Dinsdag 24/11/2020

Het Belgisch syndicale mirakel in ademnood

Multinationals in België dreigen met verhuizing, vakbonden plooien zich terug. Er is maar één uitweg

Niet te geloven en toch waar: overal in Europa verliezen de vakbonden leden, maar in België is er nog steeds ononderbroken groei. Faniel en Vandaele hebben het onlangs nog eens nageteld (Courrier hebdomadaire 2146-2147, CRISP, 2012). Gemiddeld is er een jaarlijkse aanwas van 1,4 procent. Ook de syndicalisatiegraad blijft stijgen. Dat verbaast vriend en vijand. Er is een tweede raadsel. De vakbondstop hoor je nooit over die unieke positie. Niet op de 1-meivieringen of op Rerum Novarum-dag. Ook niet tijdens de campagne voor de sociale verkiezingen van vorig jaar. Vreemd, niet? Die spectaculaire prestatie is toch perfect voer voor wat peptalk?

Krimpende aanhang

Al drie decennia lang zitten de vakbonden in Europa en Noord-Amerika in het defensief. Dat is te zien aan hun krimpende aanhang. Ook de werkonderbreking als wapen is op de terugweg, zozeer zelfs dat sommige landen niet langer stakingscijfers publiceren. Dat vakbewegingen vermageren is aan een hele rist oorzaken toegeschreven. Wolfgang Streeck, Duits toponderzoeker in het grensgebied tussen politieke wetenschap en economie, heeft ze in een recente lezing op een rijtje gezet (Amsterdam, 2011). Ik pluk er een viertal uit. Ze hebben alle te maken met markante evoluties op de arbeidsmarkt.

1. Het aanbod van arbeid is nu letterlijk onbegrensd. Er is, aan de ene kant, de niet aflatende immigratie van buitenlandse werkkrachten. Dat zet de bedrijfsleiders in een comfortabele positie. De lonen komen onder druk te staan. En de heterogeniteit in de werkende bevolking neemt sprongsgewijze toe, wat haar mobilisering danig bemoeilijkt. Maar er is ook de gestegen mobiliteit in de andere richting. Technologische innovaties hebben de verhuis van bedrijfsactiviteiten naar lageloonlanden fel vergemakkelijkt. Ook dat heeft in vele landen het ledenaantal uitgedund.

2. De forse influx van vrouwen op de werkvloer ligt in zijn consequenties in dezelfde lijn. Minder krapte in het aanbod, grotere verscheidenheid (onder meer aan loopbanen) en meestal toch een zwakkere bereidheid om de vakbeweging te vervoegen.

3. Met de aanzienlijke groei van de dienstensector sluipt steeds vaker een ander type van loonvorming de arbeidsmarkt binnen. De wedde is er steeds meer en meer het product van een individuele en resultaatgebonden deal tussen werknemers en bedrijfsleiding. Die trend ondermijnt de solidariteit tussen werknemers en bedreigt de actieradius van collectieve loonacties.

4. Overheidsdiensten zijn altijd al de vooruitgeschoven posten van de vakbonden geweest. Dicht bij het beleid, gegarandeerde aanvoer van leden en een onmisbare voorhoede in nationale stakingsacties. Maar met de hele of halve privatisering van publieke diensten gaat voor de syndicaten voortdurend vruchtbare grond verloren.

Werkloosheidsvergoeding

Uiteraard hebben neoliberale politici, met Thatcher en Reagan als aanvankelijke roergangers, van deze ontwikkelingen met succes gebruik gemaakt om de vakbonden te beschadigen. Zoals gezegd is België, althans wat de gezondheidstoestand van het ledenbestand betreft, een uitzondering - een eiland in de Westerse wereld. Waarom? In ons land zorgen de bonden via subcontracting voor de uitbetaling van de werkloosheidsvergoedingen. Dat, zeggen Faniel en Vandaele in het al geciteerde cahier, is een van de krachtigste redenen waarom mensen aansluiting zoeken. De vakbeweging hier is niet alleen een bevoorrechte onderaannemer van de overheid. Zij is ook stevig embedded in het al decennia lang verankerde overleg tussen sociale partners. De beslissingen die daarin ontstaan, zoals de CAO's, worden door diezelfde overheid veralgemeend en bindend verklaard. Dat vergroot de reikwijdte en de zichtbaarheid van de bonden en dus ook hun aantrekkingskracht. En ja, dan is er nog de syndicale premie die de kostprijs van de ledenbijdrage sterk beperkt.

Die bevoorrechte positie is de levensader van onze syndicaten. Maar ze is ook hun achilleshiel, zeker in Vlaanderen. Een kanteling van de electorale machtsverhoudingen in het voordeel van de rechts-conservatieve krachten kan bijzonder snel tot een afbinden van die levensader leiden. Is het daarom dat de vakbondstop karig is met juichkreten over het Belgisch syndicale mirakel? Om geen slapende honden wakker te maken? Of is het al te laat? De zandstorm waarin het ACW terecht gekomen is geeft liberale partijen zoals de N-VA open doelkansen. Mikpunt nummer één is de uitbetaling van de werkloosheidsvergoedingen. Daarbij komt dat de partijpolitieke vrienden van de Vlaamse syndicaten veel aan gewicht hebben ingeboet - electoraal, in de Wetstraat en op het Martelarenplein. De vakbonden zullen de tegenaanval dus zelf moeten inzetten. Onder meer door sterk te beklemtonen dat verstaatsing van, bijvoorbeeld, die uitbetalingsregeling slechts een tussenstation is in de richting van de commerciële privatisering van dergelijke diensten. Die uitkleding van de overheid is trouwens in een aantal Europese landen volop aan de gang. Maar met een defensieve opstelling alleen komt men er niet. Macht vloeit ook voort uit stevige banden met gelijkgezinde organisaties uit belendende percelen. Zo is het goed dat ACV en ABVV in het Transitienetwerk Middenveld (www.transitienetwerkmiddenveld.be) zijn gestapt. Het netwerk mikt op uitwisseling van informatie en afstemming van visies en strategieën. Zo wil het een breder draagvlak uitbouwen en zwaarder wegen op het beleid van overheid en bedrijfsleven.

Transnationaal

Maar verreweg de grootste uitdaging ligt op het transnationale vlak. De 'haute finance' en een groeiend aantal bedrijven opereren met gemak mondiaal. Met de schaalvoordelen daarvan dringen zij nationale regeringen in de hoek waar de klappen vallen. Het marktcorrigerende vermogen van lokale politici slinkt zienderogen. Deze week nog dreigde het Forum van Multinationale Ondernemingen in België ermee naar elders uit te wijken als de fiscale druk groeit. Die ontwikkeling tast uiteraard ook de slagkracht van de vakbond aan, want die is "(...) nog verre van een in vele landen opererende multinational", zei Guy Van Gyes recent nog in deze krant (DM 30/04). Wolfgang Streeck (New Left Review, september 2011) heeft deze teloorgang beschreven als een geleidelijke verstoting van de vakbeweging uit de arena's waar de cruciale beslissingen geboren worden. Tot een stuk in de jaren zeventig waren nationaal overleg en onderhandelingen tussen sociale partners nog de plaats waar conflicten rond welvaartsverdeling hun beslag kregen. Later, met de komst van structurele werkloosheid en hoogoplopende inflatie, verhuisde de besluitvorming geleidelijk naar de politieke arena - zij het nog steeds nationaal. De verdere opmars van multinationale bedrijven en een wereldwijde economische crisis hebben het zenuwcentrum helemaal verplaatst. Nu naar een transnationaal niveau van schimmige onderhandelingen tussen (groepen van) regeringen en industriële en financiële concerns. In deze arena is er geen plaats meer voor spelers als de vakbonden. Zij plooien zich noodgedwongen terug op wat er hen op het nationale vlak aan macht rest. Uiteindelijk is maar één ernstig alternatief: hun doorgedreven eenmaking op Europese en, zodra dat mogelijk is, op mondiale schaal.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234