Maandag 25/01/2021

Achtergrond

Het Chinees-Europese investeringsverdrag: vooral de Brusselse ambities zijn niet waargemaakt

Charles Michel, voorzitter van de Europese raad, in overleg met China over het investeringsverdrag.Beeld Photo News

Na zeven jaar moeizaam onderhandelen hebben China en de Europese Unie op de valreep van 2020 de laatste plooien gladgestreken voor een investeringsverdrag. Europese bedrijven krijgen iets meer mogelijkheden op de Chinese markt, maar veel Brusselse ambities zijn niet waargemaakt.

Waarom is een Europees investeringsverdrag met China nodig?

Europese lidstaten regelden hun zakenrelatie met China via bilaterale handelsovereenkomsten. Dat leidde tot niet alleen een lappendeken van afspraken met grote onderlinge verschillen, maar Peking kon ook gemakkelijk individuele regeringen paaien met voordeeltjes voor hun bedrijven, terwijl aanlokkelijke sectoren voor andere lidstaten gesloten bleven. Het investeringsverdrag dat straks in 2022 die 26 bilaterale afspraken vervangt, garandeert alle lidstaten dezelfde kansen.

Een ander doel is het gelijktrekken van de toegang tot elkaars economieën, want de EU heeft open markten en China schermt grote delen van zijn economie af.

Wat levert het de EU op?

Meer mogelijkheden om producten aan Chinezen te verkopen in voorheen voor buitenlandse bedrijven ontoegankelijke sectoren, zoals telecom, luchtvaart, dataopslag in clouddiensten en financiële dienstverlening. Niet alle sectoren gaan helemaal open, en zeker niet alles is te danken aan dit investeringsverdrag, maar Duitse automakers verheugen zich op de Chinese markt voor elektrische voertuigen. De Fransen zijn geporteerd van nieuwe investeringsmogelijkheden in privé-ziekenhuizen in grote steden zonder de oude verplichting dat met een Chinese joint venture-partner te doen.

Het verdrag doet ook iets tegen voortrekkerij van staatsbedrijven met subsidies en de verplichting tot overdracht van technologie aan Chinese joint venture-partners. China heeft echter al wat stapjes in die richting genomen, onder meer met een dit jaar ingevoerde wet voor álle buitenlandse investeerders. Daar profiteren Europese bedrijven van mee, ook zonder dit verdrag.

Is Peking dan de winnaar?

Geopolitiek gezien wel. China behoudt zo toegang tot de Europese markt in een steeds grimmiger klimaat dat vervuld is van argwaan tegenover Peking. China was gebeten op een diplomatiek succes als triomfantelijk einde van een moeilijk jaar, waarin Brussel steeds sceptischer tegenover Peking kwam te staan.

Tweede winstpunt was de timing, essentieel voor China. In de overgangsfase tussen twee presidenten kan de aanstaande regering-Biden zich niet intensief bemoeien met het verdrag, terwijl Washington en Brussel juist veel zorgen delen. Bijvoorbeeld over Chinese staatssteun voor investeerders op overnamepad in het buitenland, de Chinese gretigheid zich meester te maken van gevoelige sectoren zoals hightech, vermeende spionage en aanhoudende, verontrustende berichten over dwangarbeid door de Oeigoeren, een islamitische minderheid. 

Nu het verdrag er ligt, is de Chinese angst van tafel dat de EU door Washington verder in het anti-Chinese kamp wordt gezogen, voordat Peking zijn eigen afspraken met Brussel heeft kunnen maken. Brussel had drie weken kunnen wachten op Bidens inauguratie, maar dan lijkt  Brussel een schoothondje van de Amerikanen. Dat past niet bij het Europese streven naar ‘strategische autonomie’.  

Heeft de EU dan zelf Chinese concessies losgekregen over dwangarbeid?

Nee.  Even leek het er vorige week op dat het hele verdrag daardoor op de klippen liep, want Polen en Frankrijk verzetten zich tegen een ‘verwaterd’ verdrag dat hen in ijltempo door de strot werd geduwd.

Zeven jaar geleden veronderstelde de EU nog dat China zich aan Europese normen zou houden door zo een verdrag. Nu is China zo machtig dat het volgens EU-functionarissen al heel wat is, als deze afspraken voorkomen dat de normen van het Chinese economische model wereldwijd gemeengoed worden.

Neem dwangarbeid, in China een normaal verschijnsel. Daar gelden werk en economische ontwikkeling als een van de meest fundamentele mensenrechten. Ook inwoners van de Volksrepubliek die politiek worden heropgevoed tot gehoorzame burgers, zullen werken, desnoods gedwongen. In 2013 werden de beruchte werkkampen afgeschaft, om in andere gedaantes terug te keren. Peking hervormt op zijn eigen manier en in eigen tempo, en zeer niet op grond van verdragsverplichtingen.

Heel ambitieus had Brussel een ratificatie van de normen van de Internationale Organisatie voor Arbeid (ILO) als harde voorwaarde gesteld, met name afschaffing van dwangarbeid en het in China niet geldende recht op onafhankelijke vakbonden. Al sinds China’s toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 2001 belooft Peking ‘te streven’ naar acceptatie van dit soort ILO-normen. Eenzelfde belofte staat in dit EU-verdrag.

Beter dan dit wordt het niet, is de stemming in Brussel. Aan het Chinese ‘streven’ werk te maken van zijn internationale arbeidsrechtelijke verplichtingen is geen termijn verbonden, laat staan een sanctiemechanisme om Peking tot actie te dwingen. Ja, er komt een commissie van deskundigen. Die zal jaarlijks rapporteren over de voortgang op dit terrein. Vandaar dat Europarlementariërs en gerenommeerde China-experts schamperen dat de passages in het verdrag over arbeidsrechten de inkt niet waard zijn, zo weinig is er bereikt.

Heeft Brussel alleen oude Chinese beloftes binnengehaald?

Als het gaat om de arbeidsrechten van Chinese staatsburgers wel. Brussel heeft echter zijn poot stijf gehouden om de eigen markt te beschermen. Peking vroeg meer toegang tot de Europese energiesector, maar Chinese zonnepanelen en windturbines krijgen een beperkt marktaandeel van vijf procent. Chinese bedrijven mogen ook actief worden in de Europese maakindustrie, groothandel en winkelsector.

Gevreesd werd dat de EU onder Chinese druk zijn kersverse instrumenten zou opofferen, die net zijn ingesteld om de Europese markt te behouden voor al te voortvarende Chinese economische expansie. Bijvoorbeeld een investeringstoets om veiligheidsbelangen te beschermen, en de nieuwe controle op de rol van staatsbedrijven bij Chinese overnames in Europa. Die instrumenten blijven van kracht, maar de andere kant van de medaille is dat Europese bedrijven op grond van Chinese wetgeving net zo goed kunnen worden geweerd.

China gaat wel openheid geven over staatssubsidies in de dienstensector. Dat is een beperkte vooruitgang, want inzicht in de manier waarop China zijn industrie financieel spekt, regelt het verdrag niet. Dat is namelijk al geregeld door de Wereldhandelsorganisatie, en met die verplichting maakt China ondanks negentien jaar WTO-lidmaatschap geen haast.

Ook gaf Peking niet toe op het gebied van arbitrage: het Europese systeem om handelsgeschillen te beslechten wijst Peking resoluut af. Hoe dat dan wel moet, wordt uiterlijk over twee jaar opgelost voordat het verdrag ingaat.

Is de zaak hiermee beklonken?

Nee, want het Europees parlement moet het verdrag eerst goedkeuren. Dat wordt een pittige discussie met een onzekere uitkomst. Het Europarlement heeft zich het afgelopen jaar ontpopt tot stevige criticus van Peking. En juist die dwangarbeid door met name de Oeigoeren, daar heeft het Europarlement zich nog geen maand geleden glashelder in een resolutie tegen gekeerd. Dat daar alleen lippendienst aan wordt bewezen valt verkeerd, en niet alleen bij de China-specialisten. Ook parlementariërs met handel in hun portefeuille zijn verbolgen over de geheimzinnigheid van de onderhandelingen en de manier waarop Duitsland als EU-voorzitter de deal heeft doorgedrukt. 

Nu smelt deze  verontwaardiging in de regel snel weg bij het zien van alle kansen voor het bedrijfsleven, maar de verontwaardiging over dit lichtelijk magere verdrag is zit wel heel diep. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234