Dinsdag 07/12/2021

Het beste van Willy Ronis en Bill Brandt in Parijs

Ronis excelleert in het lichtjes nostalgische 'document humain', met beelden die vaak een verlengstuk krijgen in het echte levenBrandts lens was het oog van een vis of een vlieg dat de werkelijkheid als een toverspiegel vertekende

Foto's met grote straatwaarde

Vorig jaar knipte de legendarische Henri Cartier-Bresson voor altijd het licht uit in zijn donkere kamer, maar Frankrijk herinnerde zich net op tijd dat Willy Ronis, die andere bescheiden grootmeester, nog leeft. Zijn Parijse foto's kregen eindelijk een gepast retrospectief, in het stadhuis dan nog. Maar ook het sterkste werk van Bill Brandt spoelde in de Franse hoofdstad aan. Een herfstwandeling langs twee belangrijke tentoonstellingen.

Parijs

Van onze medewerker

Eric Min

Vijfennegentig is hij nu en nog altijd van kwikzilver. Op zijn appartement, zeven hoog in het Parijse twintigste arrondissement, is hij met zijn archief in de weer. Fotograferen is er niet meer bij: na driekwart eeuw beelden maken heeft Willy Ronis in 2001 voor het laatst afgedrukt. Het was een naakt, omdat je daar niet achteraan moet gaan. Zijn geliefde Marie-Anne, het icoon van Le nu provençal, stierf in 1991, en hun enige zoon Vincent overleefde een ongeluk met een deltavlieger niet. Hoe tragisch kan het toeval zijn: Vincent Ronis ging de geschiedenis in als het jongetje met het speelgoedvliegtuig op een van papa's beste foto's. Het heeft Willy Ronis niet belet om in 1994 in vrije val uit een vliegtuig te springen. Vierentachtig was hij toen.

Enkele jaren later ontmoette ik hem in Charleroi voor een kort, warm gesprek - de oude, energieke communist leek wel een kolonel op rust, met een stevige snor en kraaloogjes die alles gezien hebben. Veel tijd had hij niet, want de Thalys wachtte.

Vandaag schuifelen honderden bezoekers in het Parijse stadhuis langs Ronis' foto's. Ze stoten elkaar aan en wisselen verhalen uit. De linkse burgemeester Bertrand Delanoë heeft zijn hoogbejaarde stadsgenoot het mooiste afscheidsgeschenk gegeven dat de fotograaf zich kon dromen. Ronis' klassieke, bijna academische beelden maken letterlijk deel uit van het collectieve geheugen. Ze fungeren als breekijzer en geheugensteuntje voor duizend herinneringen.

De man is zelf ook een groot verhalenverteller. Enkele jaren geleden publiceerde hij een album vol foto's die elk een anekdote meekregen, het originele vel met de contactafdrukken of het relaas van de keuzes die de fotograaf heeft gemaakt: hier deed hij de waarheid lichtjes geweld aan, daar knipte hij de randen bij tot het beeld aan zichzelf genoeg had. De foto die de zeventienjarige Willy van de Eiffeltoren maakte, is al een solide en evenwichtige compositie. Uit het allereerste filmrolletje anno 1926 krijgen we een opname te zien die Ronis ten voeten uit tekent: het standpunt van de waarnemer die van dichtbij maar lichtjes uit de hoogte naar de dingen kijkt en ze structureert, in het beeldkader dat de toon aangeeft. De jonge Willy wilde later violist worden, en de liefde voor de muziek klinkt door in zijn werk. Ook de Vlaamse primitieven en Breugel hebben hun sporen nagelaten. In Ronis' beste foto's valt alles op zijn plaats: het kamermeisje van hotel Claridge, de kinderen in de rue Vilin, de stakende timmerlui die naar hun afgevaardigde luisteren...

Om die opname te maken, klom de fotograaf met zijn Rollei op een fietszadel. De foto verscheen verknipt en wel in The New York Times Magazine, met een giftig bijschrift over luie Fransen en antikapitalistische oproerkraaiers. Ronis besloot prompt om nooit meer voor een blad te werken dat met zijn beelden aan de haal ging. Tijdens de oorlog had deze zoon van joodse asielzoekers uit Litouwen en Oekraïne al geweigerd om bij de Duitse bezetter een perskaart te vragen. Hij zou wel naambordjes voor de rekken van Les Magasins du Printemps knutselen en een croissantje minder eten.

Meer nog dan Cartier-Bresson, Doisneau, René-Jacques en andere collega's uit de humanistische school excelleert Ronis in het lichtjes nostalgische document humain, met beelden die vaak een verlengstuk krijgen in het echte leven. Het kind dat in 1936 op de schouders van haar vader de overwinning van het Front Populaire viert en haar vuistje balt, heet Suzanne; Ronis heeft haar meer dan een halve eeuw later ontmoet. Samen met de tachtigjarige Rose Zehner, in 1938 stakingleidster bij Citroën, haalde hij herinneringen op. Riton en Marinette schreven ongewild geschiedenis als de geliefden van de Bastille; dertig jaar na de foto werd Ronis een habitué van hun café in de schaduw van het monument.

Talloos vele malen legde hij de blinde straatmuzikant Stéphane Commène en zijn hond vast, maar er komen geen nieuwe beelden meer bij; de man is doodgegaan. De foto van de verpleegster en de soldaat die na de bevrijding innig afscheid nemen op het perron van het station Orsay bleef lang in het archief verborgen: stel je voor dat een van beiden een liefje had... Al even prominent aanwezig op de Parijse expositie is het album over de wijk Belleville-Ménilmontant, in 1954 een commercieel debacle maar vandaag een collector's item.

Ronis heeft foto's met onschatbare straatwaarde gemaakt. "Ik heb geluk gehad", zucht de oude man die door zijn oeuvre bladert. En wij dan, die zoveel moois mogen gaan bekijken ?

Een tiental metrohaltes verderop, hartje Montparnasse, staat de stichting die de nagedachtenis van Henri Cartier-Bresson eer bewijst met uitstekende tentoonstellingen. De twee kleine zalen waar we geconcentreerd naar foto's kunnen kijken krijgen dit najaar Bill Brandt (1904-1983) over de vloer. Het Londense Victoria & Albert Museum presenteerde in 2004 een uitgebreide versie van deze expositie, maar de 120 door de fotograaf gerealiseerde vintageafdrukken die in Parijs werden opgehangen zijn indrukwekkend genoeg om naar de impasse Lebouis te sporen.

De grootste Britse fotograaf van de vorige eeuw was eigenlijk een Duitser, die als geen ander de scherpe klassentegenstellingen in zijn tweede vaderland in beeld heeft gebracht. Net als Willy Ronis is hij verantwoordelijk voor enkele iconen van het interbellum: het meisje dat op straat paradeert in East End, de rokende schoorstenen van Halifax of de werkloze man met fiets die kraakt onder het gewicht van bijeengeraapte steenkool. Brandts beroemdste foto's zijn even grauw als hun onderwerp: overal waar we kijken, waait er koolstof, mist en gure, zure regen. Zijn reeks A Night in London uit 1937 is een echo van Brassaïs Paris de nuit. In 1929 had Brandt enkele maanden lang als assistent bij Man Ray gewerkt, een baan die ook Lee Miller en Berenice Abbott een tijdje hebben volgehouden. Toen hij uitgekeken was op het reportagewerk zou Rays surrealisme Brandt nog goede diensten bewijzen, maar de meester leerde hem vooral dat een foto zich niet gewoon voordoet. We moeten hem zelf bedenken, en de afdruk is dan een illustratie van wat er zich in ons hoofd afspeelt.

"Ik heb vaak het gevoel dat ik een situatie al eens eerder heb beleefd en dat ik ze gewoon tracht na te bouwen", getuigde de fotograaf, die zijn modellen regisseerde, overdag weleens een nachtopname maakte en ook retouches met het potlood niet schuwde. Ooit troonde hij Francis Bacon mee naar het landschap dat hij in gedachten had, zette er de schilder letterlijk op zijn plaats en maakte vervolgens het beruchte portret. Voor Brandt is waarheid een dubieus begrip, vandaar ook het grote belang van de arbeid in de donkere kamer. Een compositie hoeft niet af te zijn als je het knopje van je camera hebt ingedrukt.

Na de oorlog kocht Brandt in een antiekzaak een oude Kodak met een zeldzame groothoeklens, die de politie gebruikt had om plaatsen van de misdaad te fotograferen. Voortaan zou hij naar lichamen kijken als naar landschappen uit een droom. Als een beeldhouwer ging hij aan de slag met vormen en fragmenten; de bewonderde Henry Moore had het voorgedaan, en Orson Welles orakelde graag dat de camera het medium was dat ons boodschappen uit een andere wereld stuurt. Brandts lens was het oog van een vis of een vlieg dat de werkelijkheid als een toverspiegel vertekende. Nooit heeft iemand zo lang naar benen, keien of kamers getuurd tot hij ze afdrukte in het zwartste zwart dat de machine wilde leveren. Een lijf kon evengoed een oor of een knie zijn, een kunstenaar een hoopje mens in een hoek van het bureau, of een oog in close-up.

Braque, Moore, Giacometti en Arp kijken ons aan alsof ze in de huid van een olifant wonen. Het is al honderd keer gezegd, maar het klopt wel: we hebben fotografen nodig om dingen op te merken die wij niet zien. Kapitale tijdgenoten als Ronis en Brandt, in de hete herfst van Parijs.

Bill Brandt, tot 18 december in de Fondation Henri Cartier-Bresson, impasse Lebouis, 14e arr. (metrohalte Gaité). Open van woensdag tot zondag, van 13 tot 18.30, zaterdag vanaf 11 uur, woensdag tot 20.30 uur. Gesloten op zon-, maan- en feestdagen. Entree: 5 euro

Willy Ronis à Paris, tot 18 februari in het stadhuis van Parijs, rue de Rivoli 23, 4e arr. (metrohalte Hôtel-de-Ville). Open van maandag tot zaterdag, van 10 tot 19 uur. Zon- en feestdagen gesloten. Gratis toegang. Er is geen catalogus, maar bij uitgeverij Taschen verscheen een heerlijk overzicht van Ronis' oeuvre.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234