Donderdag 24/06/2021

Het best bewaarde geheim van Europa

Wellicht denkt u bij 'wintervakantie' niet meteen aan Slovenië. Toch heeft dit compacte land alles wat u nodig hebt: bergen, bossen en bakken sneeuw. En als extraatje is er de verrassend gezellige hoofdstad Ljubljana.

Om te beginnen een kleine bekentenis: ik heb stiekem gecheckt of ik geen euro's moest wisselen om naar Slovenië te reizen. Om maar te zeggen: bij het land en bij de hoofdstad Ljubljana (spreek uit zoals je het leest, niet als 'Loebelana' of 'Joebiljana'), kon ik me geen enkele voorstelling maken, buiten iets vaags met berenmutsen en Sovjetliederen.

Een sinkhole in mijn kennis, want Ljubljana ligt op amper een uur en 40 minuten vliegen van Brussel. En ze betalen er al een jaar of negen met euro's.

Het land, nog kleiner dan België, ligt geprangd tussen Italië, Oostenrijk, Hongarije en Kroatië. Doordat het zo mini is, kun je een weekend in de stad kleven aan een paar dagen in de prachtige natuur. En natuur is er genoeg: 60 procent van het land is bezaaid met bomen. Een goed uur rijden en je kunt skiën in de winter, bergbeklimmen of strandliggen in de zomer. Het Sovjet-hoofdstuk hebben de Slovenen trouwens al heel lang achter zich gelaten: na een vreedzame volksraadpleging in 1990 ging Slovenië de onafhankelijke toer op.

Stadsbewoners zullen misschien eens vreemd opkijken als je je met berenmuts en mof de straat op waagt. Ljubljana is namelijk niet noemenswaardig kouder dan bij ons in de winter. Het enige wat ik goed kon gebruiken, was een paraplu, maar dat was dan ook de enige tegenvaller tijdens vier fantastische dagen in dit gastvrije, gezellige land.

Autoloos centrum

Eerste ontdekking: Ljubljana is een perfect decor voor een citytrip. Architect Jože Plečnik drukte in de eerste helft van de vorige eeuw zijn stempel op de smoel van de stad. Hij bleef kinderloos, maar beschouwde 'zijn' bibliotheken, marktplein, wolkenkrabber en kerk als perfecte surrogaatkindjes.

Mooi, maar de imposante relikwieën uit het Sovjet-tijdperk hebben pas echt een magnetische werking op mijn blik: grijze, huilende kantoor- en appartementsgebouwen, die zich beetje ongemakkelijk voelen nu het land surft op een totaal nieuwe schwung. Het voelt hier een beetje Scandinavisch aan, met die kraaknette straten en vele hippe winkeltjes. Toeristen zijn trouwens veilig: auto's komen de stadskern niet in, drie elektrische golfkarretjes volstaan om wie minder goed te been is of zere voeten heeft, gratis naar zijn bestemming te brengen.

Verloren lopen zul je ook niet snel doen, want de kleine stadskern is geweven rond een mooie, driedelige brug over de rivier Ljubljanica.

Vijf minuten stevig doorstappen, en je bent al aan de rand van het historische centrum. Ofwel trek je een van de winkelstraten in - op eigen risico, er valt hier verrassend veel moois te scoren. Vooral de trendy, vaak handgemaakte Sloveense designspulletjes wakkeren mijn winkelhonger aan. Ofwel wandel je naast het water, waar je je kunt vergapen aan de bergen lokaal lekkers en kitscherige souvenirtjes die verkocht worden in de overdekte markt (jawel, ook een kindje van Plečnik).

Of je wandelt niet, en zoek je een terrasje op. In de winter? Jawel: hoewel je hun klimaat niet bepaald 'zuiders' kunt noemen - de stad ligt op dezelfde hoogte als Venetië en Triëst - zijn de Slovenen koppig genoeg om dat te blijven geloven. Zelfs regen is voor hen geen reden om binnen te blijven, ze schuilen nog liever onder een parasol, met een fleecedekentje en warme glühwein, dan dat ze warmere oorden opzoeken. Sociale beestjes zijn het: de terrassen zitten afgeladen vol en vrolijk gebabbel stijgt op uit de straten, op deze druilerige najaarsdag.

Wijnparadijs

En het eten. Dat eten. Vier dagen en misschien dubbel zoveel viergangenmaaltijden later kan ik empirisch verantwoord verkondigen: eten is een halszaak voor de Slovenen. Hoewel het land een postzegel groot is, werd het opgedeeld in 24 culinaire regio's, allemaal met eigen klemtonen en specialiteiten.

Het noorden is beïnvloed door de Oostenrijkse keuken, het westen kijkt naar Italië. Ik heb sterk de indruk dat de Slovenen een gelijkaardige haat-liefdeverhouding hebben met buurman Italië dan wij met onze noorderburen. Dat leid ik toch af uit een uitspraak als "In de herfst komen ze onze paddenstoelen pikken! Maar als je veel Italiaanse nummerplaten ziet aan een restaurant, weet je zeker dat het er goed eten is."

Soit, wat je ook eet, je kunt het sowieso overgieten met een topwijntje, want als wijnland is Slovenië aan een opmars bezig. Al kunnen sommige, veelal kleinschalige wijndomeinen de buitenlandse vraag amper of niet bijhouden: van veel wijnen worden niet meer dan tienduizend flessen getrokken waarbij voorrang gegeven wordt aan de restaurants in het land zelf. Lucky me. Ik ben zo verkocht, dat ik straks naar huis keer met drie flessen in mijn koffer, veilig gewikkeld in mijn berenmuts (die zo dus toch van pas komt) en skibroek.

Hardcore romantiek

Als we de hoofdstad inruilen voor de bergen, ben ik er zeker van: het moet gewoon zo zijn dat trouwe Slovenië-reizigers hun bestemming liever geheim houden, om te vermijden dat het land overspoeld wordt door toeristen.

Waarom is het hier anders zo rustig, vraag ik me af wanneer we het gezellige dorpje Radovljica binnenrijden. De tijd lijkt hier stil te staan, en al helemaal in Lectar, een pension waar we aan tafel schuiven voor een lunch met bergkoningallures. Na een plank vol kaas en vlees en een copieuze champignonsoep, geserveerd in een uitgehold broodje, kunnen ze me al naar buiten rollen. En dan moet het hoofdgerecht - met knalportie knoedels - nog komen. Waarom Heidi aus Tirol geen 150 kilo weegt, ik begrijp het niet. Dat je van zulke dingen niet wakker hoeft te liggen als je bier mag drinken uit een glas met een handvat, begrijp ik dan weer wel.

Het is hier trouwens not done om je bord niet leeg te eten, want duurzaamheid en ecologie zijn in dit land hot topics. In Ljubljana valt geen peuk of papiertje te bespeuren, en in het skigebied waar we straks naartoe trekken, eten ze nog liever alpengras dan dat ze de pistes vol kunstsneeuw spuiten.

Maar eerst stoppen we nog even aan dé toeristenhotspot, op twintig minuten rijden: het meer van Bled, ingebed in een landschap dat niet zou misstaan in een Italiaanse jarenvijftigfilm. Bled is een heiligdom voor hardcore romantici, want je kunt je er in een houten gondel statig laten peddelen naar het enige eiland dat Slovenië rijk is. Eerder een stomp, bebost bergje, met een kerkje (waar je zelf de klok mag luiden en een wens doen, daar staan mensen in de zomer een uur voor in de rij).

Maar in de boot valt mijn oog opnieuw op een overblijfsel uit minder rooskleurige tijden: het statige zomerhuis van maarschalk Tito, gebouwd in hetzelfde witte marmer als het Witte Huis in Washington.

Vogelvrij

Het is al pikdonker wanneer we de kabellift nemen naar het skigebied Vogel, op een hoogte van 1.535 meter. Veel kan ik dus nog niet zien, maar de sneeuw kraakt onder mijn voeten als ik uitstap. Er is net een dik pak verse vlokjes neergedwarreld, wat een meevaller.

Dé troef van dit skigebied is de kleinschaligheid: niet meer dan 22 km piste. Zo kun je je eigen gang gaan, en toch een fijne (lees: sociale) week beleven wanneer de niveaus in je groep verschillen.

Ik heb me trouwens altijd afgevraagd wat een gebied met 250 km aan piste je méér oplevert dan FOMO - fear of missing out. Dit is veel gezelliger. Alleen loop je hier het risico dat je een groene alpenweide treft in plaats van een witte piste: omdat Vogel in het hart van het Triglav National Park ligt, is kunstsneeuw er verboden.

Die pech heb ik dus niet. Na een dutje waar een bergmarmot U tegen zou zeggen, zie ik 's ochtends voor het eerst het uitzicht vanuit mijn raam in de berghut: wow. In de verte schittert de top van de Triglav, met zijn 2.864 meter de hoogste berg van Slovenië. Diep onder mij, in de vallei waar we gisteren de kabellift namen, ligt het grote, langwerpige meer Bohinj te blinken.

Het is nog maar acht uur, toch wil het zwaar onderdrukte ochtendmensje in mij naar buiten. De zuurstofmolecules tijdens een ochtendwandeling op sneeuwschoenen doen mijn stadsbrein dan ook joelen van plezier. Al zeggen mijn benen iets helemaal anders: wandelen op sneeuwschoenen is best vermoeiend. In twee uur tijd leg ik nog geen 5 kilometer af. Gelukkig maakt een passage door een verstild, winters bos dat helemaal goed.

Toch beslis ik, als ik stilletjes vloekend een steile piste op klauter terwijl de vroege skiërs naast me naar beneden zoeven, dat ik straks iets anders onder mijn voeten ga binden.

Praktisch

Adria Airways vliegt twee keer per dag naar Ljubljana vanuit Brussel, ca. 200 euro (h/t). Met de auto kan ook: Brussel-Ljubljana is 1.200 km.

Shuttleservice GoOpti is veel goedkoper dan een taxi. Het is ook betaalbaar om op Triëste in Italië te vliegen en daar de shuttle te nemen. (goopti.com)

Tip voor citytripfanaten: Venetië, Triëste en Ljublina liggen op een boogscheut van elkaar.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234