Dinsdag 25/02/2020

'Het delirium moest op papier'

Omdat de schrijver Hafid Bouazza is, denk je dat 'Meriswin' een Arabisch woord is. Dat is het niet. Het is Oudhoogduits en betekent 'meerzwijn'. Dolfijn dus. Zo'n dier dat, samen met olifanten, een hoofdrol durft te spelen in een delirium. Daarover gaat Bouazza's nieuwe roman. Meer nog: het boek is er een.

In 222 schrijvers, de literaire portretten van Eddy en Tessa Posthuma de Boer, kwam bij de foto van Hafid Bouazza uit een interview uit 2004: "Ik geloof niet in hoge of lage literatuur. Ik geloof alleen in het individuele talent van de individuele schrijver. Het gaat erom, dat je als lezer uiteindelijk met het oog van de schrijver gaat kijken. Ik wil dat de lezer in een driedimensionale wereld komt die ik heb geschapen."

Dat is tien jaar geleden. Hafid Bouazza had toen net, met Paravion, de Gouden Uil gewonnen, juryvoorzitster Anna Luyten noemde het boek "een bedwelmende woordendans". Dat is met Meriswin niet anders, maar de schrijver die in Café 1ste Klas in het station van Amsterdam een biertje drinkt, is wel veranderd. 44 nu natuurlijk, aangekomen, later lees je in Humo wat je zelf niet dorst te vragen: 34 kilo. Maar hij leeft en dat had anders kunnen uitdraaien.

'Platanen verheugen zich in wijn en licht en onder hun schaduw schonk de kastelein, in smetteloos hemd en weerkaatsend wit, ons ons ontbijt rood in.'

Meriswin opent met een lofzin over drank, het is het begin van een boek dat tegelijk een lofzang daarop is, maar de lezer ook brengt naar wat het resultaat daarvan kan zijn. En tussenin schrijft en beschrijft, weeft en verweeft, Hafid Bouazza herinneringen, hallucinaties, het delirium, de toestand van een mens in zwaar weer. De mens die hij was in dit Amsterdam, stad met de geur van coffeeshops en kermis aan de Dam en rond Koningsdag veel bier en achteraf veel gedroogd bier. De stad die hij op die dag ontvluchtte. "Ieder zijn pleziertje", zegt Bouazza. "Toen ik twintig was, ging ik mee in dat gedruis, onder invloed van een of ander middel. Nu ben ik te oud voor die onzin. Maar Nederland had sinds Pim Fortuyn heel erg behoefte aan iets van nationale eenheid. Daarom lopen mensen met oranje cowboyhoeden rond en Herman Pleij kan smakelijk vertellen over de band met carnaval: slaven worden die dag meesters, het gewone volk staat boven de priester."

Het is vijf jaar geleden dat Spotvogel verscheen. Nadien leek het helemaal stil geworden, ook al zette hij zich - vertelt hij nu - in 2011 aan wat Meriswin zou worden. Een novelle, had hij voor ogen, zegt hij. "Nadat ik zelf in het ziekenhuis was beland en die herinneringen en hallucinaties wilde opschrijven. Maar stilaan voelde het als een gefnuikt boek. Het verhaal moest meer hebben. Alleen waren er bepaalde technische moeilijkheden en dilemma's die ik moest oplossen. Het verschil met Paravion en Spotvogel was dat ik bij die boeken op voorhand een hele structuur in mijn hoofd had. Dit groeide terwijl ik het schreef."

"Cirrose is een onomkeerbaar proces van omzetting van levercellen naar littekenweefsel. De meest voorkomende oorzaak van cirrose in de westerse wereld is alcoholmisbruik": dat vertelt Wikipedia over cirrose, een ziekte die Hafid Bouazza zelf lamlegde en het ziekenhuis in bracht. Dat verhaal, die ervaring in het ziekenhuis, schreef hij eerst neer. "Maar de ziekte behoefde een context. Ik had geen zin om te schrijven over hoeveel drank ik binnengoot en dat ik daarvan trillend wakker werd. Niks saaiers dan te lezen over een alcoholist die van het ene glas naar het andere waggelt. Maar toen dacht ik: ik heb zoveel wijnliederen uit het Arabisch vertaald, waarom schrijf ik geen loflied op de drank. Zo viel alles op zijn plaats.

"Het midden en het einde had ik, ik wist dat Merijne het verhaal zou overnemen, maar ik moest nog een soort voorland schilderen: het eeuwige gelag, dat begint met wijn, dan met iets dat zelf gedestilleerd is en 's nachts absint."

Verraderlijke absint

In 2011 belandde Bouazza dus zelf in het ziekenhuis. Jarenlang te graag gedronken, te veel gedronken, de geneugtes van die net zo mysterieuze als toch wel verraderlijke absint tot zich genomen, leidde tot een acute opname. Een delirium van anderhalve week waarin Bouazza in zijn hoofd plots in een bos wandelt, zoals hij schrijft: 'Gele sokken gestoken in cognackleurige brogues en groene nauwe omslagpijpen.'Die wandeling, die de zijne is, doet het door cirrose getroffen hoofdpersonage in Meriswin. Net zoals hij, Hafid Bouazza, antwoordde wat de man in zijn boek antwoordt op de verpleegstersvraag wat hij die ochtend gegeten heeft: "Hondenkoeken."

Hij lacht: "De vraag of wat ik schrijf autobiografisch is of niet, maakt niks uit. Recensenten en lezers gaan er altijd vanuit dat wat je schrijft autobiografisch is, dat was al bij mijn debuut De voeten van Abdullah al het geval. Alleen is de emanatie van een ervaring iets anders dan een verslag van een ervaring. Wat doet mijn schrijversverbeelding met wat ik heb meegemaakt? Negentig procent van de hallucinaties die ik beschrijf, heb ik moeten verzinnen. Mijn eigen ervaringen zijn maar kiezelsteentjes in dit verhaal. Bovendien werkten sommige hallucinaties niet."

Hoe beschrijf je die sensaties? "Dit is geen plot-driven roman", zegt hij. "Ik wist wat ik wilde beschrijven en wat de ontwikkeling zou zijn. Maar het mocht niet larmoyant of pathetisch zijn. En ik wist welk gevaar er schuilt in het beschrijven van vreemde visioenen. Toen dacht ik aan het beeld van iemand die op het einde van zijn leven een film ziet passeren. En stilaan geraakte ik in dit verhaal. Als ik schrijf, zie ik mijn personages aan tafel zitten en hoe ze zich bewegen. Het is een film in mijn hoofd."

Toch: wát hij zich herinnerde, bleef heel precies in zijn hoofd. Opgeslagen, gebeiteld, niet vergeten. Dank u wel, cirrose? Dank u wel buik vol zeven liter vocht, geel oogwit, interne bloedingen, gesprongen aders in de slokdarm, broodnodige infusen met zout, eiwitten en ijzer? Dank u wel, hel? "Ik ben er niet dankbaar voor", glimlacht hij. "En ik hoef het echt niet nog eens mee te maken. Maar ik ben wel blij met die ingrijpende ervaring. Het is toch iets heel anders dan wat je meemaakt als je DMT of magische paddenstoelen in je hebt. Ik dacht écht dat ik daarmee alle uithoeken van de verbeelding verkend had. Nu, dat was niet zo.

"In 2000 had mijn toenmalige vriendin al gezegd: als jij zo verder blijft drinken, maak je grote kans op cirrose. Natuurlijk denk je: iedereen, maar ik niet. Tot je lever het op een gegeven moment opgeeft. Toch zei mijn arts: 'Je hebt pech gehad, er zijn mensen die nog veel meer drinken en die het nooit krijgen.' Maar er kwam wel meteen een acceptatie over me heen. Ik vocht er niet meer tegen en na drie weken was ik voldoende hersteld om het ziekenhuis te verlaten. Sommige mensen liggen er maanden."

'Iedereen, maar niet ik': tot die opname had de schrijver zelf niet door hoe groot het probleem was. "Ik functioneerde perfect", zegt hij. "Er was niks met mijn hersenen gebeurd. Ik las, ik vertaalde, ik schreef. Als dat niet het geval was, was dit een heel ander verhaal geweest."

Is Meriswin dan een boek waarin hij die ervaring van zich afschreef? Een boek dat nodig was als verwerking? "Neen, ik was ook helemaal niet van plan het te schrijven. Ik was aan Alanna begonnen, een heel ander boek. Maar plots drong dit zich op, het begon te gisten en te fermenteren, het sloeg tegen de wanden van mijn schedel aan. En Alanna duwde ik vooruit naar 2016. Mij interesseerde de ervaring van een delirium als ruimtelijk gegeven, de fysieke kant van de ziekte, en ik wilde ook iets doen met de seksuele ervaring."

Ook dat laatste lees je, inderdaad, in dit boek. Expliciet ('Ik moet het maar eens over seks hebben. Hun seks', begint hoofdstuk VI), een verkenning en beschrijving van geur en smaak en gevoel van het vrouwelijk geslachtsorgaan, er gaan wat pagina's aan op.

Ascorbine. Syncopisch. Oppervalet. Halitose. Peripandriaal. Jajem. Occiputwaarts. Histrionisch. Spondee. Conatus. Jugulum. Frugale. Loutrofoorvormig.

Achtentachtig pagina's ver pas, heb je deze woorden achter de kiezen en op zijn zachtst gezegd zijn het niet de woorden die je elke dag gebruikt. "Tukketenen", voegt hij er zelf nog aan toe. "Dat heb ik van Guido Gezelle. Ik had ook 'talmen' of 'treuzelen' kunnen schrijven, maar - je zult het altijd zien - ik sloeg in die periode Guido Gezelle open en ik kwam dit tegen. Heel veel woorden vind ik mooi omwille van de klank, maar het is niet zo dat ik de woordenlijst van mooie woorden - die ik wel heb - gebruik omwille van een woord. Anders zouden de woorden het verhaal bepalen. Maar ik probeer wel naar het mooiste te zoeken. Soms levert dat een neologisme op, in een samenstelling. Maar vaak zijn veel grotere namen me daarin voorgegaan. Het is zoals Francis Ford Coppola zei: 'Steel van de beste en leen van de slechtste.'"

Die taalgevoeligheid ("een bedwelmende woordendans", pro memorie) had hij altijd al. En als kind waren de beste van Coppola voor hem al schrijvers als Herman Gorter en, zeker, dichter Geerten Gossaert. "Van zijn Experimenten leerde ik de spanning tussen metrum en ritme", zegt Bouazza. "Ik was dertien en het was voor het eerst dat ik dat ontdekte. Zo hartstochtelijk kun je dus met taal omspringen. En ik was een ontzettende nerd. Pas zes jaar eerder waren we uit Marokko gekomen, er waren nog geen politieke programma's als Eigen Taal, maar het ging zo van nature door mijn liefde voor de literatuur. Ik legde er een vaart en energie in die ik nu niet meer zou kunnen opbrengen. Ik wist wel dat ik zou schrijven en blijven schrijven. Maar niet dat ik ooit zou publiceren."

Dat debuut dateert uit 1996 ("ik was 26, een broekie, al debuteren ze nu als ze 18 zijn"), acht jaar later was er dus die Gouden Uil. Die, als Gouden Boekenuil, afgelopen donderdag naar de ook nog jonge Joost de Vries ging voor De republiek. De Vries is 31, Bouazza was 34. Een geschenk? "Voor mij wel", zegt hij. "Het kwam op de juiste tijd. Joost lijkt me een evenwichtige jongeman, ik denk dat hij het ook maar als een geschenk moet zien."

"Ik had thuis voldoende opium en drugs om ervan te bekomen, ook de vrouwelijke aandacht is overigens wel een geschenk dat je met zo'n prijs krijgt. De eerste twee jaar na de Uil heb ik niks meer geschreven. Ik had ook de Amsterdam Prijs voor de Kunst gewonnen en daarmee veel geld. Ik heb erop los geleefd, een liederlijk bestaan geleid."

Wat, hij geeft het toe, zonder twijfel leidde tot het boek dat hij nu kon schrijven: Meriswin. "Het is een heel ander boek dan Paravion en natuurlijk was er weer twijfel. Twijfel ligt aan de basis van mijn creativiteit. Ik ken de faalangst. Maar eens je begonnen bent, zorgt schrijven voor een heerlijk gevoel. Willem Elsschot schrijft in het voorwoord van Kaas ongeveer: 'Men probeert brood te bakken, maar men kan niet proberen te baren.' Als het eruit moet, moet het eruit.'"

Doodsangst

De koffie is allang koud, maar zijn biertje nog lang niet op. Of hij nog durft te drinken? Of hij niet bang is voor de dood? Hij stond er dicht genoeg bij.

"Kijk", toont hij z'n pint. "Je ziet in welk tempo ik drink. Ik ga helemaal niet meer meemaken wat ik toen heb meegemaakt. Dat staat mijn lijf helemaal niet toe. Maar doodsangst heb ik nooit gevoeld en dat heb ik er ook niet aan overgehouden. Ik zat in een delirium en mijn lichaam deed er alles aan om in leven te blijven. Daar hielpen de dokters ook bij. Ik heb niet eens op intensive care gelegen. De angst voor de dood is er helemaal niet. Een verwijzing op de flaptekst van Meriswin over het gevecht tegen de dood, heb ik ervan af laten halen. De dood is zo finaal en ik wilde dat cliché niet gebruiken. Dit boek wil het resultaat weergeven van een verbeelding die op hol slaat."

Daar is Hafid Bouazza bijzonder goed in geslaagd.

Hafid Bouazza, Meriswin, Prometheus, 208 p., 19,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234