Vrijdag 18/06/2021

'Het beste concentratiekamp ooit' lag in Kortemark, West-Vlaanderen

In de ultieme encyclopedie van nazikampen wordt melding gemaakt van de concentratiekampen van Kortemark en Proven, midden 1944, hartje West-Vlaanderen. 'Het was het beste concentratiekamp ooit', vond een overlevende. 'De Belgische bevolking bracht ons alles: tabak, fruit, snoep, suiker, melk.' En voor 130 van de 570 gevangenen ook nog eens de vrijheid.

Het mysterieuze stipje stond linksboven de B van België, op een landkaart die vorig weekend werd vrijgegeven door het Holocaust Memorial Museum in Washington. Sinds 1999 werkt men daar aan een vijfdelige Encyclopedia of Camps and Ghettos 1933 - 1945, de ultieme en compleetst mogelijke wetenschappelijke oplijsting van alle concentratiekampen, getto's en slavinnenbordelen van de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat zouden er over heel Europa ongeveer 42.000 zijn geweest. "De aantallen zijn veel hoger dan we aanvankelijk dachten", zo werd Hartmut Berghoff van de German Historical Institute geciteerd in de maandagkranten. "We wisten al hoe gruwelijk het leven in de kampen en de getto's was, maar de aantallen zijn niet te bevatten."

Op de kaart zagen we duizenden stipjes. Elk stipje was een kamp, of een getto. Eén stipje intrigeerde, en hoe langer je keek hoe meer het intrigeerde. Op school leerden we over het kamp van Breendonk en over de Dossinkazerne in Mechelen, waar zo'n 26.000 Joden, zigeuners en verzetsstrijders per trein naar Auschwitz-Birkenau werden gedeporteerd. Nu was er dat veel westelijkere stipje. Dit leek Roeselare te zijn, of Lichtervelde misschien - in elk geval West-Vlaanderen.

"Ik heb geen idee wat ze bedoelen", moest ook historicus Lieven Saerens bij het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (Soma) in eerste instantie bekennen. "Er was ons tot dusver niets bekend over een concentratiekamp in West-Vlaanderen." En toch.

Een uurtje later heeft Saerens de juiste pagina's onder de vinger. Pagina's 1.386 en 1.387 van volume I van de tegen 2025 te voltooien kampenencyclopedie. Kortemark en Proven, staat er. Daar bevonden zich aan het eind van de oorlog de kampen van de SS Bouwbrigade I. Ze kenden maar een kort bestaan, van 28 juli tot 2 september 1944, wat wellicht verklaart waarom weinigen ooit van het bestaan hoorden. In Kortemark zaten 350 gevangenen, in Proven bij Ieper nog eens 220.

Het waren arbeidskrachten uit de beruchte kampen van Sachsenhausen en Neuengamme. Zij waren in maart 1943 naar het door de Duitsers bezette kanaaleiland Alderney overgebracht voor slavenarbeid. Ze moesten sleuven trekken voor telefoonlijnen en bunkers bouwen om de Atlantikwal te vervolledigen. De meeste leden van Bouwbrigade I waren Russen en Oekraïners. Er zaten ook Jehova's getuigen tussen, een paar Nederlanders, Belgen en Franse Joden.

Een van hen was Gommerd Krijger, een arts uit het Nederlandse Noorderwijk. Hij was in 1942 gearresteerd omdat hij tijdens een opeising door de Duitsers was betrapt op het achterhouden van een paar koperen ketels. Voor hij op Alderney belandde, zat hij in de kampen van Oranienburg en Sachsenhausen, hij zou na de oorlog een klein boekje schrijven over zijn belevenissen. Over hoe de helft van de brigade tijdens de barre winter op het kanaaleiland zou omkomen door honger, tbc of sadistische SS-spelletjes.

Smerige pyjama's

Na de landing van de geallieerden in Normandië, 6 juni 1944, ondernam Hitler een ultieme poging om de geallieerde opmars te stoppen. Het gebied rond Ieper en Kortemark werd aangeduid als locatie voor twaalf lanceerplatformen voor de V1, de vliegende bom. Van hieruit zou hij Londen treffen. De bouw van al die betonnen platformen werd de nieuwe lotsbestemming voor de Bouwbrigade I. De 570 gevangenen werden ingedeeld in twee met prikkeldraad omzoomde schoolgebouwen in Kortemark en Proven.

"Opeens zagen wij die vrachtwagen voorbij rijden", zegt Jozef Devloo (89), toen al en vandaag nog steeds bewoner van het gehucht Markhove. "Open vrachtwagens waren het, met achterin uitgemergelde mannen in smerige pyjama's. Ik was twintig toen, die gasten waren niet veel ouder dan ikzelf. We hadden hier in Kortemark tot dan toe niet zoveel gemerkt van de oorlog. Kortemark was zo'n dorp waar op zondag smokkelaars uit Antwerpen en Brussel uit de trein stapten, op zoek naar melk, boter en graan. Het was een afschuwelijk beeld, die mannen in die pyjama's. Die blikken, die zichtbare angst.

"We mochten niet met hen spreken, maar we konden wel vrij dichtbij komen, tot juist bij de prikkeldraad. Blikken uitwisselen. We verzamelden brood, sigaretten en fruit, en gooiden dat over de draad. Niet dat we het zelf zo breed hadden, maar als je die mannen zag, wist je: die halen anders de winter niet."

De tocht van Alderney naar Kortemark ging via de Franse havenstad Saint-Malo. Bij een tussenstop in het Franse Langres hadden de gevangen hun bewakers overvallen. Acht mannen in pyjama's konden vluchten, drie werden neergeschoten. Als represaille richtte de SS een machinegeweer op de beestenwagen waar de opstand was uitgebroken. Nog eens zeventien gevangen werden neergemaaid.

Beste kamp

Volgens de strikte Duitse oorlogsadministratie waren Kortemark en Proven subkampen van Buchenwald, het kamp van de allergruwelijkste Holocaustfoto's. Buchenwald is een metafoor voor dood en ontbering, maar in de encyclopedie wordt overlevende Helmut Koeller geciteerd, die over Kortemark zegt: "Het was het beste concentratiekamp ooit. De Belgische bevolking bracht ons alles: tabak in overvloed, (velen onder ons vulden er onze kussens mee), brood en fruit, snoep, suiker, melk."

Jozef Devloo heeft eraan meegedaan, zegt hij. Niets bijzonders, vindt hij nu. Iedereen deed dat. Men zag dat iemand iets moest doen. "De Duitsers waren heel streng op het gooien van voedsel", legt hij uit. "Het maakte hen kwaad. Maar wij waren niet bang. Een van de voedselgooiers uit het dorp is eens een dag en een nacht lang in het cachot gegooid. Er waren in Kortemark alles bij elkaar tien zwarthemden. Een van hen is gaan onderhandelen met de SS. Onze vriend is toen gewoon vrijgelaten. Wij bleven voedsel gooien, en na een tijdje maakten zij daar blijkbaar minder een probleem van."

Op het kerkhof van Kortemark kregen zeven grafzerken een aparte plek. De drie andere lijken zijn na de oorlog in kisten terug naar huis gebracht, meestal ergens ver weg in Rusland of Oekraïne. Van de 570 dwangarbeiders zijn er exact tien omgekomen; 130 gevangen zijn dan weer ontsnapt. Wat van Kortemark-Proven plots iets meer maakt dan een voetnoot in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Een overlijdenspercentage van 1,75 procent tegenover een ontsnappingspercentage van bijna 23 procent. Geen enkel concentratiekamp kan zelfs maar beginnen tippen aan zulke kerngegevens. Alle overlevenden waren achteraf bijzonder eensgezind over de verklaring voor deze cijfers: de West-Vlaamse boeren. Jongens als Jozef Devloo.

Gommert Krijger schrijft: "De lichamelijke toestand en de moed om te leven verbeterden bij ons allen van dag tot dag en ikzelf voelde in mij dat ik toch niet helemaal verlaten was. Hier, in België, waren we er zeker van dat, als we hier wegliepen, we bij de bevolking onderdak zouden krijgen en dat ze ons zouden verstoppen."

In de kampenencyclopedie lezen we: "Door zich in België te stationeren, werd de SS geconfronteerd met een totaal nieuwe situatie. Voor het eerst opereerde de SS Bouwbrigade I op vijandig grondgebied. Het feit dat geen enkele van de ontsnapten kon worden teruggehaald, laat zien dat de controle over het kamp veel moeilijker was."

Drie ontsnappingen per dag

Na de oorlog kocht Jozef Devloo het hoofdgebouw van de zusters van Sint-Vincentius. Op zijn oude dag kuiert hij graag door het veel te grote huis. Op de plek waar we nu zitten, mijmert hij, hebben in 1944 figuren als Hauptscharführer Otto Högelow rondgelopen. Vloekend, wellicht, over alwéér een ontsnapping. Alwéér een dagenlange zoektocht bij West-Vlaamse boeren die tegenover de SS alleen met gebarentaal wensen duidelijk te maken dat ze niets hadden gezien en niets hadden gehoord.

Jozef Devloo: "Hier op zolder was een cel voor de Duitse gevangenen. Er waren aparte kamers voor de kleermaker en de schoenlapper. In de jaren zestig hebben we hier een machinegeweer gevonden onder een plankenvloer.

"Hoe dat ging, zo'n ontsnapping? (lachje) Goh, er ontsnapten er twee tot drie per dag. Zagen ze kans, dan gingen ze lopen. Ze liepen een uur lang door de velden en verstopten zich. De boer sprak dan 's avonds iemand aan in het café, die sprak dan weer iemand anders aan, en dan kwam iemand de vluchteling halen."

Hoe de West-Vlamingen en de vooral uit Oost-Europa afkomstige gevangenen communiceerden, valt niet te vatten. In Proven moesten ze van de SS water pompen aan de openbare pomp op straat, tegenover café St.-Victoor. Water, om mortel mee te maken voor de V1-lanceerplatformen. Terwijl de mannen in pyjama's met barse SS'ers achter zich stonden te pompen, maakten de mannen in het café gebaren. Pas na een tijdje kwamen de gevangen er achter dat het hele dorp zich erop had georganiseerd om elke ochtend achter de pomp een vrachtje tabak en voedsel te verstoppen.

Over wat er precies misging is weinig bekend, maar de eerste door de Bouwbrigade afgevuurde V1 ging omhoog en kwam meteen met een plof weer naar beneden. Geen enkele lancering is gelukt.

The Great Escape is het legendarische en in 1963 met Steve McQueen verfilmde verhaal van de ontsnapping van 76 geallieerde gevangenen uit Stammlager Luft 3, een gevangenkamp in Neder-Silezië. Uiteindelijk zouden twee van de 76 gevangenen de vrijheid bereiken. Over het aantal ontsnapten bij de The Great Escape in Kortemark variëren de schattingen van 30 tot 54. Het was 31 augustus 1944. De SS had orders gekregen Kortemark te verlaten. De wagens werden geladen en middenin de verhuisdrukte liepen tientallen gevangenen via de grote poort naar buiten. Gommert Krijger: "De post die bij mij stond, liet me alleen staan, hij liep weg, begon met zijn machinepistool te schieten op de groep gevangenen die wegvluchtten."

En zo konden hij en enkele anderen via een andere uitweg beginnen te lopen. Krijger bracht een nacht door in een varkensstal en kwam via een keten van boeren in contact met iemand van het partizanenleger. Hij was gered.

Bij The Great Escape in Kortemark vielen drie doden, ze liggen begraven op het kerkhof van Kortemark: Josef Lammel, Rudi Busch, Stanislaz Mroz. Jozef Devloo was getuige van de executie van die laatste, een jonge Pool. "De Duitsers wilden dat zo veel mogelijk mensen het zagen, wat zij deden met gevangenen die probeerden te gaan lopen", zegt hij. "Zelfs nu zij zelf zouden vluchten, stonden ze erop die jongen te executeren en alle achtergeblevenen te verplichten toe te kijken. Ook wij stonden daar."

Verliefd op boerendochter

Ze waren met tientallen, in november 1944, toen de burgemeester van Kortemark de zeven zerken op het gemeentelijke kerkhof inhuldigde en de aanwezigen beloofden dat nooit zou worden vergeten wat voor gruwelijkheden zich hier in Kortemark hadden voltrokken. Veel overlevenden waren in dienst getreden bij de boer die hun leven had gered, verliefd geworden op de boerendochter. Tot enkele jaren geleden woonden ze er gewoon nog, zo bleek in 2004 tijdens een onderzoek door studenten van het VTI van Ieper dat zou leiden tot het boek De V1 in West-Vlaanderen. Het boek verhaalt over Walter Oprysk, een Oekraïner die zich in Handzame vestigde als schoenmaker. Over Jan Woitas, de Pool, die eerst boer en daarna handelaar werd. Over Georges Zborovski, de Oekraïner die een West-Vlaamse huwde en bouwvakker werd.

En er was Stephan Kozyn, de boezemvriend van Zborovski, in het kamp. Hij was er nog bij, tijdens de plechtigheid op het kerkhof in november 1944. Ze discussieerden over wat te doen. Tijdens de conferentie van Jalta had Stalin geëist dat alle Russische oud-krijgsgevangen moesten worden gerepatrieerd. Zborovski raadde het hem af, ze hadden het goed, hier in Kortemark. Kozyn schermde met vaderlandse plichten. Hij keerde terug, en beloofde zo snel als mogelijk te schrijven.

Hij heeft nooit geschreven. Hij werd op betichting van blootstelling aan westerse invloedssferen overgebracht naar een kamp in de goelag en kort na de oorlog geëxecuteerd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234