijnramp van Marcinelle, met 262 slachtoffers, en de instorting van de mergelgrotten van de Roosberg in Zichen-Zussen-Bolder, waarbij achttien arbeiders het leven verloren. Het was een tijd waarin er nog weeshuizen waren, en kinderkolonies voor de vakanties.In dat Vlaanderen groeide Jef Nys op. Niet als een rebel maar als een tekenaar, en dus als een observator. Dat land, die samenleving met haar ruwe trekjes en haar armoede, is het decor van de vroegste Jommekes. Op het eerste gezicht is Het hemelhuis (1960) suikerspin en ouderwetsheid troef: Jommeke en co. vinden een baby en voeden die op zonder dat hun ouders het weten, met alle luierproblemen van dien. Tot blijkt dat het kind te vondeling is gelegd, volgens een begeleidend briefje door een van ziekte uitgeteerde moeder: “Ik heb geen familie of kennissen die mijn kindje kunnen grootbrengen. Ik smeek de goede mensen, die mijn kindje willen bijhouden, er goed voor te willen zorgen. De goede God zal hen zeker belonen. Dat vraagt u de diepbedroefde moeder van dit kindje, dat Polleke gedoopt werd.”Natuurlijk is het ‘eind goed, al goed’ - Jef Nys is bepaald geen Vlaamse Camus - maar zelfs als de moeder helemaal op het einde genezen blijkt, tekent Nys haar zoals zo iemand er toen uitzag: een in het donker geklede vrouw. Niets gothic, zo’n sukkeltje met een rok tot onder de knie en een wit hemd onder de pullover.Het doet nu lachwekkend aan om in De muzikale Bella Theofiel, de vader van Jommeke, hardop reclame te zien maken voor de christelijke spaarkas BAC, eerlang opgegaan in Dexia, of voor de Zwitserlandreizen van de Christelijke Mutualiteiten. Latere versies van het verhaal werden dan ook netjes hertekend. Dat is jammer, want zijn beeld klopte wel: het waren kinderen die anders niet met vakantie konden. Ukjes met een zwak gestel die in de bergen moesten aansterken. Vandersteen heeft trouwens ook een Suske en Wiske-album getekend (De klankentapper, 1961) waarin een ‘ijzeren long’ centraal staat, tot ergens in de jaren zestig de standaardbehandeling voor poliopatiënten. Is dat ouderwets katholiek? Voor wie zijn geschiedenis niet kent: zeker wel. Maar toen hoorde het bij het typische sociale engagement zoals de Christelijke Arbeidersbeweging dat propageerde: in Het Volk voor volwassenen, in de kinderbijlage Het Kapoentje voor het publiek van Jef Nys.Het moest natuurlijk niet allemaal sociaal verantwoord zijn. De jonge Jef Nys was op zijn best als hij het in zijn ogenschijnlijk brave Jommekes eens donkerder, meer ambigu en griezeliger mocht maken. Zou het toevallig zijn dat het eerste officiële Jommeke-album, De jacht op een voetbal, begint met een sterfscène? In zijn vroegere albums schuwt Nys overigens geen lugubere scène, zeker voor zijn piepjonge lezerspubliek. In De zonnemummie (1962) komt Jommeke terecht in een best wel spooky museum waaraan hij een akelige nachtmerrie overhoudt, om midden in het album te sterven - zo lijkt het toch voor de vrienden, en ook voor de verbouwereerde lezertjes.

Bittere humor

Zijn meesterwerk in dit genre is overigens Pieter Bruegel uit 1957, waarin bittere humor en akelig realisme hand in hand gaan, van de eerste tot de laatste pagina’s. Het is geen echte biografie van Bruegel zelf, wel “fantazijtjes”, zoals de auteur het zelf noemde.Eigenlijk maakte hij een sociale kritiek van het ‘arm Vlaanderen’ zoals dat toen in Davidsfondskringen werd aangeleerd. De vader van Bruegel sterft als hij dronken door het ijs zakt (buren raden het juiste wad omdat het water naar drank ruikt), ze moeten uit hun woonst van een vrekkige huisbaas, tijdens het bedelen wordt zijn moeder doodgeknuppeld, hijzelf leidt als kind een armoedig bestaan bij een hereboer, met als cynische scène de beroemde ‘boerenbruiloft’: bij Jef Nys beginnen al die dikke, vadsige Brabanders hun worsten, knoken, korsten en lege bierpullen naar het hoofd van de hongerig toekijkende Pieter Bruegel te smijten. Die overweegt zelfmoord, tot hij gered wordt door andere sukkelaars.Tranerig? Welnee, want voortdurend is de strip doorspekt met Tijl Uilenspiegelachtige humor, die deze even bijtende als fascinerende sociale kroniek voor kinderen ook voor hen verteerbaar maakt.Het zou Jef Nys dus onrecht aandoen om hem af te rekenen op de ellenlange rij al te commerciële Jommekes die de laatste jaren de striprekken van warenhuizen vullen. Hij kon eigenlijk veel beter, en hij heeft dat ooit ook gedaan. Om dat te kunnen lezen is het wellicht even zoeken in de ramsj of op stripbeurzen. Maar zoals Nys dat zelf zei: ‘Wie zoekt die vindt’ (Jommeke nr. 19, 1964).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234