Maandag 06/04/2020

Kraftwerk

Het begon met Kraftwerk

Kraftwerk: afstandelijke robots zonder de minste persoonlijkheidscultus.Beeld REUTERS

De Duitse elektronicaband Kraftwerk komt deze week naar de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen voor een terugblik op zijn imposante carrière. Kunnen we mooi nog eens horen hoe radicaal vernieuwend de Duitsers altijd zijn geweest en hoe ze de loop van de popgeschiedenis gestuurd hebben. 

Kraftwerk, poppioniers met een elektronicafetisj, speelt zijn acht historische studioalbums in hun geheel, vier avonden lang voor een uitverkochte Koningin Elisabethzaal. En als je je repertoire, dat teruggrijpt tot 1974, integraal kunt spelen voor een uitverkocht huis, dan heb je misschien nog geen symfonieën gemaakt, maar zeker wel popklassiekers. Daar zijn meerdere redenen voor.

De radicale poptechneuten uit Düsseldorf voorzagen hun volledig instrumentarium al in 1974 van een stekker. Ze deden definitief afstand van het conventionele, organische popgeluid van bas, gitaar en drums, want er scholen muziek in transistors en melodieën in elektronische circuits. 

Lang voor muziek maken met laptops normaal werd, had de band de hegemonie van elektronica met (analoge) synthesizers zo ver doorgevoerd, dat alle menselijke sentimentaliteit als vervuiling uit de muziek werd gebannen. Vocoders of computersoftware vervormden de zangstemmen, en de bandleden traden consequent op in uniforme kledij.

Robots

Kraftwerk kreeg navolging, en de discipelen schiepen en passant nieuwe genres. De synthpop van de jaren 80, electro, dance en met name Detroit techno, en zelfs hiphop: allemaal zijn ze schatplichtig aan Kraftwerk. Zozeer zelfs dat het Britse muziekblad NME in 2005 opmerkte dat het gepast zou zijn het onwrikbare referentiekader The Beatles & The Stones te vervangen door The Beatles & Kraftwerk. Maar in de tijd dat de muziek uitkwam, werd hun 'Vorsprung durch Technik' door critici helemaal niet als zodanig onderkend.

In een uitgesproken anti-Duitse sfeer, waarbij Britse en Amerikaanse journalisten er niet voor terugdeinsden de Tweede Wereldoorlog erbij te halen, concludeerde het Britse muziekblad Melody Maker in 1974 in een recensie van het album Autobahn: "Houd de robots uit de muziek." Maar de massa lustte er wel pap. De baanbrekende plaat piekte op nummer 5 van de Amerikaanse Billboard Top 200.

Achteraf gezien is het misschien niet zo verwonderlijk dat Kraftwerk zo veel invloed had op de popmuziek. Nieuwe technologieën hebben altijd de voortgang in de kunst gedicteerd. Daarbij waren vorm en geluid van Kraftwerk weliswaar nieuw en compromisloos, de muzikale beleving was dat niet. 

Net zoals The Beach Boys – de band was fan – zongen over het genot van het surfen, hun alledaagse werkelijkheid, zo bezong Kraftwerk hoe zij zich konden verliezen in de zegeningen van hun cleane mechanische wereld. Er is weinig verschil tussen de fun in de Californische branding en het "fahr'n, fahr'n, fahr'n auf der Autobahn". Dat laatste klinkt trouwens net zo catchy als "Ba ba ba ba Barbara Ann".

Kraftwerk is uitgesproken poppy en melodieus, op een haast naïeve manier. Dat was het grote verschil met andere 'krautrockbands', Duitse experimentele rock- en elektronische groepen uit de jaren 60 en 70. Kraftwerk was niet uitgesproken minimalistisch, psychedelisch of anderszins 'moeilijk', maar klonk als toegankelijke popmuziek. Zij het dat het popmuziek uit machines was. 

Het geluid is clean maar niet klinisch, schittert kristallijn maar is niet koud, prikkelt onderhuids en ontroert soms. Kraftwerk, waarvan sinds 2003 geen nieuw materiaal is verschenen, creëerde superieure, innovatieve popmuziek. En tja, wie innovatief en superieur is, krijgt navolging. 

Synthesizers

Punk liep eind jaren 70 op zijn laatste benen. Er was een vacuüm in de popmuziek, en clubs zochten een nieuw geluid om dat gat te vullen. In de hippe Londense nachtclub The Blitz introduceerde dj Rusty Egan zijn laatste aanwinsten. Het waren niet alleen soul- en disco-, maar ook de krautrockplaten die hij in Duitsland op de kop tikte. Mateloos populair waren ze. 

Bovendien werden synthesizers in 1978 compacter en goedkoper, en deden ze definitief en massaal hun intrede in de popcultuur.

Hele volksstammen zweerden bij de synthesizer en niets anders: Depeche Mode, Orchestral Manoeuvres in the Dark, Human League, Ultravox, Visage... Die laatste band bestond uit onder anderen Rusty Egan en Steve Strange, gastheer van The Blitz. 

Weinig nummers uit de pophistorie klinken zo kraftwerkiaans als Visages 'Fade to Grey': het nadrukkelijke maar niet te opdringerige mechanische ritme van een drumcomputer, synthesizerhooks die Stranges zang onderstreepten met eigen melodielijnen, en een algeheel geluid dat zowel weemoedig als (retro)futuristisch klonk. 

Daniel Miller, de voormalige baas van Mute Records, in 1978 opgericht om voornamelijk elektronische muziek uit te brengen, wist Kraftwerks eerste, zelf in elkaar geflanste vocoder op de kop te tikken en beschouwde het als een relikwie met dezelfde status als een gitaar van Jimi Hendrix.

Het summum van Kraftwerk-navolging moet Gary Numan zijn geweest. Met zijn bleek gelaat alsof hij alleen het tl-licht in de studio zag en zijn pikzwarte haar in een strenge scheiding, leek Numan de reageerbuisbaby van Kraftwerk-oprichters Florian Schneider en Ralf Hütter. Met dezelfde fascinatie voor de troostende verlokkingen van glimmende techniek. Zoals Numan zelf zingt in 'Cars': "Here in my car I feel safest of all. I can lock all my doors. It's the only way to live. In Cars." En eigenlijk had Numans 'Are Friends Electric' de titel van een Kraftwerk-nummer moeten zijn.

Hiphop/electro

Het geldt als mijlpaal in de Amerikaanse hiphop, maar is eigenlijk zo Duits als maar kan: 'Planet Rock' van Afrika Bambaata & Soul Sonic Force. Het nummer dat de New Yorkse dj in 1982 uitbracht leunt zwaar op de melodielijn van Kraftwerks albumTrance-Europe Express en het ritme van een Roland 808-drumcomputer. Men voege wat raps toe, en voilà.

Op zijn beurt stond 'Planet Rock' model voor de vroege jarentachtighiphop, waarin veel gebruik werd gemaakt van elektronisch opgewekte klanken en de zo herkenbare 808. Breakdancers in de jaren 80 dansten op niets anders. 

In de hiphopfilm Breakin' (1983) is te zien hoe een danser moonwalkt op de oertekst: Kraftwerks 'Tour de France'. Zo werd de Duitse elektronische onderkoeldheid basismateriaal voor zwarte en latino kids in New York, die er de dansbaarheid van onderkenden. Logisch: dansen als een robot kon natuurlijk het best op muziek ván robots. 

Die vroege vorm van hiphop evolueerde tot een genre waarin de vocalen meestal het onderspit delfden: electro. Zang, als die al te horen was, klonk door een vocoder of was op een andere manier elektronisch vervormd. In electro, dat begin jaren 80 zijn hoogtepunt beleefde, zijn de in elkaar grijpende beats dominant. Drumcomputers, scratches en toetsen bezorgden de luisteraar een ritmisch ritje op een kermis van sonische special effects. Breakdancers kregen elektrische schokken, en samples riepen associaties op met staccato laserschoten.

Freeez had een wereldhit met 'I.O.U.', geproduceerd door de New Yorkse Arthur Baker, die voor het hiphoplabel Tommy Boy Records werkte en ook Afrika Bambaata's 'Planet Rock' had geproduceerd. Zelfs jazzicoon Herbie Hancock werd aangestoken door het electrovirus: 'Rockit' uit 1983 werd zijn grootste hit.

Techno

Trek die dansbaarheid nog een stukje door en Düsseldorf wordt Detroit, de geboorteplaats van de techno. De afstand van onthechte Duitsers achter hun muziekmachines naar de bezwete dansvloeren in een Amerikaanse postindustriële stad is kleiner dan het lijkt. Kraftwerk-oprichter Hütter zei het al in een interview met The New York Times in 2009: "Industriële ritmes inspireren me. Het zit in de aard van machines. Machines zijn funky."

Het was dat ultrastrakke van drummachines en sequencers dat dj-producer Juan Atkins, een van Detroits technopioniers, zo aantrok aan de band. Voor Atkins The Robots (1978) van de band had gehoord, speelde hij alles nog zelf in en streefde hij een vloeiend en soepel geluid na. Daarna wilde hij al zijn muziek dezelfde robotische strengheid meegeven en verdiepte hij zich in het gebruik van sequencers.

Na een trip naar Chicago om de bloeiende housescene op te snuiven die daar als natuurlijke voortzetting van de disco voet aan de grond had gekregen, besloten Atkins, Derrick May en Kevin Saunderson een synthese te vormen van de nieuwe dansmuziek en mechanische klanken à la Kraftwerk. May beschreef Detroit techno ooit als "George Clinton en Kraftwerk die vastzitten in een lift met alleen een sequencer om hen gezelschap te houden". Funk van de toekomst.

Het paste bij Detroit, een stad met een industriële achtergrond, en het paste bij May, Atkins en Saunderson, drie zwarte middleclass-kids uit Detroits buitenwijken, voor wie de Europese cultuur ook een statussymbool was om zich mee te onderscheiden.

In 1988 explodeerde techno wereldwijd, en Kraftwerks Computer World werd onder early adapters een heilige tekst. Als je het album nu beluistert en je daarbij voorstelt dat de bas iets steviger is, de hihats sissen, met een wat nadrukkelijker 'four on the floor'-vierkwartsmaat en een hoger tempo, is er de meest opwindende dansmuziek in te herkennen. Carl Craig, een andere Detroit-producer, zei het al: "Zwarte mensen kunnen zich met Kraftwerk identificeren omdat het net als James Brown is. Het heeft diezelfde almaar aanhoudende groove."

Uniforme robotesthetiek

En dan is er nog dat visuele aspect van Kraftwerk dat bijdraagt aan hun reputatie als muziekrobots: het raadselachtige, afstandelijke imago van een band die geheel wars is van persoonlijkheidscultus. De Kraftwerkers gaan bij liveoptredens identiek gekleed achter dezelfde consoles, en op de leden gelijkende robots werden ingezet voor toegiften en fotoshoots. 

Zo werd het de eerste popband die enige anonimiteit door uniformiteit nastreefde. Met succes. Toen Ralf Hütter in 2013 Tate Modern in London een oriëntatiebezoekje bracht voor de reeks concerten die nu ook in Antwerpen plaatsvindt, werd hij door niemand herkend.

Het idee komt niet uit het niets. In 1970 kregen Schneider en Hütter inspiratie voor hun imago toen ze in de Düsseldorfse Kunsthalle voor het eerst het Britse kunstenaarsduo Gilbert en George zagen, immer eender gekleed in jasje-dasje.

Dat anonieme vond een haast natuurlijk vervolg in de al dan niet bewust nagestreefde gezichtloosheid van veel dance-dj's na Kraftwerk. Maar ook buiten de dance: de Amerikaanse elektronische rockband Devo, altijd precies hetzelfde uitgedost, met piramidebloempotten als hoofddeksels, noemde zichzelf gekscherend 'Kraftwerk met een bekken', om ook het meer fysieke, rockachtige karakter van de Amerikaanse band te benadrukken.

Daft Punk, als dance-act sowieso schatplichtig aan de Duitsers, vervolmaakte de zorgvuldig opgebouwde anonieme robotesthetiek, door zichzelf bij alle publieke optredens consequent als robots uit te dossen en een rookgordijn op te trekken rond hun identiteit. Die façade werkte zo goed, dat een paar jaar geleden een internetgrap kon worden uitgehaald waarin werd beweerd dat achter de beroemde maskers twee van de Kraftwerk-robots schuilgingen, die al vanaf begin jaren 90 een solocarrière hadden geambieerd.

Van 20/5 tot 23/5 in de Koningin Elisabethzaal, Antwerpen. Op 26/5 komt de verzamelbox 3-D The Catalogue uit op vinyl, blu-ray en cd. Lees deze week elke dag een terugblik op het oeuvre van Kraftwerk op demorgen.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234