Dinsdag 29/11/2022

Het asbestdrama: ze hebben het niet begrepen

Marleen Teugels en Nico Krols zijn free-lance journalisten. Voor Knack en Le Monde Diplomatique schreven ze over de schadelijke gevolgen van asbest en de verantwoordelijkheid van industrie en overheid.

De veroordeling van Eternit schept een belangrijk precedent, maar doet niets af aan de grond van de zaak: levensgevaarlijke stoffen blijven op de markt, zeggen Teugels en Krols.

De onverhoopte veroordeling van Eternit tot het betalen van 250.000 euro aan de nabestaanden van de overleden Françoise Jonckheere is een belangrijk precedent voor België waar de ex-asbestindustrie tot gisteren ongemoeid bleef. Alleen wijst niets erop dat onze samenleving structureel lessen trekt uit deze ramp.

Het proces Jonckheere versus Eternit had nooit moeten plaatsvinden mocht het voorzorgsprincipe zijn toegepast. Het proces toont vooral aan wat er gebeurt als een machtige multinational jarenlang ongehinderd voor de mens gevaarlijke producten op de markt kan blijven gooien. Terwijl in 1966 een Europese aanbeveling al waarschuwde voor de risico's op longvlieskanker, werd de verkoop van asbest in ons land pas in 1998 verboden. In Europa kwam het totaalverbod op asbest er pas in 2005. Dat dit zo lang heeft aangesleept, heeft alles te maken met lobbypraktijken van de voormalige asbestcementreuzen zoals de Belgisch-Zwitserse holding Eternit (nu Etex). De families Emsens (de eigenaars van de multinational in België), en de aandeelhouders, waaronder leden van de oude Belgische adel en topindustriëlen, streken een eeuw lang grote winsten op. De lasten zijn vandaag voor de gemeenschap.

Zware erfenis

West-Europa telt in 2029 een half miljoen asbestdoden door asbestose, long- en longvlieskanker (mesothelioom). Tot de slachtoffers behoren niet alleen asbestarbeiders, maar ook omwonenden van de fabrieken, of mensen die toevallig met asbestvezels in aanraking kwamen. Lang voor asbest verboden werd, waren de gevaren bekend, maar industrie noch overheid greep in. Het asbestdrama illustreert de uitwassen van het grenzeloze en ongebreidelde vooruitgangsoptimisme en het triomferende kapitalisme sinds het midden van de vorige eeuw. De dodelijke rekening die Europa nu gepresenteerd krijgt, toont wat de gevolgen zijn als het voorzorgsprincipe niet wordt toegepast. Het is van belang de impact van nieuwe producten op mens en milieu te testen voor ze op de markt worden gebracht.

Dat de industrie tegen de wetenschap in asbest is blijven commercialiseren, is inmiddels bewezen. In 1966 publiceerde een groep onafhankelijke experts uit de zes landen van de toenmalige Europese Gemeenschappen (België, Duitsland, Frankrijk, Nederland, Italië, Luxemburg) op vraag van de Europese Commissie een lijst aanbevelingen over beroepsziekten. Daarin werden de risico's van asbestblootstelling toegelicht. Naast asbestose wordt gewezen op andere asbestgerelateerde ziekten: longkanker en longvlieskanker bij arbeiders die direct of indirect zijn blootgesteld.

De aanbevelingen werden gepubliceerd in het Publicatieblad van de EEG-Commissie. Exemplaren werden verspreid onder grote bibliotheken, de nationale fondsen voor de beroepsziekten en universiteitsprofessoren aan medische faculteiten.

Toch duurde het tot 2005 eer een totaalverbod in de Europese Unie van kracht werd.

Europa zit met een zware erfenis opgezadeld, maar in vele derdewereldlanden is de asbestnijverheid nog springlevend. Toen het verbod op asbest land na land zijn intrede deed, verkocht de westerse industrie haar machineparken aan derdewereldlanden of sleet er licenties. In Canada is de verkoop van asbestproducten niet toegestaan, maar zelf gaat het wel dapper door met het ontginnen van zijn asbestmijnen en de export hiervan naar het buitenland.

Het asbestdrama bewijst dat een drastische ommezwaai noodzakelijk blijft. Nog altijd worden producten op de markt gegooid zonder dat ze voldoende op de schadelijkheid voor mens en milieu zijn getest. Dat gaat door tot er volledige wetenschappelijke onderbouwing en consensus is over ziekmakende effecten. Zo blijft de industrie gretig gebruik maken van een rist verdachte stoffen zoals brandvertragers, creosoten, ftalaten. Het duurt vaak decennia voor gezondheidsrisico's wetenschappelijk zijn hardgemaakt. De aangerichte schade opruimen is niet altijd mogelijk.

Voor producten op de markt komen, is het noodzakelijk dat ze veilig zijn bevonden voor mens en milieu. Dit voorzorgsprincipe is voorlopig en nog altijd een wensdroom. Van de meer dan honderdduizend chemische stoffen die vandaag op de markt zijn, is maar een fractie - 140 - getest op de impact op mens en milieu. Van de meeste andere is onduidelijk of ze schadelijk zijn of niet.

Ongezien lobbywerk

Met de invoering van Reach had Europa een voortrekkersrol kunnen spelen met een nieuwe regelgeving inzake het gebruik van chemische stoffen. Sinds het in voege treden van Reach is de industrie zelf verantwoordelijk voor het screenen van de impact van chemische stoffen op mens en milieu. Het Europese orgaan heeft onder meer tot doel alleen stoffen op de markt toe te laten als er specifieke data over hun veiligheid beschikbaar zijn (het 'no data-no market'-principe). Reach beoogt ook gevaarlijke stoffen te detecteren, beperken en vervangen door veiliger alternatieven (het substitutieprincipe).

Ongezien lobbywerk van Europese chemiereuzen zoals BASF, hun Amerikaanse broertjes (DuPont, Dow Chemicals) en de Duitse en Amerikaanse regeringen heeft Reach in zijn oorspronkelijke vorm ernstig afgezwakt. Om de beslissingnemers binnen Europa onder druk te zetten, zwaaide de industrie met het immens hoge kostenplaatje van Reach. Zowel het Stockholm Environment Institute in Stockholm als ChemSec, het International Chemical Secretariat, hebben in rapporten opgeroepen behoedzaam met de door de industrie aangereikte cijfers om te gaan waarin de kosten van Reach systematisch worden overschat.

Met de afgezwakte versie van Reach kunnen gevaarlijke stoffen op de markt blijven, ook als veiliger alternatieven voorhanden zijn, terwijl de producenten verantwoordelijkheden blijven ontlopen. De tijd is overrijp om lessen te trekken uit het asbestdrama.

Slachtoffers of hun nabestaanden kunnen het er in België sinds gisteren op wagen meer uit de brand te slepen dan bij het asbestslachtofferfonds en procederen. Mocht het Reach echter bestaan in zijn sterke, initieel bedoelde gedaante dan moeten er op lange termijn en in één beweging in heel Europa een pak minder processen tegen de chemiereuzen gevoerd worden, simpelweg omdat ze geen slachtoffers meer maken.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234