Zaterdag 21/09/2019

Het belang van hondenpoep

Een geval van ordeverstoring verscheen oorspronkelijk in 1975, maar blijkt, als alles wat Richard Yates schreef, een tijdloos meesterwerk te zijn.

"Voor Janice Wilder betekende eind zomer 1960 het begin van de tegenslag." Richard Yates (1926-1992) hield ervan om zonder te kloppen binnen te komen, in al zijn romans en verhalen had hij immers dringend heel slecht nieuws te melden, en de openingszin van Een geval van ordeverstoring is dan ook typisch genoeg om elke liefhebber van boeken als Revolutionary Road en Paasparade te doen huiveren in de wetenschap dat hem nog zo'n kleine driehonderd pagina's te wachten staan die elk voor zich gevuld zijn met om en bij het beste proza dat ooit in deze wereld is geschreven.

Minder typisch voor Yates is deze keer zijn hoofdpersonage. Aan het einde van het eerste hoofdstuk belt hij genoemde Janice op vanuit een bar en meldt haar dat hij al een hele week niet heeft geslapen en niet naar huis komt. Ze wil weten waarom niet. "Omdat ik bang ben", luidt het antwoord, "dat ik je misschien zou vermoorden - daarom. Jullie allebei." Allebei? Wie nog dan? De minnaar van Janice, misschien? Nee, met 'allebei' bedoelt vaderlief gewoon Janice en hun volstrekt onschuldige, tien jaar oude zoon...

Op dat moment is het al duidelijk: van de vaak verrassend lichtvoetige humor die in Yates' werk doorgaans ontspruit aan de herkenbaarheid van zijn personages, die voortdurend door de zelfgeweven mand van hun favoriete identiteit vallen en zich zodoende op tragische wijze belachelijk plegen te maken, is deze keer geen sprake. Goed, ook John Wilder heeft zijn kapsel gemodelleerd naar dat van een filmacteur en kan in de achteruitkijkspiegel van zijn wagen vol bewondering genieten van "de bedaarde volwassenheid van zijn gezicht", maar hij is minder het slachtoffer van zichzelf dan van iets wat hem overkomt: pure waanzin, compleet met wanen en hallucinaties. Het soort van waanzin waar niet tegenop kan worden gedronken, wat Wilder niet belet, echter, dermate fanatiek te slempen dat de meeste andere alcoholici die Yates' oeuvre bevolken - en dat zijn er nogal wat - in vergelijking met hem slechts modeste droogstoppels lijken.

Schaduwboksen

Sowieso zijn de hoofdfiguren in Yates' andere boeken fundamenteel verschillend van Wilder: zijn zij haast altijd 'gewone' mensen die bijzonder willen zijn, dan hebben we hier te maken met iemand die tevergeefs de normaliteit nastreeft. Iemand die - net als John Givings, zijn naamgenoot die een op zijn beurt sterk ordeverstorende bijrol speelt in Revolutionary Road - in periodes afhankelijk is van psychiatrische zorg en medicijnen om zich in de mallemolen van het leven een plaatsje te kunnen verwerven met uitzicht op iets als een toekomst.

Al dient gezegd dat met name de beschrijving van het New Yorkse Bellevue, waar Wilder in het tweede hoofdstuk op de 'Gesloten Afdeling Gewelddadige Mannen' terechtkomt, niet van dien aard is dat je respect voor de Amerikaanse geestelijke ziekenzorg anno 1960 vanzelf sterk toeneemt. "Dit is geen 'psychiatrische afdeling'", luidt het ergens, "nee, dit is een gekkenhuis", en misschien is het zelfs nog juister om de plaats in kwestie vol publiekelijk masturberende, schaduwboksende, tierende mannen die stinken naar zweet, voeten en urine en die zich voortbewegen over vloeren vol "slijmerige fluimen" kortweg als de hel te omschrijven. Als Wilder na een week mag beschikken en terug in de buitenlucht komt ("Het was halverwege de middag op een mooie septemberdag en niets had ooit zo heerlijk geroken") zit je ook als lezer zuchten van verlichting te slaken.

Deze ervaring in het Bellevue zal reclameman John Wilder inspireren tot een poging om boven zichzelf uit te stijgen - en dus bij nader inzien toch weer 'bijzonder' te worden - en een film te produceren, iets waar hij met de hulp van zijn 21-jarige minnares ook daadwerkelijk aan begint. Het lijkt er zowaar zelfs geruime tijd op dat er succes in de lucht hangt. Maar de waanzin is onverbiddelijk en smoort elke kans op geluk die John Wilder wil grijpen: even later dient hij zich, wandelend over de straat, alweer te dwingen om aan de hondenpoep aan zijn duim te blijven ruiken teneinde niet te gaan geloven dat hij niemand meer of minder dan de 'Weergekeerde Christus' is.

Destructieve drinker

Het kostte Yates zes jaar om Disturbing the Peace te schrijven, en als je weet dat de roman voor een belangrijk deel autobiografisch is, kan je begrijpen hoe dat komt. Ook Yates had te kampen met 'zenuwinzinkingen' en schijnt een bijzonder zware, destructieve drinker te zijn geweest. Toch zou het niet terecht zijn Yates en Wilder volledig met elkaar gelijk te stellen. In de roman komt namelijk ook ene Chester Pratt voor, een eveneens drinkgrage schrijver die duidelijk een aantal trekken van Yates heeft en aan het einde scherp met Wilder contrasteert door wél staande te blijven en zelfs literair succes te hebben. Maar een zo schitterende, niet te missen roman als Een geval van ordeverstoring zal hij wel niet hebben geschreven.

Richard Yates, Een geval van ordeverstoring, De Arbeiderspers, 287 p., 21,95 euro. Vertaling en nawoord: Marijke Emeis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234