Donderdag 04/03/2021

Het begin van het plastic tijdperk

Als we vandaag stapels plastic in onze keukenkasten vinden, dan hebben we dat op de eerste plaats aan Leo Baekeland te danken. Precies honderd jaar geleden maakte de Belgische Amerikaan zijn eerste bakeliet, het begin van het plastic tijdperk. De wereld zou er nooit meer hetzelfde uitzien.

DOOR RUDY PIETERS

Gent l Wetenschappers droomden er al jaren van: iets maken wat helemaal niet in de natuur voorkwam, een volledig synthetische stof. Een Belgische Amerikaan maakte de droom waar. Uit het chemische huwelijk van fenol en formaldehyde distilleerde Leo Baekeland een hard plastic, het eerste echte plastic ter wereld. Bakeliet noemde hij het.

Het leek wel alchemie. Bakeliet, de steen der wijzen van de moderne tijd. "Het bakeliet zette een industriële revolutie in gang voor het maken van volledig synthetische kunststoffen", zegt directeur Danny Segers van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen van de Gentse universiteit, de universiteit waar Baekeland zijn carrière is begonnen en waar volgende week een grote bakeliettentoonstelling opengaat.

Het was 1907, het begin van de eeuw die als geen ander met het verleden wilde breken en van een nieuwe mens droomde. Het waren de jaren dat Einstein de relativiteitstheorie op papier zette en Picasso kubistische hoeren schilderde. Baekeland veranderde de rest van de wereld. Ineens kon alles van plastic gemaakt worden. Het ging makkelijk en goedkoop, dus kon het op grote schaal. Lichtschakelaars, telefoontoestellen, radio's, thermoskannen, scheerapparaten, kapstokken, potloodslijpers... Met een bescheiden inkomen kon de nieuwe mens ineens art deco in huis halen. Kodak lanceerde in 1934 de bakelieten Baby Brownie van art-deco-ontwerper Walter Dorwin Teague, het boxje kostte slechts 1 dollar. "Omdat er in die beginperiode niets anders was, is alles wat je maar kunt bedenken van bakeliet gemaakt", zegt professor Segers. "In het Science Museum in Londen staat er zelfs een doodskist van bakeliet, gemaakt in 1938."

Heel erg lang heeft de bakelieten hegemonie niet geduurd. Er kwamen al gauw andere plastics opzetten, kunststoffen die nog makkelijker en goedkoper te maken waren. "Bakeliet is chemisch inert (het kan tegen chemische stoffen), elektrisch isolerend en warmtebestendig, maar veel van die eerste bakelieten voorwerpen maakten geen gebruik van die eigenschappen", zegt professor Segers. "Het had geen zin om een kapstok te hebben die bij 200 graden Celsius nog hard bleef. Daarom is men vanaf de jaren 1930, 1940 een groot aantal toepassingen van bakeliet beginnen te vervangen door die andere kunststoffen. Maar vandaag wordt nog steeds bakeliet gemaakt, voornamelijk voor hoogtechnologische stukken, bijvoorbeeld onderdelen van water- en benzinepompen in automotoren: de agressieve additieven in het koelwater, de benzine en de diesel tasten metaal aan maar bakeliet niet omdat het chemisch inert is, en de motor is warm, met piektemperaturen tot 300, 400 graden. In de keuken zijn de handvatten van pannen nog van bakeliet."

Het bakeliet van de beginjaren werd bij het afval gezet. "Er is nu niet zoveel bakeliet meer over omdat het een wegwerpproduct was", zegt Gentenaar Julien Cole. Bakeliet werd iets voor verzamelaars als hij. Zo'n 500 stuks heeft hij de voorbije twintig jaar gekocht en gekregen. Antiek van plastiek. "Op zaterdag stond ik zeer vroeg op om naar het Vossenplein in Brussel te gaan. Op den duur kende ze mij daar al. 'Monsieur Bakélite', zeiden ze. Als het regende kon ik op meters afstand ruiken of ik bakeliet zou vinden. Het is het fenol dat erin zit: als dat nat en warm wordt, dan ruik je dat. Dat is een geur die ik mij nog herinner uit mijn kindertijd, de geur van de wc-bril: als mijn moeder die afwaste, dan gaf dat diezelfde typische geur."

Veel stukken uit zijn collectie komen uit de Gentse Vynckierfabriek (Vyncolit, nu onderdeel van de Japanse groep Sumitomo Bakelite). "Wie daar werkte kreeg bij zijn trouw kapstokken en een wc-bril cadeau."

Coles allereerste stuk was een View-Master, gevonden op de Gentse rommelmarkt. "Ik zag meteen dat hij anders was dan de huidige plastieken View-Masters. Een bakelieten View-Master is mooier van kleur, donkerbruin of zwart. Hij is hard, je kunt er met een vingernagel niet in krassen, in plastiek kan dat wel. Hij is zwaarder. Hij voelt warm aan, plastiek kan koud aanvoelen. En qua vorm is hij meestal vrij afgerond, er zitten geen scherpe kanten aan. Het bakeliet werd geperst, en om het voorwerp uit de matrijs te halen moest het een stukje afgerond zijn, hedendaagse plastiek kan gespoten worden. Door dat persen heb je bij bakeliet altijd een platte kant en een afgeronde kant. De vormen van de art deco zijn mede bepaald door die beperking van het persen."

Julien Cole gebruikt nog dagelijks bakeliet, precies zoals Baekeland het bedoeld had. "Mijn potloodscherper, sleutelhanger, briefweger, papiermand, telefoon, messen, koffiemolen: allemaal bakeliet." Tot voor kort bewaarde hij de rest in dozen maar voor dit bakelietjaar heeft hij zijn mooiste stukken opgepoetst, gefotografeerd en op zijn website gezet (www.juliensart.be/bakeliet), een virtueel bakelietmuseum (vanaf deze zomer zullen er stukken van Cole en andere verzamelaars in het Gentse Huis van Alijn te zien zijn).

Zijn mooiste stuk? "Bakeliet, de materie op zich is al mooi. Het mooiste voorwerp vind ik een fototoestel van Bilora, een Duitse fabriek die in 1935 camera's is beginnen te maken. Dankzij het bakeliet kon men ook de fototoestellen op grote schaal produceren. Maar toen de andere goedkope plastieken op de markt kwamen, hebben de fabrikanten het bakeliet even snel laten vallen als ze het ontdekt hadden. Men wilde zo goedkoop mogelijk produceren en op den duur werd plastiek synoniem voor mindere kwaliteit. Plastieken brol, zeggen de mensen. Vooral in het goedkope speelgoed zag je dat: heel slecht afgewerkt."

Time zette Leo Baekeland in 1924 op zijn cover en rangschikte hem in 1999 bij de twintig belangrijkste wetenschappers van de vorige eeuw. Niets overdreven voor de vader van het plastic tijdperk. Het is alleen onbegrijpelijk dat hij nooit een Nobelprijs heeft gekregen en niet eens een eigen museum heeft in Gent.

En toen was er bakeliet, van 29 maart tot 13 april in de Aula van de Universiteit Gent, Voldersstaat 9, en van 23 april tot 14 december in het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschap, Krijgslaan 281, Gent.

Het eureka-moment van Baekeland, vanaf 14 juli in het Huis van Alijn, Kraanlei 65, Gent.

Baekeland, de Belgische American dream

Het is een rags to riches-verhaal waar de Amerikanen zo dol op zijn, een American dream die in België begon. Een analfabete schoenmaker als vader, naar de universiteit met een studiebeurs, op zijn 24ste al een patent op een nieuwe methode om fotoplaten te ontwikkelen en meteen ook een fabriekje. Twee jaar later, in 1889, trok de ondernemende jongeman naar de Verenigde Staten, waar hij de Amerikaanse nationaliteit aannam en het Veloxfotopapier uitvond, het eerste papier dat met kunstlicht in plaats van met daglicht belicht kon worden en bovendien bij afgezwakt kunstlicht verwerkt kon worden. Door de uitvinding aan Eastman Kodak te verkopen werd hij miljonair en kon hij een laboratorium bouwen, waar hij zich volledig aan de plastic droom ging wijden. Op 18 februari 1907 vroeg hij het eerste patent aan voor bakeliet.

"Er bestonden toen al half synthetische kunststoffen, zoals celluloid en galaliet", zegt museumdirecteur Danny Segers. "Kunststoffen bestaan uit macromolecules, molecules die een opeenvolging van altijd dezelfde bouwsteentjes zijn. Die kunststoffen kunnen voorkomen in de natuur, zoals ivoor, of hoorn, daar kun je voorwerpen uit maken. Maar vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw heeft de mens getracht om de eigenschappen van zo'n lange molecule uit de natuur door een chemische reactie te veranderen.

"De grote bijdrage van Baekeland is geweest dat hij niet van zo'n macromolecule maar van die kleine bouwstenen vertrokken is en dat hij daarmee zelf macromolecules gebouwd heeft. Bakeliet was dus de eerste kunststof die volledig synthetisch was opgebouwd. Hij is vertrokken van fenol en formaldehyde, koolwaterstoffen die uit steenkool werden verkregen. Voor onze tentoonstelling hebben we een filmpje gemaakt waarop we dat tonen: fenol komt als poeder voor, formaldehyde is een vloeistof, en als je die twee met elkaar mengt en je brengt dat op een bepaalde temperatuur, met de juiste druk, en je voegt daar een initiator aan toe, een zuur, dan breng je een chemische reactie op gang."

In 1872 had de Duitse chemicus Adolf von Baeyer al eens fenol en formaldehyde proberen te mengen. "Maar hij bekwam een harsachtig eindproduct, je kon daar niets mee doen", zegt professor Segers. Baekeland erfde dat onderzoek, want von Baeyer was aan de Gentse universiteit nog assistent geweest bij professor Kekulé, een landgenoot, en later kreeg die Kekulé Théodore Swarts als assistent, de toekomstige schoonvader van Baekeland. "Toen Swarts Kekulé opgevolgd is aan de Gentse universiteit, heeft hij daar twee van zijn studenten opgezet: Leo Baekeland en zijn zoon Frédéric Swarts. Maar ook die zijn er niet in geslaagd daar een vaste stof van te maken. Twintig jaar later heeft Baekeland datzelfde onderzoek weer opgenomen, sinds 1902 systematisch, door de druk, de zuren, de initiators enzovoort te veranderen, en zo is hij er in 1907 in geslaagd met fenol en formaldehyde een vaste stof te maken."

Of hoe de basis voor de revolutionaire uitvinding in België werd gelegd. (RP)

In het begin werd zowat alles van bakeliet gemaakt. Ook nu wordt het nog gebruikt vanwege zijn eigenschappen. Het kan tegen chemische stoffen en hitte, en is elektrisch isolerend

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234