Zondag 19/09/2021

Het beste bezoek aan Galápagos is geen bezoek

Hoe kun je nu wonen en werken op de Galápagoseilanden? Enkel omringd door dieren en barre vulkanen? Die reactie kreeg de Franse socioloog Christophe Grenier toen hij vorig jaar zijn verhuis naar de archipel aankondigde. ‘Het illustreert hoe goed de ‘mythe’ van een ongerept en wild Galápagos nog steeds standhoudt’, zegt Grenier. ‘Deze plek heeft dan ook al dertig jaar ervaring in het zorgvuldig slijten van die mythe.’ Zeker aan toeristen, terwijl net zij de grootste drijfkracht zijn achter de afbrokkeling van de ooit echt idyllische plek. Door Nathalie Carpentier

Vier maanden voor vertrek, een mailtje naar Capturgal, de Kamer voor Toerisme op Galápagos. Of we een speciaal visum nodig hebben om de Galápagoseilanden te bezoeken?“Nee, helemaal niet”, verzekert de woordvoerster ons.Kunnen we dan nu al tijdig een visum aanvragen, zodat we zeker binnen kunnen nu ze voor het dubbele jubileumjaar - 200 jaar na de geboorte van Charles Darwin en 150 jaar na de publicatie van zijn evolutietheorie - wellicht heel wat bezoekers verwachten?“Dat hoeft niet, als u landt in de luchthaven van Quito, kunt u daar die dag gewoon een toeristenvisum kopen.”Staat er dan geen maximum op het aantal toeristen dat jaarlijks het beschermde natuurgebied bezoekt?“Nee, hoe komt u daarbij?”Omdat al herhaaldelijk is geopperd om een beperking in te voeren om de archipel veilig te stellen voor de toekomst.“Ah ja, zo. Maar nogmaals, u hoeft zich geen zorgen te maken. Er is geen beperking.”“Voor wie niets weet van natuur zullen de Galápagoseilanden fascinerend zijn - een oord dat totaal anders is dan alles wat hij ooit heeft gezien. Voor wie wetenschappelijke belangstelling heeft, zullen de Galápagos bijna het paradijs zijn.” Zo citeert de Amerikaanse historicus Edward Larson in zijn boek de marketingargumenten die internationale consulenten eind jaren 60 naar voor schoven om de Galápagoseilanden tot een toeristische trekpleister uit te bouwen.Het moest slim gespeeld worden, want “de eilanden hebben geen kilometers lange zandstranden te bieden, geen Spaansgetinte steden, Incaruïnes of het leven in mondaine hotels. De belangrijkste reden voor een bezoek aan de eilanden zal voor toeristen altijd zijn dat ze dieren willen zien.”En niet te vergeten, “we weten dat de gemiddelde internationale toerist, hoeveel hij ook van de aanblik van de natuur geniet, er na een paar uur genoeg van krijgt en dan comfortabel wil kunnen relaxen. Hij wil lekker eten en drinken en ’s nachts een gerieflijk bed.” En de professionals speelden het inderdaad slim. Er kwamen toeristen naar de archipel, velen tegelijk. En ze waren welkom. De migranten die parallel de eilanden ook steeds meer gingen bevolken, waren dat een stuk minder. Toen in 1993 de toenemende migratie “al een ernstig probleem begon te worden” werd de jonge Franse socioloog Christophe Grenier ingeschakeld om het fenomeen wat nauwgezetter te bestuderen om te kunnen ingrijpen. Grenier realiseerde zich al gauw dat de klassieke schuldige voor natuurbeschermers, de demografische groei, de foute zondebok was. Het explosief groeiende toerisme was het probleem. “De beschermde en unieke natuur lokte toeristen”, blikt de inmiddels oudere en wijzere maar nog steeds even overtuigde Grenier terug, “maar hun komst zwengelde de migratie aan en dat was dan weer nefast voor de natuurbescherming.”Een heldere analyse die hem evenwel niet in dank werd afgenomen door zijn werkgever, het Charles Darwin Onderzoeksstation (CDRS). Hij mocht zijn koffers pakken. “Het was niet de bedoeling dat ik die verwevenheid blootlegde. Het CDRS pakte de primaire oorzaak van alles immers niet aan. Integendeel, ze stimuleerden de groei van het toerisme zelfs bijna.”Meer dan tien jaar later, in 2005, keerde de Fransman terug om poolshoogte te nemen. De problemen waren alleen maar toegenomen. “De bevolkingsgroei bedroeg gemiddeld 6 procent per jaar. Dat is enorm! Ter vergelijking: in de Amazone had je jaren een groei van 6 à 7 procent gedreven door de olie-ontginning. Maar hier bevind je je in het hart van een nationaal park waar slechts 3 procent van de oppervlakte bewoond hoort te zijn.”Er volgde nog een schok, een aangenamere dit keer. “Toen de nieuwe directeur van het CDRS me uitnodigde voor een gesprek, drukte hij me de hand en zei: 'Je had gelijk.'” Een veelbetekenende glimlach. De man die we vandaag ontmoeten, staat aan het hoofd van een gloednieuw departement sociologie, het vlaggenschip binnen het CDRS. De bedoeling? De impact van het toerisme op de archipel bestuderen en nagaan wat ‘duurzaam’ is. In 2007 publiceerde het CDRS een baanbrekend document, Galápagos at risk, waarin het explosief groeiende toerisme een van de belangrijkste motoren wordt genoemd achter de toenemende bevolking en de daarmee gepaard gaande invasie van uitheemse soorten en afbrokkeling van het fragiele ecosysteem. Een bocht van 180 graden.

Geen publiek toegelaten

Wie zich vandaag enkel nog bezighoudt met fauna en flora kan geen natuurgebied beheren. Het lijkt de logica zelve, maar dat was het lange tijd niet. “Om dat te begrijpen, moet je de voorgeschiedenis van het onderzoeksstation kennen”, schetst Grenier. “In 1959 riep de Unesco de Charles Darwin Foundation for the Galápagos Islands (CDF) in het leven. De meest prestigieuze natuuronderzoekers en - beschermers van Europa en de VS zouden er hun schouders onder zetten.“In 1962 woonden op alle eilanden samen slechts 2.300 mensen, amper bewoond dus. Veel wetenschappers hadden dan ook hetzelfde plan: de bewoners buiten krijgen en dan was de natuur veilig. Eén van hen was de Belgische veldbioloog Victor van Straelen. Hij zag de archipel als hét levende lab van de evolutie en in dat lab was geen publiek toegelaten.”Dat was evenwel buiten de Ecuadoriaanse regering gerekend. Die wilde de bevolking niet buitengooien. “Dus moesten ze een andere kaart trekken. Er zou een nationaal park gemaakt worden met een onderzoeksstation dat tot doel had het natuurgebied te beschermen. Tegelijk werd beslist het toerisme op de archipel te ontwikkelen, want dat zou geld opleveren voor het station en het park. Maar het CDF moest dat toerisme zelf stimuleren.”Een samenwerking werd opgezet met de grootste Ecuadoriaanse toeristische organisatie, Metropolitan Touring, en experts werden betaald om strategische plannen uit te werken. Maar er was ook bezorgdheid over de invloed van toeristen op het ongerepte ecosysteem. “In het eerste beleidsplan voor het park werd een beperking op het aantal toeristen ingevoerd. Meer dan 12.000 per jaar werd in 1974 niet wensbaar geacht. Maar enkele jaren later was die grens al vlot overschreden.”Ongeveer terzelfdertijd, in 1973 roept Ecuador Galápagos uit tot een aparte provincie. Vanuit het olierijke Amazonegebied stroomde geld binnen in Ecuador. “Het land wou en kon zijn ‘recht’ op Galápagos sterker laten gelden”, aldus Grenier. “Ze wilden de migratie naar de archipel stimuleren. Er was een uitgesproken wil om Galápagos verder te ontwikkelen en daar werden veel middelen voor uitgetrokken. Tegelijk wilde men de natuur wel beschermen, maar de financiering van het nationaal park bleef ondermaats.”Er moest geld in het laatje komen. Een toeristisch model ontwikkeld volgens eerder al aangestipte argumenten kwam uit de bus: het ‘boothotel’, overdag uitstappen aan land, ’s nachts slapen aan boord. “De reden was dubbel”, zegt Grenier. “Officieel bleef de ecologische impact zo beperkt, officieus was dit systeem economisch rendabeler. De Amerikanen hadden de militaire luchtmachtbasis in Baltra wel verlaten, maar die was niet bepaald functioneel. En er meerden toen slechts twee à drie boten per jaar aan. Hotels aan land bouwen zou veel te veel geld kosten.” Toeristenpaden werden uitgestippeld, parkregels opgesteld, bezoeken zouden gebeuren in kleine groepjes mét gids en het Darwinstation leidde gidsen op. Al bij al vonden de meesten het toerisme gunstig, zo raakten tenminste meer mensen geprikkeld om de natuur te beschermen.Midden jaren 80 ontwikkelde zich algauw evenwel een parallel toerisme voor minder welgestelde bezoekers. “Er werden hotels en restaurants gebouwd op de eilanden, bootmaatschappijen begonnen de oversteek tussen de eilanden te maken. Die toeristen sliepen aan land en maakten overdag een boottocht.”Dat ‘landtoerisme’ trok evenwel veel meer migranten aan van het vasteland. “Er was nood aan obers, bouwvakkers, hotelpersoneel. Het CDF beschouwde dat landtoerisme als oorzaak voor de migratie - niet het boottoerisme - en voerde weer een maximum in: hooguit 25.000 toeristen per jaar dit keer.” En weer werd die limiet alras overschreden.

‘Dood aan eenzame George’

Het roer moest omgegooid. “In de jaren 90 gingen natuurbeschermers inzetten op een selectief marktmechanisme: enkel toeristen met geld zouden nog kunnen komen.” Het entreegeld voor het park werd verdubbeld en de prijs van het vliegtuigticket werd met de helft verhoogd. Tegelijk kregen reisagenten een kwaliteitsnorm opgelegd. Ze moesten zwaarder investeren, maar trokken minder klanten. “Het werkte, rugzaktoeristen bleven weg, het landtoerisme nam af.” Maar lokale reisorganisatoren van Galápagos moesten het terrein ook hoe langer hoe meer aan grotere Ecuadoriaanse en internationale spelers laten.En toen kreeg de archipel onverwacht af te rekenen met een nieuwe stroom migranten: de pepiñeros. Vissers van buitenaf gelokt door de lokale vangst van zeekomkommers. In 1992 bleken de wateren rond Galápagos een voorraadkamer van het kostbare goed; Aziaten waren bereid fors te betalen voor het afrodisiacum. “De hoge prijzen lokten veel immigranten”, vervolgt Grenier. “Zo liep het bevolkingscijfer nog verder op, terwijl die ongecontroleerde visserij veel ecologische schade aanrichtte.”Natuurbeschermers stonden op hun achterste poten en eisten quota, de vissers gingen in de tegenaanval en kozen voor gewelddadig protest. Ze scandeerden ‘Dood aan eenzame George’ en dreigden enkele van de beschermde unieke reuzenlandschildpadden, boegbeelden van de natuurbeschermers, te doden in het onderzoeksstation. Met de speciale Galápagoswet in 1998 werden de gemoederen bedaard, schetst Grenier. “De vissers mochten blijven vissen maar ze moesten bepaalde sperperiodes respecteren. En vissers van buiten Galápagos werden geweerd. Galápagos werd weer van de Galápageños. In feite kwam het vooral neer op het afkopen van sociale rust. Het enige wat niet werd geregeld in 1998 was het toerisme.”Wél werd een taks ingevoerd voor bezoekers: de helft ervan ging naar natuurbescherming, de helft naar de drie gemeenschappen in de Galápagos. “Vanaf toen had iedereen dus belang bij een groei van het toerisme. Hoe meer mensen taks betaalden, hoe meer inkomsten.” De cijfers explodeerden. “Vanaf 1990 was het aantal bezoekers al fors toegenomen, maar eind jaren 90 zie je de cijfers echt de lucht in schieten. Het bezoekersaantal is in minder dan tien jaar bijna verdubbeld. Net als de bevolking. En dan moet je weten dat de wet van 1998 net bedoeld was om de Galápagos meer af te sluiten voor de buitenwereld, om het zo veilig te stellen voor de toekomst.”

Magie, magie

Toeristen worden gelokt door de belofte van een wondere wereld. Aan land of zoals die dag, onder water. Even wennen nog aan het troebele water en dan ogen open. Steeds duidelijker doemen rotsen op, algen, zeesterren, een schooltje felgele vissen zwemt schichtig weg tot zich onder ons de contouren aftekenen van een kleine zeeschildpad! Ik deins terug, bang om het dier te storen, maar het blijft rustig zweven. Ik zwem er heerlijk boven. Zo zalig dat ik even vergeet te ademen door mijn mond en proestend en happend naar lucht weer boven kom.De stroming is sterk. Ik drijf af, teleurgesteld, want weg van mijn adembenemende compagnon. Weer onder water kijk ik naar links of daar duikt, op nog geen meter afstand, weer een van die gracieuze bewoners van de oceaan op: een gigant dit keer. Deze schildpad is zeker anderhalve meter groot. Ik zwem mee, voel me in zijn aanwezigheid bijna gewichtloos worden, al mijn zintuigen zetten zich open, behalve mijn gehoor. Het lijkt of alle geluid wordt afgesloten. Dan is er alleen nog magisch zij aan zij zwemmen.Na een tijd waan je je hier bijna zelf natuurgids. Iedereen ligt voortdurend op vinkenslag. Speurend naar een zeldzame Galápagospinguïn. Daar, vredig naast een stel zeeleeuwen en een hoopje over elkaar kruipende zonnebadende zeeleguanen, staat er eentje. De pinguïn kijkt niet op of om. Zelfs niet als tientallen camera’s tegelijk hét mooiste plaatje schieten.Het is dit soort onwerkelijke ervaringen die toeristen hierheen blijven lokken. Wie hier is geweest, wil aan iedereen zeggen: kom kijken! Maar een seconde later bekruipt je het gevoel dat dat het slechtste advies is dat je kunt geven. Hoe meer mensen hier wegblijven, hoe beter.De impact van al die tienduizenden toeristen zie je niet zozeer in de afgebakende bezoekerszones - de regels worden vrij strikt toegepast -, maar vertaalt zich onrechtstreeks, stelt het rapport Galápagos at risk. “Enerzijds krijg je een toenemende immigratiegolf en de daarmee gepaard gaande continentalisatie van de levensstijl. Meer auto’s, meer uitheemse producten.”“Meer bewoners en meer toeristen betekent ook meer vluchten met grotere toestellen naar Galápagos. Het aantal commerciële vluchten naar de archipel is tussen 2001 en 2006 bijna verdubbeld. Het betekent ook meer cargoschepen en een groter risico op olielekken zoals met de Jessica in 2001.”Maar vooral, en dat is veruit het grootste gevaar voor de archipel: hoe meer toegangswegen, hoe minder barrières die uitheemse invasieve soorten nog tegenhouden op weg naar de vroeger geïsoleerde archipel. Het aantal invasieve soorten is de voorbije jaren dan ook exponentieel gestegen. De gevolgen voor de unieke dieren blijven niet uit, zegt klimaatdeskundige Stuart Banks van het CDRS. “Reisagenten mikken op trekpleisters zoals pinguïnkolonies, die willen toeristen absoluut zien. Helaas is er geen efficiënter mechanisme om ziektes over te dragen tussen kolonies dan zo’n permanente stroom van toeristen die letterlijk vlak naast die kolonies passeren op plaatsen die normaal totaal geïsoleerd zouden blijven. Dat we onlangs voor het eerst de malariaparasiet bij de Galápagospinguïns hebben ontdekt, is daar niet vreemd aan.”

Snelle visuele consumptie

De wil om echt iets te ondernemen is er. Maar niet alleen de houding van het CDRS is veranderd, de bezoekers ook, zo blijkt uit een enquête die Grenier vorig jaar uitvoerde. “Wie 25 jaar geleden naar deze uithoek kwam, was echt geïntrigeerd door Galápagos. Die toerist hield van de natuur en wilde begrijpen hoe evolutie werkt. Vandaag zijn toeristen meer bezig met hun comfort en veiligheid, ze willen airconditioning en een driegangenmenu.”Grenier noemt het de “totale banalisering van het toerisme”. “De natuur is verdrongen naar de achtergrond, spektakel dat mooie plaatjes oplevert voor thuis. Je kunt je er sociaal mee onderscheiden, want het blijft prestigieus om naar Galápagos te gaan, maar voor sommigen is het niet veel meer dan snelle visuele consumptie.”Een dwarsdoorsnede van de toeristen op het schip de Galápagos Explorer II leert dat Grenier gelijk heeft maar ook ongelijk. Ja, er is die immer norse, arrogante man die steevast de parkregels aan zijn lars lapt. Die vindt dat hij het recht heeft om pal naast een bonte geel-oranje landleguaan te staan voor een foto in plaats van vijf meter verder op het gemarkeerde pad zoals alle anderen. En die de gidsen afblaft omdat hij maar een fractie van Fernandina, het meest ongerepte eiland, te zien krijgt. Maar er zijn ook mensen als de 75-jarige Britse Mary en Linda die vooraf de Charles Darwinexpo in Londen bezochten. Of mensen als Mark, een natuurliefhebber in hart en nieren die zichtbaar opleeft bij elk nieuw eiland dat hij ontdekt, die al van een bezoek aan deze plek droomt “van toen hij een kleine jongen was” en alle boeken en documentaires erover verslond. Reizen met een boot van honderd passagiers betekent ook dringen in de rij op vaak overbevolkte sites en gebonden zijn aan strakke tijdsschema's in plaats van de natuur in haar eigen tempo te kunnen observeren. “Ook het niveau van de gidsen is fors gedaald”, vervolgt Grenier. “De eerste generatie officiële gidsen waren trotse en toegewijde natuurliefhebbers. Vandaag is de opleiding van de gidsen meer gericht op het behagen van toeristen.” Een oudere gids op de Explorer vertelt honderduit over zijn observaties van de fregatvogel. Zijn jongere collega kent zijn ingestudeerde lesje wel, maar het antwoord op bijkomende vragen van geïnteresseerde toeristen moet hij doorgaans schuldig blijven. Hij is blij met de begeerde job, maar zijn passie ligt elders. “Na een paar maanden werken heb ik tijd vrij om te surfen.”

Aeropuerto ecologico

Wat is het antwoord? Een afdwingbare limiet op het bezoekersaantal zoals ook weer werd geopperd toen de Unesco de Galápagoseilanden in 2007 op de lijst van bedreigd erfgoed zette? Alle grote woorden ten spijt, twee jaar later is er van beperking geen sprake. Wie netjes betaalt, kan zonder enig probleem binnen.“Die bovengrens is wellicht de moeilijkste vraag”, reageert CDRS-directeur Gabriel Lopez. “Met de teruglopende oliewinsten zoekt Ecuador naar meer buitenlandse inkomsten. Toerisme is een van de domeinen waar het zwaar wil op inzetten. Hier spelen grote economische belangen, het toerisme groeit hier met 14 procent per jaar. Het is een miljoenenindustrie. Bovendien zijn de grootste spelers op de markt hier zelfs niet meer verankerd. Het zijn grote Ecuadoriaanse bedrijven of multinationals.”Het eindpunt van de huidige evolutie is duidelijk: massatoerisme. Meer toeristen kiezen voor grotere schepen van honderd passagiers, cruiseschepen van 500 man doemen op, Galápagos wordt steeds meer “een van de volgende mooie plekken ná Machu Picchu of het Groot Barrièrerif”. “Met de huidige crisis zie je ook promoties of weggeefprijzen opduiken”, zucht Lopez. “‘Twee voor de prijs van één’ of kortere tours. Er gaan zelfs stemmen op om eendagtours te organiseren vanuit Quito. ’s Morgens vroeg een vlucht hierheen, overdag een korte tour en vlak voor het donker terug.”“Snelheid is het ordewoord geworden”, bevestigt Grenier. “De scheepvaart tussen de eilanden illustreert dat perfect. Vandaag kun je enkel nog snelle privéboten nemen. Met het openbaar vervoer deed je er misschien vijf uur over, maar je zag wel dolfijnen, zeeschildpadden of roggen onderweg. Vandaag klieven de boten door het water en zie je niets meer. Het gaat zelfs zo snel dat een schildpad geen schijn van een kans heeft als ze zo’n boot op haar weg vindt.”De ecologische voetafdruk op Galápagos is volgens Greniers laatste resultaten groter dan gemiddeld. Nog niet catastrofaal, maar het neigt wel in die richting. Grenier zelf maakt zich weinig illusies. “Toerisme zal zich blijven ontwikkelen. Galápagos wordt aan de man gebracht als unieke plek. Als je iets uniek verkoopt, heb je geen concurrentie. Dus voelt niemand de druk om wel aan allerlei kwaliteits- of natuurvriendelijke eisen te voldoen. De bezoekers blijven toch komen.”Lopez is optimistischer, maar evenzeer realistisch. “Op de luchthaven van Baltra is men begonnen met de bouw van een nieuwe terminal. Het wordt een aeropuerto ecologico, interessante woordkeuze vindt u niet?”, merkt hij fijntjes op. “Officieel is die verbouwing nodig omdat de huidige terminal te dicht bij de landingsbaan ligt. Interessanter maar vooral verontrustender is de capaciteit waarop de terminal berekend is: 450.000 bezoekers. Vorig jaar klokten we af op een record van 173.000 bezoekers. ”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234