Maandag 27/01/2020

Het beschimmelde behangpapier van de geest

Na een lang verblijf in een psychiatrische inrichting keert Spider (rol van Ralph Fiennes) terug naar Oost-Londen. Als twaalfjarige jongen maakte hij er mee hoe zijn vader Bill zijn moeder vermoordde om haar plaats te laten innemen door een prostituee. Maar de traumatische herinneringen van Spider blijken na al die tijd niet helemaal betrouwbaar. Daarom ook gebruikt de film de prachtige en intrigerende slagzin: 'Erger dan je verstand te verliezen, is het terugvinden.'

Cannes

Eigen berichtgeving

Jan Temmerman

De films van de Canadese regisseur David Cronenberg zijn vaak reisverhalen. Maar het betreft dan wel reizen door de getormenteerde of verwarde psyche van de hoofdpersonages. Dat is in hier niet anders. Gebaseerd op de gelijknamige roman van Patrick McGrath, is Spider een bijna verstilde, visueel uitgepuurde Cronenberg-film geworden.

De generiek van de film lijkt op een rorschachtest.

David Cronenberg: "Dat klopt. Het zijn plekken op textiel, op muren of behangpapier, die we dan 'verdubbeld' hebben, opdat ze zo'n beetje het uitzicht kregen van de inktvlekken uit de rorschachtest. Ik hou van aparte titelsequenties, want ik laat de generiek niet graag over de eerste beelden van de film lopen. Ik doe dat om het publiek de kans te geven van buiten naar binnen te komen. Gisteren werd er geapplaudisseerd bij elke naam en dus was ik een beetje ontdaan omdat het effect verstoord werd. Ach, bij zo'n festivalvertoning is iedereen een beetje opgewonden. Maar normaal dient zo'n generiek volgens mij om het publiek tot rust te brengen, hen naar de muziek te laten luisteren en stilaan in de juiste sfeer te brengen. Het zet de toon en het is een soort toegang tot de film. De mensen verlaten even hun eigen leven en stappen binnen in dat van de film."

Maar de verwijzing naar zo'n psychologische test is natuurlijk geen toeval.

"Neen, deze titelsequentie suggereert inderdaad dat we het in deze film zullen hebben over interpretatie, over attitudes en over mentale stabiliteit of het ontbreken ervan. Maar de plekken verwijzen ook naar de schimmel op het behangpapier, naar de vochtigheid en de mufheid van de omgeving waarin Spider terecht zal komen. Voor mij is dat een manier om het metafyische op te bouwen vanuit het fysische. Hetzelfde gebeurt met het menselijke lichaam en de geest: je moet beginnen met het fysische en van daaruit worden andere zaken opgebouwd."

U beschrijft Spider zelf als een personage à la Samuel Beckett.

"Als men Spider van de trein ziet stappen en men kijkt naar zijn lichaamstaal, naar hoe hij er uitziet, dan zou hij zo uit een roman als Molloy of Malone Dies afkomstig kunnen zijn. En er is natuurlijk het personage van Beckett zelf: als je hem op straat zag lopen, kon je hem makkelijk voor een oude zwerver houden. Maar dan wel een zwerver met een bepaalde uitstraling, met toch nog een zekere waardigheid. Met Ralph Fiennes heb ik dus niet alleen over het werk van Beckett gesproken, maar ook over de man zelf. Hij was zo'n beetje onze toetssteen, bijvoorbeeld wat het haar van Spider betreft. (lacht)

"Van zijn kant zocht Ralph ook naar raakpunten met de Russische literatuur. We hebben onder andere veel over Dostojevski gepraat, want Spider kon een personage uit Aantekeningen uit het ondergrondse zijn. Of hij kon ook een personage van Kafka zijn. Als men dus een soort existentiële tijdgeest in deze film wil ontwaren, dan zal ik dat zeker niet ontkennen."

De film maakt in ieder geval een uitgepuurde indruk.

"Ja, dat zou ik ook zeer 'beckettiaans' durven noemen, want hij heeft toch ooit een theaterstuk gemaakt waarin enkel maar een mond, of eigenlijk een enorm paar lippen ten tonele werd gevoerd. Zover ben ik nog niet, maar misschien komt het er ooit van. Het is geen beredeneerde, maar veeleer een natuurlijke evolutie in mijn manier van filmmaken om steeds meer weg te laten. Zaken weglaten die niet noodzakelijk zijn, die mij niet interesseren, die alleen maar afleiden. In plaats daarvan wil ik steeds dichter en dichter focussen op zaken die ik wel opwindend vind. Als film is Spider enerzijds zeer eenvoudig, helemaal samengedrukt en zeer gecondenseerd, zoals een kleine planeet met een grote dichtheid en dus ook grote zwaartekracht, maar anderzijds opent de film zich plots tot iets zeer complex.

"Eenvoud en complexiteit. Het was eigenlijk bij het maken van The Fly dat ik voor het eerst die tendens bij mezelf vaststelde, want in essentie draait het daar om drie mensen in een kamer. Dat is echt de hele film. De meeste mensen zien dat zo niet, maar ik begon mij toen te realiseren dat The Fly in feite ook een toneelstuk kon zijn, met slechts drie personages. Dat was het moment dat ik mij voor het eerst bewust werd van mijn verlangen om het zo simpel te houden dat het tegelijk zo complex mogelijk werd."

Zelfs de straten van Londen zijn opvallend leeg.

"Dat is inderdaad niet realistisch. We hadden nochtans figuranten en auto's uit die periode ter beschikking, maar telkens als we die in de straten plaatsten, leek het ons verkeerd. Het was geen vooropgezet plan, maar uiteindelijk gebruikten we die leegheid om het isolement van Spider te benadrukken. Dat belet niet dat we heel erg het Engelse karakter van de locaties, zoals dat in de roman aanwezig was, benadrukt hebben. Dat wilden we niet verraden. Op zeker moment werd Ralph Fiennes zelfs een beetje nerveus omdat we de binnenopnamen in een studio In Toronto gingen draaien en hij was bang dat we de 'Englishness' van het verhaal zouden verliezen. Maar uiteindelijk realiseerde hij zich dat we met filmmaken bezig waren en het behangpapier van zijn kamer hebben we hoe dan ook uit Engeland meegenomen. Het was echt behangpapier uit de laten jaren vijftig en het was trouwens niet makkelijk te vinden. "Het is niet zomaar een kwestie van authenticiteit, want ik weet natuurlijk dat we met een illusie bezig zijn. De Engelsheid van de decors en locaties in Spider is iets dat nu misschien vooral de Engelsen zal opvallen, terwijl zij waarschijnlijk de 'Torontoness' van Dead Ringers gemist hebben omdat zij daar niet zo vertrouwd mee zijn. Bij een film als The Naked Lunch hebben we ook zeer veel aandacht besteed aan de details bij de reconstructie van Tanger, ook al gebeurde dat in een filmstudio. En hoe we het Peking uit een bepaalde periode gereconstrueerd hebben in M. Butterfly, werd eigenlijk vooral door de Chinezen geapprecieerd. Zij waren echt het beste publiek voor die film.

"In elke film speelt de 'architectuur' een belangrijke rol, ook al valt het daarom niet altijd op. Een filmmaker creëert de illusie van ruimte en van een welbepaalde periode, maar uiteindelijk blijft het een tweedimensionaal beeld op een scherm. Daarom is de klank ook zo belangrijk, want uiteindelijk is het de klank die een film driedimensionaal maakt, die een gevoel van diepte geeft en het gevoel dat er buiten het kader wel degelijk een wereld bestaat. Zelfs de klank van een kamer is een heel specifieke klank, zeker in een film als Spider. Als je hem in zijn kamer ziet, is het alsof je in zijn hoofd binnenkijkt. Die kamer is zijn hoofd. Sorry dat ik er nu opnieuw over begin, maar daarom was dat behangpapier ook zo belangrijk. (lacht) Het is als het behangpapier van zijn geest. Wat straalt dat uit? Wat zegt dat over de toestand van zijn geest? Is het morbide, is het vochtig, is het beschimmeld, is het deprimerend?"

Spider houdt een dagboek bij dat hij vol vreemde tekens krabbelt.

"Ja, dat is een van de zaken die ik veranderd heb in het originele scenario van Patrick McGrath. Net als in het boek schreef Spider zijn dagboek in het Engels en er was ook een voice-over voorzien, waarbij hij als in een soort innerlijke monoloog uit dat dagboek zou voorlezen. Ik realiseerde mij echter onmiddellijk dat de Spider van het boek onmogelijk de Spider van de film kon zijn. In het boek is het eigenlijk Spider zelf die zijn eigen verhaal schrijft: hij doet dat duidelijk en precies, op een zelfbewuste en literaire manier.

"Maar de Spider in mijn film kan dat allemaal niet. Toen ik de voice-over schrapte, betekende dat tegelijk dat ik ook de precisie van zijn schrijfstijl verwijderde. En dus hebben we dat door zijn eigen 'taal', door een soort hiërogliefen vervangen. Op die manier werd hij ook, als het ware per ongeluk, het archetype van de eenzame, onbegrepen kunstenaar. Een kunstenaar die iets creëert in een taal die niemand anders kan begrijpen. Maar dat heb ik mij eerlijk gezegd pas gerealiseerd toen ik de film al aan het monteren was. 'Hé, Spider is eigenlijk een schrijver', dacht ik toen."

Waarom wou u dit boek eigenlijk verfilmen?

"Het klinkt als een cliché, maar het is wel degelijk waar: als filmmaker kies je doorgaans je verhalen niet, het is het verhaal dat jou kiest. Ik ben nooit op zoek naar iets. Soms wordt mij iets opgestuurd of krijg ik een telefoontje. En soms schrijf ik mijn eigen scenario's en dat betekent dan dat ik van ergens binnen in mezelf een oproep krijg. Een film kon overal vandaan komen: van een droom, van een krantenartikel zoals het geval was bij Dead Ringers, van een boek of toneelstuk.

"Indien ik alleen maar een synopsis van Spider had gelezen, dan had ik waarschijnlijk nooit gedacht dat dit iets was dat ik zou willen verfilmen. Maar in dit geval kreeg ik een afgewerkt scenario van Patrick McGrath, die zijn eigen roman bewerkt had. Op dat moment had Ralph Fiennes al uitdrukkelijk laten weten dat hij die film wou maken. Het waren die twee elementen die mij overtuigd hebben: het scenario en Ralph Fiennes. Dat was ongewoon, want als ik zelf een scenario schrijf, denk ik nooit aan een specifieke acteur; ik heb liever dat het personage zich uit zichzelf ontwikkelt, zonder dat het op maat geschreven wordt voor deze of gene acteur. Maar in dit geval was het dus de combinatie 'Spider vertolkt door Ralph Fiennes' die mij aantrok."

Hoe was de samenwerking?

"Ik werk graag met professionele acteurs, want dat betekent dat ik hun werk niet hoef te doen. Ralph heeft zijn eigen specifieke werkwijze. Hij heeft verschillende klinieken bezocht en heeft daar met patiënten en met psychiaters gepraat. Ik had hem wel gezegd dat ik voor deze film niet geïnteresseerd was in een klinische studie over een schizofreen, maar ik wist ook dat hij daar wellicht iets kon vinden. Net als het personage van Spider is een acteur iemand die alleen zijn lichaam, zijn kleren, zijn haar heeft. That's it! En zijn stem, maar in deze film heeft hij niet veel dialoog. Met die weinige elementen moet een acteur alles kunnen uitdrukken en overbrengen. In het begin was Ralph een beetje verbaasd omdat hij van mij zo weinig feedback kreeg. Maar ik heb hem toen duidelijk gemaakt dat zolang ik geen opmerkingen maakte, hij gewoon moest blijven doen waar hij mee bezig was."

Op het voorbije Filmfestival van Gent werd de Georges Delerue Prijs voor beste muziek toegekend aan componist Howard Shore voor zijn Spider-score. Daarnaast besloot de internationale jury, onder voorzitterschap van Gerard Mortier, om regisseur David Cronenberg een speciale juryprijs toe te kennen voor zijn hele filmoeuvre.

'Als je Spider in zijn kamer ziet, is het alsof je in zijn hoofd binnenkijkt. Die kamer is zijn hoofd'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234