Donderdag 24/09/2020

Het doek is een boek

Borderline in het Paleis voor Schone Kunsten (PSK) is meer dan een tentoonstelling van prachtige berberweefsels. Het is tegelijk een pleidooi voor een nieuwe, vrouwelijke manier om naar kunst te kijken. Pleitbezorger is Paul Vandenbroeck van het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten. Tien jaar jaar lang trok hij naar Noord-Afrika om er de weefsels te bestuderen. Zijn bevindingen, die volgens sommigen baanbrekend zijn, schreef hij neer in Azetta (het berberse woord voor weefgetouw), dat tegelijk als catalogus bij de tentoonstelling fungeert.

De honderd weefsels in Borderline zijn geweven door berbervrouwen uit Marokko en Tunesië. Die mogen dan wel anoniem zijn, het Paleis voor Schone Kunsten presenteert de doeken als echte kunstwerken. Daarmee plaatst de tentoonstelling een reuzengroot vraagteken achter de westerse kunstgeschiedenis, want deze plattelandsvrouwen hebben niets maar dan ook niets te maken met de eurocentrische, stedelijke en mannelijke kunst waaraan onze ogen al eeuwen gewend zijn. Doordat de vrouwen in aparte gemeenschappen leefden, hebben ze een eigen, vrouwelijke kunst kunnen ontwikkelen, met abstracte motieven die duizenden jaren oud zouden zijn, veel ouder dan de Europese kunst. Of hoe de abstracte kunst al lang geleden is uitgevonden, buiten Europa, buiten de stad, door eenvoudige, naamloze vrouwen, zoals Paul Vandenbroeck beweert. Het doet allemaal wat denken aan Hooglied, de tentoonstelling met kunst uit vrouwenkloosters en begijnhoven, die Vandenbroeck in 1994 maakte, eveneens voor het PSK.

Het verhaal van Borderline begint eind 1990 op de markt van het Zuid-Tunesische El-Hamma. Paul Vandenbroeck, die daar op vakantie was, ziet onder een kraampje zo'n weefsel met witte motieven liggen, achteloos weggegooid als een vod. "En het schiet door mijn hoofd: dat doek is een boek. Volkomen irrationeel natuurlijk. Het was des te vreemder omdat textiel op dat moment volledig buiten mijn blikveld lag, ik was vooral met schilderkunst bezig. Maar dat is het startpunt geworden. Ik ben toen gaan zoeken of het een wilde gedachteflits was, of intuïtie. "De vraag of die weefsels kunstwaarde hadden, die heb ik me pas later gesteld. Met kunstwaarde bedoel ik dat het uniek is - het is moeilijk uit te drukken maar je vindt er een diepte in die in de meeste andere artistieke producten ontbreekt. In het veld van de textiele kunst zijn er enorme verschillen. In de westerse kunstgeschiedenis heb je ook tienduizenden schilderijtjes met landschappen en stillevens waar je maar een heel beperkte kunstwaarde aan kunt toekennen. Slechts een minderheid springt daaruit. Zo is dat ook met die weefkunst." Sinds El-Hamma is Vandenbroeck meer dan dertig keer naar Noord-Afrika teruggekeerd, samen met Els Van de Gehuchte, eveneens verbonden aan het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. De tijd drong, want de laatste vrouwen die dat soort weefsels gemaakt hebben, zijn ondertussen boven de zestig. "Tussen 1950 en 1970, op sommige plaatsen al vroeger, heeft zich een soort cesuur voorgedaan tussen de oudste generatie, die nog in die eeuwenoude traditie heeft geweven, en de generatie die het nu doet voor de verkoop. De duizenden vrouwen die nu weven, doen dat voor het geld. Dat heeft natuurlijk te maken met de monetarisering van de economie in die gebieden." In 1996 nam het onderzoek een beslissende wending toen Piet Coessens, directeur van de Vereniging voor Tentoonstellingen van het PSK, Vandenbroeck een tekst in handen stopte van Bracha Lichtenberg Ettinger. De Israëlisch-Franse kunstenares, waarvan eveneens werk te zien is op Borderline, is ook psychiater en heeft een eigen psychoanalytische theorie ontwikkeld over betekenisvorming. "Die tekst was gewoon onleesbaar, ik had het gevoel alsof mijn hoofd dooreengeklutst werd. Maar ik had de indruk dat de tekst in al zijn onleesbaarheid toch wel heel fundamentele dingen aanraakte. En toen ben ik daarmee doorgegaan. Het heeft me zes maanden gekost om datgene wat ze tot dan toe had gepubliceerd gelezen te krijgen. "Het werd me toen duidelijk dat wat Bracha Lichtenberg aan het doen was, een fundamenteel nieuwe kijk betekende op kunst in het algemeen, niet alleen op vrouwenkunst. Binnen het denken over het ontstaan van betekenis in de psychoanalyse heb je het model van wat men de fallus noemt. Dat model komt erop neer dat alle menselijke vormen van betekenis tot stand komen door de spanning tussen een afwezigheid en een vervanging. Zoals een woord iets benoemt wat er niet is, zoals een symbool aanwezig stelt wat afwezig is. Dat proces van afwezigheid en vervanging beantwoordt aan het castratieprincipe uit de psychoanalyse. Dat heeft geleid tot die beruchte uitspraak van Jacques Lacan: 'la femme, elle n'existe pas, elle ne signifie rien'. Want als er al een vrouwelijke eigenheid is, dan is ze per definitie onuitdrukbaar, aangezien al het uitdrukbare beantwoordt aan het fallisch principe. Daardoor had je het onoplosbare probleem van de zelfexpressie van vrouwen. Vandaar dat feministische critici van Lacan erop gewezen hebben - maar daarmee gaven ze impliciet een stuk toe aan Lacan - dat historisch gezien vrouwen hun eigenheid enkel in de mystiek of in de waanzin konden uitdrukken. Het debat tussen de psychoanalyse en het feminisme is nooit uit die impasse gekomen. "Lichtenberg heeft daarom een nieuw model ontwikkeld, het model van de matrix (het Latijnse woord voor baarmoeder, RP). Het model staat voor een symbolisch veld dat anders werkt dan het fallische veld. Het werkt niet door afwezigheid en vervanging, maar opereert vanuit een niet-ruimte, een grenslijn, naar analogie van wat er tijdens de zwangerschap gebeurt, waar het nog-niet-kind en de nog-niet-moeder in een permanente uitwisseling staan. Ze slorpen elkaar niet op en stoten elkaar ook niet af - in het klassieke fallische model staat fusie gelijk met genot en verwerping met onlust. "Het is natuurlijk verschrikkelijk moeilijk om over dat model te praten. Om te beginnen, als man ben je al gehandicapt: wat kan ik zeggen over iets wat ik niet kan ervaren? Daartegenover stelt Lichtenberg dat elk mens, ook een man, toegang heeft tot het symbolisch veld van de matrix. Zij ziet dat niet als iets wat alleen vrouwen hebben, net zomin als alleen mannen dat fallische betekenisveld bezitten. Maar vrouwen, zegt ze, hebben er een dubbele toegang toe: aan de ene kant vanwege de prenatale ervaring, die ook mannen gehad hebben, anderzijds vanuit het potentieel van de baarmoeder. "Die weefkunst is uitgegaan van vrouwen die binnen een zeer traditioneel patroon leefden, dachten en voelden, dat wil zeggen: vrouwen voor wie kinderen krijgen zo'n beetje de levensvervulling was, want iets anders werd van hen niet verwacht. Maar je ziet in die weefkunst, en dat kun je ook vaststellen als je met die mensen praat, dat het artistieke scheppen voor hen analoog is aan het fysieke scheppen en dat dat fysieke scheppen ook een mentale dimensie bezit. "De begrippen die Lichtenberg ontwikkelt, vind je impliciet terug in die weefkunst. Er is bijvoorbeeld zeer veel te doen met wat zij de swerve noemt, de afzwenkende blik. Als je die stukken bekijkt, dan zie je dat die andere wetmatigheden volgen dan de compositorische wetten die aan de westerse kunst ten grondslag liggen. De innerlijke blik van de kunstenares heeft anders gefunctioneerd. Heel de geschiedenis van de westerse kunst tot aan de abstractie van de avant-garde is een poging tot beheersing en doorzicht - letterlijk, perspectief is doorzien - van de fysieke werkelijkheden. Maar deze weefkunst doet zelfs geen poging om een fysieke werkelijkheid te zien of te bestuderen, op een paar details na. Dat is een fout die men vroeger dikwijls maakte: veel van die motieven hebben een naam die naar een element uit de fysieke wereld verwijst. Men is dan geneigd om te denken dat zo'n motief een stilering is van iets uit de realiteit. Maar als men verder gaat zoeken, blijkt die naam slechts een kapstok te zijn om uit te drukken wat in de taal niet uitdrukbaar is. Waaruit komt het dan wel voort? Uit het veld dat aan de taal voorafgaat. Soms betrapt men zichzelf op een onbewuste mentale beweging voor je een begrip kunt vatten." Als je die motieven bekijkt, is de verleiding groot om te zoeken wat ze betekenen, waarnaar ze verwijzen. Hoe omzeil je die manier van kijken die u fallisch noemt? "Ik denk dat het eenvoudig is. Neem bijvoorbeeld performancekunst. Je ondergaat dat. Bij een lichaamsbeweging die een performer maakt, denk je niet na, 'o ja dat betekent dit en nu doet-ie dat', nee je ondergaat die veelheid van bewegingen. Als het een performer is die enige diepgang bezit, dan ga je mee zonder een analytisch proces. Achteraf kun je natuurlijk gaan denken: 'wat heeft zich nu in mijn gemoed afgespeeld toen ik dat zag?', maar dat is een post-factum-uitleg. "In die weefsels treft mij een enorme impact. Natuurlijk kun je die stukmaken door te kijken zoals je bijvoorbeeld - ik zeg maar iets - naar het Lam Gods kijkt: je ziet daar massa's symbolen en je moet eigenlijk elk symbool kennen. Ons is altijd geleerd om dat andere spoor buitenspel te zetten. Ik denk dat we de twee sporen naast elkaar ruimte moeten geven. Ze zijn zeker te verzoenen, omdat het geen oppositie tussen mannen en vrouwen is, zegt Lichtenberg. De twee velden worden gedeeld door elkeen, maar de graad van aanvaarding is gender specific. Maar, zegt Lichtenberg meer dan eens, misschien is ook dat veel te beperkt en zullen we in de toekomst andere velden en psychische processen ontdekken die zowel buiten de fallus als de matrix staan. Maar dat is alleen maar gissen." In de 20ste eeuw heeft de westerse kunst de abstractie ontdekt en is ze dus vrouwelijker geworden, volgens Lichtenbergs theorie. Zijn we dan al eigenlijk al niet niet beland waar u en Bracha Lichtenberg naartoe willen? "Ja. Maar meestal hinkt de theorie achterop. Bracha Lichtenberg zegt ook dat haar schilderen niet is voortgekomen uit haar theorie, maar omgekeerd." Wat u en Bracha Lichtenberg stellen, heeft verregaande gevolgen, maar het blijft allemaal speculatie natuurlijk. Bent u soms niet bang dat u de bal volledig misslaat? "Natuurlijk denk ik daar vaak aan. Ik kan daar twee dingen op zeggen. Aan de ene kant is er het excuus dat humane wetenschappen nooit iets sluitend kunnen bewijzen, in tegenstelling tot de positieve wetenschappen. Maar dat vind ik te zwak om mee aan te komen. Aan de andere kant denk ik dat wetenschap maar stappen kan zetten als men zijn nek uitsteekt, natuurlijk met het risico dat er iets fout zit. Je kunt die dingen alleen onderbouwen door zeer langdurig en vervelend onderzoek, een werk van decennia, en de bewijzen daarvan zijn nooit in formules te geven maar zijn contextueel. Dat is eigen aan elk onderzoek binnen de humane wetenschappen. De meeste wetenschappers spelen natuurlijk op veilig door een paradigma te kiezen dat allang zijn degelijkheid bewezen heeft - en als je dat toepast, kun je met een gerust gemoed naar buiten komen." U bent zich ervan bewust dat u op die manier makkelijk voor een fantast wordt versleten? "Zeker. Velen zullen dat fantasmatisch vinden. Het is merkwaardig welke felle reacties de tentoonstelling al heeft opgeroepen. Bijvoorbeeld veel aficionado's van 20ste-eeuwse kunst zijn heel kwaad. Die zeggen: nu gaat die Vandenbroeck beweren dat abstractie al x-duizend jaar geleden door ongeletterde vrouwen is uitgevonden. Terwijl ze het ook als een eerbetoon kunnen beschouwen." Na het interview sputtert Paul Vandenbroeck wat tegen wanneer ik zeg dat hij nog op de foto moet. Hij geeft uiteindelijk toe, maar vraagt het recordertje nog even aan te zetten: "Ik hoop dat ik er niet ben in die tentoonstelling. Want hoe meer ik er ben, hoe meer ik uitgevonden heb, en hoe minder ik er ben, hoe meer ik doorgegeven heb. Het zou erg zijn mocht ik alles uitgevonden hebben en niets doorgegeven. Daarom heb ik moeite met die foto."

Azetta. Berbervrouwen en hun kunst is een uitgave van Ludion en het Paleis voor Schone Kunsten en kost 1.495 frank (37 euro). Borderline loopt nog tot 21 mei in het Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel. Open van dinsdag tot zondag van 10 tot 18 uur, op vrijdag tot 20 uur. Toegang: 250 frank (6,2 euro).

Paul Vandenbroeck: 'Het zou erg zijn mocht ik alles uitgevonden hebben en niets doorgegeven.' (Foto Dieter Telemans)

'Veel aficionado's van 20ste-eeuwse kunst zijn heel kwaad. Die zeggen: nu gaat die Vandenbroeck beweren dat abstractie al x-duizend jaar geleden door ongeletterde vrouwen is uitgevonden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234