Woensdag 02/12/2020

InterviewMuziek

Het artiestenleven tijdens corona: ‘Wij hebben een góéie zomer gehad. Maar wij willen geen coronagroepje zijn’

Anne-Sophie Ooghe.

De Belgische muziek- en evenementenindustrie, en dus ook haar tachtigduizend werknemers, zit al maanden klem tussen Covid-19 enerzijds en de overheidsmaatregelen tégen Covid-19 anderzijds. Van kastje tot muur: Isolde Lasoen, Johannes Genard (School Is Cool) en Anne-Sophie Ooghe (High Hi) over de willekeur waarmee hun sector en passie wordt lamgelegd.

ISOLDE LASOEN‘Dure tickets, lage gages’

Hier en daar een klein concert met Daan, véél festivals als nieuwe drumster van Absynthe Minded, optredens met haar soloproject Isolde én spelen met haar gloednieuwe jazzband She’s on the Jazz: zo had de zomer van Isolde Lasoen er moeten uitzien. Maar met die laatste formatie is ze niet eens aan spelen toegekomen.

Isolde Lasoen: “Net toen we onze eerste optredens wilden geven, ging het land op slot. Ik herinner me dat nog als een periode van vertwijfeling: ‘Het zal toch niet?’ Het ene moment hoop je nog op een positieve wending, het volgende stort het hele livecircuit als een kaartenhuisje ineen.”

Eind maart coverde je voor Radio 1 ‘We zullen doorgaan’ van Ramses Shaffy. Ben je nog even strijdvaardig als toen?

Lasoen: “In het begin onderging en aanvaardde ik alles heel gelaten. Ik dacht: we zitten als muzikanten allemaal in hetzelfde schuitje, want of je nu Sportpaleizen vulde of het gewend was om in heel kleine clubs te spelen: níémand kon optreden. Maar intussen vrees ik dat níét iedereen gelijk is in deze crisis. De kans is reëel dat het recht van de sterkste heel erg zal gelden wanneer de concertzalen weer opengaan. Gevestigde namen, die een goede ticketverkoop garanderen, zullen voorrang krijgen in de programmatie ten nadele van de groepen uit het middensegment. Ik heb al gehoord van collega’s dat ze de duimen moeten leggen voor grotere namen wanneer ze hun gecancelde concerten willen verplaatsen.”

De voorbije zomer zagen we groepen vaak in een afgeslankte, kostenbesparende bezetting spelen. Absynthe Minded stond als duo, zonder jou, op de Dranouter Zomersessies.

Lasoen: “Intussen heb ik met Absynthe Minded wel al op het podium gestaan van OLT Rivierenhof. Maar dat is inderdaad mijn tweede grote bezorgdheid: dat er ook ongelijkheid is tussen de soloartiesten, die alleen of met een kleine kernbezetting kunnen optreden, en de ‘pure’ muzikanten, die vaak bij verschillende groepen spelen om aan de bak te komen. Ik heb het voor alle duidelijkheid dan niet over mezelf, want bij mijn soloprojecten heb ik zelf de touwtjes in handen. Een luxepositie, al doet het pijn om muzikanten teleur te moeten stellen omdat ze te duur zijn geworden. Ik denk aan mijn trompettist Jo Hermans. Blazers en achtergrondstemmen zijn de kers op de taart van een livebezetting, zij zullen pas als laatste weer gevraagd worden.”

Daan vroeg je meteen voor zijn concerten in triobezetting.

Lasoen: “Ja, hij had ineens een ontembare goesting om te spelen. Ik heb het er met hem ook over gehad: allebei hebben we ons deze hele periode afgevraagd waarom we eigenlijk nog artiesten zijn. Wat ben je nog waard als artiest als je niet artistiek kunt zijn? Als er dan een aanbod komt om te spelen, dan ga je daar gretig op in. Ik heb tot nog toe drie keer opgetreden: één keer solo voor zestig mensen in het park van Maldegem, één keer met Absynthe Minded en één keer met Daan in een openluchttheatertje in Namen.”

Hield jij de voorbije maanden financieel het hoofd boven water?

Lasoen: “Dat lukte. Ik ben voltijds muzikante op zelfstandige basis. Via mijn eenmanszaak kon ik bij inkomensverlies door corona terugvallen op een maandelijks overbruggingsrecht van 1.600 euro, wat overeenkomt met wat ik mezelf normaliter maandelijks uitbetaal uit mijn eenmanszaak.

“Vanaf mei had ik ook wel hier en daar een baantje: op uitnodiging van de stad Oostende muziek spelen in Hotel Marcel bijvoorbeeld, een zomertalkshow van Marcel Vanthilt. Ik herinner me ook nog dat ik in de auto op weg naar Oostende het gevoel had: yes, ik mag gaan werken! Ook dat psychologische aspect is van tel.

“Bands spelen nu ver onder hun normale gage. Sommige vinden het sop de kool niet waard en wachten liever tot ze weer voor volle gages kunnen spelen, maar de meeste doen water bij de wijn, omdat het te zeer kriebelt om te spelen. Maar er zijn ook organisaties – ik noem geen namen – die artiesten uitbuiten en in deze moeilijke tijden de artiest peanuts betalen, terwijl ze wel heel dure tickets verkopen.”

Ik las dat je man Piet Stellamans, die tourmanager is, nergens op kon terugvallen.

Lasoen: “Hij freelancet met dagcontracten en kan nu niet op een werkloosheidsvergoeding of steunmaatregelen rekenen. Gelukkig heeft Flip Kowlier hem deze zomer een paar keer meegevraagd als tourmanager. Corona heeft hem ook gepusht om eindelijk naar buiten te treden met zijn werk als fotograaf (Stellamans verzorgde al platenhoezen voor o.a. Ertebrekers, red.). Via sociale media ging hij zijn foto’s te koop aanbieden, en dat is wonderwel goed uitgedraaid.”

Je liedje ‘Provocateur’ wordt tot in Frankrijk gebruikt in een reclame van koekjesmerk Delacre. Dat spijst ook aardig de kas, neem ik aan?

Lasoen: “De laatste factuur die ik voor de lockdown stuurde, was er één voor een verlenging van het gebruik van die song, ja. Aangezien ik alles zelf doe – ik ben mijn eigen label, manager en publisher – moet ik die reclame-inkomsten bovendien met niemand delen. Een absolute meevaller, waarmee ik ook mijn plaat kon financieren. Ik heb geen put te vullen.”

Vind je de verdubbeling van de capaciteit bij concerten, naar tweehonderd mensen indoor en vierhonderd outdoor, een stap vooruit?

Lasoen: “(resoluut) Neen. Wat wij vragen, is een veilig aantal mensen naargelang de grootte van een zaal of terrein. Tweehonderd mensen in het Sportpaleis, dat is belachelijk. Ik merk dat daar veel onbegrip rond is: ‘Je mag toch blij zijn dat je nu kunt spelen voor tweehonderd mensen?’, vragen mensen me haast verontwaardigd. Maar zie ons niet als verwende nesten. Wat er financieel overschiet van zulke concerten dekt gewoon de kosten niet. Het is niet de artiest op het podium die de opbrengst van de tickets krijgt, hè: ook de band, de geluidscrew, de productiemensen, de zaaluitbater en de organisatoren moeten betaald worden.”

Hebben politici te weinig inzicht in de concertindustrie of zijn ze van kwade wil?

Lasoen: “Ik hoed me ervoor, maar steeds meer krijg ik het gevoel dat dit bepaalde politici goed uitkomt, ja. Is dit wat terugpesten? Voor de kritiek die Jan Jambon (N-VA) als cultuurminister al kreeg uit onze sector voor zijn besparingen? Die indruk ontstaat vooral omdat we zien dat het in andere landen wél kan. In Frankrijk gaan ze weer tot vijfduizend mensen. Als je dat ziet, denk je toch: en wij hier maar ploeteren voor een paar honderd mensen. Frustrerend.”

37 academici en cultuurmakers stelden samen een tienpuntenplan op ‘om het coronavirus beter te trotseren’. Samen met Ellen Schoenaerts was je de enige muzikant die deze ‘dringende vraag om paniekvoetbal te vermijden’ ondertekende. Waarom deed je dat?

Lasoen: “Ik kon me volledig vinden in de inhoud: het is geen militant manifest, het valt geen experts aan, maar het kaart wel enkele scheefgegroeide situaties aan. Het punt over de eenzaam wegkwijnende bejaarden in de woon-zorgcentra vond ik nog het belangrijkste. Het voornaamste signaal dat ik wilde geven, was: geef de mensen toch eens wat zelfbeschikkingsrecht. Meer eigen verantwoordelijkheid lijkt me alleen maar een stimulans om dit vol te houden.”

SCHOOL IS COOL‘Een grote slachting’

Op 6 maart 2020, precies een week vóór de vaderlandse lockdown, bracht Johannes Genard een vierde plaat met School Is Cool uit: het redelijk profetisch getitelde Things That Don’t Go Right.

Het is ook voor School Is Cool een rampjaar. Maar de voorbije weken hebben jullie op de valreep nog een paar optredens kunnen geven.

Johannes Genard: “Ik heb er in augustus ook acht kunnen geven, dat gaf mij toen een gigantische boost. Maar er is nog altijd een enorm verschil met het aantal concerten dat we in normale omstandigheden zouden hebben gespeeld. Bovendien valt met optredens nu geen geld te verdienen. Als je voor maximaal tweehonderd mensen kunt spelen, haal je daar als organisator – en als band – in het beste geval alleen je onkosten uit.

“Met andere woorden: dat er nu überhaupt nog hier en daar concerten georganiseerd worden, gebeurt uit niets dan passie voor muziek. Eigenlijk is het zelfs bijna liefdadigheid, ook van het publiek, want wie nu naar een concert komt kijken, moet daar doorgaans stevig voor neertellen.”

Hoe hard snijdt het in de portefeuille?

Genard: “Zonder corona had School Is Cool op het einde van de festivalzomer zo’n 100.000 euro verdiend: genoeg om onze volgende plaat te kunnen opnemen. Nu hebben we er helemaal niets aan overgehouden, we zullen dat geld ook nooit te zien krijgen, en in de praktijk betekent het ook dat we twee jaar onbetaald werk in onze vorige plaat hebben gestoken.”

Waar zul je het geld voor die volgende plaat nu halen?

Genard: “Dat weet ik dus niet. Op zich staat de technologie ver genoeg om thuis zelf op te nemen, maar voor ons is dat eigenlijk geen optie. We zijn een echte band-band. Onze sound is afhankelijk van samenspel: als we niet samen fysiek in één ruimte staan, klinkt het niet als School Is Cool. En daarvoor heb je een studio en dus geld nodig.

“En ik denk niet dat veel platenlabels snel bereid zullen zijn om daarvoor een pak centen neer te tellen. Er is nul garantie dat de situatie volgend jaar beter zal zijn, en niemand gooit graag geld in een vacuüm.”

In september en oktober staan er nog redelijk veel releases van nieuwe platen ingepland, maar daarna gaapt de grote leegte?

Genard: “Ik weet dat natuurlijk niet zeker. Maar een groot deel van de muzikanten met wie ik heb gepraat, zegt dat hun wordt aangeraden om tot najaar 2021 te wachten met een nieuwe plaat. Of zelfs tot 2022.

“Logisch: vroeger maakte je reclame voor je nieuwe plaat door op te treden, nu maak je reclame voor je optredens door een plaat uit te brengen. Een plaat uitbrengen tijdens een totaalverbod op grote optredens is een beetje nutteloos.”

Welke emotie overheerst? Ben je bang, moe, boos of strijdvaardig?

Genard: “Een mengeling van al die dingen. Aanvankelijk begreep iedereen in de sector voor 100 procent dat er tijdens een wereldwijde pandemie even geen festivals, theatervoorstellingen of andere evenementen konden doorgaan. Alleen was het steeds deprimerender en frustrerender om te merken dat er maandenlang nauwelijks – zeg maar: géén – aandacht naar de cultuur- en evenementensector ging. De overheid heeft veel beslissingen genomen met als voornaamste bedoeling een imago hoog te houden, zo van: ‘Wij pakken het goed aan, we treden streng op tegen het virus!’ Maar intussen werd de cultuursector wel buitenproportioneel hard gekloot.

“Ik heb helemaal niets tegen voetballers, de luchtvaartsector en winkeliers – integendeel, ik heb daar alleen maar sympathie voor, zeker in deze tijden. Maar als je voortdurend ziet dat er met twee maten en gewichten wordt gewerkt, is het moeilijk om níét jaloers te zijn. Terwijl ik jaloezie normaal gezien een heel nutteloze emotie vind.

“Niemand weet hoelang dit nog duurt, maar nu al is duidelijk dat we in de sector één van de grootste slachtingen van de laatste decennia meemaken.”

Pukkelpop-organisator Chokri Mahassine vreesde in augustus ook voor een braindrain in de sector: mensen met jarenlange ervaring zoeken nu noodgedwongen een andere job, waarna ze misschien nooit meer terugkeren.

Genard: “Ja, ik ken ook veel muzikanten die nu panisch een andere job zoeken. Niet dat dat zo gemakkelijk gaat: het zijn overal dire times...

“Zelf mag ik niet klagen. Ik ben de voorbije maanden nog wel gevraagd voor kleine projectjes hier en daar – bijvoorbeeld voor livestreams, in de eerste maanden van de lockdown was dat echt een ding. En dat we deze zomer überhaupt een paar keer hebben kunnen optreden, hoe beperkt ook, is ook al niet niets. De meerderheid van de Belgische muzikanten heeft helemaal níét mogen spelen, hè.

“Ik ben trots én dankbaar dat ik de voorbije tien jaar blijkbaar genoeg mijn stempel heb gedrukt, zodat mensen nu nog aan me denken.”

Je gevoel voor humor is gelukkig nog niet aangetast. Op Facebook schreef je onlangs: ‘Voor de zekerheid zal ik onze volgende plaat de titel World Peace Equality Freedom Losing Weight Good Healthy Cake Sex Wisdom Love geven.’

Genard: “(lacht) Onze laatste plaat, die precies een week voor de lockdown uitkwam, heette Things That Don’t Go Right, en achteraf bekeken was dat akelig accuraat. Ik weet nog dat we vier jaar geleden met z’n allen 2016 al een rampjaar vonden – brexit, Trump, dit en dat – maar 2020 heeft een compleet nieuwe standaard gezet.

“Ik zou niet weten waarom mijn plaattitels profetische krachten zouden hebben, maar ik heb me voorgenomen geen risico's meer te nemen. (lacht)

HIGH HI‘Nummer 1'

Corona kan ook onverwacht positief uitdraaien voor een groep. High Hi, de groep van Anne-Sophie Ooghe, greep in 2014 naast een podiumplaats in Humo’s Rock Rally, maar maakt zes jaar later een onmiskenbare relance.

Jullie plaat Firepool kwam vlak voor de lockdown uit. Ik weet nog dat ik dacht: ai, als dat maar niet de doodssteek wordt voor dit groepje. Maar het draaide helemaal anders uit: de single ‘Daggers’ werd een radiohit op StuBru en Willy.

Anne-Sophie Ooghe: “Ja, wij hadden er zelf ook geen goed oog in. Maar iedereen had wel ineens tijd om naar muziek te luisteren, dat hebben veel groepen – wij ook – gemerkt aan hun Spotify-streams. Het kantelpunt was het grote livestreamconcert dat StuBru organiseerde in het kader van #IkLuisterBelgisch. Na onze passage besloot StuBru om ‘Daggers’ veel te draaien. Drie maanden nadat we die single hadden uitgebracht, vonden ze hem ineens wél goed genoeg. Maar je hoort ons niet klagen, we zijn alleen maar blij met al die aandacht.”

‘Daggers’ stond zelfs een paar weken op nummer 1 in De afrekening, maar werd er onttroond door een andere Rock Rally-band: DIRK. Van een corona battle gesproken.

Ooghe: “Het was even knokken, maar ‘Hit’ is een fantastisch nummer, dus toch een eer om door DIRK. van die eerste plaats te worden gestoten. In die weken dat we op 1 stonden, heb ik behoorlijk wat cava gedronken. (lacht)

Eén van de gevolgen van het radiosucces was dat High Hi op de Zomerbar van Rock Werchter speelde.

Ooghe: “Toch wel een hoogtepuntje. Wij hebben een góéie zomer gekend. Vóór de lockdown kregen we de AB Club niet uitverkocht, nu verkochten we makkelijk een openluchtconcert voor tweehonderd mensen uit. En voor het eerst zagen we het publiek ook onze teksten meezingen: bizar.”

Verdien je er ook wat aan?

Ooghe: “We spelen zelfs voor hogere gages dan we gewend waren voor corona. Uiteraard is dat fijn. Financieel afhankelijk van de muziek zijn we sowieso niet, daarvoor zijn we gewoon bijlange niet groot genoeg. We hebben ook allemaal een gewone job. Ikzelf werk als logopediste. Maar onze plaat hebben we zeker nog niet terugverdiend, daarvoor moeten we toch nog meer spelen.

“Ik mag er niet aan denken op welke festivals we allemaal hadden kunnen staan als ‘Daggers’ het ook zonder corona goed had gedaan. Dan begint het wel wat te steken, ja. Ik hoop ook dat de mensen ons niet zullen vergeten zijn wanneer gewone concerten straks weer mogen. Wij willen vooral geen ‘coronagroepje’ zijn.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234