Donderdag 22/10/2020

Wielrennen

Het brokkenpeloton anno 2017: "Er moeten eerst zware accidenten gebeuren vooraleer iets doordringt"

In een gestresseerd peloton is het geen sinecure om recht te blijven. "Als je op het einde van je carrière kan terugkijken op een sleutelbeenbreuk, dan mag je van geluk spreken", zegt Hans De Clercq.Beeld Photo News

Bij het startschot van de Baloise Belgium Tour hoort morgen een venijnige terugslag naar de verschrikking die de rittenkoers vorig jaar te beurt viel. De aanrijding van Stig Broeckx bracht toen een storm aan verontwaardiging teweeg, die in een kibbelende wielerwereld niet verder raakt dan een glas water.

“De renners reden aan zeventig, tachtig per uur de Baraque Michel naar beneden, zonder bij te trappen. Een mooie brede weg hoor, vliegtuigplein breed zelfs. Op zo’n moment het peloton voorbijsteken houdt echter risico’s in.” Hans De Clercq, ploegleider bij Sport Vlaanderen-Baloise, reed die bewuste 28 mei achter het peloton en herinnert zich de kritieke botsing van mobiele seingever en wielermeute nog haarscherp. De immer goedlachse Stig Broeckx kreeg die dag een zware rekening gepresenteerd: twee bloedingen in de hersenen en een comateuze toestand, die uiteindelijk vijf maanden zou aanslepen. Menselijk leed dat wellicht vermeden was als een regulator achter het peloton het gemotoriseerde verkeer in goede banen had geleid.

Zo kort na de fatale aanrijding van Antoine Demoitié in Gent-Wevelgem, lokte het incident een zowaar nog grotere storm aan verontwaardiging uit. Die leidde in een kortstondig moddergevecht tot krasse beschuldigingen over gebrekkige omkadering en verdorven mentaliteit, volgens Tom Boonen ook bij de renners zelf. Terwijl hun collega Broeckx één jaar na de feiten met dezelfde strijdlust aan zijn – volgens recente berichtgevingen – ‘miraculeuze’ revalidatie werkt, zullen diezelfde renners vandaag weer aan een rotvaart over Belgische wegen snellen. 

Een halfuur na de safety car weliswaar, die voor het peloton uitrijdt om onvoorziene hindernissen te signaleren. Een primeur waarmee sponsor en verzekeraar Baloise maar al te graag uitpakt. Tonen dat je als organisator veiligheid promoot, is tegenwoordig bon ton, maar met een peloton dat elk jaar een stressinjectie lijkt te krijgen, is het vooral de vingers kruisen dat er geen onheil wacht op het asfalt.

Mobiele seingevers

“Ik blijf herhalen dat er weinig zware ongelukken gebeuren in het wielrennen”, zegt Philippe Mariën, veiligheidscoördinator bij Belgian Cycling (de opgesmukte KBWB). Hij betreurt dat de mobiele seingevers vorig jaar de gebeten hond waren. “Die mensen doen hun job met veel passie voor de sport. Vergeet ook niet dat al die motards er net zijn om de verschillende belangen te verdedigen. Mobiele seingevers voor de veiligheid, tv en fotografen voor de commerciële belangen en volgwagens voor het sportieve kader.”

"De tijd dat je bijvoorbeeld een signaalgever drie pistolets en een paar pinten kon geven, is voorbij", ziet Mariën.Beeld Michiel Martin

“Maar de realiteit is wel dat het steeds moeilijker wordt”, zucht Mariën. “De tijd dat je bijvoorbeeld een signaalgever drie pistolets en een paar pinten kon geven, is voorbij. Veiligheid kost nu eenmaal geld. Daarnaast is ook de verkeerssituatie veel complexer geworden. Waar kom je in Vlaanderen nog open ruimte tegen? Of een weg zonder verkeersmeubilair? Bijna nergens.”

Zeggen dat er niets veranderd is, zou te streng zijn. Sinds de commotie heeft Belgian Cycling de reeds bestaande beperkingen voor mobiele seingevers uitgebreid en er zijn twee nieuwe functies gecreëerd: ‘technical delegates’ die op voorhand gevaarlijke parcourspunten opsporen en regulatoren die vanop de moto het verkeer voor en achter het peloton in goede banen te leiden. “Waar we ook op hameren is een way-out en way-in, een soort sluipweg waardoor motards het peloton niet meer voorbij hoeven”, zegt Mariën, al beseft hij dat de kous daarmee nog niet af is. “Het is een heel pakket dat we moeten aanpakken, maar Rome is ook niet op één dag gebouwd.”

Philippe Mariën is veiligheidscoördinator bij Belgian Cycling en ook actief als UCI-commissaris.Beeld Michiel Martin

Het blijft wel de wedstrijdorganisatie die de eindverantwoordelijkheid. De Clercq zet de veiligheidslijnen uit voor Gent-Wevelgem en weet sinds de tragedie met Demoitié dat het noodlot overal kan toeslaan. “Binnen Flanders Classics passen we de ingevoerde maatregelen al een vijftal jaar toe en we hebben ze verkondigd naar iedereen die het wilde horen. Helaas moeten er eerst twee zware accidenten gebeuren vooraleer het doordringt.”

Starheid

Op de vraag of er sindsdien genoeg rond de tafel is gezeten, antwoordt De Clercq resoluut negatief. “Ik heb het gevoel, en ik ben zeker niet de enige, dat sommige organisatoren zich boven de rest willen stellen en zich profileren als ‘de veiligste’. Terwijl we gewoon eens allemaal moeten samenzitten en ideeën uitwisselen. Iedereen blijft echter op zijn eigen eilandje zitten.”

Die starheid merkt Mariën, die bij de UCI de werkgroep Veiligheid en Technische Reglementering voorzit, vooral op in een internationale context. “We hebben vorig jaar drie keer vergaderd en dan pas voel je dat alle actoren hun eigen winkel verdedigen. Organisaties als ASO, de rennersvakbond CPA, de associatie van de ploegen AIGCP, allemaal hebben ze eigen en vaak tegengestelde belangen. Een compromis is oh zo lastig te vinden.”

De UCI kwam begin februari met een nieuw reglement op de proppen dat de dynamiek aan gemotoriseerde voertuigen in goede banen moet leiden. De tekst bevat goede richtlijnen over onder meer media pools – beperkingen van het aantal fotografen op kritieke punten – en regulatoren, maar is eerder logisch dan revolutionair te noemen. De unieke setting op de openbare weg, die in ieder land aan een eigen wetgeving onderhevig is, blijft een struikelblok. “Zo’n document moet wereldwijd van toepassing zijn, of het nu gaat om de Ronde van Burkina Faso of Dwars door Vlaanderen. Dat is niet evident”, zegt Mariën. 

Hans De Clercq (48) bouwt al een dikke tien jaar aan het parcours en de veiligheid van Gent-Wevelgem.Beeld Michiel Martin

Volgens De Clercq is er bij de UCI vooral een gebrek aan visie. Hij verwijst daarbij naar een veilig systeem bij de bevoorradingen, bedacht door Jacky Durand en door Gent-Wevelgem als eerste World Tour-wedstrijd geïmplementeerd. “Het biedt een logische structuur die de heersende chaos in de bevoorradingszones kan wegwissen. Maar wat doet de UCI met het dossier dat Durand hen opstuurde? Niets. Tot er eens iets ernstigs gebeurt in een bevoorradingszone.”

Sensatiezucht

De veiligheidsomkadering neemt dus schoorvoetend stappen, maar ook de verschillende spelers binnen dat kader moeten in de spiegel kijken. Dat werd nog maar eens geïllustreerd tijdens de Ronde van Californië, waar enkele motards passief toekeken hoe een totaal versufte Tom Skujins na een valpartij vervaarlijk over de weg doolde en zichzelf weer op de fiets zeulde. Niemand die er zelfs maar aan dacht om de Letse renner naar de kant van de weg te begeleiden.

“Achterlijke taferelen als deze van Skujins zijn juist het manco van een sport die haar kinderen in sneltempo verslindt”, schreef huisjournalist Hans Vandeweghe daarover in zijn weekendcolumn. In een klimaat waar renners om de oren worden geslagen door uitspattingen van spektakel (zie ook de bewuste ‘dalersprijs’) en omsingeld zijn door media-aasgieren, bloednerveuze ploegleiders en horendolle supporters, is de mens op de fiets bijna vergeten.

Het blijft vreemd dat de vrijwel unanieme roep om meer veiligheid hand in hand gaat met een onverzadigbare drang naar sensatie. Ook veiligheidspleiter Hans De Clercq ontsnapt daar niet aan. Gent-Wevelgem ging dit jaar gewillig mee in de onverharde Strade Bianche-hype met de befaamde ‘plugstreets’, kopieergedrag dat Mariën liever niet te vaak ziet gebeuren. “Ik snap dat de mensen af en toe spektakel willen, maar voor mij moeten dat geen tien of vijftien koersen per jaar worden. Wij hebben hier in België al de Schaal Sels en de Omloop van het Hageland, laat het ons daar bij houden.”

En toch is het net de veelvoorkomende reactie bij de renners die het meest boekdelen spreekt: allemaal ‘part of the job’. Volgens Bobbie Traksel, voorzitter van de atletencommissie binnen de UCI en actief bij rennersvakbond CPA, is er een gebrek aan samenhorigheid. “De renners staan niet altijd op één lijn om een statement te maken en dat is hun grote zwakte.” Wie de discussie heeft gevolgd over de schijfrem en het gevaar van een peloton met twee remsnelheden, weet dat renners op de koop toe slaafs geketend zijn door sponsorbelangen.

De Strade Bianche, nu al door sommigen vroegtijdig tot monument verheven en het sein voor veel wedstrijden om ook de onverharde toer op te gaan. Beeld Photo News

Risico van het vak

Bovendien durven ook renners een loopje te nemen met de regels. In de Omloop Het Nieuwsblad kwamen koplopers Vanmarcke, Van Avermaet en Sagan met een schamele boete weg, nadat ze op het voetpad reden. “Terwijl die regel er in de grond is voor de veiligheid. Ik ben doodsbenauwd dat er op een dag een kind wordt aangereden”, vertelt Mariën. “Er had een sterk signaal gegeven kunnen worden door hen uit koers te nemen, maar zo simpel is het helaas niet bij drie zo’n kleppers.”

De Clercq, die bij opleidingsploeg Sport Vlaanderen-Baloise met veel jonge renners werkt, noemt de mentaliteitskwestie een dubbeltje op zijn kant. “Vergeet niet dat er gekoerst wordt om te winnen. Op bepaalde punten moet je nu eenmaal je schouders zetten en wringen om vooraan te raken. Het klinkt misschien cru, maar dat is het risico van het vak. Als je op het einde van je carrière kan terugkijken op een sleutelbeenbreuk, dan mag je van geluk spreken.”

Belgian Cycling is alvast aan de slag gegaan met de educatie van het koersinstinct, getuigt Mariën. “Zoiets moet je van jongs af aan kweken. Bij de junioren organiseren we sinds een paar jaar verplichte infosessies van anderhalf uur die vooral op dopingpreventie gericht zijn. Vanaf dit jaar verdubbelen we de tijd, om ruimte te maken voor een thema als veiligheid.”

Circuits

Maar goede intenties kunnen voorlopig nog niet gekoppeld worden aan een geslaagd eindrapport. Bij Belgian Cycling pleiten ze daarom voor een kleiner peloton, al is niet iedereen fan. "Valpartijen gebeuren vrijwel altijd in de eerste vijftig renners, of je nu met 175 of met 200 aan de start staat", denkt Traksel, die ook geen heil ziet bij een switch naar meer parcoursen op een gesloten omloop.

Nochtans bieden die circuits perspectieven naar veiligheid én commerciële belangen toe, denkt Mariën. “Daar ligt volgens mij de toekomst van de wielersport, zonder aan de grote monumenten te raken weliswaar. Neem nu de World-Tourwedstrijden in Canada. Twee circuits en twee keer pure reclame voor de sport.”

“Er zijn misschien wel te veel partijen en te veel belangenconflicten die de evolutie naar een gezonde wielersport in de weg staan”, zucht Mariën. Drastisch veranderen kan niet zonder tegen schenen te schoppen. Met die gedachte in het achterhoofd hoeft het niet te verwonderen dat er geen aardschok doorheen het veiligheidsbeleid is gegaan. 2017 is namelijk een verkiezingsjaar voor de UCI.

-

Dit artikel is een geactualiseerde herwerking van een journalistieke bachelorproef aan de Arteveldehogeschool, een samenwerking met Quinten Van Hoecke, Midas Van Wynendaele en Michiel Dheedene. Het project werd oorspronkelijk naar aanleiding van de Vlaamse wielerweek geschreven en kunt u hieronder terugvinden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234