Zaterdag 07/12/2019

Fenomenen

"Het basisinkomen is nodig om de digitalisering te overleven"

Davy Kestens Beeld Wouter Van Vooren

In 2011 trok Davy Kestens (28) naar San Francisco om er investeerders te vinden voor zijn technologiebedrijf Sparkcentral. De Silicon Valley-Belg haalde deze week nog eens 20 miljoen dollar op om Europa en Azië te veroveren. "Je kunt hier niet groot genoeg denken."

Nog voor ik het Brusselse eetcafé Au Vieux Saint-Martin binnenstap, zie ik Davy Kestens al aan een van de tafels bij het raam zitten. Zou die jongen het eigenlijk wel leuk vinden, vraag ik me plots af, om in het archaïsche Brussel een gesprek te voeren met een lid van een verdwijnende beroepsklasse, en dan nog in een brasserie waar ze vermoedelijk niet eens pingpongtafels, Nerf Guns en fatsoenlijke wifi hebben? Zijn leven in Silicon Valley moet toch vele malen spannender zijn dan de uren die hij deze namiddag in mijn analoge gezelschap gaat doorbrengen? Dat blijkt bij navraag nogal mee te vallen.

"Ik leid in San Francisco het leven van een veertiger", zegt Kestens. "All work and no play. Enkel in het weekend ga ik me af en toe te buiten aan de uitspattingen van een twintiger. De meeste van mijn vrienden zijn ook een stuk ouder dan ik. Ik heb onlangs nog eens geprobeerd om uit te gaan met leeftijdgenoten. Na twee uur was ik al terug thuis: we hadden elkaar niet echt iets te vertellen."

De start-up waarmee Kestens in Silicon Valley potten aan het breken is, heet Sparkcentral en helpt bedrijven om hun klantenservice af te stemmen op 'the age of the impatience'. "De consumenten van vandaag zijn verspreid over verschillende kanalen: Facebook, Twitter, Snapchat, noem maar op. Ze zijn het gewend om razendsnel te communiceren en zijn hyperongeduldig. Maar de communicatieprocessen van bedrijven zijn daar vaak nog niet op afgestemd. Hoe dikwijls krijg je nog te horen dat je in geval van een probleem eerst een fax moet sturen of naar de lokale vestiging van het bedrijf moet gaan? Ons digitale platform helpt bedrijven om op een eigentijdse manier met hun klanten te communiceren en - minstens even belangrijk - om op hun problemen te anticiperen. In het beste geval is customer service overbodig omdat problemen worden opgelost nog voor ze zich stellen."

Met Twitspark - de eerste versie van Sparkcentral - verzamelde Kestens in 2011 meteen 1 miljoen dollar aan investeringsgeld. Niet veel later kwamen daar nog eens 6 miljoen dollar bij en begin 2015 gooiden investeerders maar liefst 12 miljoen dollar zijn kant uit. (vrijdag, na het interview, raakte bekend dat Kestens deze week 20 miljoen dollar heeft opgehaald bij vier investeringsfondsen, red.) Silicon Valley gelóóft in Sparkcentral en dat leverde Kestens in de Belgische pers de bijnaam 'de Vlaamse Mark Zuckerberg' op. Ik vraag hem of hij daar in San Francisco weleens hartelijk om uitgelachen wordt. "Nee, want ik loop met die omschrijving niet echt te koop. (lacht) Het zijn wel vleiende woorden, maar ze tonen vooral aan hoe klein en onwetend België is. Iemand als ik vergelijken met Mark Zuckerberg getuigt van weinig kennis van zaken. Zuckerberg speelt op een heel ander niveau dan ik."

Digitale ondernemers worden tegenwoordig verafgood als rocksterren. Weet jij waarom?

Davy Kestens: "Het heeft te maken met het feit dat we de gevestigde orde overhoop halen. Dat we de macht van instituten doen afbrokkelen en meer autonomie geven aan individuen. Ik kan die start-uphype trouwens alleen maar toejuichen. Ik heb liever dat jongeren ondernemers willen worden dan rocksterren. De kans dat je ondernemer wordt, is namelijk veel groter."

Naar wie kijk je zelf op?

"Elon Musk, de man achter Tesla en SpaceX. Musk is de Howard Hughes van onze tijd. Hij bewijst dat het loont om zo groot mogelijk te denken."

Ben jij al doordrongen van de 'think big'-mentaliteit die er bij Amerikanen onmiddellijk na de geboorte wordt ingelepeld?

"Tot mijn twintigste dacht en handelde ik zoals elke Vlaamse jongere. Ik had misschien wat meer aandacht voor technologie, maar ik was zeker niet slimmer of ambitieuzer dan mijn leeftijdgenoten. Het is door een opeenvolging van gebeurtenissen dat ik beseft heb: de wereld is mijn speeltuin."

Aanvankelijk beperkte de wereld zich voor Davy Kestens tot Herk-de-Stad en omgeving. Hij liep school in Diest, waar hij flink wat humaniorajaren dubbelde. Daarna trok hij naar Kortrijk om webdesign te studeren. Maar omdat de smartass in hem liever aan het prototype van Twitspark werkte, maakte hij die studie nooit af. Op een dag kregen zijn ouders een bericht van de schooldirectie in Kortrijk: hun zoon was al zes maanden niet meer naar de les geweest, ze zouden zijn inschrijvingsgeld terug op hun rekening storten en zijn naam zonder schroom uit het studentenbestand schrappen.

Niet lang nadat de eerste versie van Twitspark klaar was, besloot de Belgische afdeling van Volkswagen het platform te gebruiken. Dat werd in de media als een succesverhaal gebracht - Limburgse snotaap helpt Duits automerk te moderniseren - en zo kwam Kestens in contact met Sebastien de Halleux, een andere Silicon Valley-Belg. De Halleux is in start-upland een stichtend voorbeeld: hij richtte in 2007 Playfish op, een bedrijf dat spelletjes en Facebook-applicaties maakt, en verkocht het nauwelijks twee jaar later voor 450 miljoen dollar aan gamesgigant Electronic Arts.

Overtuigd van het potentieel van Twitspark hielp De Halleux de beloftevolle Kestens met het vinden van investeerders. Hij overtuigde hem ook om met zijn prototype en zijn Lummense vriendin zo snel mogelijk naar San Francisco te verkassen. "Mijn moeder zag dat eigenlijk totaal niet zitten", zegt Kestens. "Maar mijn vader heeft haar van gedacht doen veranderen. 'Och kom', zei hij, 'Davy gaat maar een jaar of twee in de States werken. Daarna komt hij wel terug.' Maar hij wist goed genoeg dat ik eenmaal in San Francisco wellicht nooit meer zou terugkomen."

Vijf jaar woont hij inmiddels in the city by the bay. Hij looft de koortsachtige drive van de stad. "San Francisco stuwt je vooruit. Iedereen is er aan het ondernemen: je kunt er geen steentje in de lucht smijten of het belandt op het hoofd van een programmeur, een start-up founder of een investeerder. In de gesprekken die op straat gevoerd worden, vallen vrijwel altijd de woorden 'ROI-calculation' en 'revenue model'. En in de coffeeshops wordt gedesignd, geprogrammeerd en genetwerkt dat het een aard heeft. San Francisco is eigenlijk één grote circle jerk. Of noem het maar een bijenkorf, dat is een mooier woord." (lacht)

Nogal wat Belgische CEO's trekken samen met digitale goeroes Peter Hinssen en Steven Van Belleghem naar Silicon Valley om er bij te leren van de start-ups. Wat kunnen gevestigde bedrijven opsteken van absolute beginners zoals jij?

"De CEO's van die grote bedrijven zijn bang. Ze hebben gezien hoe sommige start-ups het businessmodel van hele sectoren onderuit hebben gehaald. En ze denken: we kunnen ons die start-upmentaliteit maar beter zo snel mogelijk eigen maken. San Francisco is voor CEO's wat Lourdes is voor katholieken: een plaats waar ze opnieuw het licht zien. (lacht)

Beeld Wouter Van Vooren

"Tijdens de eerste dagen van hun verblijf in San Francisco krijgen ze een figuurlijke stamp onder hun gat: ze beseffen dat ze de reikwijdte van de digitale omwenteling zwaar onderschat hebben, dat zelfs de kleinste technologische start-ups gesteund worden door machtige investeerders, dat ze zelf compleet de boot aan het missen zijn enzovoort. Pas na een paar dagen zien ze behalve de bedreigingen ook de kansen. Ze vinden hun enthousiasme terug en maken plannen om bepaalde processen in hun bedrijf volledig om te gooien. Ik ken eigenlijk geen bedrijfsleiders die na een bezoek aan de start-ups van Silicon Valley gewoon verder werken zoals ze het altijd al gedaan hebben."

Is dat niet te veel eer voor de start-ups in kwestie? Heel wat digitale ondernemers beweren wel dat ze de wereld aan het veranderen zijn, maar hebben in werkelijkheid alleen maar een manier gevonden om sneller pizza's te bestellen, zegt filosoof Rutger Bregman.

"Dat we sneller pizza's kunnen bestellen, gaat van onze planeet geen fundamenteel andere plek maken. Maar het is wel een innovatie die een invloed heeft op heel veel mensen: de consumenten die overal ter wereld nieuwe gewoonten aankweken, maar ook de restauranteigenaars die zich op een totaal andere manier moeten organiseren. Veel digitale vernieuwingen zijn minder triviaal dan je denkt. En sommige technologiebedrijven veranderen wel degelijk de wereld. Facebook heeft ons op een volstrekt andere manier met elkaar doen communiceren. Dat is geen voetnoot in onze geschiedenis.

"Ik ben het met Bregman eens dat de ondernemers in Silicon Valley nogal snel de grote woorden bovenhalen om zichzelf te promoten, maar dat vind ik net charmant: als je vooruit wilt geraken in het leven, moet je je niet te veel inhouden."

Ook jij schuwt de grote woorden niet. 'All or nothing' staat er in je Twitter-biografie. Is dat een goede samenvatting van hoe je in het leven staat? Liever voluit op je bek gaan dan half slagen?

"Ja. Ofwel doe je iets goed, ofwel doe je het níét. Dat vond ik vroeger al, maar sinds ik in Amerika woon, ben ik er nog meer van overtuigd geraakt."

Dat je als twintiger games wil maken, is logisch. Dat je op dezelfde leeftijd beslist om je voltijds met customer service bezig te houden, is dat al veel minder. Wat is er in je leven precies fout gelopen?

(lacht) "Ik ben eigenlijk per ongeluk in de wereld van de customer care beland. Vóór Twitspark had ik nog een ander start-upproject: Ghostbloggers, een onlinemarktplaats waarop auteurs hun artikels aan bedrijven konden aanbieden. Omdat ik geen al te beste programmeur ben, waren er met dat platform regelmatig problemen. Op een dag regende het op Twitter klachten van auteurs. Maar ik kreeg hun talloze vragen en bedenkingen niet verwerkt: ik kon ze niet structureren, wist niet met welke auteurs ons team al gesproken had en met welke nog niet, ik slaagde er gewoon niet in om op een bevredigende manier op hun verzuchtingen te reageren."

"Toen ik op zoek ging naar een softwarepakket dat me bij de verwerking van de klachten kon helpen, stelde ik vast dat dat niet bestond. Er zat dus niks anders op dan zelf wat software te ontwikkelen waarmee ik mijn klantenrelaties kon beheren. Al doende besefte ik dat andere bedrijven met mijn systeem ook hun voordeel konden doen. En zo is de bal aan het rollen gegaan."

Vandaag werkt Sparkcentral voor bedrijven als Netflix, Zappos, Delta Airlines, JetBlue en Dropbox. Jullie uitgangspunt is dat die bedrijven geen klanten zijn, maar partners: samen willen jullie nieuwe manieren bedenken om consumenten gelukkig te maken.

"De vraag die we ons stellen, is: hoe kunnen we de problemen van consumenten proactief oplossen? Ik geef een voorbeeld. Als jij de mobiele app van Delta Airlines gebruikt, weet Delta op basis van je gps-coördinaten precies waar je bent. Dat opent mogelijkheden. Stel: je zit in een taxi op weg naar de luchthaven en je dreigt je vlucht te missen. Dan kan Delta Airlines jou een berichtje sturen: 'Dag mijnheer Selfslagh, zullen we voor u alvast een plaats reserveren op onze volgende vlucht?' Op die manier is je probleem opgelost nog voor je zelf in de gaten had dat je je vlucht aan het missen was.

"Dat is de klantenservice van de toekomst: ervoor zorgen dat je klanten zo weinig mogelijk moeite moeten doen om klant te zijn."

Wat is je einddoel met Sparkcentral? Eerst nog een paar jaar stevig doorgroeien om je bedrijf nadien voor een vorstelijke hoeveelheid dollars te verkopen?

"Dat is maar één van de mogelijkheden. Een andere optie is dat we Sparkcentral helemaal níét verkopen en in onze sector een succesvol referentiebedrijf worden. Het enige wat we op dit moment willen, is een goed product leveren en onze klanten blij maken. Als we daarin slagen, zullen we daar ooit wel de vruchten van plukken. Maar hoe dan ook zie ik mezelf dit bedrijf geen vijftien jaar meer runnen. Het kan best zijn dat ik ooit een andere CEO aanstel, zelf voorzitter word, een jaar vakantie neem en daarna iets nieuws opstart. Maar nu is het daar nog te vroeg voor."

Sparkcentral bestaat al vijf jaar. Is het niet vreemd om het nog altijd een start-up te noemen? Jullie zijn toch al lang een écht bedrijf?

"Tuurlijk. Maar we zijn geen bedrijf zoals een ander. In mijn woordenboek is een start-up een technologiebedrijf waarin veel geld gepompt wordt om het in een onrealistisch snel tempo te doen groeien. Een beginnend pizzarestaurant of een nieuw boekhoudkantoor is dus geen start-up. Maar Sparkcentral wél. En dat zal nog wel een tijdje zo blijven. We zijn ons product nog volop aan het ontwikkelen, we hebben nog geen schaalbaar bedrijf uitgebouwd, we zijn nog altijd afhankelijk van het kapitaal van onze investeerders. Pas als we echt op eigen benen kunnen staan, zullen we de start-upfase achter de rug hebben. Over een paar jaar, schat ik."

Zijn er momenten waarop jij níét met je bedrijf bezig bent?

"Sparkcentral is mijn leven. Een paar weken geleden heb ik op een zondag om half één 's nachts een uur lang gebeld met een van mijn board members. Ik ben dus geen toonbeeld van onthaasting. (lacht) Alleen als ik kook, lukt het me om mijn gedachten te verzetten. Mijn vriendin en ik wonen sinds kort boven een Whole Foods-supermarkt. Het gebeurt dat ik op zondagochtend om 9 uur op mijn sletsen naar beneden slof, een uur lang in de Whole Foods ga winkelen en nadien in ons appartement uren aan een stuk sta te koken terwijl ik naar Amy Winehouse luister en een fles rode wijn leegdrink. Fantastische momenten zijn dat."

Kestens' eerste investeerders waren de zogenaamde friends, families and fools: mensen uit zijn directe omgeving die in hem geloofden en wat kapitaal op overschot hadden. Voor de tweede investeringsronde sprak hij kleine durfkapitalisten aan: investeerders die een half tot drie miljoen dollar in een bedrijf pompen. Maar tegenwoordig zoekt en vindt hij zijn groeikapitaal in Sand Hill Road: de beroemde street of money in Menlo Park, Californië, waar zowat alle grote venture capitalists hun kantoren hebben. Achttien miljoen dollar praatte hij al uit hun portefeuilles. En dat terwijl hij in het begin niet eens een afgelijnd businessidee had. "Ik had gewoon een probleem geconstateerd en er een oplossing voor bedacht. Al de rest is organisch gegroeid."

Wordt het belang van een businessidee overschat?

"Absoluut. In het begin willen investeerders vooral zien dat je slim bent, dat je een toegewijd team hebt en dat je weet waarover je praat. Je idee maakt op dat moment niet veel uit. Dat is ook logisch: de eerste twee jaar ga je je product toch nog voortdurend aanpassen. Tijdens de eerste zoektocht naar investeerders gaat het maar om twee dingen: a) welk probleem wil je oplossen, en b) ken je de markt waarin je je begeeft?

"Ik zeg altijd: 'Wil je een idee hebben voor een start-up? Ga dan een jaar bij een bank werken, noteer alles waar je je aan ergert en ontwerp vervolgens software om de problemen die je hebt ervaren uit de wereld te helpen.' Met andere woorden: je moet niet op een goddelijke ingeving wachten. Al die wannabe's die zeggen dat ze wel uit de startblokken zullen schieten zodra ze een goed idee hebben, zijn zeveraars. Over twee jaar zijn die gasten nog altijd over hun ideeën aan het lullen. Maar ze doén helemaal niks."

Misschien willen ze zichzelf een ontgoocheling besparen. Jacques Benkoski van US Venture Partners zegt dat hij investeert in één op de duizend start-ups die zich bij hem aanbieden.

"Investeerders proberen hun hit rate zo hoog mogelijk te houden. En dus investeren ze traag en selectief. Uit het enorme aanbod zoeken ze de ondernemers die ze het best kunnen helpen en waar ze ook op persoonlijk gebied een klik mee hebben."

Het vinden van investeerders wordt vaak omschreven als 'het ophalen van kapitaal'. Alsof je gewoon je hand moet openhouden en het geld valt er zomaar in.

"Zo gaat het natuurlijk niet. Fundraising is a tough job. Zeker als je een relatief klein team hebt en je ondertussen ook nog je verkoop op peil moet houden. Om de twee jaar ben ik gedurende vijf maanden 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 bezig met kapitaal te zoeken. En ook buiten die periodes spendeer ik tot 40 procent van mijn tijd aan relaties met investeerders."

Begin vorig jaar verzamelde je 12 miljoen dollar. Je vrienden in Herk-de-Stad moeten gedacht hebben: den Davy is binnen.

(lacht) "Om de een of andere reden denken mensen altijd dat dat geld op mijn persoonlijke rekening gestort wordt, ja. Na mijn eerste investeringsronde dacht mijn familie dat ik miljonair was. Terwijl ik mezelf op dat moment nog niet eens een loon uitbetaalde. Het heeft wellicht te maken met het hoerageroep in de media. Telkens als wij kapitaal ophalen, worden we in de pers overladen met complimenten. Dat is vriendelijk, maar vooral zeer onterecht. Heb jij ooit al een kok gefeliciteerd omdat hij op de markt ingrediëntjes is gaan kopen? Ik dacht het niet. Je geeft hem pas een applaus als hij met die ingrediënten een heerlijke maaltijd heeft bereid. Zo moet het ook bij ons gaan. Kapitaal is maar een middel. Het gaat om wat we ermee doen."

Good point. Wat hebben jullie met die 12 miljoen dollar van vorig jaar gedaan?

"We hebben ons product verbeterd, tachtig mensen aangeworven, een vestiging in Hasselt uit de grond gestampt, een nieuw kantoor in San Francisco bekostigd en ontelbare vliegtuigtickets betaald. Alleen al dit jaar ben ik naar meer dan twintig verschillende landen gereisd om met partners te gaan praten met wie we samen kunnen innoveren. Dat ziet er op mijn Instagram-account heel glamoureus uit, maar geloof me: het is hard werken."

We praten over de economische dominantie van technologiebedrijven, over artificial intelligence en big data management, over de noodzaak van technologisch hoogstaand onderwijs en over het tempo waarin internetbedrijven wetgevende instanties voorbijhollen.

Volgens Kestens worden de gevolgen van de digitalisering van onze samenleving nog vrijwel overal ter wereld onderschat. "De overheid moet zich grondig bezinnen over hoe onze economie straks georganiseerd moet worden. En die denkoefening is dringend: de digitale revolutie gaat jobs die al generaties bestaan, doen verdwijnen."

Gelukkig, zeggen optimistische economen, gaan er ook heel wat nieuwe jobs bijkomen.

"En dat klopt ook. Alleen: het aantal nieuwe jobs zal véél lager zijn dan het aantal jobs dat ophoudt te bestaan. Ik ben ervan overtuigd dat we over tien tot twintig jaar een werkloosheidsgraad van 50 procent zullen hebben. Dat is een waanzinnig hoog percentage. We moeten ons daarop voorbereiden."

Hoe?

"Door een economisch systeem te creëren waarin zo'n hoge werkloosheidsgraad oké is. En dat systeem heeft een naam: het basisinkomen. Als iedereen een gegarandeerd inkomen heeft, is het niet zo erg dat er minder jobs zijn."

Nog los van de vraag of zo'n basisinkomen wel betaalbaar is: veel wetenschappers denken dat het onze ondernemersdrang zal afzwakken.

"Het basisinkomen zal ons net méér vrijheid geven om te ondernemen: mislukken we, dan is dat geen ramp, want we hebben nog altijd ons gewaarborgd loon. Bovendien: zo'n basisinkomen is geen topsalaris. De motivatie om te ondernemen en meer geld te verdienen zal er niet door verdwijnen.

"Ik denk echt dat we het basisinkomen nodig hebben om de digitalisering van onze maatschappij te overleven. Mensen schijnen maar niet te beseffen hoe snel de wereld aan het veranderen is. De meest voorkomende job in Amerika is die van vrachtwagenchauffeur. Wel, straks zijn er alleen nog zelfrijdende vrachtwagens en zijn miljoenen truckchauffeurs werkloos. Ik heb de indruk dat politici ervan uitgaan dat het nog wel een paar decennia zal duren voor het zover is. Maar ze vergissen zich. Uber heeft ook maar een paar jaar nodig gehad om wereldwijd de taximarkt over te nemen."

Eigenlijk zeg je nu wat Peter Hinssen ook zegt: we beseffen als maatschappij nog onvoldoende wat er allemaal op ons afkomt.

"Dat is ook zo. Google bouwt momenteel zelfrijdende auto's die uitgerust zijn met een systeem dat pakjes automatisch tot aan je voordeur brengt. Voor postbedrijven en merken als FedEx is dat een enorme bedreiging. Maar ze hebben het nog niet eens door. Hetzelfde geldt voor telecommaatschappijen. Facebook is vliegtuigen aan het ontwikkelen die er vanuit de lucht voor gaan zorgen dat we overal wifi hebben. Zodra die vliegtuigen operationeel zijn, hebben we geen telecombedrijven meer nodig. Maar ook in die sector zie ik niet echt een sense of urgency ontstaan. Dat is vreemd. Want wat er ook beweerd wordt: technologie is in een razend tempo de wereld aan het veranderen."

In Silicon Valley dromen sommigen al van de dag waarop supercomputers in onze plaats politieke beslissingen gaan nemen. Heeft de democratie haar beste tijd gehad?

"De democratie zoals we die vandaag kennen, doet ons geen eer aan. Ze is namelijk te koop. Politici die genoeg geld hebben om op grote schaal de opinies te beïnvloeden, winnen heel vaak verkiezingen. Zie ook: Donald Trump en Nigel Farage. Allebei hebben ze een fortuin uitgegeven om propaganda te voeren, allebei hebben ze hun verkiezing gewonnen. De meerderheid van de bevolking is namelijk niet opgeleid om hun politieke leugens te doorprikken en is makkelijk te misleiden. Dat moet veranderen. En artificiële intelligentie kan daar misschien een rol in spelen.

"Als onze kunstmatige-intelligentiesystemen in de toekomst nog performanter worden, is het niet uitgesloten dat we hun hulp inroepen bij het nemen van belangrijke maatschappelijke beslissingen. Theoretisch kunnen supercomputers op basis van data uit heel de wereld perfect aangeven welk beleid in de gegeven omstandigheden het beste is. Ze kunnen ongelooflijk ingewikkelde analyses maken, hebben geen last van menselijke tekortkomingen en spelen geen politieke machtsspelletjes. Misschien zijn ze dus wel beter geschikt dan politici om een beleid uit te stippelen dat ons als maatschappij écht doet vooruitgaan."

Denk je echt dat we robots ooit politieke bevoegdheden gaan toekennen?

"Niet meteen, natuurlijk. Maar het is een optie die we niet mogen uitsluiten. Onze democratie is zichzelf aan het uithollen. Ik denk dat we minimaal moeten evolueren naar een technocratie: een overheid gevormd door specialisten, door ministers die in hun domein onbetwiste autoriteiten zijn. En als die experts bij het ontwikkelen van hun beleid geholpen kunnen worden door computersystemen die veel grondiger analyses kunnen maken dan zijzelf: waarom niet?"

Lees alle afleveringen in de reeks 'Fenomenen' op demorgen.be/dossier/fenomenen.

Bio Davy Kestens

-geboren in 1988 in Herk-de-Stad
-studeerde webdesign in Kortrijk
-woont sinds 2011 met vriendin Fedra in San Francisco, Californië
-oprichter en CEO van technologie-start-up Sparkcentral
-haalde al 18 miljoen dollar op bij de venture capitalists van Silicon Valley
-opende onlangs een kantoor in Hasselt en wil binnenkort hetzelfde doen in Hongkong
-bevriend met andere Silicon Valley-Belgen zoals Pieterjan Bouten en Louis Jonckheere van Showpad

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234