Dinsdag 02/06/2020

ReportageChinese restaurants

Het Chinese restaurant is met uitsterven bedreigd

Beeld Illias Teirlinck

Ooit was het synoniem met een feestelijke avond: een nummer 4, 16, 37, met rijst, extra curry­saus en een portie kroepoek. Maar anno 2020 hebben steeds meer Chinese restaurants het moeilijk om te overleven, en dat ligt niét aan corona. 

‘Je kunt je zoon of dochter toch niet dwingen? Het is geen kinderarbeid’

Yu Siu-Kan (65) en Sabina Begier (57) hopen binnen enkele jaren een overnemer te vinden

Restaurant en afhaal Wah Kel in Antwerpen / bestaat sinds 1923 / werd uitgebaat door de grootvader en de vader van Yu Siu-Kan sinds 1947

Yu Siu-Kan en Sabina Begier: ‘Klanten die uit Mechelen naar hier komen om eten af te halen, dat is gedaan. Je kunt hier nergens parkeren.’Beeld Illias Teirlinck

Honderd jaar worden zou mooi zijn, maar de toekomst van Wah Kel hangt aan een zijden draadje. De huidige derde generatie is de laatste die de familiezaak zal draaiende houden. Bij gebrek aan opvolging is het hopen op een overnemer die dit brokje erfgoed in ere wil houden.

Op de tafels bij Wah Kel liggen roze gesteven tafellakens en menukaarten die een dikke halve eeuw onveranderd zijn gebleven. Een klein testje? Nummer 35? Sabina, die hier meer dan dertig jaar lang klanten bedient, moet geen halve seconde nadenken: “Nasi goreng met kleine garnalen.”

Samen met haar man Yu Siu-Kan houdt ze Wah Kel draaiende, een monument in het Antwerpse Schippers­kwartier, pal op de overgang tussen de hippe lofts van het Eilandje en de roze lichtjes van de prostitutiebuurt. “Vroeger was het hier een levendige uitgaansbuurt. We hebben altijd een leuke mix gehad, gezinnen met kinderen op de ‘normale’ uren, en later op de avond kwam het feestvolk.”

Het is moeilijk om niet nostalgisch te worden wanneer je Sabina hoort vertellen. Vroeger werkte hier vijftien man personeel en was het restaurant zeven dagen op zeven open, soms tot vier uur ’s nachts. “Dat waren de goede tijden”, zegt Yu Siu-Kan. “Twintig jaar geleden kwamen er klanten uit Mechelen naar hier om eten af te halen. Dat is gedaan, je kan hier nergens parkeren en het verkeer staat vast. Mensen blijven binnen en laten eten thuis brengen.”

Erfenis

Het was Yu Siu-Kans grootvader die dit restaurant overkocht van de oprichter, net na de Tweede Wereldoorlog. De geschiedenis van het restaurant gaat terug tot 1923 – naar het schijnt, want de documenten gingen verloren in de oorlogsjaren. Over de bewogen familiekroniek van Yu Siu-Kan kan je een dikke turf schrijven: Zijn grootvader was zeeman, die er net als vele anderen van droomde om in Amerika te geraken, in Californië. “Daar zit de oudste en grootste Chinese gemeenschap uit onze streek. Als ik in San Francisco in een Chinees restaurant kom, dan herken ik direct het dialect uit mijn streek, het Taishanhua.” (Taishan is een stads­arrondissement in de provincie Guangdong, EM)

Het was oorlogstijd en in Amerika geraakte de grootvader nooit: voor de Franse kust werd zijn vrachtschip getorpedeerd door de Duitsers. Hij werd gered, vond werk in een Chinees restaurant in Parijs en belandde later in Antwerpen, waar hij Wah Kel overnam. “Maar het was nooit zijn plan om hier te blijven,” vertelt Yu Siu-Kan. “Hij wilde hard werken, geld sparen en dan terug naar huis, naar zijn vrouw en kinderen. Maar dat is nooit gelukt.

“Toen mijn grootvader terminaal ziek bleek te zijn, kwam mijn vader naar hier. Mijn moeder bleef op haar beurt met vijf kleine kinderen achter in Hongkong. Ik was nog geen drie jaar toen. Wij dachten dat hij eventjes naar België zou reizen om afscheid te nemen en wat praktische zaken af te handelen, maar jaren later was hij nog niet terug. De erfenis heeft jaren aangesleept. Uiteindelijk ben ik met mijn mama en broers en zussen naar hier overgekomen, zodat het gezin weer compleet was.”

Hij vergeet de datum nooit: 6 september 1969 kwam Yu Siu-Kan hier aan. En nee, hij was niet onder de indruk toen hij als jonge kerel van 16 in zijn nieuwe thuisstad toekwam.

“Alles was hier zo klein! Hongkong was toen in volle ontwikkeling, we woonden in een wolkenkrabber van vijftien verdiepingen en hadden wegen met vier rijvakken. Hier zag ik smalle straatjes met kasseien waar amper een auto door kon. Wat is dat hier, dacht ik.”

Hij vertelt het met een guitige, jongens­achtige glimlach, maar het waren niet de leukste tijden. “Ik moest Nederlands leren, ik had weinig contact met de buitenwereld en niet veel vrienden. Op straat werden we aangestaard. ‘Kijk daar, tsjing tsjang tsjong’, riepen ze. Mensen kwamen aan ons haar voelen, alsof we aliens waren.”

Allemaal gokverslaafd

Zijn ouders waren altijd aan het werk, hij werd op kost­school gestuurd, in het weekend hielp hij als afwasser of garçon in de zaak.

Zijn vader pushte hem nooit om het restaurant over te nemen: “In Hongkong had hij in vastgoed gewerkt, hij was hier ook maar door de omstandigheden in de familiezaak gerold.” Studeren, dat was het plan. Bijna was Yu Siu-Kan burgerlijk ingenieur geworden, “maar ik heb mijn studie opgedronken”, lacht hij. “Daar heeft hij nu spijt van”, zegt Sabina. “Maar nee”, zegt hij. “Als ingenieur had ik misschien minder hard moeten werken, en meer geld verdiend. Maar ik weet niet of ik gelukkig was geweest in een groot bedrijf. Nu ben ik tenminste altijd mijn eigen baas geweest.”

“En weet je wat?” zegt hij. “Zonder het restaurant zou ik nu niet met Sabina getrouwd zijn. Dus ik heb nergens spijt van.”

Ze lachen. Vijfendertig jaar huwelijk, het is een verhaal op zich, een ijzersterk verbond dat begon als een verboden liefde tussen een meisje van 17 uit de Genkse cité, en een Chinese migrant van 25 uit de grote stad. In geen van beide gezinnen werd hun liaison op gejuich onthaald.

Zij werkte in het weekend in het restaurant van haar Chinese klasgenootje. Op een trouwfeest ontmoette ze Yu Siu-Kan. “Mijn vader dreigde me het huis uit te zetten”, vertelt Sabine. “Hij is zelfs naar de politie gestapt, om te beletten dat zijn minderjarige dochter seks zou hebben met een Chinees.” Dat ze in haar ongeluk zou lopen, kreeg ze te horen, en dat alle Chinezen gokverslaafden zijn.

Maar ook bij hem thuis viel de liefde niet in goede aarde. Mama had op een Chinese schoondochter gerekend. Na haar studies vond Sabina werk in Antwerpen bij mode­ontwerper Dirk Van Saene, en hielp ze af en toe in het restaurant. De beste weg om respect te winnen bij de schoonfamilie, zo bleek. En zodra ze voor kleinkinderen zorgde, lag ze in de bovenste schuif.

Yu Siu-Kan: “Mijn moeder heeft het op televisie gezegd, toen ze door Jambers geïnterviewd werd. Dat Sabina de allerbeste schoondochter ooit was.” (lacht) “Het heeft onze liefde alleen maar sterker gemaakt, we hebben echt voor elkaar moeten vechten”, zegt ze.

Gesteven tafellakens en vertrouw­de menu’s kenmerken Wah Kel. ‘Nu willen mensen speciale gerechten, maar ik wil dat kip naar kip smaakt.’Beeld Illias Teirlinck

Yu Siu-Kan wil nog even iets benadrukken: “Belgen beseffen nog te weinig dat ‘de Chinezen’ niet één cultuur zijn”, zegt hij.“De Chinezen die hier eerst aankwamen en restaurants openden, komen uit Hongkong of Guangdong, Wij spreken Kantonees, geen Mandarijn, en onze families zijn opgegroeid met vrijheid en democratie. Dat is een groot contrast met de nieuwere Chinese migranten van het vasteland.”

Sabina trouwde in 1984 met haar knappe Chinees, en na de geboorte van hun tweede kind leek het de normaalste zaak van de wereld dat ze haar job zou opgeven en mee in de zaak zou werken. Maar dat het een harde stiel is, alle collega’s uit de horeca zullen het beamen. Dat je aan het werken bent als andere mensen vrij zijn, dat je nauwelijks een sociaal leven kan opbouwen.

“Ik zou het niemand aanraden, en zeker mijn eigen kinderen niet”, zegt Sabina. “Wij vonden het belangrijk dat zij konden gaan studeren, en ik ben teleurgesteld dat geen van beiden een hoger diploma heeft gehaald.” Dochter en zoon zijn 32 en 30 nu, dat ze geen horeca-ambities hadden was altijd al duidelijk. “Zelfs helpen in de zaak vonden ze maar niks, ze hebben altijd hun goesting mogen doen.” Yu Siu-Kan haalt gelaten de schouders op: “Je kan kinderen tot niets dwingen, het is geen kinder­arbeid hè.”

Wokgeheimen

Buiten mag de wereld dan veranderd zijn, hier binnen is de tijd blijven stilstaan. Het authentieke oosterse interieur werd al talloze keren gebruikt in films en series. Wat Wah Kel uniek maakt? “Dat we altijd hetzelfde zijn gebleven”, zegt Yu Siu-Kan. “We koken nog met dezelfde recepten als mijn vader. We hebben veel vaste klanten die altijd hetzelfde bestellen. Omdat ze weten: bij Wah Kel zijn we nooit teleurgesteld. Soms zie ik een bestelling binnenkomen in de keuken, en dan weet ik wie er in de zaal zit.”

Of die familiegeheimen ergens in een boekje staan? Nee, het zit allemaal in zijn hoofd. We dromen luidop van een Wah Kel-kookboek, om die honderdste verjaardag te vieren bijvoorbeeld? Hij wuift het weg. “Maar nee, dat interesseert de mensen niet. Tegenwoordig willen ze speciale, nieuwe gerechten, met een lange lijst van ingrediënten. Als ik die bekende chefs soms bezig hoor, over ‘een explosie van verschillende smaken’. Dat wil ik helemaal niet! Als ik kip eet, dan wil ik dat dat naar kip smaakt! Onze Kantonese keuken is heel puur. Het geheim is de wok, die moet gloeiend heet zijn, om alles snel dicht te schroeien. Zo blijft de smaak bewaard, het vlees blijft sappig en de groenten blijven knapperig.”

Na veertig jaar is het stilaan genoeg geweest, dat zwoegen met een hete wok. Hij is 65. “Maar door mij mag hij nog niet met pensioen”, zegt Sabina. “Als we de zaak van de hand doen, dan ben ik werkloos. Serieus, een nieuwe overnemer, hoelang zou die mij in dienst houden? Die oude serveerster gooien ze direct buiten.”

Na een leven van hard labeur dromen ze van mooie reizen. De natuur in: naar de Grand Canyon, naar Nieuw-Zeeland, en naar de gletsjers in Noorwegen en IJsland. Maar de harde cijfers zorgden voor een reality­check. “We hebben onlangs ons pensioen berekend”, zegt Sabina. “Hij krijgt nog geen 1.200 euro, ik 550 euro. Wat voor een leven koop je daarmee? Voor uw tv zitten verkommeren, nee merci.”

Dus is de opdracht duidelijk: nog een paar jaar hard doorwerken en wat sparen en hopen dat er een overnemer komt, eentje met veel centen en goede smaak.

De allergrootste droom? “Ik hoop dat alles een beetje hetzelfde zou blijven”, zegt Sabina. “Het interieur, de sfeer, de menukaart. Het zou hartverscheurend zijn als deze plek verloren gaat.”

Wah Kel, Verversrui 32, 2000 Antwerpen. www.wahkel.com

-----

‘Met een Belgisch restaurant in China zou ik vandaag veel betere zaken doen’

Winhong Leung (52) sluit eind deze maand de deuren

Afhaalrestaurant Tai-Ton in Herentals / opgericht door de vader van Winhong in 1964

Winhong Leung: ‘Ik had gehoopt nog enkele jaren voort te doen. Maar de cijfers liegen niet: dit lukt niet meer.’ Beeld Illias Teirlinck

De leegte is overdonderend. Ooit werd hier gegeten, gedronken en gefeest, in het prachtige oosterse interieur van Tai-Ton. Vandaag is de zaal leeg, de tafels en stoelen zijn weg­geruimd. Klanten komen hier enkel nog over de vloer om bakjes bami en nasi en kippenblokjes in zoetzure saus op te halen. Maar niet meer voor lang. Winhong heeft een droevige primeur voor ons: op 31 maart stopt hij ermee. “Schrijf het maar in de krant, dan staat het helemaal vast. Ik moet het toch stilaan aan mijn klanten beginnen vertellen.”

Dat het met pijn in het hart is, dat wel. “Ik had gehoopt nog enkele jaren voort te doen. Maar de cijfers liegen niet: dit lukt niet meer.”

Ooit was dit adres een begrip in Herentals en ver daarbuiten. In de jaren 70 en 80 ging iedereen die iets te vieren had naar ‘de Kai en Monique’. Kai, dat is Winhongs vader, die op zijn veertien moederziel alleen het China onder Mao ontvluchtte. Winhong heeft het wonderlijke verhaal al vaak gehoord en nog veel vaker moeten vertellen. Hoe zijn vader als jongen naar Hongkong overzwom, en daar in de haven begon te werken als lasser. Hoe hij later aan het werk werd gezet in de machinekamer van een vrachtschip, en heel de wereld rondreisde.

“Toen zijn schip in de haven van Antwerpen aanmeerde, ontmoette hij daar een Chinees die afkomstig bleek uit het dorp naast zijn geboortedorp. Dat waren toen de allereerste Chinese migranten hier. Mijn vader mocht direct in zijn restaurant beginnen werken.”

Toen Kai later een eigen zaak wilde openen, kwam hij begot in de Kempen terecht. Een Chinees restaurant bestond hier nog niet, hij had een gat in de markt gevonden.

Een instant­succes was het, en ook een beetje volksopvoeding. “In de begin­jaren kwam iedereen hier gebraden kip met curry­saus en frieten eten. Mét mayonaise. Dat was een beetje exotisch maar toch niet té vreemd voor de Belgen. Hier stond een aardappelschilmachine en een friet­snij­machine – zo groot als een wasmachine. Kilo’s aardappelen gingen er hier door per week. Pas later zijn ze hier ook onze Kantonese gerechten beginnen ontdekken. Zonder frieten, ja.” (lacht)

Winhong Leung: ‘De serveersters vonden het vroeger nooit erg om laat te werken, want er was ambiance en dikke fooien.’Beeld Illias Teirlinck

Het geheim van het succes? Mama Monique. “Mijn vader had het grote geluk dat hij met een Belgische getrouwd is. Zij deed de zaal, ze had een vlotte babbel en was erg goed met de klanten. Als je als koppel allebei niet goed Nederlands kan, dan verloopt het contact vaak stroef. Maar mijn ouders kenden iedereen en waren direct graag gezien in de gemeenschap hier.”

Het waren de gouden tijden. The American dream in hartje kempen. “Er waren toen veel mensen met geld in deze streek. In Grobbendonk en Vorselaar waren veel diamant­slijpers die ’s avonds laat na de uren doorwerkten. En daarna kwamen ze allemaal hier eten. Tot na middernacht was het hier vaak vollen bak. De serveersters vonden het nooit erg om laat te werken, want er was ambiance en dikke fooien. Toen waren er maar drie zenders op televisie, vandaag komt niemand nog buiten, want ze zitten thuis video’s te kijken en Netflix.”

Er was genoeg personeel, de zaak draaide goed. “Mijn broer en ik moesten wel eens helpen, maar we werden niet ingezet als werkkrachten zoals in sommige gezinnen. Ik heb hier afgewassen en garçon gespeeld in de weekends, maar dat vond ik niet meer dan normaal.”

Dat zijn toekomst echter niet bij de bami en nasi lag, dat wist Winhong wel heel zeker op zijn 18. Hij ging vertaler-tolk studeren, maar hield het na twee jaar voor gezien. “Ik was het studeren beu, en op dat moment was de afweging simpel: vier jaar zwaar studeren en hopen dat je daarna werk vindt, met daartegenover een bloeiende familiezaak. Het leek toen een logische keuze.”

Al snel werd hij chef-kok, met als doel de zaak over te nemen. Maar de patriarch gaf zijn levenswerk niet zo snel uit handen. “Elk jaar opnieuw vroeg ik: ‘Pa, ik ben klaar om de zaak over te nemen.’ ‘Wacht nog maar een jaartje’, zei hij dan. Ik kreeg een loontje uitbetaald als kok, maar ik deed alles: personeel, stock, bestellingen. Hij kwam alleen nog maar het geld ophalen.”

Eindelijk, in 1996 durfde Winhong het toch: “Ik zei: ‘Pa, ik neem de zaak over of ik ben weg.’ Toen had hij mij wel gehoord.”

Niet langer trendy

Vader Kai was nog geen 50 toen hij met pensioen kon en zoon Winhong de zaak overnam. Maar sindsdien is de horeca altijd maar moeilijker geworden, zegt hij. “Mijn vader had nog de luxe dat je makkelijk werkkrachten uit China kon laten overkomen. Met een simpele aanvraag kreeg iedereen toen nog papieren, er was toch werk genoeg. Dat waren geen profiteurs, die gasten kwamen naar hier om het vak te leren, hard te werken en geld te sparen.

“Toen ik jong was, logeerden hier altijd wel wat neven en achter­neven uit China die in de keuken werkten. Sommigen zijn teruggekeerd, maar velen van hen hebben daarna een eigen restaurant of een afhaalzaak opgestart. Nu is dat onmogelijk, de regels op migratie zijn streng. Trouwens, ze zouden niet eens meer willen naar hier komen, hun levens­standaard thuis is enorm gestegen. Waar vind ik vandaag nog een goeie jonge Chinese chef?”

Jarenlang was Winhong chef-kok én zaakvoerder, zijn vrouw Ann werkte in de zaal. Net als zijn ouders de decennia daarvoor, runden ze met hun tweetjes de zaak én een gezin met twee kinderen. In 2014 werd hier nog de vijftigste verjaardag van Tai-Ton gevierd. Maar de Chinese keuken was toen al lang niet meer nieuw of trendy, de concurrentie werd alleen maar groter. En het lot spaarde hen niet: vier jaar geleden raakte Winhongs vrouw deels verlamd door een beroerte.

“Mijn dochter is met haar hogere studies gestopt om de bediening van haar over te nemen, maar heeft altijd gezegd dat het maar tijdelijk is. Dat is even slikken, maar ik snap dat ook. Ik gun mijn kinderen een ander leven.”

De zoon studeerde handels­weten­schappen aan de KU Leuven, vond de liefde bij een Erasmus-studente en volgde haar naar Slovenië. “Het was mooi geweest als onze kinderen in de zaak hadden willen stappen, maar je kan dit alleen doen als je het echt wil. Zij hebben heel hun leven gezien wat het inhoudt en hoe hard hun ouders hebben moeten werken. Ik zie vaak dat de jongere gasten met Chinese roots extra gemotiveerd zijn om goed hun best te doen op school en een goeie job te vinden.”

Frietchinees

Sinds twee jaar is er geen zaalbediening meer, enkel afhaal. Het steekt een beetje, als Winhong de groeiende concurrentie met brommertjes pizza en pitta ziet rondrijden. Thuislevering doet hij niet, en volgens Winhong bestaan er veel vooroordelen over de Chinese keuken. “Mensen willen fastfood, maar wat wij hier maken is heel arbeids­intensief. We maken alles vers, ik sta hier een hele avond groenten heel fijn te snijden. Doorheen de jaren ben ik mijn recepten ook blijven verfijnen, en soms maak ik speciale creaties, met Belgisch witloof of asperges.”

Terwijl Winhong ook weet wat je moet doen om makkelijker geld te verdienen – herinner u hoe ‘friet­chinees’ in 2012 woord van het jaar werd. “Uitbaters met een afhaal­chinees die niet goed draaide, begonnen een frituur. Dat is makkelijk: alles wordt diepgevroren kant-en-klaar geleverd, je moet dat maar in het vet gooien en klaar.”

Eind maart gaat hier de laatste ‘chop choy speciaal’ over de toonbank. “Ik heb al bespaard op personeel en doe alles zelf: de bestellingen, alle bereidingen, tot de opkuis van de keuken achteraf. Enkel in het weekend heb ik hulp van jobstudentes en een flexi-jobber.” Ironisch genoeg heeft hij vandaag het beste team ooit, zegt hij, maar de cijfers liegen niet. Dit is financieel niet meer haalbaar.

Winhong is 52, en moet nog vijftien jaar werken voor hij met pensioen kan. Na meer dan dertig jaar in de keuken begint het zware fysieke werk zich soms te wreken. “Ook mijn vrouw heeft wat zorg nodig. Het zou beter zijn als ik wat normalere uren zou werken.”

De grote vraag: wat hij gaat doen? “Geen idee. Ik ga binnenkort met een jobcoach praten. Alles ligt open. Dat is beangstigend maar ook spannend, ik heb wel zin in een nieuwe uitdaging. Ik ben altijd een goeie baas geweest om mee samen te werken, denk ik, en ik kan goed met mensen overweg.”

Misschien kan hij nu eindelijk zijn talenkennis te gelde maken, met op zijn cv Kantonees, Spaans, Engels, Duits, een beetje Italiaans en als moedertaal Nederlands met een mooie Kempische tongval.

‘Mensen willen fastfood, maar wat wij hier maken, is heel arbeids­intensief.’Beeld Illias Teirlinck

Een familiezaak sluiten, na 55 jaar. Hij vertelt het droogjes en feitelijk, maar ergens achter de minzame glimlach gaan veel gemengde gevoelens schuil. “Ik heb dit altijd graag gedaan. Er is niks mooier dan het ondernemerschap, ik heb ervan genoten om mijn klanten blij te maken en heb hier geweldige mensen leren kennen. Maar de keerzijde van de medaille is er ook: het is keihard werken, en problemen met personeel hebben me vaak kopzorgen bezorgd.”

Hij ziet hoe zijn collega’s er één voor één mee ophouden. “De afhaal­chinees zal stilaan verdwijnen, denk ik. De jongere generatie die hier is opgegroeid, heeft andere ambities. In één generatie is er veel veranderd. Mijn vader kwam naar hier als vluchteling, op zoek naar een beter leven. Vandaag zou ik beter terug naar China gaan om geld te verdienen. Met een Belgisch restaurant in China kan je vandaag véél betere zaken doen dan met een Chinees restaurant in België.”

Tai-Ton, Bovenrij 41, 2200 Herentals.

----

‘Chinese restaurants mogen best wat trotser zijn’

Keith Choi (44) en San Fu Su (36) willen bewijzen dat er wel een toekomst is voor Chinese restaurants

Restaurant Bentosan is gespecialiseerd in hotpot en ‘progressieve Aziatische gerechten’ / opgericht met hun twee in 2019

Keith Choi en San Fu Su: '‘Vandaag moet je vernieuwend zijn om te overleven. Het volstaat niet meer om gewoon lekker eten te serveren.’ Beeld Illias Teirlinck

Nee, het is niet voor een reactie over het corona­virus dat we hier komen aankloppen. Nog nooit hebben de restaurants in het Antwerpse Chinatown zoveel persaandacht gekregen als de voorbije weken. Maar dat het hier zo rustig is op straat, heeft evenveel met het regenweer te maken, zo luidt het. En dat haast álle restaurants in ons land het zwaar hebben, heeft tal van redenen, noem ze maar: de witte kassa, de loonkost, de regels op BTW-aftrek. “Laat één ding heel duidelijk zijn”, zegt Keith. “De tijd dat je met een restaurant makkelijk veel poen kon scheppen, is al lang voorbij. Je moet dit alleen maar doen uit passie.”

Dat die passie er bij hem in zit, stelde Keith tot zijn eigen verbazing vast, want vele jaren had hij er alles aan gedaan om maar niet in de horeca terecht te komen. Zijn grootvader had een Chinees restaurant in Sint-Niklaas, zijn vader baatte een zaak uit vlak bij Chinatown. Keith deed ervaring op in de reissector, organiseerde evenementen en opende een pop-up­restaurant in de zomer. Met telkens als rode draad de liefde voor zijn roots.

“Mijn ouders waren 7 en 17 toen ze uit Hongkong hierheen kwamen, hun ouders woonden hier al. Dat ging wel vaker zo: eerst werk zoeken en een leven opbouwen, en later de kinderen laten overkomen. Mijn mama is als klein meisje in haar eentje op het vliegtuig gezet.”

Ze werden heel modern en westers opgevoed, zegt Keith, maar de connectie met de Chinese gemeenschap heeft hij nooit verloren. Zo organiseert hij samen met zijn broer Joe elk jaar de Drakendans tijdens de Chinese nieuwjaarsviering.

Na het pop-up­avontuur groeide de goesting om een klein restaurant te starten, maar de toplocaties bleken onbetaalbaar. “Het was mijn liefde voor Chinatown die me hier terug deed belanden. Ik ben opgegroeid in deze wijk, maar ze heeft veel van haar glans verloren. Sommige restaurants zijn aan het verouderen, de tweede generatie is aan het uitbollen en ik zie haast geen jongeren die nog mee in de zaak van hun ouders stappen. Enkel de nieuwere Chinese migranten van het vasteland zie je soms nog zaken overnemen. Terwijl het potentieel hier enorm is.”

Inspiratie en hoop put Keith uit zijn trips naar Londen en Amsterdam, waar hippe Aziatische restaurants als Happyhappyjoyjoy de toon zetten. “Hier bestaat het cliënteel vooral uit de lokale Chinese gemeenschap, toeristen en de diehard culinaire meerwaardezoekers. Maar het hippe jonge volk zit op het Zuid of het Eilandje. Het doet me pijn dat deze wijk niet naar waarde geschat wordt. Wij willen de wijk een impuls geven, en misschien volgt dan de rest.”

Hotpot

Keith opende Bentosan vorige zomer samen met Fu, een chef-kok met Chinees-Vietnamese roots die een klassieke koks­opleiding volgde en tonnen horeca-ervaring heeft. Op het menu staat huisgemaakte Chinese dimsum, maar ook Koreaanse bibimbap, en Thaise kokos­soep. Geen chop choi of zoetzure saus te bespeuren.

Eerst was het plan om een hotpot-restaurant te openen – een traditionele Chinese fondue, die tegenwoordig über­trendy is van Kopenhagen tot New York. “We willen verschillende opties bieden, want hotpot is hier nog niet zo bekend. Er is al zoveel fantastisch Chinees eten in de straat, wij willen ruimer gaan, en zo kunnen we zien wat er het beste aanslaat.”

Keith droomt ervan om uit te breiden, dit moet het startpunt zijn voor een tweede of derde zaak, events, catering, een web­shop met Aziatische snacks. Veel is nog toekomstmuziek, maar in zijn hoofd bruist het van de plannen. ‘Een concept’ moet het worden, zegt hij.

Dat is een groot contrast met vroeger. “De eerste generatie Chinese migranten uit Hongkong openden een restaurant uit noodzaak”, vertelt Keith. “Je had geen diploma nodig. Als je bereid was om hard te werken, dan was je vertrokken.”

Beeld Illias Teirlinck

“De tweede generatie heeft dat ook nog kunnen volhouden, vaak koppels die zich met hun twee in de zaak kapot werkten. Zo kan je net je kost verdienen en je kinderen eten geven, maar daarmee bouw je geen business uit. De jongere garde heeft gestudeerd en gereisd, wij bekijken het anders. Ik zit heel de tijd aan mijn computer: foodcost berekenen, statistieken analyseren, social media updaten, persberichten schrijven. Het is een bescheiden begin, we doen alles met ons twee. Ik heb zelfs de menu­kaarten en de website helemaal zelf gemaakt. Maar zodra het kan, zet ik personeel in om verder te kunnen groeien.

“Pas op, ik wil echt niet klinken alsof ik het allemaal beter weet dan mijn collega’s hier in de straat, verre van. Maar het is gewoon noodzakelijk. Vandaag moet je heel vernieuwend zijn om te overleven. Het volstaat niet meer om gewoon lekker eten te ser­veren.”

Hij zegt het aarzelend, wil niemand beledigen, dus zeggen wij het maar: de Aziatische keuken is populair, op hippe locaties vind je fancy noodle­bars, dimsum­restaurants en street­food­ketens. Maar waarom zijn het niet de mensen uit de eigen gemeenschap die ermee durven scoren? “Op een of andere manier hebben we dat minder­­waardig­heids­­gevoel meegekregen: je bent maar een Chinees, hou je maar koest, verwacht niet te veel.

“Onze gemeenschap veroorzaakt nooit problemen, je hoort ons niet en ziet ons niet. We trekken onze plan wel. Maar we mogen ons toch af en toe eens laten gelden?”

Die bescheiden houding vertaalt zich ook in hun manier van zakendoen, zegt Keith. “Ik zie iedereen op safe spelen, we durven niet te experimenteren. En wat typisch Chinees is: goedkoop en veel, dan blijft de business goed draaien, zo is de redenering.”

Maar Belgen gaan er snel vanuit dat goedkoop eten van minderwaardige kwaliteit zal zijn. “Onzin”, zegt Keith. “Ik ken hier tal van zaken die fantastisch lekker eten maken, maar hun prijzen eigenlijk te laag houden. Zo kan hun business nooit groeien. Terwijl andere horeca-ondernemers bij ons inspiratie komen halen, en direct op een toplocatie investeren met een chic interieur. Maar die middelen en connecties hebben wij niet.”

Hier in de straat vinden ze het raar, die ambitie van jonge gasten. “Ik snap het soms ook niet zo goed. Het is keihard knokken voor weinig geld. Maar ik heb te veel goesting om dit te doen. Ik wil bewijzen dat het kan. En weer wat meer fierheid geven aan de Chinese horeca.”

Bentosan, Van Wesenbeke­straat 40, 2060 Antwerpen. www.bentosan.be
Delivery via deliveroo.be en takeaway.com.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234