Dinsdag 31/01/2023

Het besparende fabriekje

Een voorbeeld van een bedrijfsgebouw voor de toekomst staat in Gent: het Nationaal Secretariaat van de Oxfam Wereldwinkels toont waar een gezond gebruik van verstand omtrent ecologisch bouwen toe leidt. In dit gebouw tref je geen wondere wereld van technologische snufjes aan, die soms als de enige indicatoren van toekomstig bouwen lijken te gelden. Wel de basis van ecologisch denken, en dit denkproces is evengoed toepasbaar op het bouwen van privé-woningen.

Allereerst: de locatie. Waar bouw je nu nog een nieuw gebouw, in een tijd waar het groen eigenlijk geen inpalming meer aankan? Op een plaats waar er al gebouwd werd, en in het geval van een bedrijfsgebouw, liefst waar al een industrieterrein was. Dat is alleszins milieuvriendelijker dan nog maar eens een nieuw terrein aan te pakken. Voorts is er in de buurt van oude industriële terreinen meestal al een volledig transportnet uitgebouwd. Oxfam koos voor het industrieterrein aan de Ververijstraat, dat in de 19de-eeuwse gordel rond Gent ligt. Daar werd een perceel gekocht waarop een bouwvallig fabriekspand stond, klaar voor de sloop. In de onmiddellijke omgeving bevindt zich het Dampoortstation, dat, zo hopen de bouwers, in de toekomst zal worden gebruikt door hun klanten. Door de klanten, want het leeuwenaandeel van de mensen die nu voor dit Nationale Secretariaat van Oxfam werkt, komt al met de fiets naar het werk; dat werd in het gebouw opgevangen door het bouwen van een grote (overdekte) fietsenstalling vooraan, terwijl er voor wagens slechts beperkte parkeerplaatsen voorzien zijn.

Een bedrijfsgebouw is vaak een kanjer van een gebouw. Zuinig energiebeheer is een tweede gevoelig punt op de agenda van ecologen. "Zuiniger omspringen met energie betekent minder CO2 uitstoten, minder de atmosfeer vergiftigen en de aarde minder doen opwarmen", zegt architect Jan Van Den Broeke. "Iedereen weet dat wel, maar er wordt weinig concreets aan gedaan. Bij het oprichten van een nieuw gebouw leggen we een stuk energieverbruik voor tientallen jaren vast. Zowel vanuit milieustandpunt als financieel is dit van belang. Met het vooruitzicht op stijgende energieprijzen hebben wij in dit gebouw op die zaken geanticipeerd."

"Dit bouwen we, zo dachten we, voor minstens 25 jaar, in plaats van de doorsneeperiode van 10 à 15 jaar waarvoor men industriegebouwen doorgaans bouwt. Van die 25 jaar vertrok het financieringsplan: terwijl de kostprijs van dit gebouw in het begin iets duurder lijkt, omdat er gelet wordt op het gebruik van gezonde materialen en er voor een zuinig energiesysteem gekozen wordt, wordt de investering, wegens dit zuinig en gezond beheer, in vijftien jaar tijd volledig gerecupereerd! Die berekening maakten we zelfs in de veronderstelling dat de energieprijzen in die jaren min of meer stabiel zullen blijven. Maar we weten nu al zeker dat ze zullen stijgen, wat betekent dat er met dit gebouw sowieso veel centen bespaard zullen worden."

De energievraag van een gebouw wordt door verschillende facetten in het bouwproces beïnvloed: er is het concept, het gebruik van gratis energie, het gedrag van de gebruikers en enkele andere actieve maatregelen. Alles wat hieronder opgesomd wordt, is evengoed toepasbaar op de bouw van privé-woningen.

Ten eerste het concept: "Hoe doordachter de benutting van de vierkante meters hoe zuiniger het gebouw uiteraard is", zegt Jan Van Den Broeke Op die manier wordt er bespaard op energie, materialen en onderhoud. Bouw dus niet te groot, en bouw ook compact. Compact betekent: maak geen of zo weinig mogelijk insnijdingen in een gebouw. Hoe kleiner de buitenoppervlakte is, hoe minder energie verloren gaat."

In het geval van Oxfam werd het een rechthoekig gebouw, met maar één insnijding die onvermijdelijk was, omdat het anders niet voldeed aan de voorschriften van het Bijzonder Plan van Aanleg. De zonering is ook van belang: in het Oxfam-gebouw bevinden alle kantoorruimtes zich aan de zuidkant; het magazijn, dat een lagere temperatuur nodig heeft, zit aan de noordelijke kant, waardoor er meteen een buffer geschapen wordt tussen de warmere ruimtes.

Van Den Broeke: "Zodra aan deze voorwaarden voldaan is, kun je het gebouw voorzien van de juiste technieken. Alle verliesoppervlaktes van dit gebouw - vloer, wanden en dak - werden verregaand geïsoleerd. Koudebruggen werden zoveel mogelijk vermeden. Om de investering en de terugbetaaltijd van deze isolatie beter te kunnen inschatten, vergeleken we dit project met een klassiek industrieel gebouw (met enerzijds magazijnen van metaal of beton, zonder noemenswaardige isolatie, en anderzijds burelen volgens de geldende K55-normering, dus tamelijk goed geïsoleerd. Onze doelstelling was om in vergelijking met zo'n klassiek industrieel gebouw de verwarmingskosten terug te dringen met 75 procent." Terzijde: wie de verwarmingskosten vermindert, dringt uiteraard ook de CO2-stoot terug."

"In de globale aanpak van een zuinig energiebeheer (100 procent) neemt de extra isolatie van de vloeren, wanden en daken 30 procent van de besparing voor haar rekening. De daken werden geïsoleerd met ingespoten cellulose, de wanden bestaan uit een superisolerende steen met een cellulose-isolatie en zijn aan de buitenkant met pannen bekleed, de vloeren van het magazijn zijn van massieve polybeton met een isolatie van Argex-korrels en rotswol, de stenen vloeren van volkeramische tegels, de houten vloeren van Europese massieve kastanje, en de kantoorvloeren bestaan uit een prefab-systeem en zijn bekleed met linoleum. Het kantoorgedeelte is zo goed geïsoleerd dat het eigenlijk beantwoordt aan een K26-norm."

Vijftien procent van de energierekening wordt aangepakt door het benutten van passieve zonne-energie. "De warmtecapaciteit van een gebouw speelt daarbij een rol", zegt Van Den Broeke. "Daarmee wordt uitgedrukt hoeveel warmte er in een constructie opgeslagen kan worden. In een gebouw met een grote thermische massa (nodig om energie in op te slaan) variëren de temperaturen geleidelijk. In de winter gebeurt de afkoeling langzamer. De warmte die in de zware constructies wordt opgeslagen, zal weer worden afgegeven op het moment dat de zon er niet meer is. De vloer op de benedenverdieping (aan de zuidkant) is donker uitgevoerd en geplaatst op een dikke, accumulerende ondervloer. De binnenstromende warmte uit het zonlicht kan dus worden opgeslagen. In de zomer zorgen massieve muren en vloeren voor een langzamere opwarming." Verder levert een juiste beglazing van een gebouw heel wat gratis energie op. Veel glas aan de zuidkant, zoveel mogelijk gesloten houden aan de noordkant en superisolerende beglazing gebruiken in houten ramen is hier de boodschap (hout isoleert beter dan staal of aluminium).

Aan een zijgevel werd een serre gebouwd. "Die is naar het zuiden gericht waardoor ze alle directe zonnestralen opvangt en de warmte vasthoudt. De serre werkt als een collector: is de luchttemperatuur binnen hoger dan in de rest van het gebouw, dan wordt de warme lucht gebruikt voor de verwarming. In de winter wordt de lucht van de verwarming met die warmte voorverwarmd. In de zomer zorgt een kantelraam in de serre dan weer voor een evacuatie van overtollige warme lucht. Ook de serre heeft superisolerende beglazing; de planten erin zullen een luchtzuiverende werking hebben.

Twintig procent van het energiebeheer gaat naar warmteterugwinning of ventilatie. Jan Van Den Broeke: "De ventilatie in dit gebouw gebeurt met een mechanisch systeem, waarbij via een warmtewisselaar de bedorven lucht haar warmte afgeeft aan de verse lucht. Op die manier wordt 90 procent gerecupereerd van de warmte die anders verloren gaat."

Tien procent van het energiebeheer wordt verkregen via het plaatsen van een optimale technische installatie. "Wij gebruiken altijd de meest geavanceerde technieken, want met oude technieken heb je uiteraard energieverlies. De voorgaande ingrepen zoals de hoge isolatiegraad, het gebruik van warmte uit de serre en warmterecuperatie uit ventilatielucht maken dat er slechts minimaal bijverwarmd moet worden. De verwachte energiebehoefte voor verwarming bedraagt minder dan 40 Kxh per vierkante meter netto kantooroppervlakte per jaar (ter vergelijking: de hoofdzetel van Greenpeace in Islington, Groot-Brittannië, had als doelstelling 85 kwh/m2/jaar). Twee uiterst zuinige gasketels voegen - indien nodig - spaarzaam warmte toe aan de lucht, en staan daarmee in voor de resterende 25 procent van het energiebeheer. Dit luchtverwarmingssysteem laat ons toe om soepel te ventileren en te verwarmen, en tegelijk gebruik te maken van de gratis energie uit de serre. Verder werd er energiebesparende regelapparatuur geïnstalleerd, is het gebouw voorzien van een zonnecollector en zonnepanelen, die zes maanden gratis verwarmd sanitair water leveren en zes maanden voorverwarmd sanitair water leveren. Er werd ook gekozen voor elektriciteitsbesparende toestellen."

Terwijl de ideeën achter dit gebouw natuurlijk een grote rol spelen, werd ook op de architectuur gelet. "We hebben een heel transparant, open gebouw willen maken", zegt Luc Reuse. "Dat wordt vooral duidelijk in de inkomhal: daar geven alle kantoorruimtes op uit, en deze ruimte kan meteen ook dienen om in te vergaderen. Het is de bedoeling dat door die openheid ook de communicatie tussen de medewerkers bevorderd wordt. Materialen zijn heel zichtbaar; we hebben een gebouw willen zetten waaruit de hiërarchie tussen alle medewerkers niet af te lezen valt."

"Het Oxfam-gebouw wil ook aan de buitenkant signalen geven: zo wordt er in de toekomst rondom groen aangelegd en zal er een doorfietspad aangelegd worden. Waar de serregevel is, was er een te respecteren groenzone. Op die plaats wordt een wilde tuin ingericht, met een bezinkingsvijver en tien hoogstammige fruitbomen."

Oorspronkelijk wilden de architecten ook een windmolen bouwen. We mogen hem echter niet zetten, zegt Van Den Broeke. "In het BPA is er enkel sprake van 'gebouwen' en die mogen niet hoger zijn dan 8 meter; een windmolen is 30 meter hoog. We hopen dat we die vergunning alsnog krijgen, want ook die investering zou zinvol zijn: we raamden het te verwachten elektriciteitsverbruik op 37.667 Kwh per jaar voor de kantoren en 16.793 Kwh per jaar voor het magazijn. Met een windmolen van 11 Kw moeten we een dekkingsgraad van 85 procent kunnen halen. Met een zuinig gedrag van de gebruikers zou het zelfs mogelijk zijn om naar 100 procent te streven."

Het Oxfam-gebouw werd ontworpen door de architecten Jan Van Den Broeke, Luc Reuse en Luc Eeckhout; medewerkers waren architect Stefan Ardui, stagiair-architect Xavier Catry en stagiair ingenieur-architecte Bea De Moerloose. Het project werd bestempeld als proefproject voor Duurzame Energie en kreeg de steun van het Provinciebestuur Oost-Vlaanderen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234