Maandag 26/10/2020

Reportage

Het Berlijnse monster is getemd: luchthaven BER is negen jaar later dan voorzien af geraakt

Beeld EPA

Over een maand, op 31 oktober, is het sint-juttemis. Op de dag waarvan niemand dacht dat hij ooit zou aanbreken, zullen twee vliegtuigen landen op de luchthaven Berlin-Brandenburg Willy Brandt, kortweg BER. Het vliegveld dat werd gebouwd als metropoolwaardig visitekaartje voor Berlijn, zou oorspronkelijk in 2011 in gebruik worden genomen, ware daar niet die lange lijst met gebreken, het ene nog absurder dan het andere: druppelende sprinklerinstallaties en te korte roltrappen.

In negen jaar tijd werd de ingebruikname van BER vijf keer naar achteren verschoven en raakten de meeste Duitsers ervan overtuigd dat ze op hun vliegveld zouden moeten wachten tot sint-juttemis, die bij hen Sankt Nimmerlein heet. Luchthaven BER, zo spotte de CEO van Lufthansa twee jaar geleden nog, zal ooit de eerste luchthaven zijn die ongebruikt weer wordt afgebroken.

Maar hij had niet op Engelbert Lütke Daldrup gerekend, ambtenaar die het onmogelijke mogelijk wist te maken – waarschijnlijk dan, want voordat er daadwerkelijk gevlogen wordt, gelooft niemand het in Duitsland écht.

‘Het monster’

De 63-jarige ingenieur heeft sinds maart 2017 de leiding over het vliegveld dat hij bij zijn aantreden ‘het monster’ noemde, een monster dat de afgelopen jaren 6 miljard euro meer verzwolg dan begroot, waarvan 35 miljoen voor het in stand houden van de faciliteiten die al opgeleverd waren. Zo moesten er treinen door het lege ondergrondse station rijden om de beluchting intact te houden en op gezette tijden kranen worden opengedraaid en wc’s doorgetrokken.

CEO Engelbert Lütke Daldrup neemt de journalisten op sleeptouw doorheen 'zijn' luchthaven. Beeld EPA

Maar Lütke Daldrup, die door zijn rossige bloempotkapsel en groot vallend veiligheidshesje onherroepelijk aan een Playmobil-mannetje doet denken, wekt de indruk dat hij het monster heeft getemd. Hij begroet de buslading journalisten die voor de deur van Terminal 2 is afgeleverd met een zelfverzekerd klinkend ‘niets wat mensen kunnen beïnvloeden staat de opening meer in de weg’, waarna hij voorgaat door schuifdeuren die doen wat schuifdeuren horen te doen, namelijk automatisch openen en sluiten. Ook dat was op luchthaven BER lange tijd geen uitgemaakte zaak.

Het is te merken dat Lütke Daldrup routine in het rondleiden heeft. Hij ondertitelt de bezienswaardigheden ratelend, inclusief voorgebakken grapjes. “Kijk, we hebben het bij de bagagecontrole zo georganiseerd dat er meerdere passagiers tegelijk hun koffer op de band kunnen schuiven, zodat u niet meer hoeft te wachten op degene die tien minuten naar zijn vloeistoffen moet zoeken.”

Leeg en ontzettend groot

Het is een merkwaardige gewaarwording, want afgezien van de dramatische voorgeschiedenis, is BER gewoon een vliegveld, zoals iedereen dat kent, maar dan leeg en ontzettend groot, wat natuurlijk goed uitkomt in tijden van corona, zoals Lütke Daldrup benadrukt. “We hebben hier alleen in Terminal 1 al vier keer zoveel ruimte als op de luchthaven Tegel”, zegt hij, refererend aan het oude West-Berlijnse vliegveld dat tot het leedwezen van veel nostalgische Berlijners binnenkort sluit.

De rampzalige bouwput van BER was de afgelopen jaren voer voor honderden krantenpagina’s, dagen televisie en drie politieke onderzoekscommissies. Maar nog steeds is het moeilijk een eenduidig antwoord te geven op de vraag wat er misging. Er lijkt sprake van een combinatie van verkeerde inschattingen, pech en slecht leiderschap; zo gingen er verschillende bouwbedrijven failliet en verslond het vliegveld drie voorgangers van Lütke Daldrup met huid en haar.

Toch is er een overkoepelend element dat het Berlijnse vliegveld verbindt met andere bouwkundige fiasco’s in Duitsland: een overmaat aan perfectionisme. Net als de Elbfilharmonie, de in 2016 geopende concertzaal in Hamburg, moest het vliegveld in alle opzichten kampioen worden. Het moest even functioneel zijn als esthetisch en even symbolisch als logistiek volmaakt.

En net als de andere genoemde gebouwen trok de Duitse overheid gul haar portemonnee, misschien te gul, zoals Andreas Otto van de Berlijnse Groenen zei bij de presentatie van de bevindingen van een van de onderzoekscommissies: “Het is de schuld van het geld. Er was niet te weinig, maar te veel.”

En precies daarom is Engelbert Lütke Daldrup ook zo trots op Terminal 2 – de terminal die pas later werd gepland omdat het ongeopende vliegveld, naar precoronamaatstaven, alweer te klein was geworden. In twee jaar werd het uit de grond gestampt, minimalistisch, praktisch en relatief goedkoop. Het was precies op tijd klaar.

Als een paar Duitse journalisten tijdens de rondleiding mopperen dat deze ‘machinehal’ toch geen waardig visitekaartje voor hun hoofdstad is, houdt de luchthavenbaas zich Oost-Indisch doof. In plaats daarvan vertelt hij wat er zo praktisch is aan een terminal met een ‘industriële uitstraling.’ Zo is alle techniek makkelijk bereikbaar en makkelijk te vervangen. In goed Duits-Engels: “State of ze art.”

Vragen wil Lütke Daldrup, over wie in Duitsland wordt geschreven dat hij beschikt over een politiek killer instinct en een Pruisische discipline, tijdens de rondleiding niet beantwoorden. Maar tijdens het luxueuze broodjesbuffet tussen de bagagebanden kan hij ze niet langer ontwijken.

Hoe vindt hij het eigenlijk om een vliegveld te openen op het slechtst denkbare moment in de recente Europese geschiedenis, te midden van de grootste luchtvaartcrisis sinds 1945, veroorzaakt door een virus waarvan niemand weet wanneer het zich door menselijk ingrijpen laat beteugelen? Lütke Daldrup vertelt, met de bijbehorende zorgelijke frons, dat het Berlijnse luchthavenbedrijf door het coronavirus momenteel per dag meer dan een miljoen euro verlies maakt. Maar daarna wuift hij de geruchten over een aanstaand faillissement van de hand met iets dat op een glimlach lijkt.

En wat met de vraag om deze crisis aan te grijpen om sowieso minder te vliegen, omwille van het klimaat? Ook Lütke Daldrup vindt vliegen van Berlijn naar Nürnberg niet meer van deze tijd, zegt hij. Maar hij wil mensen ‘niet de les lezen’ over korte vluchten naar bestemmingen elders in Europa. “Als er een vaccin is, willen mensen weer nieuwe plekken ontdekken en zal de luchtvaart deze crisis overwinnen.”

Het slechte nieuws bewaart de vliegveldbaas voor het allerlaatste moment. Zijn trots, Terminal 2, blijft door corona voorlopig gesloten. “Een beslissing die we met pijn in het hart hebben genomen.” De kleine man in de grote lege hal oogt bedremmeld, als een jarige zonder feestvierders. Maar hij herpakt zich: “Ik ga ervan uit dat het volgend voorjaar alsnog feestelijk kan worden geopend.”

Als er over een maand daadwerkelijk vliegtuigen opstijgen vanuit de plek die voorheen gold als verdoemde bouwput, zullen de Berlijners Engelbert Lütke Daldrup gegarandeerd geloven.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234