Zondag 29/03/2020

Het belang van een foto

Is de hoofddoek van een Vlaams moslimmeisje of de sluier van een Egyptische beachvolleybalster een symbool van onderdrukking of juist van vrijheid? En is het mogelijk dat het dat allebei kan zijn?

igenlijk moeten vrouwelijke beachvolleyballers hun moslimcollega's dankbaar zijn. Het is dankzij de druk uit landen met een dominante islamcultuur dat in 2012 de bikiniplicht voor beachvolleybalsters is afgeschaft. Door die plicht op te heffen, kunnen ook vrouwen die niet enkel een sportbikini willen of mogen dragen deelnemen aan internationale competities.

Strikt genomen is de 'vrijheid' van alle vrouwen om te dragen wat ze willen door die maatregel dus juist vergroot. Dat is meegenomen voor moslima's maar in theorie ook voor alle andere vrouwen die zich misschien wel eens geëxploiteerd voelen in een sport die zijn populariteit toch deels te danken heeft aan supporters met een mannelijke blik.

Het is een relativerende noot in een debat dat weinig relativering verdraagt. Wat was me dat, zeg, deze week? De inmiddels wereldberoemde foto uit de damesbeachvolleybalwedstrijd Egypte-Duitsland (Duitsland won met 2-0) heeft een alweer vurig debat doen ontbranden. Degenen die in de hidjab/sluier van de Egyptische Doaa Elghobashy een symbool zien van de overgave aan het dictaat van de islam staan lijnrecht tegenover degenen die er juist een triomf in zien van de vrijheid om aan topsport te doen, ongeacht de geloofsovertuiging.

Ook in ons land laait de discussie hevig op, nadat deze krant bij de foto een commentaar publiceerde waarin geopperd werd dat we "in naam van de vrijheid, die wij terecht hoog achten, vrouwen toch de vrije keuze (mogen) laten om, net als mannen, zich te kleden zoals zij het, om gelijk welke privéreden, goed achten".

Hadden we blijkbaar niet mogen doen, de suggestie wekken dat ook moslimvrouwen uit vrije wil kunnen besluiten hoofd en lichaam te bedekken. Nochtans zat die nuance in dezelfde beachvolleybalwedstrijd. De medespeelster van Elghobashy, Nada Meawad, draagt immers lange mouwen en broek, maar géén sluier. Als Meawad de vrijheid heeft om geen sluier te dragen, dan heeft ook Elghobashy de vrije keus. Dus ook in Egypte is er voldoende marge voor vrouwen om zelf te beslissen of je je hoofd bedekt of niet als je voor een internationaal tv-kijkend miljoenenpubliek optreedt.

'Decadente' vrijheid

Toch hebben ook zij die in de sluier een symbool van onderdrukking zien een punt. Dat punt werd eloquent gemaakt door Darya Safai in deze krant. "Het is niet zomaar een kledingstuk maar het uiterlijke kenmerk van de discriminatie van vrouwen, die een van de pilaren vormt van het islamitisch gedachtegoed", stelt ze. "Op basis van de sharia worden vrouwen rechten ontnomen."

Safai weet waarover ze spreekt. Ze heeft in haar moederland Iran aan den lijve ondervonden hoe religieuze kledijvoorschriften mede worden ingezet om vrouwen te onderdrukken, desnoods met geweld. Er kan niet de minste twijfel over bestaan dat in streng geïslamiseerde landen zoals Iran, Saudi-Arabië of Pakistan de sluier een brutaal instrument is om vrouwen hun fundamentele vrijheid en gelijkwaardigheid te ontzeggen.

Feministische stemmen uit die landen nemen het daarom moslima's van hier kwalijk dat zij uit vrije wil toch een hoofddoek of sluier dragen. Ze noemen het benutten van die vrijheid om jezelf te onderwerpen aan religieuze geboden 'decadent', omdat zo impliciet steun betuigd wordt aan een systeem dat elders vrouwen massaal onder de knoet houdt.

Yasmien Naciri, spraakmaker en Vlaamse, jonge moslima mét hoofddoek, kent de klacht. "Het gaat om twee strijden die voortdurend met elkaar vermengd worden, maar die eigenlijk parallel lopen. Meisjes die hier knokken voor het recht om een hoofddoek te dragen, moeten de eerste bondgenoot zijn van de meisjes die ginds vechten voor het recht om afstand te doen van de plicht om gesluierd te lopen. Het gaat om dezelfde strijd voor dezelfde soort vrijheid."

Naciri: "De dwang werkt contraproductief. Dat zie je hier bij moslima's die juist uit revolte een hoofddoek gaan dragen, en je ziet het in Iran. Als vrouwen daar vertrekken, weigeren ze vaak om nog een hoofddoek op te zetten, omdat ze dat niet als een spirituele keuze ervaren maar als een dwangbevel."

Het is een cruciaal verschil. Westerse moslima's kunnen andere, individuele, motieven hebben om voor een hoofddoek te kiezen, dan de opgelegde collectieve geboden die gelden in geïslamiseerde landen. Dat blijkt ook uit alle mogelijke onderzoeken. De kwestie is: mogen moslimvrouwen die vrije keus benutten, net zoals wij dat mogen, of moeten we hen, in naam van de gelijkheid, ongelijk behandelen?

Sommige moslima's zullen een hoofddoek dragen uit spirituele overtuiging, anderen als maatschappelijk-politiek statement, sommigen om zich af te zetten tegen de (seculiere) norm, anderen juist om zich te confirmeren aan de groep. Sommigen doen het onder zachte of harde dwang of om zichzelf in een ongelijkwaardige gezinsverhouding toch een kans te geven om buitenshuis te komen, maar anderen doen het juist om zich te verzetten tegen de vorige generatie. Ook hier kan dus sprake zijn van dwang en gehoorzaamheid. Ook daar mogen we niet blind voor zijn.

Maar het hoeft niet zo te zijn. Zo ging het bij Yasmien Naciri. "De keus om een hoofddoek te dragen, maakte ik vier jaar geleden. Het is het eindpunt van een lang, individueel en spiritueel proces. Niemand heeft me hiertoe gedwongen. Mijn ouders waren juist bevreesd voor de reacties van de buitenwereld. Die zijn ook niet min, en ik ben er me van bewust dat een carrière maken met hoofddoek lastig wordt. Toch wil ik dit doen omdat het een fundamenteel deel uitmaakt van mijn identiteit."

Verlichtingswaarden

Er zijn vanzelfsprekend ook Vlaamse moslimvrouwen - sorry, Vlaamse Verdedigings Liga voor die omschrijving - die gewoon geen hoofddoek dragen. Zoals Vlaams Parlementslid Yamila Idrissi (sp.a), die zichzelf als niet-praktiserend maar cultureel moslima omschrijft. "Ik kom uit een religieus en vroom gezin. Toch heb ik als adolescent beslist dat ik geen hoofddoek nodig heb om mijn geloof te belijden. Dat maakt me geen mindere of betere moslim dan gelijk wie. "De manier waarop jonge meisjes nu voortdurend ter verantwoording geroepen worden voor hun keuze is vernederend", ondervindt Idrissi. "Dit werkt averechts. Jonge moslims haken af. Al twintig jaar nu voeren we dit steriele debat: hoofddoek op of af. Zouden we niet eens debatteren over wat er in de hoofden omgaat?"

Ten gronde beleven we hier een heruitgave van de klassieke clash der Verlichtingswaarden: vrijheid versus gelijkheid. Traditioneel staat rechts aan de kant van de vrijheid en links aan de kant van de gelijkheid. Dat zit zo: omdat de vrije mens niet in gelijkwaardige omstandigheden geboren wordt, moet de Staat ingrijpen op de individuele vrijheid om tot meer gelijkheid te komen. Links staat dan voor groot ingrijpen, rechts voor minimaal ingrijpen.

Dat was ook de kritiek van de grote liberale filosoof Alexis de Tocqueville op de prille verlichtingsdemocratie van de VS in 'De la démocratie en Amérique' (1835): in Amerika is de gelijkheid zo ver doorgeschoten dat er van vrijheid geen sprake meer is.

Het interessante is dat bij de nieuwe (multi)culturele breuklijn links en rechts van positie gewisseld lijken te zijn. Juist rechts pleit voor inperking op de individuele vrijheid in naam van de gelijkheid, zoals nu weer met het nogal onzinnige verbod op boerkini's op het strand van Cannes. En juist links pleit voor tolerantie in naam van de vrijheid. Al is het wel zo dat de kwestie ook traditioneel progressieve bewegingen zoals het feminisme of de vrijzinnigheid doormidden klieft. De vrijheid van individuele keuze staat er tegen de aandrang om vrouwen te beschermen tegen religieuze onderwerping.

Islamkritiek of -fobie?

Nuances zijn cruciaal. Maar juist in dit debat lijkt nuance haast verboden geworden. De grens tussen harde maar legitieme en zelfs noodzakelijke islamkritiek en islamofobie of regelrechte moslimhaat - het hedendaagse jasje van xenofobie - is wel erg poreus geworden. Voor sommigen is de gerechtvaardigde verdediging van vrouwenrechten (en homorechten) niet meer dan een voorwendsel om de moslimgemeenschap collectief te stigmatiseren en te criminaliseren. Dat schiet ook niet op.

Xenofobie is van alle tijden en alle culturen, maar er is natuurlijk een reden waarom het dit debat zo overwoekert: de jihaditerreur. Zoals een lezeres het afgelopen week op mijn Facebook-pagina lapidair samenvatte: "Het vertrouwen is weg, opgeblazen."

Bewust en onbewust worden twee interessante kwesties voortdurend verward. Enerzijds de plek van de islam in onze seculiere, publieke ruimte; anderzijds de vraag hoe we onze samenleving beschermen tegen terreur. Twee uiterst boeiende en urgente vraagstukken, die wel niet per se met elkaar te maken hebben. We moeten er beducht voor zijn dat een orthodoxe islam de verworvenheden van een seculiere samenleving - zoals gelijkwaardigheid ongeacht geslacht of seksuele voorkeur - niet in het gedrang brengt.

Maar het is niet zo dat een toename van hoofddoekjes in het straatbeeld ook per definitie tot meer terreurgevaar leidt. Kijk naar het profiel van vele Europese jihaditerroristen. Meestal gaat het niet om vrome moslims die na een lange spirituele tocht tot het besluit zijn gekomen dat de revolutie per bomgordel zal komen. Het zijn juist vaak ontspoorde criminelen en leeggangers die een snelle bekering hebben ondergaan in de klauwen van haatpredikers en internetislamisme. Het is die marginale groep radicalen die we moeten zien te isoleren.

Toch is die vereenzelviging bij velen van 'de' moslim met terreur de oorzaak van de verhitting van elk diversiteitsdebat. Moslims moeten zich bewust zijn van die beeldvorming, die mede door de propaganda en terreur van IS wordt verspreid. De bevestiging van een krachtig tegenbeeld moet vanuit de moslimgemeenschap zelf blijven komen. Zoals de Nederlands-Egyptische hoofddoekdragende moslima Chadiedja Buijs deze week in The New York Times zegt: "Er is een crisis binnen de islam over wat het betekent om moslim te zijn. Als moslim moeten we dat probleem erkennen."

In dat opzicht is het negatieve beeld van de Egyptische judoka Islam El Shehaby die, gisteren na een verliesmatch, de hand weigert te schudden van zijn Israëlische opponent Os Sasson even krachtig als de beachvolleybalfoto. Alweer wordt de islam te kijk gezet als een onverdraagzame, agressieve ideologie. Moslims hier moeten beseffen dat dit soort beelden een kloof slaat.

Maar het is ook aan die niet-moslims, om niet in de propagandaval van IS te trappen en alle moslims over één kam te scheren. IS maakt in zijn propaganda succesvol misbruik van de westerse obsessie met all things islam.

Want nu al wordt gaandeweg de individuele vrijheid fors ingeperkt... in naam der vrijheid. Een gedachte-experiment maakt duidelijk dat daar niet eens wetswijzigingen voor nodig zijn. Stel dat België een toptalent in het beachvolleybal zou hebben. En stel dat ze gesluierd zou willen aantreden. Theoretisch-wettelijk zou niets haar in de weg staan. Maar hoe zou de samenleving reageren? Hoe zou Facebook zoemen? Hoe zouden verlichte filosofen en politici te keer gaan? De druk om de sluier af te nemen zou zo groot zijn dat speelster X niet zou spelen of toch niet zoals ze het zelf wil. Ziedaar de praktijk van de vrije keuze die wij in theorie zo hoogachten.

De identificatie van een orthodox geloof in de islam met terreurdreiging is niet zonder risico. Als voorbeeld van het gewenste 'gewapend bestuur', noemt N-VA-voorzitter Bart De Wever de inperking van vrije meningsuiting voor wie sympathie betuigt aan terreurbewegingen. In veler hoofden staat het dragen van een hoofddoek nu al gelijk aan sympathie voor terreur. Is het dan zo gek om een toekomst te voorzien waarin ook wetgever en gerecht een gelijkheidsteken plaatsen tussen religieuze kledij en terreursteun?

Ook na Zaventem, Maalbeek en Charleroi is dat niet het glibberige pad dat we op moeten willen gaan. Dat heeft niets met oogkleppen te maken, wel met vasthouden aan de universele waarden van vrijheid en gelijkheid. Ook voor wie die waarde anders invult dan wijzelf zouden willen of hopen. Zoals moraalfilosoof Patrick Loobuyck het op Facebook kernachtig samenvat: "Niet alles wat we tolereren, moeten we ook moreel wenselijk vinden."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234