Vrijdag 30/09/2022

Het begin van de droom

Hij heet Bilal, is 13 jaar oud, begenadigd straatvoetballer en brutaal nieuwsgierig zoals alleen 13-jarige jongens brutaal nieuwsgierig kunnen zijn.

"Hoeveel verdient dat, een journalist?", zo vraagt hij na een kort kennismakingsgesprek. Het genoemde bedrag vindt deze jongen wat aan de lage kant, tot hij verneemt dat er bij dat loon ook een mooie Duitse auto hoort. "Waar staat hij? Mag ik hem eens zien?"

Als hij hoort dat de reporter te voet is gekomen, knikt hij begrijpend, met duidelijk gespeelde ernst. "Ik zou ook niet met de auto komen. Er zijn veel dieven hier."

Hier, dat is voor Bilal de Brusselse Noordwijk. We ontmoeten elkaar aan de rand van een voetbalpleintje, een plek die 's ochtends ook letterlijk in de schaduw van de WTC-torens ligt. Het is op dit stukje grond dat Vincent Kompany in de jaren 90 leerde voetballen. Het appartement waar hij tussen de vele partijtjes door ging eten en slapen, vind je honderd meter verderop, in een van zes sociale woonblokken van de Lakense Haard, tussen de Chaussée d'Anvers en de Avenue de l'Héliport.

Vincent Kompany vertrok hier een jaar of acht geleden, in zijn plaats kwamen verse jonge helden. Een jongen als Kenny, bijvoorbeeld, 15 jaar, Congolese roots en de neef van KV Mechelen-spits Benjamin Mokulu. Kenny is hier samen met een ander neefje, de 3-jarige Emilio. Bijna dagelijks komen ze hier voetballen, bijna dagelijks spelen ze de dromen na van zo goed als elke jongen uit deze quartier. Hier kunnen ze zich even Lionel Messi wanen, Eden Hazard, of Vincent Kompany uiteraard. "Daar," wijst Kenny. "In dat gebouw woonde hij."

Kenny, veelbelovende jonge voetballer bij de jeugdreeksen van derdeklasser Woluwe-Zaventem, is met zijn 15 jaar nog te jong om zich de tijd te herinneren waarin je hier Kompany tegen het imposante lijf kon lopen. Voor een getuigenis uit eerste hand worden we door verwezen naar Karim, een jongeman van 19. "Ik zie hem nog rondjes lopen rond dit plein", vertelt Karim. "Een beer."

Volop ruimte

Brussel kent nogal wat wijken met een slechte reputatie, de Noordwijk hoort daar zeker bij. Niet alleen vormt de wijk de punt van de croissant pauvre, je kunt ze ook bezwaarlijk een pareltje van stedenbouwkundig vernuft noemen. Met dank aan wijlen eerste minister Paul Vanden Boeynants en zijn goeie vriend, aannemer/betonboer Charlie De Pauw. Uit hun koker kwam eind jaren 60 het idee om deze oude Brusselse woonwijk deels om te toveren tot een zakenwijk die moest kunnen wedijveren met Manhattan in New York of La Défense in Parijs.

Het Brusselse Manhattanplan is - eufemistisch gezegd - op een fiasco uitgedraaid. De kantoorruimte raakte slechts met de grootste moeite verhuurd, het overgebleven woongebied was herleid tot vaak onherbergzame eilanden waarop de grootstad-problemen in al hun verschijningsvormen tot volle wasdom konden komen.

En toch, het was hier niet alleen miserie. De transformatie van deze wijk had er ook voor gezorgd dat hier iets was ontstaan waar in de rest van Brussel zo'n schrijnend gebrek aan was. In de Noordwijk was er ruimte. Braakland. Zeer geschikt voor een partijtje voetbal. Zo kon je hier naast Vincent ooit ook Marouane Fellaini zien spelen. Of, een paar jaar vroeger, Fiston Luabeya.

Fiston Luabeya (32), een Congolese Belg, woonde begin jaren '90 aan de Diksmuidelaan in Brussel, op een forse steenworp van de pleintjes van de Noordwijk. "Ik wist ook wel dat de wijk een slechte reputatie had", vertelt Luabeya. "Maar eerlijk gezegd: ik had er weinig oog voor (maakt oogkleppen met zijn handen). Ik was alleen met het voetbal bezig. En dus ging ik bijna dagelijks naar die pleintjes om er te voetballen met de jongens uit de buurt."

Fiston zou nooit een topper worden. "Ik had het talent, maar niet de discipline die je nodig hebt om een topvoetballer als Vincent te worden."

Toch speelt het spelletje vandaag nog altijd een essentiële rol in zijn leven. Sinds vorig jaar is Fiston Luabeya jeugdcoördinator van BX Brussels, behalve een wellicht degraderende vierdeklasser ook - en misschien wel vooral - een sociaal project van Vincent Kompany en zijn zus Christel.

Het verschil tussen BX Brussels en de vele andere Brusselse voetbalploegen? Fiston moet er niet lang over nadenken. "Bij BX Brussels leren we de jongens veel méér dan tegen een balletje trappen. Natuurlijk dromen er veel Brusselse jongens van een profcarrière. Maar ze moeten wel beseffen dat zoiets heel weinigen is gegeven. Dus kunt je er maar beter voor zorgen dat je ook een goed diploma achter de hand hebt.

"Vincent is ook op dat vlak een groot voorbeeld. Hij was amper 17 toen hij een vaste waarde werd in het eerste elftal van Anderlecht. Ongetwijfeld verdiende hij er meer dan alleen een goed belegde boterham. Toch heeft hij nog zijn middelbare school afgemaakt."

Fiston Luabeya kent de Brusselse straten als zijn binnenzak. "Ik begrijp heel goed waarom Vincent zo veel liefde heeft voor deze stad. Brussel heeft alles. Prachtige dingen, maar ook heel kwalijke. Net als alle andere grote steden is het een stad waar je als jonge kerel heel makkelijk op het foute pad raakt. Je moet enorm sterk zijn om altijd nee te zeggen tegen de grote verleidingen. Maar het kan. In feite zijn er honderden manieren om nee te zeggen. Een mogelijke optie is: binnenblijven. Maar er is ook een leukere manier om nee te zeggen: le foot.

"Toen Vincent en ik nog kinderen waren, was die Noordwijk nog veel meer dan vandaag een getto. Het was de plek waar het canaille woonde. Dat zo'n getto een zo voorbeeldige mens als Vincent heeft voortgebracht, zou je een mirakel kunnen noemen, maar zo zie ik dat niet. Weet je, je hebt zo van die mensen die met een doel in het leven geboren worden. Vincent is zo'n mens. Hij heeft altijd heel goed geweten waar hij naartoe wilde. En vergeet ook niet dat hij altijd goed omringd is geweest. Ik ken zijn vader, zijn broer en natuurlijk ook zijn zus Christel, de voorzitster van BX Brussels. Dat zijn allemaal eenvoudige, bescheiden, sociale en supervriendelijke mensen.

"Als u me vraagt of ik fier ben dat ik mag werken voor de ploeg van de wereldster Vincent zeg ik ja. Ja, een beetje wel. Maar die fierheid is er toch vooral bij die jonge gasten. Ik weet nog, na de match van Manchester City tegen Barcelona, waren ze door het dolle heen. 'Meneer, hebt u Vincent gezien? Hebt u gezien hoe hij Messi afstopte en scoorde?' Ik vind dat mooi, die trots. Maar ik ben er zelf toch vooral trots op dat ik de familie Kompany ken. Zij zijn mijn voorbeelden."

Wie weet...

Valavond in de Noordwijk, aan de kant van het voetbalpleintje, staat Karima Boulaiche, moeder van zes, geboren in Tanger. Zoals zovelen hier reist ze nog elke zomer naar Marokko. "Maar ik voel me hoe langer hoe meer thuis in Brussel. Na vijf dagen Tanger krijg ik meestal al heimwee. Heimwee naar Brussel."

Karima is verknocht aan de stad, maar nog veel meer aan haar wijk. "Ik weet dat deze wijk een reputatie heeft, maar op mooie dagen als vandaag is het hier echt aangenaam wonen. Zeker voor de kinderen. De voorbije jaren is er ook heel veel gebeurd om hen bezig te houden. Alleen al in onze straat is er het jeugdhuis L'Avenir, het Centre Sportif et Culturel Pôle Nord, het speelpleintje... Brussel is goed voor ons."

Karima Boulaiche en haar gezin wonen al meer dan tien jaar in de Avenue de L'Héliport nummer 35. Aanvankelijk woonde ze in een appartement op de derde verdieping, tot er in 2007 een groter appartement vrijkwam op de zesde verdieping. Het was het appartement van de familie Kompany, die toen net verhuisd was naar Ganshoren.

"Ik heb ze goed gekend", zegt Karima. "Vriendelijke, bescheiden mensen. Ik herinner me nog hoe Vincent, net prof bij Anderlecht, hier rondreed met zijn Mercedes. De vedette van deze quartier, maar zo gedroeg hij zich totaal niet. Dat bewonder ik zo aan hem. Natuurlijk heb ik veel respect voor de voetballer. Maar ik heb nog veel meer respect voor l'être humain. Hij is iemand die onze jeugd inspireert. Hij doet ons dromen."

De zon is verdwenen achter de torens, Karima roept haar kinderen bij zich. "Tijd voor huiswerk." Haar dochter Nour komt vrijwel onmiddellijk aangehuppeld. "Een heel goeie leerlinge", zegt haar moeder. "Bij de besten van de klas. Weet u, in deze wijk zit echt zo veel meer. Mijn buren zijn zo goed als ongeletterde mensen. Ze zijn nooit naar school geweest, maar hun zoon zit wel in het derde jaar burgerlijk ingenieur, terwijl hun dochter in het eerste jaar geneeskunde zit."

Ondertussen is ook Nours 11-jarig broertje Nabham gearriveerd. "Een heel goeie voetballer", zegt zijn moeder. "Hij heeft net getest bij de U12 van Tubize. Hij was geslaagd. Ze zeggen dat hij een zeldzaam talent is. Een linkerpoot, wat volgens de trainer een grote troef is. Dus wie weet, un jour..."

Zusje Nour kijkt vol bewondering naar de balvaardigheid van haar 11-jarige broer Nabham. 'Ze zeggen dat hij een zeldzaam talent is', weet zijn moeder.

Kenny (15) heeft net als zijn grote held Congolese roots en voetbalt hier elke dag. 'Vincent Kompany woonde in het gebouw achter mij.'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234