Zondag 24/10/2021

Het berekende risico van kunstenaar-zeiler Bas Jan Ader (1942-1975) De man die van de aarde viel

Hij noemde zichzelf een Dutch Master en wilde beter zijn dan Duchamp. Maar in 1975 verdween de jonge Bas Jan Ader tijdens de uitvoering van een kunstwerk, een solozeiltocht op de Atlantische Oceaan. Een kwarteeuw later krijgt zijn werk eindelijk de aandacht die het verdient, nu met een overzichtstentoonstelling in Het Domein in Sittard.

Een gracht in het centrum van Amsterdam, het bekende decor: statige huizen, ruisende bomen, spiegelend water, knikkend brugje. Er is geen mens te zien, tot een fietser de hoek om komt. De jongeman passeert een boom, maakt dankzij de dalende rijweg nog flink wat vaart, en rijdt dan, zonder ogenschijnlijk van zijn baan af te wijken, het water in. Het hele tafereel duurt dertien seconden. Fall II, Amsterdam.

In hetzelfde jaar, 1970, had Bas Jan Ader al Fall I, Los Angeles gedraaid. In het begin van dit filmpje zit de kunstenaar wijdbeens op een stoel die op het dak van zijn Californische huis staat opgesteld; het heeft veel weg van de affiche voor zijn eindexamententoonstelling drie jaar voordien. Plots laat hij zich van zijn stoel vallen. Hij rolt in slowmotion over het dak, krijgt en passant de stoel over zich heen en belandt ten slotte een verdieping lager in de struiken.

Bas Jan Aders beperkte oeuvre bestaat hoofdzakelijk uit foto's en films die zijn installaties en performances documenteren. Beide valfilmpjes vormen daarin het hoogtepunt. De val was een zeer belangrijk motief voor de jonge Nederlander. In een ander filmpje klampt hij zich vast aan de tak van een boom, tot hij niet meer kan en zich in het water moet laten vallen. In Nightfall staat hij in een garage waar twee brandende lampen op de grond liggen. Op beide lampen laat hij zware stenen terechtkomen, waardoor de nacht valt en het licht, de bron van de filmkunst, in het donker verdwijnt.

Aders werk vertoonde duidelijk aanknopingspunten met de stromingen van zijn tijd, maar al snel ging hij een eigenzinnige, compromisloze koers varen. Hij reduceerde zijn kunst tot uiterst kernachtige, simpele beelden die hij tot in het extreme verkende. "Het was allemaal heftig eenvoudig", zegt de Amsterdamse galeriehouder en Ader-kenner Paul Andriesse. Ader, die steevast zichzelf opvoerde, liet zijn leven en werk helemaal versmelten, ook al hield dat zware risico's in. Steeds weer trachtte hij nieuwe grenzen te overschrijden, zowel mentale als fysieke. Meer dan eens scheerde hij rakelings langs de ultieme grens, die tussen leven en dood.

De situaties die Ader toont, doen tragikomisch aan. Ze vertellen een ernstig, filosofisch verhaal (waarin niet zelden de stem van Wittgenstein doorklinkt), maar tegelijk sijpelt van alle kanten de humor binnen, zoals de schoen in Fall I die ter hoogte van de dakgoot in de andere richting wegschiet. Filosofische slapstick lijkt het.

Over de uitgangspunten van zijn werk heeft hij weinig uitspraken gedaan. "Daardoor blijft het ook een mooie raadselachtigheid hebben", zegt Andriesse. Toch is duidelijk dat de val vaak met kwetsbaarheid te maken heeft: de vallende, falende mens die zijn fragiele evenwicht, de controle over zichzelf verliest; het existentialisme waarmee Ader opgroeide, is nooit veraf. Nog in 1970 stuurde hij vrienden en bekenden een foto waarop hij zichzelf al huilend afbeeldt. Het enige wat erbij stond, was I'm too sad to tell you, de titel. Het zou zijn bekendste werk worden, vooral nadat de foto drie jaar later in Lucy Lippards standaardwerk over conceptuele kunst terechtkwam. Ader had toen ook al twee filmpjes gemaakt met I'm too sad to tell you als titel. Ze tonen hoe de kunstenaar zo lang mogelijk tegen zijn tranen vecht, tot hij begeeft en in snikken uitbarst. De zelfbeheersing ten val gebracht.

Dat de naam Bas Jan Ader niet meteen een belletje doet rinkelen bij het grote publiek, komt deels door de aard en beperkte omvang zijn oeuvre, deels door zijn vrijwillige ballingschap. Sinds 1963 - hij was toen 21 - woonde hij in Los Angeles, ver weg van het Groningse milieu waarin hij was opgegroeid. "Zijn vader, een dominee, was in 1944 gefusilleerd omdat hij joden had helpen onderduiken", zegt Paul Andriesse. "Zijn moeder verwachtte dat hij zijn vader zou opvolgen, maar dat was niet de richting die hij ambieerde. Ik denk dat hij daarom uitgeweken is. Hij was al eens een jaar in Amerika geweest via een scholierenuitwisselingsprogramma, in 1960-'61 in Washington."

In 1962 besloot hij tijdens een verblijf in Spanje naar het Marokkaanse Casablanca door te steken. Hij monsterde er aan op het jacht van een Engelsman die naar Amerika wilde varen. Na een elf maanden durende moeizame reis kwam hij via het Panamakanaal in Californië terecht. Daar woonde al een Nederlandse kunstenaar, de bekende Ger van Elk, met wie Ader trouwens samen aan de Rietveldacademie had gestudeerd. Via zijn studiegenoot vond Ader meteen zijn draai in zijn nieuwe vaderland. Hij maakte zijn kunstopleiding af, trouwde met de dochter van de academiedirecteur, studeerde nog twee jaar filosofie en begon in 1969 aan een kunstschool te doceren.

Ger van Elk noemde Ader later (in het zeilvakblad Zeilen) "een eeuwig jongetje met een wild leven". "Maar wel een heel dubbel leven. Aan de ene kant de meidenjager die het altijd over seks had en graag in zijn marineblauwe Mercedes door de straten van Los Angeles reed. Aan de andere kant een enorme moralist die heel serieus met zijn werk bezig kon zijn. Iemand die hechtte aan structuur en orde. Hij had bijvoorbeeld overal een checklist voor. Zo vond hij dat ieder conceptueel kunstwerk beter moest zijn dan het werk van Duchamp." De banden met Nederland waren verre van doorgeknipt. "Hij bleef altijd met met zijn ene been in Nederland", zegt Andriesse. "Begin jaren zeventig kwam hij regelmatig voor korte of langere tijd naar Nederland, en dan ging hij hier werk maken. Zijn eerste tentoonstelling in een galerie in Los Angeles vond pas plaats in 1975, terwijl hij al van 1970, 1971 contact had met de Amsterdamse galerie Art & Project." Zijn Nederlandse roots werden nog belangrijker toen hij vanaf 1971 het werk van Piet Mondriaan ging verkennen. Ader had wel wat gemeen met deze meester van de abstractie: net zoals Mondriaan was hij naar de VS uitgeweken, en net zoals Mondriaan zocht hij naar een zo sober mogelijke kunst met een sterk filosofische onderbouw. De confrontatie mondde uit in een aanzienlijke reeks werken waarin Ader met Mondriaans primaire kleuren en geometrische patronen ging spelen. Zo toont een video hoe hij zesentwintig minuten lang rode, gele en blauwe bloemen schikt tot alleen maar bloemen van dezelfde kleur in de vaas overblijven.

Ader knoopte duidelijk graag aan bij de rijke kunsttraditie van zijn geboorteland. Hij noemde zichzelf zelfs een Dutch Master. "In Amerika waren de Nederlandse zeventiende-eeuwse meesters natuurlijke grote namen", zegt Andriesse. "Hij zag zichzelf kennelijk een beetje in het verlengde daarvan. Dat is natuurlijk ook best te beargumenteren: de huiselijkheid van zijn onderwerpen, het gebruik van bloemen, het refereren aan Mondriaan."

In de jaren zeventig en tachtig reikte Bas Jan Aders bekendheid niet verder dan de grenzen van de kunstwereld. Het is vooral tekenend dat de Nederlandse en Amerikaanse pers geen melding maakten van zijn verdwijning in 1975. Nadien dreigde Aders werk helemaal in de vergeethoek te belanden, zeker in de jaren tachtig, toen je met al die onverkoopbare conceptkunst niet meer moest komen aandragen. Andriesse: "Door de hoogconjunctuur in de economie was er toen onevenredig veel aandacht voor schilderkunst. Al die andere mensen werkten stilletjes door in hun eigen medium, maar dat werd niet behandeld in de tijdschriften en tentoonstellingen. Dat is pas halverwege de jaren tachtig gekomen."

In 1988 begon een voorzichtige Ader-revival met een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam, vergezeld van een monografie van Paul Andriesse. Begin jaren negentig kocht het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam een groot deel van Aders oeuvre, wat opnieuw in een tentoonstelling resulteerde. Sindsdien ging er bijna geen jaar zonder Ader-expositie voorbij, zowel in de VS als in Europa. Toen Artforum twee jaar geleden Ader op zijn cover zette, was het eerherstel compleet. Hetzelfde jaar was zijn werk ook nog eens drie keer in Californië te zien en evenveel keer in Duitsland. Dit jaar is Nederland weer aan de beurt, met een overzichtstentoonstelling in Het Domein (Sittard).

"Hij heeft nu een soort van cultstatus, vooral bij jongere kunstenaars, vanwege dat pure, dat concessieloze, dat gereduceerde", zegt Andriesse. Tot de Ader-fans rekent hij onder meer de Douglas Gordon, Tacita Dean, Carsten Höller en de iets oudere Haim Steinbach, toch niet de minste namen. "En hier in Nederland heeft Koos Dalstra een soort van levensproject gemaakt van Bas Jan Ader en een toneelstuk en boek over hem gepubliceerd." (Dalstra is een beladen naam: zijn vroegere boezemvriend Rob Scholte beschuldigde hem ervan achter de bomaanslag te zitten die Scholte beide benen kostte.)

"I'm searchin', searchin' everywhich way", zongen The Coasters in 1957. Alles heeft de ikfiguur ervoor over om te vinden wat hij zoekt, geen inspanning of risico is hem te veel, het adagium van de romanticus. "If I have to swim a river, you know I will. And if have to climb a mountain, you know I will. And if she 's hiding up on blueberry hill, am I gonna find her child, you know I will."

In 1973 schreef Bas Jan Ader de tekst in witte inkt op een fascinerende reeks zwartwitfoto's, het begin van wat zijn magnum opus moest worden, In Search of the Miraculous. De achttien foto's zijn het verslag van een nachtelijke zoektocht door Los Angeles, een zoektocht naar het wonderbaarlijke. We zien telkens Ader met een brandende zaklantaarn in zijn hand, het amechtige schijnsel gaat in de onmetelijke nacht verloren. Het is alles eenzaamheid, desolaatheid. De kleine, zoekende kunstenaar op de pechstrook langs de autosnelweg, in een verlaten tunnel, langs de haven. Tweemaal zien we zijn silhouet op een heuvel vanwaar je LA in een zee van licht ziet baden. De tocht eindigt op het strand, aan de rand van de oceaan.

Ader had In Search of the Miraculous als een driedelig werk geconcipieerd. Alleen het eerste deel vond plaats, in april 1975 in de Claire Copley Gallery in Los Angeles. Je kon er de achttien nachtelijke foto's bekijken en ondertussen luisteren naar een negenkoppig koor dat live zeemansliederen zong onder pianobegeleiding. Het lag in Aders bedoeling het scenario te herhalen in Nederland, als derde deel van het drieluik. Eerst zou hij 's nachts met een zaklantaarn door Amsterdam dwalen, nadien zou in het Groninger Museum de tentoonstelling plaatsvinden, zeemansliederen inbegrepen. De kunstenaar wilde deel één en drie letterlijk aan elkaar koppelen, met een bedevaart, de ultieme bedevaart: de oversteek van de Atlantische Oceaan in een kajuitzeiljacht van amper dertien voet (4,4 meter); nooit eerder was een solozeiler daar met zo'n klein bootje in geslaagd. Geen rivier of berg, zelfs geen zee was de eenzame zoeker te veel. "Een romantische en avontuurlijke tocht", noemde hij het zelf. Het fragiele bootje tegen de genadeloze zee: het bestaan tot zijn essentie herleid.

Op 9 juli 1975 koos Bas Jan Ader zee vanuit Cape Cod, Massachusetts, zowat het meest oostelijke punt van de Verenigde Staten. Zijn bestemming was Cornwall, vanwaar hij meteen naar Nederland zou doorvaren. "Hij verwachtte er zestig tot negentig dagen over te doen", zei zijn vrouw Mary Sue Andersen een jaar later in een interview. "Hij dacht zelfs dat hij er al na 67 dagen zou zijn. Hij had voedsel voor ongeveer honderdtachtig dagen bij zich, hij had ook visgerei mee, en water voor honderdtachtig dagen."

Andersen maakte nog een foto van het vertrek. De kunstenaar in zijn kleine bootje, de Ocean Wave, al helemaal omsingeld door de zee, het reddingsvest aan, de linkerhand stevig aan het roer, het hoofd weggedraaid van de camera, alsof hij al meteen in de ban was van de oneindigheid die zich voor hem uitstrekte. De opname vertoont een onscherpte die zo'n laatste foto hoort te hebben.

Na drie weken viel het radiocontact uit. Zoiets was niet ongewoon, zei de kustwacht. Maar de weken werden maanden, en nog steeds kwam er geen teken van leven. Aders vrouw ging naar Engeland om hem op te wachten, ondertussen in Nederland repeteerde het koor de zeemansliederen. Tevergeefs. Aanvankelijk dacht Andersen nog dat haar man de duur van de reis zwaar had onderschat, maar na een bezoek aan de ambassades van de landen langs de Atlantische Oceaan en een zoekactie van de Britse kustwacht, werd alle hoop opgegeven.

Op 10 april 1976, negen maanden na Aders vertrek, vond een Spaanse vissersboot de Ocean Wave voor de Ierse kust: leeg, voor twee derde gezonken, alleen zijn achterkant stak nog boven het water uit. De algenafzetting gaf aan dat Aders bootje al minstens zes maanden op die manier rondzwalkte.

Meteen ontstonden de wildste speculaties. De meest fantastische theorie was dat Bas Jan Ader onderweg op een andere boot was overgestapt en onder een andere identiteit een nieuw leven was begonnen. "Vooral Koos Dalstra is ervan overtuigd dat Ader in een rode sportwagen door Moskou scheurt", zegt Andriesse. De sportwagen is alvast niet vergezocht want op het eind van zijn leven had Ader zich een oude rode Porsche gekocht. Bovendien had Ader twaalf jaar in de stad van de Hollywood-studio's gewoond, de plaats waar acteurs met dubbele levens hun brood verdienen. En ook hijzelf wist, dankzij zijn buitenechtelijke affaires, maar al te goed wat het was er een parallel bestaan op na te houden.

Iets plausibeler is de zelfmoordthesis: Ader moet van tevoren goed geweten hebben dat zijn minuscule bootje het nooit van de machtige oceaan kon halen. Ger van Elk noemde het een 'klotebootje'. "Hij zat hier met al die meiden en al die ingewikkelde relaties. Zijn leven was wat dat betreft een puinhoop", zegt hij. "Er was reden genoeg om ertussenuit te knijpen."

Andriesse hecht daar geen geloof aan. "Er is geen reden om aan te nemen dat hij suïcidaal bezig was. Hij was misschien stoutmoedig, overmoedig, maar een aantal jaren nadien is het iemand anders gewoon gelukt om de oversteek te doen in zo'n zeilbootje, single-handed. Bas Jan Ader was er gewoon van overtuigd dat hij het kon doen. Hij was in 1962 al eens de oceaan overgestoken. Zijn broer was ook al twee keer rond de wereld gezeild. Het waren gewoon goede zeilers. Maar je levert jezelf gewoon over aan iets wat je niet kunt controleren. Een olietanker kan ook vergaan."

En misschien moeten we ook niet te veel belang hechten aan die fatale boottocht, besluit Andriesse. "Als je dat werk bekijkt, dan is die dood natuurlijk erg goed voor het totaal, zullen we maar zeggen. Het past erbij. Maar het is niet zo rechtvaardig om zijn werk te laten overschaduwen door zijn dood. Die zeiltocht was net zoals die val van dat dak een calculeerbaar risico dat hij nam. Het waren allemaal metaforen en realiteiten tegelijk. Het waren gedichten. Het ging over de schoonheid van de kunst en de beperktheid van de mens."

Bas Jan Ader. Thoughts unsaid, then forgotten loopt tot 25 maart in Museum Het Domein, Kapittelstraat 6, Sittard. Open van dinsdag tot zondag van 11 tot 17 uur. Gesloten op 25 en 27 februari.

Bas Jan Ader balancerend op zijn dak. Kwetsbaarheid was een belangrijk thema in zijn werk: de vallende, falende mens die zijn fragiele evenwicht, de controle over zichzelf verliest.

'Hij heeft nu een soort van cultstatus, vooral bij jongere kunstenaars, vanwege dat pure, dat concessieloze, dat gereduceerde'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234