Dinsdag 22/10/2019

‘Het botert tussen ons, al van bij het bezopen begin’

Donderdag gaat in ToneelhuisBij het kanaal naar links in première. Acteur Tom Dewispelaere nodigde voor het stuk een van zijn persoonlijke theaterhelden uit: alleskunner Alex van Warmerdam tekent voor tekst, regie en scenografie. Olympique Dramatique ontmoet De Mexicaanse Hond: verwacht brutale jongenshumor in een bevreemdend wereldje. De lach in de buik, de koude rilling op de rug.

DOOR STIJN DIERCKX / FOTO’s Jonas Lampens

lex van Warmerdam roert in een kopje koffie. Naast hem zit Tom Dewispelaere, hij slurpt van een ander kopje koffie. De veranda van Café De Varkenspoot is voor de rest leeg, en nog wat stilletjes. Het is midden in de week, half elf ’s morgens, over een paar uur gaat de ploeg weer de vloer op. Sinds eergisteren verhuisde ze van het repetitiekot naar de Bourlaschouwburg. Eindelijk op scène. De tekst is sinds gisteren af, althans op papier, het decor is ontdaan van alle overbodigheden, het licht hangt. Spelers vinden hun draai, dingen hun plooi. “Hoe lang hebben we nu nog?” vraagt Van Warmerdam, “nog anderhalve week?” Dewispelaere: “Nog alle tijd van de wereld, we kunnen nog gaan skiën.”

Alex van Warmerdam opereerde begin jaren zeventig vanuit het Nederlandse muziektheatercollectief Hauser Orkater, en richtte in 1980 zijn eigen gezelschap De Mexicaanse Hond op. Van Warmerdam is theaterschrijver en regisseur, met de jaren steeds minder acteur. Hij maakt films, schrijft ook gedichten, is vormgever, schilder en graficus. De twaalf stielen, maar dan zonder de dertien ongelukken. Sterker nog: hij wint voorname prijzen op alle deelterreinen van zijn kunst.

Tom Dewispelaere is acteur. Speler pur sang, met de jaren meer en meer. Hij schittert onder regisseurs van alle slag: Dewispelaere werkte het voorbije decennium met onder meer Luk Perceval, Gerardjan Rijnders, Josse De Pauw en Guy Cassiers. De jongste tijd wringen ook televisie en film zich een plekje in zijn agenda: De parelvissers, Van vlees en bloed, Frits en Freddy en binnenkort: Groenten uit Balen. Maar het begon allemaal in de zelfgemaakte jongensspeeltuin. Meer dan al het voorgaande is Tom Dewispelaere, samen met Geert Van Rampelberg, Ben Segers en Stijn Van Opstal: Olympique Dramatique, spelerscollectief zonder grenzen.

Op een avond, het was mooi weer, geraakten deze twee heren in gesprek.

Dewispelaere: “Ik kende Alex niet persoonlijk, maar ik ben al jaar en dag fan van zijn werk. Op Studio Herman Teirlinck, nog voor we ooit een voorstelling van Alex hadden gezien, waren wij al bijzonder gefascineerd door zijn teksten. Vijf jaar geleden speelde ik samen met zijn vrouw, Annet Malherbe, in Een totale Entführung, van Ramsey Nasr. Annet nodigde ons uit op een tuinfeest, ter ere van haar vijftigste verjaardag. Een eind dieper in de nacht ben ik op Alex toegestapt en heb ik hem gevraagd of hij er iets voor voelde om samen een stuk te maken.”

Van Warmerdam: “We waren allebei behoorlijk in de wind. Nou, Tom vooral.”

Pas in dronken overmoed durfde hij jou vragen?

Van Warmerdam: “Nee, het klinkt wel leuk, dat hij naar mij opkeek, maar de bewondering was op dat moment al geheel wederzijds. Ik had Olympique Dramatique bezig gezien met The Lieutenant of Inishmore en dat vond ik helemaal te gek. Hun energie vonkte en spetterde werkelijk van de scène af. Ook ik vond het, zeg maar, cool om hen te leren kennen. Maar op die feestelijke nacht heb ik wel meteen gezegd: heel fijn idee Tom, maar dan doen we het ook. Kom morgen niet af met: ‘Ik was bezopen, het stelt niks voor’.”

Hoe luidde die oorspronkelijke vraag? Zochten jullie enkel een tekstleverancier of ook een regisseur?

Dewispelaere: “Erg concreet waren die eerste plannen niet. Aanvankelijk vonden we het alvast een fijne gedachte dat Alex een stuk wilde schrijven op maat van Olympique Dramatique.”

Van Warmerdam: “Olympique Dramatique regisseren heeft geen zin, dat zou niet werken. Zo’n collectief heeft een eigen maakproces, ik zou erbij hangen als vijfde wiel aan de wagen. Toen duidelijk werd dat Geert Van Rampelberg en Ben Segers andere engagementen hadden in de geplande periode, ontstond het idee om er een coproductie van te maken met De Mexicaanse Hond. Ik ben op zoek gegaan naar een mooie balans tussen Nederlandse spelers en de overgebleven Olympiquers. Ik vond de verhouding een beetje scheefgetrokken en wilde eigenlijk nog een extra Vlaamse acteur.”

Dewispelaere: “We zochten nog iemand die onze manier van werken al kende: Jan Bijvoet, Koen De Graeve, Nico Sturm, Bruno Vanden Broecke, Wouter Hendrickx... Allemaal gebeld, allemaal bezig en bezet.”

Nu blijven enkel Stijn Van Opstal en jij over. Is dat dan voldoende om de Olympique Dramatique-stempel op deze productie te drukken?

Dewispelaere: “Stijn en ik zijn in deze samenwerking gewoon spelers. Het zou ook niet anders kunnen, Alex heeft een heel eigen, minutieuze manier van werken. Hij komt op de repetitie met heldere beelden in zijn hoofd. Hij weet al hoe een scène er moet uitzien. Tot in detail: een tas koffie neerzetten, dat doe je dus niet eender hoe. Met Alex bewandelen we wegen waar wij nooit komen als we zelf iets maken. Dergelijke details krijgen bij ons al spelend vorm, daar hechten wij doorgaans niet te veel belang aan tijdens een repetitieproces.”

Van Warmerdam: “Zij hadden in het begin wel wat moeite met die zoektocht. Maar ik ben ook geen dictator, de acteurs hebben best wel hun eigen zegje. Ik kom zelf uit een collectief. Het blijft de mooiste vorm van theater maken, maar voor mij zijn die tijden nu voorbij. Ik ben met de jaren individualistischer geworden. Ik vrees dat de morsige methodieken van een collectief slechts haalbaar zijn tot een bepaalde leeftijd, een beetje zoals bij een rockband.”

Dewispelaere: “Ik heb de rock-’n-rolljaren van Alex niet meegemaakt, maar vandaag, als regisseur, is hij niet de man van de zwierige vette verfvegen. Hij tekent met fijn penseel in heel precieze lijnen de figuren en de setting uit en laat daar vervolgens de historie haar gang in gaan.”

In dit geval: een noodlottige historie over twee ruziënde families. Er klinkt een vleugje Romeo en Julia in door.

Dewispelaere: “Dat zou je even kunnen denken, maar het pakt helemaal anders uit. Het is bepaald geen liefdesdrama. Het is eigenlijk een heel koud en triestig stuk, toch?”

Van Warmerdam: “Ja, maar het is wél een komedie. En verder willen we daar niet veel meer over kwijt. Ik vind het zo lullig om vooraf het hele verhaaltje te gaan uitleggen. Bovendien zijn we nog bezig, vorige week schrapten we nog een cruciale wending in het scenario. Het zag er heel goed uit op scène, maar plots merkten we dat het niet klopte. En als ik het zelf niet geloof, dan moet het er onherroepelijk uit. De definitieve tekst heb ik sinds enkele dagen helemaal afgewerkt. De lange avonduren voor dat ellendige kutcomputertje zijn eindelijk voorbij, dat is toch al een eerste bevrijding.”

Niks te vroeg, een week voor de première...

Van Warmerdam: “Ik doe mijn uiterste best om een tekst af te hebben tegen de eerste repetitiedag, maar dat lukt me nooit. Ik vertrek altijd vanuit beelden, concrete ensceneringen die ik voor mij zie. Maar meestal sneuvelen die uitgangspunten ergens onderweg. Geleidelijk aan komen de zinnetjes en wordt het toch weer eerder een droog tekstueel stuk. Ik heb vooraf wel een vermoeden, maar de helft van het verhaal schrijf ik toch tijdens de repetitieperiode. Naarmate het vordert, gaat het steeds langzamer. Dit keer heb ik bijzonder lang naar de namen van de personages moeten zoeken, doorgaans heb ik die onmiddellijk.”

Je zocht naar een Vlaamse Jef in plaats van een Hollandse Gijs?

Van Warmerdam: “Er zat een Hertegrint en een Arend in, maar ik voelde dat het niet klopte. De nuanceverschillen tussen onze talen spelen wel degelijk mee, soms denk ik al schrijvend: dit klinkt lekker Vlaams en dan blijkt het tegendeel waar.”

Dewispelaere: “Gisterennacht hadden we het daar nog over. Ik moet ergens ‘kolere, nog aan toe man’ zeggen. Zelfs met de beste wil van de wereld klinkt dat uit mijn mond een brug of twee te ver.”

Nederlandse films en series worden op Vlaamse zenders steeds vaker ondertiteld.

Van Warmerdam: “De contacten tussen Vlaanderen en Nederland zijn niet meer zo optimaal als vroeger. Met Orkater kwamen we hier twintig jaar geleden met elke productie in deSingel, De Warande en Vooruit. Vraag me niet waar het aan ligt, plots was het voorbij. Een Humo-journalist zei me ooit: “Vroeger kwam het licht uit het noorden, nu maken we het zelf”.

Tom, ontdek jij een lijn in het oeuvre van Van Warmerdam?

Dewispelaere: “Al zijn werk, in alle uiteenlopende disciplines en technieken, vormt toch één geheel, dat vind ik ongelooflijk straf. Uiteraard zijn er onderlinge verschillen, maar hij slaagt erin om telkens één bepaalde toon te vinden. Hij brengt je keer op keer binnen in een komisch, maar tegelijk grimmig wereldje vol scherpe kantjes. Dat dubbele is zo interessant. Die spanning kende ik al jaren uit zijn films en toneelstukken, en sinds kort ook uit zijn beeldende werken. Bij de eerste aanblik ben je geneigd te staan lachen, maar als je iets langer blijft kijken, ontdek je er toch weer die tristesse in. In zo’n wereld zijn we met deze voorstelling ook weer aanbeland: een drama doortrokken met geestige gevoeligheidjes.”

Van Warmerdam: “Maar niet sentimenteel toch? Ik ben heel huiverig voor valse pretentie of voor uitgesmeerde emoties. Een actrice zal niet gauw staan huilen in mijn stukken. Als het niet hoeft, dan laat ik dat slag realisme liever achterwege. Ik benoem ook niet alles, mijn taal draait een beetje om de dingen heen. Zo doe je een beroep op de verbeelding van een publiek.”

Officieel bestaat Olympique Dramatique bijna vijftien jaar. Kun jij jullie stukken even gemakkelijk onder één bepaalde noemer brengen?

Dewispelaere: “Wij hebben niet zo’n klare lijn als Alex. Ik stel wel vast dat onze voorkeur hoe langer hoe meer naar repertoire uitgaat. Dat blijft toch het uitgangspunt, goede verhalen uitkiezen en daar dan zwaar mee loos gaan. Maar wij zijn nog nooit met een recept in onze keuken gekropen. Als ik achterom kijk, dan stel ik vast dat wij telkens iets gemaakt hebben als samengestelde groep van dat moment. De stemmen van de verschillende gastspelers zijn altijd even belangrijk geweest in het proces. Olympique Dramatique, dat zijn veel meer mensen dan enkel wij vier.”

Van Warmerdam: “Dat is zo bij de meeste collectieven, ik noem dat satellietacteurs.”

Alex had het al over de houdbaarheidsdatum van een collectief. Het lijkt ook bij jullie met de jaren moeilijker om nog eens voltallig en zonder regisseur een stuk te maken.

Dewispelaere: “Wij zijn alle vier op een punt gekomen dat onze levens anders zijn ingericht. Er zijn kinderen, er moeten huizen afbetaald worden, er zijn scheidingen. Je kunt er niet omheen dat zo’n veranderde verantwoordelijkheden een grote impact hebben. Ook onze ambities divergeren: Ben en Geert evolueren meer richting film- en televisiewerk, Stijn voelt steeds nadrukkelijker de zin om stukken te maken, en ik wil vooral doorgroeien als speler, en verschillende regisseurs ontmoeten. Dat zijn vier verschillende richtingen, maar dat neemt onze goesting niet weg om ook nog eens als collectief te spelen. We zijn nu onderweg naar een gezond nieuw evenwicht: de boel bij elkaar proberen te houden en toch iedereen de ruimte gunnen om zijn ding te kunnen doen.”

Er zijn geen fundamentele twisten?

Dewispelaere: “Nee bijlange niet, wij zijn alle vier slim genoeg om deze fase op een juiste manier door te komen, maar gemakkelijk is anders. Dat gaat met lange gesprekken, met talrijke stiltes. Het gaat toch over iets heel kostbaars, geen van ons heeft zin om dat zomaar te ontbinden. Wij hebben nu heel bewust gaten georganiseerd in onze agenda’s, je zult ons dus nog dikwijls zien samenspelen, maar nog niet meteen volgend seizoen.”

Alex, hoe erg verlangt de schilder naar de stilte van zijn atelier na het groepsproces in theater?

Van Warmerdam: “Ha, daar roer je iets aan. Ik merk dat ik met de jaren ongeduldiger word. Vooral de eerste weken van een nieuwe repetitieperiode loop ik te denken: ‘Jezus, waarom moet het altijd weer zo’n energieverslindend proces zijn om ergens te geraken. Als ik nu voor mijn ezel zou staan, dan doopte ik mijn kwast in de verf en verder heb ik met niemand wat te maken. Dan hoef ik de ideeën alleen maar aan mezelf uit te leggen.’ Tot voor mijn expositie vorig jaar, toonde of verkocht ik mijn schilderijen aan niemand. Die tentoonstelling heeft dat vrije werk uit de duisternis gehaald. Ik moet toch bekennen dat het een kick gaf, de schilder in mij is toch weer helemaal wakker geschud.”

Dewispelaere: “Die expositie in Schiedam was ronduit fantastisch, vier zalen vol Van Warmerdam: schilderijen, gedichtjes, maquettes, affiches en filmpjes.”

Van Warmerdam: “Op sommige momenten neem ik mij voor om een paar disciplines af te stoten, en enkel nog films en schilderijen te gaan maken. Een schilder ontwikkelt zich al schilderend. Je mag eigenlijk met niets anders bezig zijn, anders blijft het toch maar een soort hobbygedoe. Ik heb de voorbije maanden vaak gedacht dat dit maar meteen mijn laatste voorstelling moest zijn. Pas nu we in de schouwburg zitten, en tekst en beeld en spel komen samen, komt ook de magie terug, de drive. Dan voel ik: toneel is toch ook weer helemaal te gek.”

Tom, heb jij ooit voor keuzes gestaan in de kunsten?

Dewispelaere: “Nee, al op mijn twaalfde speelde ik voor ’t eerst toneel. Bij de kinderafdeling van het amateurgezelschap in Lier, waar mijn vader ook speelde. Een fantastisch fijne ervaring was dat: ik was Tommy in Pipi Langkous. Mijn moeder is tot haar achttiende ballerina geweest en mijn vader speelt nu nog toneel. Dat acteren werd dus altijd erg aangemoedigd door mijn ouders.”

Alex, ik las ergens dat jij zelfs opgroeide in een theater?

Van Warmerdam: “Mijn vader was toneelmeester, in IJmuiden woonden wij boven de schouwburg. We hielpen vader wel vaak, maar dat toneel interesseerde mij in mijn jongste jaren zo niet. Ik heb altijd nogal uiteenlopende dromen en ambities gehad: op mijn vierde wilde ik ‘meisje’ worden. Toen die fase voorbij was, wilde ik missionaris worden. Schooltjes gaan metselen, de vooruitgang brengen: het leek me allemaal geweldig. In die periode, rond mijn zevende, begon ik ook te tekenen. Ik had aanleg en werd daar ook gauw in bevestigd en gestimuleerd: “Stuur die Alex later maar naar de academie.”

En toch ben je pas vorig jaar voor de eerste keer buitengekomen met die schilderijen. Twijfelde je zelf aan de kwaliteit?

Van Warmerdam: “Nee, aan zelfvertrouwen heeft het me nooit gemankeerd. Maar al tijdens mijn studentenperiode aan de Rietveldacademie belandde ik als vanzelf in het theater. In IJmuiden valt er voor de jeugd niet veel te beleven: het is een vissersplaats in de schaduw van de staalfabriek. We waren zestien en organiseerden grote protestmarsen tegen niets. We trokken door IJmuiden met witte borden en lege spandoeken en deelden onbedrukte pamfletten uit. Of we gingen bloederige ongelukken ensceneren op straat. Wat later kwam er een muziekband bij en kort daarna hebben we dan Hauser Orkater opgericht, de samentrekking van orkest en theater. Vanaf dan ging de bal plots stevig aan het rollen.”

Ondertussen worden jouw stukken ook gespeeld door talloze andere gezelschappen. Tom Van Dyck speelde Kaatje is verdronken en maakte Kleine Tony naar jouw Kleine Teun.

Van Warmerdam: “Met name zijn versie van Kaatje vond ik best verrassend. Beide stukken werden ook gespeeld door hele goeie acteurs, dat scheelt. Maar god ja, ik kan dat bijna niet objectief beoordelen. Als ik een stuk maak, dan doe ik dat op de, volgens mij, enige mogelijke manier. Dat is natuurlijk onzin, maar toch heb je het gevoel dat zo’n stuk op dat moment af is.”

Worden de tekstbewerkingen van Olympique Dramatique veel gevraagd?

Dewispelaere: “Wij krijgen vaak aanvragen voor De krippel, en ook voor The Lieutenant of Inishmore, maar daar hebben we voorlopig altijd ‘nee’ op gezegd, omdat we daar in de toekomst misschien zelf nog iets mee willen doen. De Jossen (een tekst van Tom Lanoye, SD) wordt wel vaak in amateurkringen gespeeld. Dat stuk is veelvuldig vertaald, naar ’t schijnt wordt het zelfs in Zuid-Afrika gespeeld.”

Ter afronding: wat mag ik jullie nog toewensen voor de toekomst?

Dewispelaere: “Een goeie voorstelling, tiens.”

En daarna, liggen er nog verdere samenwerkingen in ’t verschiet?

Van Warmerdam: “Jeetje, dat weet ik nog niet. Ik begin na deze voorstelling aan de uitwerking van mijn nieuwe film. En dan wil ik misschien wel een schilderperiode inlassen. Ik stel wel vast, dat ik de dingen nooit helemaal afsluit. Veel acteurs komen meerdere malen terug. Tenzij het niet geklikt heeft, maar het mag duidelijk zijn dat het tussen Tom en mezelf wél botert, al van bij het bezopen begin!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234