Zaterdag 24/10/2020

Het déjà vu van een nieuwe Tour

Niet minder dan 189 renners staan in Luxemburg aan de start van de belangrijkste wedstrijd van het jaar en toch is er maar één man van plan om te winnen. De rest rijdt mee voor ritwinst, voor het groen, de bolletjestrui, de bergetappes, de toptien, een plaats op het podium - behalve die op de hoogste trede. Deze Tour is, erg paradoxaal, een wedstrijd waarin haast niemand voor winst gaat. Het zijn de renners zelf die nu al Lance Armstrong zijn vierde geel gunnen. Gelukkig dat de Amerikaan onderweg nog altijd kan vallen of buikgriep krijgen, of deze Tour was nu al gereden. Geeuw geeuw. Of toch maar even wakker blijven?

Luxemburg

Van onze verslaggevers ter plaatse

Walter Pauli en Tony Landuyt

Ze troepten weer samen. Net zoals het vorig jaar aan het Casino in Duinkerke een gedrum van jewelste was toen Lance Armstrong voor de eerste keer verscheen, zo ook leek het hier in Luxemburg wel de blijde intrede van de groothertogin zelf. Op de trappen die naar het Palais de Congres leiden, waren er wel dertig camera's verzameld en dubbel zoveel fotografen. Opwinding te over, want - stel je voor - Lance Armstrong werd voor de medische controle verwacht.

Lance Armstrong! De man die drie Tours op rij won, de Amerikaan die Frankrijk is binnengevallen, domineert en met de knoet regeert, alsof dat land en niet Nederland het Internationaal Strafhof zal herbergen. Bij gebrek aan andere vedetten ontvangt de Tour Armstrong met koninklijke allures. En neem een woord als 'vorstelijk' maar zo letterlijk mogelijk. Lance Armstrong 'komt' niet naar de start of naar een persconferentie, neen, hij 'verschijnt' er of 'maakt zijn opwachting'. Wij maakten nog nooit ergens onze opwachting, Armstrong doet dat dagelijks.

Tour-directeur Jean-Marie Leblanc mag dan graag de woorden van zijn illustere voorganger Félix Lévitan herhalen, niet weinig hautain maar desondanks met een grond van waarheid: "De Tour heeft geen behoefte aan vedetten. De Tour maakt zijn eigen vedette. De Tour is zelf de echte vedette." Maar hier in Luxemburg klopt dat alleszins niet. Want stel maar eens dat Armstrong zondag ergens tussen Dudelange en Vianden in een van die traditionele valpartijen mee tegen het asfalt schuift, zijn sleutelbeen breekt en moet opgeven. Stel dat Christophe Moureau in Parijs in het geel zou staan. Dat kun je toch niet ernstig nemen? Dan verliest het geel toch glans, de Tour prestige?

Neen, zolang er geen serieuze pretendent opstaat om in een waardige strijd Armstrong te onttronen, lijkt iedereen er vrede mee te nemen dat de Amerikaan alvast dit jaar autoritair de plak voert. Liever dezelfde Tour-winnaar dan een slechte Tour-winnaar, daarover bestaat een niet-uitgesproken consensus. Na een aantal moeilijke jaren, waarin vooral de Franse media hysterisch deden over het al dan niet vermoedelijke dopinggebruik (gekruiste vingers) van Armstrong, is hij dit jaar niet meer gecontesteerd. Al reageren sommige Franse media op hun eigen manier. Voor Libération, een krant die de vorige jaren iedere dag minstens één pagina vulde met vermoedens omtrent dopinggebruik, bestaat de Tour niet meer. Letterlijk. Gisteren deed Libération de Tour af in één kortje van tien regels.

En daarom is er een groot déjà vu bij de start van deze Tour. De verpakking is wel veranderd, de inhoud niet. De verpakking, dat zijn bijvoorbeeld de cadeautjes die gratis uitgedeeld worden. In Frankrijk is dat wijn, in Luxemburg geld. Gewoon: geld. Een set euro's. Het zal wel bij de couleur locale horen.

Maar de inhoud is hetzelfde als in 2001 en 2000. Dat wil zeggen: Armstrong is de te kloppen man. Allen tegen Armstrong, Armstrong tegen allen. Alleen was er vorig jaar nog ambitie (bij Ullrich) om Armstrong te kloppen en heeft dit jaar zelfs niemand die bedoeling (of tenminste: niemand spreekt dat uit).

Nu is het niet de eerste keer dat de Tour in zo'n situatie van alleenheerschappij verkeerde, van dominantie die de concurrenten moedeloos maakte. Het komt iedere keer voor als een renner zich opmaakt om zijn vierde Tour te winnen. Dat is tot nu toe viermaal gebeurd, en zonder één uitzondering gaat het om de saaiste Tours van hun decennium. In 1963 won Jacques Anquetil zijn vierde Tour. Van die ronde is nauwelijks nog een anekdote bekend. Zelfs ervaren collega's moesten opzoeken wie verder het podium haalde. Het waren de Spaanse klimmer Bahamontes en, hou je vast, zijn landgenoot Perez-Frances.

In 1972 had Merckx iets goed te maken van het jaar voordien. De enige tegenstand - en dan nog - kwam van Cyrille Guimard, die echter zijn eigen knieën kapotreed toen hij probeerde tot aan die van Merckx te reiken. Nog erger was het met de winst van Bernard Hinault in 1982. Hinault controleert rustig, laat bergritten en zelfs een tijdrit aan de concurrentie. Toen hij de kritiek over zijn flauwe gele trui beu was, won Hinault dan maar de sprint op de Champs-Elysées, wat de zwakte van de concurrentie extra accentueerde. In 1994 won Miguel Indurain zijn vierde Tour. De enige uitdager, Tony Rominger, was ziek en gaf in de eerste bergrit op. De grote Italiaanse sprinter Eros Poli, tevens rode lantaarn van de Tour, mocht zowaar de etappe over de Ventoux winnen. Waarmee meteen de vraag is beantwoord of er toen iemand Indurain het leven moeilijk durfde maken. Mogelijk hoort ook Armstrongs vierde in die galerij thuis.

Niemand maakt zich dan ook illusies over de krachtsverhoudingen. Toen bekend raakte dat Ullrich afwezig bleef, is iedereen gaan zoeken naar mogelijke tegenstanders van Lance Armstrong. Wel, er zijn geen. Natuurlijk zijn er nog andere renners die willen presteren in deze Tour. Uitstekende renners zelfs, topatleten in topconditie, maar allemaal nog een maatje te klein om te winnen. Eigenlijk horen ze niet thuis in de categorie 'concurrenten', laat staan 'favorieten', maar zijn het de besten van de groep 'outsiders'.

Dat hangt niet van hun klassement af in vorige Rondes van Frankrijk. Once-kopman Joseba Beloki was zowel in 2000 als 2001 derde in de Tour, telkens na Armstrong en Ullrich. Hij heeft echter nooit - niet één rit - de indruk kunnen geven dat er meer in zat. Beloki was de man die Armstrong en Ullrich het best kon volgen en dat is een prestatie. Beloki is een Iberische variant van de Zoetemelk-soort. Als Armstrong zou uitvallen, is Joseba Beloki kandidaat-winnaar nummer één, als speerpunt van het sterke Once-blok. Beloki zou dus net zoals Zoetemelk kunnen doen, die in 1980 de Tour won toen een ontstoken kniepees Bernard Hinault tot opgave dwong. Maar Armstrong aanvallen, hem verslaan in een duel? Het is Beloki's aard niet, evenmin zijn ambitie. Neen, dan verwacht men 'meer', al is ook dat relatief, van Oscar Sevilla en Santiago Botero, vorig jaar zesde en achtste. Hoewel ze meer tijd verloren dan Beloki, kunnen ze het Armstrong knap lastig maken. Gewoon omdat ze bij Kelme rijden, een ploeg met een offensieve stijl, zeker in het gebergte. In de Alpenklassieker hebben Botero en Sevilla samen indruk gemaakt. Iedereen hoopt dat zij het dynamiet aanreiken dat deze Tour kan laten ontploffen. Ze willen het wel. Of ze het ook kunnen, blijft een vraag.

Sevilla en Botero hadden best de hulp kunnen gebruiken van hun ex-ploegmaat Roberto Heras, in Kelme-shirt nog winnaar van de Vuelta en dit jaar de beste in de bergachtige Ronde van Catalonië. Vriend en vijand weet dat Heras een man is die het Armstrong lastig kan maken. Helaas voor hen had Johan Bruyneel, sportdirecteur van US Postal, dat eerder dan wie ook in de smiezen. Sinds vorig jaar rijdt Heras als ploegmaat in dienst van Lance Armstrong.

De mogelijke tegenstanders van Armstrong spreken niet alleen Spaans, maar kregen vaak hun opleiding bij US Postal. Iedereen weet nog hoe Armstrong in 1999 en 2000 zijn twee eerste Rondes won, in de cols op sleeptouw genomen door het duo Kevin Livingston - Tyler Hamilton. Vandaag mag Livingston voor eigen rekening rijden bij Telekom en is Hamilton kopman van CSC Tiscali. En dan is er nog Levi Leipheimer, van niets tot vedette tijdens de Vuelta, dan overgestapt naar Rabobank, waar men inziet dat Michael Boogerd nooit een ernstige kandidaat zal zijn voor het podium. In 1999, toen Armstrong zijn eerste Tour won, stelde Rabobank op een zeer snobistische persconferentie in Eindhoven Boogerd nog voor als kandidaat-winnaar. En omdat hoogmoed altijd voor de val komt, ging Boogerd vervolgens stevig op zijn bek. Hij is nooit meer echt rechtgekrabbeld.

Al deze mannen hebben slechts één ambitie: het podium halen. Omdat de subtop zo breed is, geeft iedereen zichzelf een kans. Zelfs Remigius Rumsas, de Litouwer van Lampre-Daikin, maakt zich sterk dat hij op dat podium kan eindigen. De laagste trede is voor hem al hoog genoeg. Dat heet dan 'tegenstand' van Armstrong. Als er niets misloopt - een monsterontsnapping zoals vorig jaar in de rit naar Pontarlier, bijvoorbeeld, toen veertien dapperen meer dan een halfuur voorsprong namen - dan heeft Armstrong dus alleen zichzelf te vrezen.

Niet dat dat gevaar reëel is. Armstrong werkte een bijna perfecte voorbereiding af, met winst in de Midi Libre en de Dauphiné Liberé. Maar hijzelf zal ook wel de schoonheidsfoutjes gezien hebben: in beide wedstrijden liet hij zich kloppen in de tijdritten - door Igor Gonzalez de Galdeano in de Midi Libre, door Santiago Botero in de Dauphiné. En in de Dauphiné deed iedereen lyrisch over Armstrongs aanval op de Joux Plane, terwijl de Amerikaan zelf wel genoteerd zal hebben dat hij niet meer dan zowat een halve minuut voorsprong bijeensprokkelde, en dan nog niet tegen de beste klimmers. Ter vergelijking: vorig jaar, tijdens de Ronde van Zwitserland, dolde hij echt met de concurrentie, inclusief winst tegen de klok.

Het zou dus kunnen dat Armstrong zijn plafond heeft bereikt. Een plafond, welteverstaan, dat voor de meeste tegenstanders verder lijkt dan de hemel. Zo problematisch hoeft dat niet te zijn. Kunnen we dit jaar dan op onze twee oren slapen? Als er één man dat niet mag doen - en dat ook weet - is het wel Lance Armstrong zelf. Want draai de film nog eens terug van de beklimming van Miguel Indurain op de Ventoux, in 1994. In de afdaling, terwijl Indurain moeiteloos controleerde, mist hij ineens zijn bocht, en - gelukkig voor hem - op centimeters na ook het paaltje in die bocht.

Zelfs al rijd je iedere etappe met een opperste concentratie, dan nog is een ongeluk een reële bedreiging voor iedere kandidaat-Tour-winnaar. Stel dat Indurain destijds tegen dat paaltje geknald was, dan was die Tour naar Oegroemov gegaan. Mogen we voor één keertje ernstig blijven?

Liever dezelfde dan een slechte Tour-winnaar, daarover bestaat een niet-uitgesproken consensus

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234