Zondag 20/06/2021

Het boek te boek gesteld

Van de kleitablet tot de cd, in zijn geschiedenis van het boek beschrijft Geert Lernout hoe de mens in de loop van de eeuwen is omgegaan met woorden en schrift. Lettertypes, lettergroottes, copyright, bindmethodes, paginanummering; alles wat van ver of van dicht met boeken heeft te maken wordt onder de loep genomen.

Toen Herman Thiery, beter bekend onder zijn schrijversnaam Johan Daisne, in de jaren vijftig van de vorige eeuw hoofd was van de Gentse stadsbibliotheek had hij in zijn bureau een kastje staan dat altijd op slot was en boeken bevatte die alleen met zijn toestemming ingekeken konden worden. In tegenstelling tot wat je in deze internetpornotijden zou verwachten bevatte dat meubel geen boekjes met foto's van geforceerde penetraties of vrouwen met een stijve lul in de mond, maar wel vrij onschuldige literaire werken als Lady Chatterley's Lover en Lolita. Afgezien van het feit dat dat veel zegt over Daisne en zijn op immer ontastbaar blijvende femmes fatales draaiende magisch realisme is dat voorval ook betekenisvol voor het statuut van het boek. Vijftig jaar geleden kon een boek blijkbaar nog shockeren en was het zelfs in staat om iets te zeggen dat niet door iedereen gehoord mocht worden. Vandaag is het verworden tot het zoveelste cultuurproduct, zoiets als een schilderij of een beeldhouwwerk: waardevol, maar lang niet zo hip als een PlayStation.

Het boek, zo stelt Geert Lernout in Een beknopte geschiedenis van het boek, ligt nog lang niet op sterven en heeft niets te vrezen van e-books of oprolbare en handig in de binnenzak schuivende plasmaschermen waarop ontelbaar veel lettertjes getoverd kunnen worden. Niemand leest immers graag tekst van een computerscherm. En daar heeft hij volstrekt gelijk in. Boeken zullen er altijd zijn, net zoals er altijd schilderijen of beeldhouwwerken zullen zijn, en we zullen altijd blijven lezen. Maar of dat boek en dat lezen nog zo relevant zullen zijn als weleer weet niemand. Voorlopig ziet het er alvast niet slecht uit. Politici produceren stilaan meer boeken dan wetten, zeker de Fransen, en de kiezers lijken die nog gretig te lezen ook, maar als in deze, zoals op zoveel andere vlakken, de VS laten zien hoe het er binnen een jaar of tien in Europa aan toe zal gaan, houden we toch ons hart vast. Schrijvende politici worden daar niet verkozen, want die hebben blijkbaar tijd te veel en dat is nooit een goed teken. Een boek is er iets voor na je carrière.

Lernout is iemand die van een grondige aanpak houdt, zo blijkt uit zijn geschiedenis van het boek. Niet alleen laat hij die geschiedenis aanvangen op het moment dat de eerste mens een teken op een steen zette, bovendien hanteert hij een zo breed mogelijke definitie van wat een boek in feite is: alles waarop taal geschreven staat, van een kleitablet tot een cd. Zo'n 8.000 jaar geleden zetten de Soemeriërs de eerste met betekenis geladen tekens op een steen. Die vormden echter geen woorden; wel getallen uit een zestigdelig stelsel, waaraan wij nog altijd onze tijdnotatie te danken hebben. Zo'n 1.500 jaar later ontstond uit die cijfers het spijkerschrift, dat net als alle vormen van schrift voornamelijk om drie redenen uitgevonden werd: om de voorraden bij te houden, om personen te identificeren en pas in de laatste plaats om gebeurtenissen vast te leggen en - wat toen vaak op hetzelfde neerkwam - de lof te zingen van de heerser. Erst das fressen und dan die Moral dus.

Het ene schrift is het andere niet, weet degene die ooit Chinees heeft gezien. In feite schrijven de Chinezen met sjabloontjes en die tekeningetjes worden daarom logografisch schrift genoemd. Ieder woord heeft in het Chinees zijn eigen teken, waardoor het in feite universeel verstaanbaar is. Hoe je het teken uitspreekt, maakt niet uit, als je weet wat het betekent, kun je het lezen. China is dan ook een bijzonder uitgestrekt land met verschrikkelijk veel verschillende talen, talen die bovendien gebaseerd zijn op toonhoogteverschillen, die onmogelijk duidelijk te maken zijn op papier. Het Chinees is dus uit noodzaak ontstaan, is ideaal voor de specifieke streek waar het ontstaan is, maar heeft ook zo zijn nadelen. Wie goed willen kunnen schrijven, dient zo'n 9.000 tekens uit het hoofd te kennen, wat echt niet voor iedereen weg is gelegd, en eigennamen kun je er al helemaal niet mee vormen. Daarvoor heb je fonetisch schrift nodig, waarbij een teken voor een klank staat, zoals in het Nederlands. Het eerste fonetische schrift ontstond dan ook iets dichter bij de deur, in Mesopotamië.

Een boek als dat van Lernout zou al vlug op een steriel opsommingetje van feiten en data kunnen uitdraaien, maar dat doet het net niet. Champollions geworstel het de Egyptische hiëroglyfen leest als een detective en de ontcijfering van het lineair B, cru gezegd een knap staaltje academische kommaneukerij, weet de auteur te brengen als was het een verhaal van spionage en contraspionage. Bovendien plaatst hij zijn boekverhaal in een uitgebreide historische context, wat het een grotere samenhang geeft en weetjes oplevert die niet te versmaden zijn. Mooi is bijvoorbeeld de korte uitweiding over het joodse verbod op het koken van een jong geitje in de melk van zijn moeder. Waar halen ze het vandaan, denk je dan, waarom niet verbieden om je linkerduim in je rechterschoen te steken? En Lernout komt met het antwoord aandraven. De joden namen een aantal psalmen over uit de naburige staat Ugarit. In een van die psalmen werd het gebruik om dat geitje te koken uit de doeken gedaan. Omdat de Ugarit-inwoners niet koosjer konden zijn, werd dat gebruik dus gewoon verboden.

Lernout overloopt vervolgens de hele geschiedenis van het boek, van de Grieken, die het geschreven woord maar niks vonden, over de Romeinen, die op hun eigen taal neerkeken en zich liever van het gepeupel onderscheidden door Grieks te schrijven, en de christenen, die het boek en zijn geleerde inhoud gedurende twaalf lange middeleeuwen bewaarden, verrijkten en ten slotte aan de universiteiten doorgaven, tot de uitvinding van de boekdrukkunst en wat die voor het humanisme, de wetenschap en de Reformatie betekende. Opvallend daarbij is dat het boek voor steeds meer mensen ter beschikking kwam, dat het daardoor aan belang won en daardoor aan vervalsing en censuur bloot werd gesteld.

Vooral die vervalsingsverhalen prikkelen de fantasie en ze waren er praktisch al van zo gauw er geschreven werd. Prachtig is bijvoorbeeld de manier waarop Christus in oude Griekse en Latijnse werken ingeschreven werd door latere vertalers. Zo kondigde Vergilius in de vierde ecloge van zijn Aeneis eeuwenlang de komst van Jezus aan, wat er oorspronkelijk nooit gestaan had. Maar soms maakten die oude teksten het de latere vertalers ook niet makkelijk. In het oude Grieks en Latijn werden de woorden aan elkaar geschreven, zonder leestekens en hoofdletters, en vertalingsfouten waren dan ook vlug gemaakt. Een mooi voorbeeld van zo'n fout is een passage uit Petronius' Satyricon waarin over een gestorven vriend gezegd wordt: "Wel, hij had een goed leven, een abt isoleerde hem en hij stierf als een miljonair". Wat die abt in dit heidense verhaal komt doen is altijd onduidelijk geweest tot iemand op het idee kwam dat "Abbas secruit" ook geschreven kon worden als "Ab asse cruit", wat zoveel wil zeggen als "hij begon met één cent". Dat maakt Petronius' zin een stuk begrijpelijker.

Dat was dus een stomme fout, maar wat de universiteit van Cambridge uit haar hoge hoed schudde, was minder onschuldig. In de twaalfde eeuw wou iedereen opeens de oudste universiteit genoemd worden en om aanspraak te kunnen maken op die titel werd er vervalst dat het geen naam meer had. Oude oorkonden doken zomaar uit het niets op en Cambridge slaagde er zelfs in met een decreet van koning Arthur op de proppen te komen. Wenkbrauwengefrons alom, en dus legde de rector een geschrift op tafel dat bewees dat de universiteit in 394 voor Christus was gesticht.

Helemaal te gek maakte de negentiende-eeuwse Fransman Vrain-Denis Lucas het. Hij zoog zomaar eventjes 27.000 brieven van bekendheden uit zijn duim, waaronder zelfs drie van Maria Magdalena en een hele reeks van Plato, Luther, Newton, Galilei en Julius Caesar, allemaal in keurig Frans. De man werd pas jaren later ontmaskerd.

Leuke voorvallen aanhalen uit de geschiedenis van het boek is met Lernout in de hand geen probleem. De auteur wou er zowat alles in kwijt wat ook maar van dicht of ver met boeken te maken had - lettertypes, lettergroottes, copyright, bindmethodes, paginanummering, indelingsmethodes enzovoort - en daardoor dreigt de rode draad soms verloren te raken. Geert Lernout is geen Simon Winchester, die zijn informatie weet te doseren en van zijn verhaal over de Oxford English Dictionary een door individuen gedragen roman maakte. Lernout is daarvoor te veel een academicus. Hij heeft zijn boek niet volledig willen opofferen aan de mode van de populaire wetenschaps- of cultuurhistorie, zoals Winchester en Dava Sobel, de uitvindster van het genre, dat wel gedaan hebben, waardoor het van tijd tot tijd misschien iets stroever leest, maar ook wel de contouren van een ouderwetse degelijkheid bezit.

Marnix Verplancke

Geert Lernout

Een beknopte geschiedenis van het boek

Meulenhoff/Manteau, Antwerpen, 352 p., 19,95 euro.

De ontcijfering van het lineair B, cru gezegd een knap staaltje academische kommaneukerij, weet de auteur te brengen als was het een verhaal van spionage en contraspionage

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234