Vrijdag 18/06/2021

'Het beste is van hem, het slechtste ook'

De grote afwezige op de start van het Boonjaar, morgen, is Dimitri Verhulst. Dat valt op, want de Aalstenaar wordt allang de troonopvolger van Boon genoemd. 'Ik promoot mijn grote voorbeeld ook als het geen Boonjaar is', zegt hij. 'Dit ruikt me iets te veel naar citymarketing.' Karl van den Broeck

Natuurlijk hadden de organisatoren van het Boonjaar aan Dimitri Verhulst gevraagd om morgen, op 15 maart, naar zijn geboortestad te komen om de honderdste verjaardag van Louis Paul Boon te komen vieren. Verhulst (39) heeft echter niet veel meer met Aalst. Daar ligt zijn kindertijd, "niks meer, niks minder". Hij woont nu al een tijdje in de Waalse gemeente Wanze, waar hij begin dit jaar tot ereburger werd benoemd. Bij wijze van hoge uitzondering maakte hij tijd vrij voor De Morgen om het nog één keer over Boon te hebben.

Dimitri Verhulst: "Ach, ik kreeg van alle kanten de vraag om iets over Boon te schrijven. Maar ik heb eigenlijk weinig toe te voegen aan alles wat ik ooit over hem gezegd heb. Ik ben geweldig zot van Boon, dat weet iedereen ondertussen. En ik ben geen antwoordapparaat.

"Ik vind ook dat men Boon te veel reduceert tot Aalst. Dat probeert men met andere schrijvers ook; Elsschot en Antwerpen, bijvoorbeeld. Het is een doorzichtige vorm van citymarketing waar je een schrijver alleen maar kleiner mee maakt. Alsof hij zonder die stad niet had kunnen schrijven wat hij geschreven heeft. Met Pessoa en Lissabon lukt het wel, of met Kafka en Praag. Maar ik vind niet dat men Boon moet opsluiten in Aalst.

"Ik heb het Boonjaar ook niet nodig om hem te herdenken. Dat doe ik altijd en overal. Als ik in het buitenland ben, vraagt men mij vaak welke Vlaamse schrijvers ze zouden moeten lezen. Dan zal ik Boon altijd aanprijzen, altijd."

Doe het nog een keer. Wat heb jij met Boon?

"Ik zal tot het eind van mijn dagen blijven herhalen dat Boon en Jeroen Brouwers de twee schrijvers zijn die mij nog dieper in het bad van de literatuur hebben getrokken. Ik wist al heel vroeg dat ik schrijver wilde worden, maar zij hebben mij echt een klap in mijn gezicht gegeven. Door hen heb ik gezien wat je met woorden allemaal kunt doen. Het zijn mijn twee literaire oervaders. Dat maakt ook dat het vak 'B' van mijn bibliotheek erg goed gevuld is.

"Boon was natuurlijk ook latent aanwezig in mijn jeugd. Ik ben van 1972 en hij stierf in 1979. Hij woonde toen ook in Aalst en zijn naam ging natuurlijk over de tong. Er deden allerlei legendes over hem de ronde. Ik heb hem wel nooit - bewust - ontmoet in die tijd.

"Als we het graf van mijn groottante Malvina bezochten, passeerden we altijd langs het graf van Boon. Dan werd er altijd wel iets gezegd als: 'Hier ligt hij nu ook al zie, den Boon'. Dood zowel als levend was hij een personage, ook voor wie nooit een letter van hem had gelezen.

"Aalst is een ook raar stadje. Op de Grote Markt staat het standbeeld van een drukker: Dirk Martens. Vroeger stond ik daar niet bij stil, maar tegenwoordig vind ik het wel onwaarschijnlijk dat een stad een drukker zo hoog in het vaandel draagt. Je had in Aalst ook patisserie Dirk Martens en café Dirk Martens. Dat heeft er, samen met de aanwezigheid van een figuur als Boon, misschien onbewust toe geleid dat het woord en de literatuur bij mij van in mijn prille jeugd een bijzondere betekenis hadden.

"Die Aalsterse liefde voor drukken heeft ook Boon bevrucht. Veel mensen lijken te zijn vergeten dat het boek Pieter Daens niet over priester Daens gaat, maar over diens broer die drukker was. Het is een boek dat tussen de regels door over de macht van het woord gaat en ons vertelt dat er om iets te bereiken, op politiek of ander vlak, eerst woorden dienen te worden verspreid. Veel reclamebureaus die momenteel slogans en campagnes verzinnen voor de komende gemeenteraadsverkiezingen, zullen dat beamen."

In jullie gezin waren er niet veel boeken. Maar jullie hadden toch één boek van Boon.

"Mieke Maaike's obscene jeugd (een van Boons pornografische romans, KvdB) stak bij ons tussen de keukenhanddoeken. Het boek zat daar verstopt zodat ik het niet zou vinden, maar ik hielp mijn moeder bij de afwas (lacht). Ik heb het dus al op heel jonge leeftijd gelezen. Tijdens mijn apenjaren was ik wel danig in de war daardoor. Vrouwen in Mieke Maaike spuiten continu geil als waren het fonteinen. Ik heb me heel lang afgevraagd wat dat nu precies was dat ze spoten. Ik heb lang gedacht dat ik een vrouw niet ordentelijk had bevredigd als zij niet eerst het hele plafond van de slaapkamer kleddernat had geëjaculeerd. Nu zou een jongere daar niet van wakker liggen. Hij moet maar op het internet gaan kijken.

"We hadden ook een fotoboek van Elvis, een boek genaamd De verbazende Belgische dynastie en een boek over de Sint-Martinuskerk in Aalst. Dankzij dat laatste boek wist ik wel wie Rubens was. Je ziet, een mens heeft niet veel nodig om op het juiste spoor gezet te worden."

In interviews leg je er de nadruk op dat er tussen Boon en jou geen carbonpapier gezeten heeft. Ik heb ook de indruk dat jij een omgekeerde evolutie doormaakt.

"Dat klinkt als goed nieuws."

Ik bedoel dat Boon begon als een rebel en eindigde als een ontgoocheld man. Jij spaarde in je eerste boeken de kritiek op de gewone man niet en nu schrijf je een bevlogen voorwoord in Hoe durven ze? van Peter Mertens.

"Ik denk dat we Boon graag zien als die revolutionaire linkse, rebelse rakker. Als je zijn zogenaamde 'onkruidromans' leest (De liefde van Annie Mols, Het nieuwe onkruid en Als het onkruid bloeit, KvdB) dan lijken die geschreven door een heel bange kwezel die bijvoorbeeld helemaal niet zot was van homo's. Boon beschouwde ze als redelijk zieke mensen. Hij was bang voor de dag van morgen. Hij zag drugs op zich afkomen en gedroeg zich als een onheilsprofeet. Als je dat leest, denk je toch: 'Boon, rustig man. Trek uw ogen open en zie wat er echt gebeurt in de wereld.'

"Het is onvermijdelijk dat de wereld evolueert en je moet gewoon met je tijd meegaan. Maar Boon was bang voor de toekomst en keek met veel argwaan naar de jeugd. Zo progressief was hij halverwege zijn carrière allang niet meer."

Zijn meesterwerk, De Kapellekensbaan, dateert van de jaren veertig en gaat over de ondergang van het socialisme. Helemaal in het begin van zijn carrière was hij het rebelse al voorbij, blijkbaar.

"Dat denk ik wel, ja. Wij willen vooral de Boon uit zijn beginjaren zien. De Boon die de mensen een geweten wilde schoppen."

Boon wordt erg hoog aangeschreven door de kenners. In canonlijstjes staat hij vaak op de eerste plaats. Is hij volgens jou de beste Vlaamse schrijver aller tijden?

"De beste dingen die ik ooit gelezen heb, zijn van Boon. Maar de slechtste dingen die ik ooit gelezen heb, zijn ook van Boon. Er zit heel veel rommel in zijn oeuvre. Neem nu de 'Boontjes' (columns die hij schreef voor Vooruit, een van de voorlopers van De Morgen, KvdB). Ik zie er het nut niet van in om die allemaal uit te geven. Boon was een heel slechte columnist, vaak op het infantiele af. Die stukjes barsten van de slechte moppen.

"Hij had de reputatie een grappenmaker te zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat ik op een trouwfeest een hele avond naast iemand als Boon zou moeten zitten. Dan zou ik het aansnijden van de taart niet meemaken.

"Boon was op z'n best als hij alleen in zijn kamer zat. Weg van de mensen, alleen met zichzelf en zijn balpen. Als hij zich onder de mensen begaf, voelde hij een soort druk om grappig te zijn en andere mensen te schofferen. Hij had zichzelf wijsgemaakt dat dat van hem verwacht werd."

Jij komt vaak in het buitenland. Kennen ze Boon daar?

"Ik vrees van niet. Dat geldt ook voor Claus, trouwens. Boon is dan nog iets bekender, maar vooral voor Menuet. De Kapellekensbaan mag dan in ons taalgebied een absolute klassieker zijn, in het buitenland zijn er maar een paar literatuurzotten die op een zolderkamer wonen samen met vier katten die Chapel Road kennen.

"Ik vind het ook zo raar dat al het geld dat we in die Vlaamse huizen in Japan en New York pompen zo slecht rendeert. Is dat geld wel zo goed besteed als bijna niemand aan de andere kant van de oceaan weet wie Claus of Boon is?"

Aan universiteiten wordt Boon nog altijd druk bestudeerd. Zijn boeken gaan ook vaak over het schrijven zelf. En toch is hij erg toegankelijk.

"Dat is de kracht van Boon. Men plaatst hem altijd tussen Céline en Dostojevski. En dat klopt volgens mij. Dostojevski schreef feuilletons, in een vlotte vertelstijl. Céline schreef boeken waarmee hij de lezer keihard in zijn smoel rochelde. Wat Boon gedaan heeft is de mensen een geweten schoppen, maar dan in feuilletonvorm.

"Dat is het geniale aan De Kapellekensbaan: je kunt dat boek bij de kapper lezen, als een goeie Paris Match. Je kunt het ook wegleggen en na drie maanden gewoon verder lezen.

"Er zitten ook een paar verborgen parels in zijn oeuvre. Neem nu Brussel, een oerwoud. Dat werd uitgegeven bij een obscure uitgeverij, de Dilbeekse Cahiers. Het is magistraal om te zien hoe Boon naar een stad kon kijken. Als je nu door Brussel loopt, dan zie je nog steeds een stad die zichzelf niet in de hand kan houden; die vuil en verwilderd is. Dat is echt een magistraal boek van de Grote Boon. Maar wie heeft dat gelezen? Niemand."

Veel Vlaamse auteurs - zeker van de generatie van Boon - worstelden met het Algemeen Beschaafd Nederlands. Boon trok zich daar niets van aan.

"Dat maakt precies de grootsheid uit van Boon. Hij vond niet dat de schrijver zich moest aanpassen aan de taal. De taal moet zich aanpassen aan de schrijver. Je moet de taal natuurlijk niet met opzet geweld aandoen, maar als het nodig is om je zeggingskracht te vergroten, moet je de taal in stukken slaan.

"Boon heeft 'boons' geschreven, net zoals Brouwers zijn eigen taal hanteert. Brouwers schrijft veel correcter Nederlands, maar bij elke zin die je van hem leest, weet je dat het een zin van Brouwers is. Bij Boon is dat net hetzelfde.

"Het sterkste woord van Boon is het voegwoord 'en'. Het is onwaarschijnlijk hoe hij het uiterste puurt uit dat kleine onnozele woordje. Hij slaagt erin om een enorme bezwerende vaart in zijn zinnen te stoppen. Brouwers heeft me komma's leren zetten en van Boon heb ik voegwoorden leren gebruiken."

Boon is al vrij snel historische romans gaan schrijven die in feite geen fictie meer waren: Pieter Daens, De bende van Jan de Lichte, Het Geuzenboek. Alsof hij niet meer in de literatuur geloofde.

"Geen enkele van die drie boeken heb ik ooit goed gevonden. Het heeft te maken met wat ik eerder zei: Boon was niet klaar om te leven in de dag van morgen. Zijn verouderde progressieve gedachten ging hij zoeken in het verleden.

"We zaten toen in de jaren zeventig. De gouden generatie had erop los kunnen consumeren in de jaren zestig en het sprookje liep stilaan ten einde. Er kwam een vreselijke crisis aan na de olieschok van 1973 en het thatcherisme loerde om de hoek. Boon kon het niet meer opbrengen om dat te analyseren. Hij moest ook zijn verlies als strijder erkennen. Zelf had hij zich tijdens de golden sixties kostelijk geamuseerd op televisie, op allerlei feestjes met halfnaakte meisjes, met missverkiezingen. Hij had zich een rad voor de ogen laten draaien en zich in de rol van nar laten duwen. Ik kan me voorstellen dat hij daarmee worstelde."

Wat zou Boon vandaag gezegd hebben over de financiële crisis?

"Ik mag hopen dat hij iets zou zeggen over het bizarre toeval dat iemand zich voor de rechter moet verantwoorden omdat hij eten uit de vuilnisbak van een restaurant heeft gehaald, terwijl op dezelfde dag de familie De Clerck een minnelijke schikking met de fiscus aanvaardt. Ik mag het hopen, maar eigenlijk betwijfel ik of Boon dat zou doen."

En toch. Als hij zijn 'boontjes' in De Morgen zou publiceren, zou hij zijn hart kunnen ophalen. Columns zijn nu erg belangrijk voor een krant.

"Ik zei het al: Boon was geen goeie columnist. Iemand als Camps kan dat veel beter, elke dag een stukje schrijven. Ter verdediging van Boon wil ik wel - voor de jonge lezertjes - de omstandigheden van toen schetsen. Boon moest 's morgens de trein nemen in Erembodegem en dan in Gent-Sint Pieters de tram naar de redactie van Vooruit om daar zijn stukje te schrijven. Dat was een dagtaak, hij moest daar zijn boterhammendoos voor meenemen.

"Nu schrijven we columns in onze auto of in ons bed. We sturen ze per mail naar de redactie en we hebben nog een hele dag om ons met de literatuur bezig te houden. Ik begrijp dan ook dat hij er soms geen zin in had en zich ervan afmaakte met een afleggertje. Dan speelde hij dwaze spelletjes. Hij liet de lezer nieuwe woorden verzinnen. De 'A' in Parijs moest dan de Eiffeltoren worden. En zo van die dingen.

"En toch smokkelde hij ook waardevolle dingen in die stukjes. Zo spoorde hij Jan met de pet aan om Dostojevski te lezen of om eens aandachtig naar Permeke te kijken. Net als Jan Hoet vandaag had Boon de gave om gewone mensen warm te maken voor kunst en cultuur. Het is geen wonder dat Hoet ook een charlatan is."

Boon was in 1962 een van de eerste schrijvers die op televisie kwamen: in een humoristisch programma, niet in het boekenprogramma

"Ja, Het is maar een woord heette dat programma. En ook daar tapte hij slechte moppen. Hij had een tegenspeler die Piet (Thys, een legendarische sportjournalist, KvdB) heette. Die was een keertje ziek en toen zei Boon: 'Ik ben toch contenter mét Piet'. Vette knipoog. Hebt ge hem?"

De jonge generatie kent Boon misschien van de film Daens, maar zeker van de Fenomenale Feminateek. Zijn biograaf Kris Humbeeck betreurt dat de grote Boon gereduceerd wordt tot een vies manneke.

"Enerzijds heeft het iets flauws. Alsof Boon écht een wetenschappelijke bedoeling had met zijn verzameling. Hij keek gewoon graag naar blote tetten. Ik geloof ook niet dat hij Mieke Maake's obscene jeugd geschreven heeft om de katholieken te pesten die hem na Priester Daens een prijs hadden gegeven. Hij schreef porno omdat hij een geil ventje was.

"Maar dat is tegelijkertijd ook erg tragisch. Het is na de zaak-Dutroux heel moeilijk om zijn fascinatie voor jonge meisjes nog met de ogen van toen te bekijken.

"Boon heeft eigenlijk maar één goed pornoboek geschreven en dat was Eros en de eenzame man (zijn laatste roman, KvdB). Als je dat boek uit hebt, heb je geen zin om je te gaan aftrekken, maar om een potje te janken. Je moet het maar doen: porno schrijven die zoveel ontroering kan losmaken bij de lezer. Het is een intriest boek dat toont hoezeer Boon leed onder zijn verlangens. Hij was een sukkelaar. Zijn lijf en de lusten waarmee hij kampte kwelden hem.

"Dit gezegd zijnde, op Eros en de eenzame man na moeten we hem over de hele lijn buizen als erotisch auteur. Met zijn korte beentjes komt hij op dat punt niet aan de kniebollen van zijn grote leermeester Henry Miller. Boon droomde ervan zich naast Miller te mogen plaatsen. Maar lees de Rozenkruistrilogie van die laatste - de boeken Sexus, Plexus en Nexus - en het is zo klaar als kraantjeswater: Henry Miller schreef erotische literatuur met een grote L, Boon met een stijve doch kleine lul."

Boon heeft in elk geval wel een enorme invloed gehad op twee of drie generaties Vlaamse schrijvers. Zou jij anders hebben geschreven als hij er niet was geweest?

"Dat is een hypothetische vraag waarop ik het antwoord niet ken. Ik weet wel dat ik verdomd hard heb moeten werken om Boon uit mijn schrijfstijl te krijgen. Toen ik aan het begin van mijn schrijverscarrière stond, heb ik enorm veel van hem gelezen. Toen ik mijn eerste verhalen begon te schrijven, ging dat niet vlot. Het duurde een hele tijd voor mijn zinnen écht van mij waren. Als ik aandelen zou hebben uitgeschreven op zijn zinnen, dan zou Boon nog altijd in mijn raad van bestuur zitten."

Aalst viert Boon en de rest van Vlaanderen doet ook (een beetje) mee. Zou hij dat leuk gevonden hebben?

"Helaas wel. Hij zou ervan genoten hebben om in een auto te worden rondgereden met Kamiel Sergant (de Keizer Carnaval van Aalst, KvdB) en een paar halfnaakte meisjes.

"Vlaanderen heeft natuurlijk een heel afstandelijke relatie met zijn schrijvers. De populariteit van Boon mag dan al aan het tanen zijn, die andere Grootheid, Hugo Claus, is écht dood. Zo dood als een pier. Ik sta er nog altijd met open mond naar te kijken. Toen de begrafenisceremonie in de Bourla gedaan was en zijn as was uitgestrooid over de golven in Oostende, stopte blijkbaar iedereen met het lezen van Claus. Indrukwekkend vind ik dat.

"Waarom lukt het bij de Walen wel om de literatuur onder de aandacht van het grote publiek te brengen? Daar hebben ze een boekenprogramma op televisie (Mille-feuilles, KvdB) en op het moment dat in Vlaanderen de Top 50 wordt uitgezonden op de radio, zenden ze op La Première een boekenprogramma uit. In Frankrijk kun je Baudelaire kopen in elk benzinestation.

"Kijk, ik heb Boon leren kennen omdat een leraar op de katholieke school in Sint-Niklaas waar ik studeerde, ons De Kapellekensbaan gaf. Dat mocht wel niet in onze schriften staan, want de inspectie mocht niet weten dat we Boon hadden gelezen. Dat was niet in 1950 maar in 1988. We komen dus van ver."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234