Zaterdag 16/01/2021

Het beste moest nog komen!

Een strijd tussen drie kandidaat-premiers staat haaks op het Belgische kiesstelsel

Jos Geysels over de matte verkiezingscampagne

De ultieme confrontatie. Dat was de titel van de advertentie waarmee de VRT het zondagavonddebat aankondigde tussen de drie kandidaat-premiers. De advertentie leek op een filmaffiche. De format op de finale van een zangwedstrijd. Gelukkig moesten de kijkers niet via sms aangeven welke van de "tenoren" gewonnen had. Het zou trouwens niet gemakkelijk geweest zijn, want Yves Leterme is volgens mij een contratenor.

Toch was het een interessant én boeiend debat. Er werd op het dossier gespeeld en niet op de man. De meningsverschillen tussen de verschillende kandidaten waren duidelijk. Gelukkig, want kiezen veronderstelt dat er verschillen zijn. En verkiezingen veronderstellen dat mensen beschouwd worden als actieve burgers, niet als passieve kijkers. Een inhoudelijke verademing in een matte en grijze campagne.

Terwijl in Wallonië de grens tussen hevig debatteren en ranzig schelden dikwijls overschreden wordt, blijft het in Vlaanderen vrij rustig. De PS en de MR spelen op hardcourt, de Vlaamse partijen verkiezen het geschuifel op gravel. Ook al wordt de toon de laatste dagen wat grimmiger.

Alleen de dresscode van het Antwerps gemeentebestuur zorgde voor meer emoties, ook binnen partijen en kartels. "Het hoofddoekenverbod is een grote vergissing en zeer gevaarlijk", zei Bert Anciaux in deze krant. Maar ook dan werd er getracht de scherpe kanten van het debat te snijden door de discussie in strategische en tactische termen te gieten. "Er zijn belangrijker dingen dan de hoofddoek", zei Spirit-voorzitter Geert Lambert. Groen! werd verweten in de kaart te spelen van het Vlaams Belang en "electorale spelletjes te spelen". Alsof polemiseren en polariseren tijdens een verkiezingscampagne een taboe zijn en achter de sluier van de consensus moeten verdwijnen.

Tijdens het zondagavonddebat viel het op dat de partijen, ondanks de geschilpunten, politiek-ideologisch een centrumkoers aanhielden. Met interessante nuances: CD&V stelde zich op sommige punten (zoals energie en justitie) rechtser op dan de Open Vld en de sp.a deed moeite om, vooral budgettair en sociaaleconomisch, in midden van het bed te blijven. Johan Vande Lanotte illustreerde wat zijn adviseur, Koen Pelleriaux, reeds eerder had gezegd: "dat hij geen grote verschillen zag met CD&V". Van een links-rechtstegenstelling, zoals bij de Franse presidentsverkiezingen, was geen sprake. Misschien had dat te maken met de format waarin de campagne de laatste weken werd gegoten, de strijd tussen drie kandidaat-premiers. Deze format, die ook door de betrokken partijen zelf werd gepromoot, staat echter haaks op het Belgische kiesstelsel. Dat voorziet immers niet in de rechtstreekse verkiezing van een president of eerste minister. We hebben ook geen meerderheidsstelsel, waarin de partij die de verkiezingen wint automatisch de premier levert. In België wordt de eerste minister aangesteld na het vinden van een politiek compromis en door de politieke partijen. De regie van de campagne botste met het scenario van ons kiesstelsel.

Misschien mede daarom dat de kandidaat-premiers zich niet profileerden op politiek-ideologische scheidslijnen. De eigen programmapunten werden wel in de verf gezet maar niemand had het over een politiek project. De staatsvorming was wel een thema maar over een samenlevingshervorming hebben we weinig gehoord. De "passie voor de werkelijkheid" (Alain Badiou) haalde het van het bevlogen voluntarisme. Paars, althans in Vlaanderen, eindigde niet bont en blauw maar grijs.

De nadruk werd gelegd op flexibel positiespel, tactisch zwijgen en het gebruik van containerbegrippen zoals 'respect', 'goed bestuur' en 'geloofwaardigheid', waar je allerlei kanten mee op kunt. Zwevende begrippen om de zwevende kiezer te bekoren. Yves Leterme toonde zich, ondanks de afnemende houdbaarheid van zijn 'goed bestuur', hierin een meester. Hij beheerst dit vocabulaire.

Geloofwaardigheid is inderdaad belangrijk voor verkiezingskandidaten. Er zelf in geloven en dat uitstralen. Het kan je bergen stemmen opleveren. En anderen veel zetels kosten. De Nederlandse PvdA'er Wouter Bos weet daar ondertussen alles van. Ook in Vlaanderen was dit hét trefwoord en referentiepunt van de campagne. Een boeiende, laat staan ultieme, confrontatie van ideeën heeft dat echter niet opgeleverd. De campagne leek soms meer op de informatieronde na de verkiezingen.

Ik had die kandidaat-premiers liever na 10 juni zien opduiken.

Jos Geysels is minister van staat. Voor De Gedachte schrijft hij om de twee weken een opiniestuk.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234