Maandag 14/10/2019

'Het doel is: van poëzie een gebeurtenis maken'

Contact, de nieuwe bundel van Maarten Inghels (29), verschijnt vandaag. De stadsdichter van Antwerpen geeft over exact een week de fakkel door aan Maud Vanhauwaert (34). Hét moment voor een gesprek over zin en onzin van dat stadsdichterschap. Jozefien Van Beek

Goeiedag. U spreekt met Maarten Inghels. Voor het eerste stadsgedicht druk 1." Twee jaar lang kon u op 03/369.78.88 op elk moment van de dag én de nacht poëzie horen voordragen door Inghels himself. De stadsgedichten in alle intimiteit rechtstreeks in uw oor. Verder liet hij verzen tatoeëren op tien lichamen, schreef hij een gedicht met vuur, ondernam hij een voettocht van de bron van de Schelde naar huis, én plaatste hij in de zogenaamd 'imagoverlagende' nachtwinkels flikkerende neonborden met 'poetry' op. Het mag duidelijk zijn: Inghels heeft niet stilgezeten.

Over exact een week neemt zijn opvolger het van hem over: Maud Vanhauwaert, bij het brede publiek bekend van Iedereen beroemd, waarin ze spontaan poëzie voordroeg aan toevallige voorbijgangers, is er klaar voor. Op Gedichtendag wordt ze de negende stadsdichter. Daarmee treed ze in de voetsporen van onder meer Tom Lanoye, Ramsey Nasr en Bart Moeyaert.

Laten we eerst terugblikken: Maarten, heeft het stadsdichterschap je werk veranderd?

Inghels: "Absoluut. Dat zie je ook in mijn nieuwe boek: ik ben uit mijn vorm gebroken. Veel van de gedichten schipperen tussen essay, proza en poëzie. Ik gebruikte vragen en beelden, heel alternatieve vormen.

"Tom Lanoye is er als eerste stadsdichter gigantisch over gegaan - op een goede manier - door zijn gedicht op de boerentoren te plaatsen. Vormelijk en inhoudelijk klopte dat perfect. Nadien is het stadsdichterschap gaan uitzwermen over heel Vlaanderen en heeft elke stad, elk dorp, zelfs elke wijk nu een dichter. Je ziet overal gedichten verschijnen op baches en plakkaten. Maar het stadsdichterschap kan ook een ondervraging zijn van de poëzie zelf. Ik wilde beeldend werken, én mijn poëzie zo veel mogelijk laten samenvallen met mijn persoonlijk leven. Meer dan ooit heb ik mezelf in de strijd gegooid, met als meest extreme voorbeeld de tatoeage die ik nu als souvenir heb."

Maud, heb jij al een idee van wat je wil doen?

Vanhauwaert: "Eigenlijk heb ik het gevoel dat ik al jaren stadsdichter ben, in die zin dat ik al lang op zoek ga naar nieuwe manieren om van poëzie een gebeurtenis te maken, meer dan gewoon een stilleven op papier. De voorbije jaren had ik twee scènes met elk hun eigen wetten: het blad papier en het podium. Nu komt er een derde scène bij: de stad.

"Ik heb al wel wat ideeën liggen, maar eigenlijk wil ik vooral als een onbeschreven blad beginnen. Was het niet Louis Paul Boon die zich als seismoloog zag? Ik wil zoals hij de trillingen van de stad voelen en daarop reageren, en tegelijk met elk gedicht een nieuwe definitie geven van wat poëzie zou kunnen zijn. Ik heb nog maar twee bundels geschreven, omdat ik pas iets wil publiceren als het iets helemaal nieuws is. Intussen heb ik al meer dan vijftig nieuwe gedichten, dus ik zou er makkelijk een kaft om kunnen trekken, maar ik voel niet die noodzaak."

Inghels: "Dat herken ik. Elk van mijn boeken is compleet anders dan de voorgaande. Ik heb de grootste bewondering voor Hugo Claus net omwille van die veelzijdigheid. Leg Het jaar van de kreeftnaast De Oostakkerse gedichten: dat is een andere schrijver. Als kunstenaar moet je telkens iets totaal anders doen."

Vanhauwaert: "Niet altijd gemakkelijk. Ik krijg soms reacties: ik vond je vorige gedicht beter. Een maffe gewaarwording, in competitie te staan met je eigen werk."

Inghels: "Terwijl je meestal je laatste gedicht je beste vindt. En toch ben ik altijd nerveus bij een nieuw boek."

Vanhauwaert: "Dat is net goed: je moét denken dat je de wereld een draai gaat geven, dat lichtjes megalomane is belangrijk. Althans op het moment dat je iets gaat publiceren, daarna is het verstandig en gezond om er een grote dosis relativering tegenaan te gooien en te beseffen dat je de wereld- of literatuurgeschiedenis niet gaat veranderen. Maar dat gevoel - hoe kortstondig ook - dat er iets op het spel staat, is fundamenteel."

Ervaren jullie dit ambt als een eer?

Vanhauwaert: "Toch wel. De lat ligt ook hoog. Ik zie het vooral als een uitdaging om mijn eigen stem te vinden."

Inghels: "Toen Tom Lanoye de eerste stadsdichter werd, was ik een tiener. Als je mij toen had verteld dat ik een paar jaar later zelf stadsdichter zou worden, had ik dat niet geloofd. Hallucinant."

Vanhauwaert: "Ik weet ook nog perfect hoe ik als klein meisje voor het eerst naar de grote stad kwam, voor een voordrachtwedstrijd. Hoe ik op de achterbank zat in de auto en dat ik zo bloedzenuwachtig was dat ik dacht: laat mij alsjeblieft nooit in Antwerpen aankomen."

Intussen woon je twaalf jaar in deze stad en word je volgende week stadsdichter. Wat wordt je eerste wapenfeit?

Vanhauwaert: "Ik wil de stad letterlijk witruimte geven. Ik ga een stoet organiseren met mensen die lege protestborden in de lucht houden. Een stoet zonder slogans, een heel uitdrukkelijke vorm van niets zeggen. Er wordt in deze stad zo ongelooflijk veel gezegd en geschreven. In dit verkiezingsjaar zal er alleen maar meer gekwekt worden. Moet ik daar als stadsdichter meteen eigen woorden tegenaan kletsen? Nee, ik wil net het omgekeerde. Deze stad kan wel wat witruimte gebruiken."

Contact wordt voorgesteld in Extra City, Antwerpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234