Donderdag 17/06/2021

AnalyseBrugpensioen

Het brugpensioen is op sterven na dood. Maar is dat ook een goede zaak?

Even uitrusten op een bankje aan de Costa Blanca in Spanje. De Belg eindigt zijn actieve loopbaan gemiddeld op 60,7 jaar. Beeld Joel Hoylaerts/Photo News
Even uitrusten op een bankje aan de Costa Blanca in Spanje. De Belg eindigt zijn actieve loopbaan gemiddeld op 60,7 jaar.Beeld Joel Hoylaerts/Photo News

Ondanks een hernieuwde strijd van de vakbonden om de voorwaarden te versoepelen is het brugpensioen op sterven na dood. Is dat ook een goede zaak? Zijn we effectief allemaal langer gaan werken of blijven Belgen andere uitwegen zoeken?

Het is zonder meer een van de belangrijkste evoluties op de arbeidsmarkt van deze eeuw: het uitdoven van het brugpensioen, tegenwoordig SWT genoemd. Van wat ooit een klein leger was, is de laatste colonne bezig aan haar zwanenzang.

Terwijl tien jaar geleden nog meer dan 120.000 mensen in het systeem zaten om vroeger te stoppen met werken, zijn dat er nu nog minder dan 35.000. Tegen eind dit jaar zullen er alweer zowat 10.000 het systeem verlaten hebben, terwijl de instroom jaar na jaar daalt. Toch blijven de vakbonden ervoor strijden bij de lopende sociale onderhandelingen (zie kader), terwijl ze nochtans zelf beseffen dat het een aflopend verhaal is.

De implosie van het systeem kwam er nadat achtereenvolgens de regering-Di Rupo en de regering-Michel de voorwaarden stap voor stap hebben verstrengd. De reguliere leeftijd voor brugpensioen ligt intussen op 62, al zijn er nog uitzonderingen voor bedrijven in moeilijkheden (60 jaar) of bij zware beroepen (59 jaar).

Tegelijk betalen bedrijven een hogere toeslag als ze iemand wandelen sturen én moet wie met brugpensioen gaat zich beschikbaar houden voor de arbeidsmarkt. Daardoor is het systeem minder aantrekkelijk voor zowel de werkgever als de werknemer.

Het uiteindelijke doel was om Belgen langer aan de slag te houden, maar is dat ook gelukt?

Meer 55-plussers actief

Het aandeel werkenden in de groep 55 tot 65 jaar oud is in elk geval spectaculair gestegen. In 2010, net voor het systeem strenger werd, was nog 37,3 procent van die leeftijdsgroep aan de slag. Tien jaar later, in 2020, was dat 53,3 procent. “Zelfs in het afgelopen coronajaar is het aandeel werkenden blijven toenemen”, zegt professor Sarah Vansteenkiste (KU Leuven) van het Vlaams Steunpunt Werk, dat de cijfers nauwgezet bijhoudt. “Daarmee is die leeftijdsgroep een uitzondering.”

Hoewel er in de huidige generatie 55-plussers vanwege de emancipatie heel wat meer vrouwen aan de slag zijn, is die stijging duidelijk toe te schrijven aan de afschaffing van het brugpensioen. Ook mannen werken vandaag meer na hun 55ste. Tegelijk blijkt dat de Belg effectief langer blijft doorwerken. In 2018, het laatste jaar waar cijfers voor beschikbaar zijn, beëindigde de gemiddelde Belg zijn carrière op 60,7 jaar. Tien jaar voordien was dat nog 59,1 jaar.

Toch blijven we ten opzichte van veel buurlanden achterophinken. In Nederland is van de 55-plussers meer dan 70 procent aan de slag, net als in Duitsland. Het EU-gemiddelde ligt op 60 procent. Ook wat betreft de effectieve uitstapleeftijd bengelen we aan de staart van het OESO-peloton. Alleen landen als Frankrijk, met een erg vroege wettelijke pensioenleeftijd, tekenen gelijkaardige cijfers als België op.

Ooit was het verschil met Nederland niet zo groot, zegt Jan Denys van arbeidsmarktspecialist Randstad. De Nederlanders kwamen tijdens de jaren zeventig met een vorm van brugpensioen, de zogenaamde vervroegde uittreding. “Het was crisis, waardoor er weinig jobs voorhanden waren. Tegelijk kwamen er massaal veel jongeren op de arbeidsmarkt. Dat was een echte schok”, zegt Denys. “Wel meer landen kozen voor een systeem waarbij de ouderen versneld plaats konden maken voor de aanstormende generatie.”

Maar waar Nederland in de jaren negentig de vervroegde uittreding afbouwde en finaal afschafte, gingen wij de andere kant op. Het brugpensioen werd juist nog versoepeld. Terwijl de werkzaamheidsgraad bij onze noorderburen in de groep 55-plus sindsdien alleen maar steeg, bleef die bij ons lang stagneren. “We gaan er nu duidelijk op vooruit, maar onvoldoende om de achterstand van destijds weer in te lopen”, zegt Denys.

Mentaliteitswijziging

Zeker begin jaren 2000 was stoppen met werken voor je zestigste voor heel wat mensen de norm. Bij herstructureringen liep de brugpensioenleeftijd bovendien soms dramatisch terug. In 2010 konden daardoor heel wat werknemers bij de sluiting van Opel Antwerpen al op hun vijftigste afzwaaien. Dat is nu ondenkbaar geworden.

Sindsdien zijn de schroeven fors aangedraaid, met een belangrijke maatschappelijke mentaliteitswijziging tot gevolg. Terwijl tot tien jaar geleden iemand op zijn vijftigste al begon uit te rekenen wanneer hij kon stoppen met werken, begint die oefening nu pas tegen dat de zestig in zicht komt.

Ook langs werkgeverskant kijken ze met andere ogen. “Vroeger kreeg iemand van boven de 45 al intense outplacementbegeleiding bij ontslag, omdat hij maar moeilijk aan de bak zou geraken”, zegt Denys. “Nu schrijven heel wat werkgevers mensen boven de 55 niet langer bij voorbaat af.”

Jan Denys van arbeidsmarktspecialist Randstad:
Jan Denys van arbeidsmarktspecialist Randstad: "Alles is beter dan niet werken."Beeld Photo News

De vakbonden beseffen dat het brugpensioen stilaan de uitzondering is geworden. Meer nog, ze voeren dat net als argument aan om versoepelingen af te dwingen. Het gaat om een beperkte groep, zo veel gaat het schatkist niet kosten, klinkt het. Waarom zou je een aantal specifieke gevallen niet via die weg uit de nood helpen? Om een idee te geven: vorig jaar waren er 3.360 mensen die het brugpensioen opnamen, van wie 650 in een bedrijf in moeilijkheden en 620 met een zwaar beroep.

Zeker bij herstructureringen kiest de werknemer er niet voor om zelf te vertrekken. En hoewel er nog steeds grote krapte bestaat op de arbeidsmarkt hebben ze volgens de bonden vaak niet het juiste profiel om de openstaande vacatures in te vullen. Ook voor zware beroepen willen ze een uitzondering, omdat de vorige regering er niet in geslaagd is voor die groep een regeling uit te werken om vroeger met pensioen te gaan.

Toch zou volgens professor Vansteenkiste een nieuwe versoepeling een verkeerd signaal zijn. “Gezien de vele vacatures hebben we iedereen nodig, dan kun je niet met de boodschap komen dat sommigen toch weer wat vroeger mogen stoppen? Bovendien heeft zowel de Vlaamse als federale regering in het regeerakkoord de ambitie uitgesproken om 80 procent van de bevolking aan de slag te krijgen, dan kun je voor 55-plussers niet het omgekeerde doen.”

Volgens Denys wordt dit dossier binnen de Vivaldi-regering een belangrijke stresstest voor Open Vld en CD&V. “De linkse regeringspartijen, de PS op kop, zetten samen met de bonden druk. Maar als de regering dit toestaat, staat de deur open voor verdere versoepelingen van het brugpensioen. Zeker als straks de economische schade groter blijkt dan verwacht.” Ook voor de werkgevers is een versoepeling van het brugpensioen niet bespreekbaar.

Veel langdurig zieken

Toch is de afbouw van het brugpensioen zeker geen eenduidig succesverhaal. Zo is het aantal langdurig zieken in de groep tussen 55 en 65 jaar in tien jaar bijna verdubbeld: van ruim 100.000 in 2010 tot bijna 200.000 in 2020, zo blijkt uit cijfers van het Riziv.

Die evolutie komt niet uitsluitend door het verdwijnen van het brugpensioen. Zo neemt het aantal langdurig zieken toe in alle leeftijdscategorieën, al is de stijging het sterkst bij de 55-plussers. Bovendien geeft de vergelijking in absolute cijfers een licht vertekend beeld. Het totale aantal Belgen tussen 55 en 65 is immers door de babyboomgeneratie de voorbije jaren fors gegroeid. “Ook de vergrijzing van de bevolking speelt een rol”, stipt het Riziv aan.

De link tussen het brugpensioen en de langdurig zieken valt echter niet te ontkennen. “Uit onderzoek blijkt dat wanneer mensen zelf aangeven dat ze nog een bepaald aantal jaren kunnen werken, ze ook na die periode effectief stoppen met werken”, zegt professor arbeidsgeneeskunde Lode Godderis (KU Leuven). “Als ze geen beroep kunnen doen op het brugpensioen zoeken ze dus een andere uitweg in het systeem.”

Bovendien, zo geeft Godderis aan, is het nu eenmaal zo dat wie ouder is dan zestig gemakkelijker in een ziekteuitkering terechtkomt. “De kans op chronische aandoeningen neemt toe met de leeftijd. Op dat vlak is die zestig jaar echt een kantelpunt.”

Het is aan de overheid om ook in te zetten op het draaglijker maken van langer werken. “Eerder dan extra controle op langdurig zieken moeten we veel meer preventief werken en vermijden dat mensen afhaken”, zegt Godderis.

“Ook werkgevers moeten worden aangezet om de omstandigheden te creëren waarin oudere werknemers nog optimaal kunnen renderen. Nog al te vaak wordt dat als een last gezien, terwijl kleinere ingrepen al een groot verschil kunnen betekenen. Binnen het team kunnen afspraken gemaakt worden om de taken anders te verdelen of de uurroosters aan te passen. Zo kom je tot een gedragen oplossing.”

Landingsbanen

De grote ziekte-uitval is meteen een van de redenen waarom de vakbonden inzetten op de uitbreiding van de zogenoemde landingsbanen. Daarmee kunnen werknemers halftijds of vier vijfde gaan werken als het pensioen stilaan in zicht komt. Zo kunnen de laatste jaren op een meer ontspannen manier worden volgemaakt. Met meer dan 30.000 mensen in het systeem is dat, meer nog dan de brugpensioenen, de echte inzet van de lopende onderhandelingen binnen de Groep van Tien. De werkgevers zijn ook bereid daarover te spreken. De bonden vragen dat de minimumleeftijd nu op 55 wordt gelegd, terwijl dat tot begin dit jaar 55 voor vier vijfde was, en 57 voor halftijds.

Niet alle experts zijn overtuigd. Een studie van Steunpunt Werk uit 2015 toont aan dat landingsbanen niet per se helpen om mensen langer aan de slag te houden. Vaak gaat het om mensen die al denken aan stoppen en op zoek zijn naar een uitweg. Bovendien: als 55-plussers minder gaan werken, wat dan met de krapte op de arbeidsmarkt?

“Alles is beter dan niet werken”, zegt Denys. “Maar wat als mensen al twaalf jaar voor hun wettelijk pensioen beginnen uit te bollen en deeltijds werken? Ook dat kan niet de bedoeling zijn.”

ABVV wil brugpensioen vanaf 58 jaar

De vakbonden hebben een versoepeling van het brugpensioen opnieuw op tafel gelegd. De socialistische vakbond ABVV wil de minimumleeftijd terugbrengen naar 58 jaar voor bedrijven in moeilijkheden en voor mensen met een zwaar beroep. Momenteel ligt die grens op respectievelijk 59 en 60 jaar, maar die zou normaal gezien automatisch naar 60 jaar gaan. Ook de christelijke bond ACV wil de leeftijdsgrens lager houden.

De Groep van Tien, met daarin de toppers van werkgevers en vakbonden, zit momenteel in de laatste fase van de onderhandelingen over het interprofessioneel akkoord. De sociale partners clashten eind april over maximale loonopslag van 0,4 procent, waarna de regering moest tussenkomen. Bonden en werkgevers kregen wel de kans om verder te praten over andere thema’s, zoals het brugpensioen, landingsbanen en hogere minimumlonen.

Werkgevers hopen vooral meer flexibiliteit voor overuren en nachtwerk uit de brand te slepen, maar huiveren voor een soepeler brugpensioen. Een akkoord is mogelijk, zo valt te horen bij de onderhandelaars. Deze voormiddag kwamen ze opnieuw samen, zonder succes. Maandag praten ze verder.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234