Vrijdag 19/08/2022

Het andere beloofde land

De Braziliaanse landlozen hebben alle moeite van de wereld om te bewijzen dat ze meer zijn dan een beweginkje van ruraal klootjesvolk

Lode Delputte / foto sebastiao salgado Landloos in Alemanha além Mar

Je land aan projectontwikkelaars kwijtspelen, ongebruikte gronden gaan bezetten, die bezetting na oeverloos getouwtrek legaliseren en dan pas weer aan het werk kunnen: het zal je als boer maar overkomen. Leopoldo Seben, wiens grootouders anderhalve eeuw geleden naar Zuid-Brazilië, Deutschland Übersee, kwamen overgevaren, is een van de talloze sem-terra's, landlozen die in zak en as zitten. Maar aan de horizon gloort hoop, voor boer Seben en zijn vijf miljoen lotgenoten. 'Onze voorouders zullen niet voor niets gekomen zijn.'

De betovergrootouders van Leopoldo Seben zouden het er moeilijk mee hebben: dat hun nazaat anderhalve eeuw later in een schamele hut van takken en bloedheet plasticzeil woont, 370 kilometer van Itá, waar zijn vrouw Clorinda en de drie kinderen op de koeien zijn blijven passen. Hadden de Sebens daarvoor de gevaren van de oceaan getrotseerd? Waren ze daarvoor in dit onherbergzame zuiden van Brazilië ontscheept? Had de regering van het pas onafhankelijk geworden keizerrijk de Sebens niet 48 hectaren land geschonken, veel meer dan het gezin zich in het negentiende-eeuwse Noord-Duitsland ooit had kunnen veroorloven? Want zo eerbaar waren de voorstellen wel: wie meehielp aan de kolonisering van de huidige deelstaten Rio Grande do Sul, Santa Catarina of Paraná, ontsnapte niet alleen aan dreigende landloosheid in het zich industrialiserende Europa, hij kreeg er nog geld, beesten en landbouwwerktuigen bovenop.

Maar dat is lang geleden. Anno 1999 zit Leopoldo Seben, 38 jaar oud en de erfgenaam van een door versnippering teloorgegaan landgoed, in zak en as. Het weinige dat hij bezit, zijn 13 hectaren grond, dreigt hij kwijt te raken. De Sebens, ooit zelfverzekerde pioniers, zijn een eeuw later zo goed als landloos geworden, sem-terra's die het deze keer zonder officiële gulheid moeten stellen, onwennige derdewereldbewoners in een voor de rest in Europese voorspoed zwelgend Rio Grande. "Maar ik zal vechten", maakt Leopoldo zich sterk, "ik zweer dat ik me niet laat doen."

Leopoldo, een man met bloeddoorlopen wangen, rosse stekelharen en handen als kolenschoppen, doet zijn relaas in het afgelegen dorpje Catuípe. Daar bezet hij sinds een zonnige morgen in februari, samen met een driehonderdtal lotgenoten, de Gerasul-terreinen. Gerasul is de geprivatiseerde, door niemand minder dan Tractebel opgekochte elektriciteitsmaatschappij van Zuid-Brazilië. Het bedrijf is op de bovenloop van de Uruguay-rivier een imposant stuwdammenproject aan het afwerken en moet daarom onteigenen - of net niet: Leopoldo mag zijn grond houden, maar van de drie toegangswegen naar zijn boerderij zijn er twee onder water komen te staan. "De zuivelhandelaar aan wie ik mijn melk verkoop, legt nu drie keer zoveel weg af als voorheen, maar land verliezen doe ik niet, dus kan ik een schadevergoeding op mijn buik schrijven. Gerasul heeft me een eiland cadeau gedaan, maar welke boer wil nu een eiland?"

Nee, vond Leopoldo, zo kon het niet verder, de Sebens zouden hun tanden laten zien, hij moest en zou een nieuw stuk grond krijgen. Hij en de andere door Gerasul getroffen landbouwers zochten steun bij de MST, de machtige Braziliaanse beweging van sem-terra's, landloze boeren. "De bezetting van het land, de bouw van de hutten, de onderhandelingen met het elektriciteitsbedrijf: we hadden er niet de minste ervaring mee. Logisch toch dat we een beroep deden op de MST?"

De MST, de Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra, is een nationale protestbeweging die, zich beroepend op artikel 184 van de Braziliaanse grondwet, verwaarloosd land bezet en aan landloze boeren toekent: sinds haar oprichting op 24 januari 1984, enkele jaren na de legendarische bezetting van het onmetelijke Macalli-landgoed, heeft de MST maar liefst honderdzeventigduizend Braziliaanse boerenfamilies aan grond geholpen - en daarmee aan voedsel, aan onderwijs, aan een waardig mensenleven kortom. Vijf miljoen anderen is de wacht aangezegd, gegadigden die in Zuid-Brazilië opvallend vaak naar namen als Staggmeier, Kempf, Klein, Keppler of Penner luisteren. "Veel Duitsers, ja, maar ook Polen, Italianen en Oekraïners. Boeren die van hun eigendom verjaagd zijn, die het tegen een ongunstige prijs hebben moeten verkopen of met wier land niets aan te vangen viel. Hen probeert de sem-terrabeweging te helpen."

Boer Seben heeft erg veel lof voor de MST, maar het wachten in Catuípe is hij beu: "Al vier maanden kom ik niet meer op mijn land. Een onoverkomelijk verlies." Net als zijn lotgenoten probeert Leopoldo zijn dagelijks brood nu maar als boia fria, 'koude prak', te verdienen. Het is het even beruchte als geminachte woord waarmee in Brazilië dagloners worden bestempeld, lui die hun middagmaal om vier uur 's morgens klaarmaken en vele uren later koud opeten. "Helaas, het werkt niet", jammert Leopoldo, "zelfs de kleinste boeren in de buurt moeten geen sem-terra's. Moet ik dan slaaf worden?"

Zoveel is duidelijk: in het land van de landlozen is de keuterboer koning. Aureo Zimmermann, die met zijn vrouw en vier kinderen een bescheiden hoevetje op een boogscheut van het Gerasul-domein runt, ziet de landlozen liever vandaag dan morgen opkrassen. "Ich war ja áuch arm, hab' ja áuch gearbeitet. Die lui denken dat ze alles zomaar kunnen krijgen. Die sind einfach nicht intelligent."

Nauwelijks heeft de kabouterachtige, al wat oudere boer zijn tranen weggeveegd - "Taytschland, kommen sie aus Taytschland? Scheen das sie gekommen sind" - of zijn heimwee naar Duitsland maakt plaats voor onbegrip voor de Gerasul-bezetters. "Zuivere vooringenomenheid", reageert Aureo's 26-jarige dochter Yeta bitsig. "Vader heeft bij de jongste presidentsverkiezingen zelfs voor Cardoso gestemd, de man die Brazilië aan het IMF verkocht heeft en de familiale landbouw verstikt."

Yeta, als landbouwkundig assistente aan de sem-terrabeweging verbonden, ontsteekt in een vurige ideologische discussie met vader Aureo: links versus rechts, jong tegen oud, haveloos tegen gewoon arm. "Je snapt er geen snars van, vader. Klagen dat je geen waar voor je geld krijgt, dat de bank je geen lening geeft, dat het leven zo duur is - terwijl je God nog aan toe voor het groot kapitaal stemt. Als je niet oppast, ben je morgen zelf landloos. Hoe kun je zo onsolidair zijn?"

"Ze wil niet eens Duits leren", verklaart Aureo het dochterlijke onbegrip. "Niemand van haar generatie trouwens, alleen Portugees. Hoe kan ze zo met die sem-terra's dwepen?" De boer troont ons mee naar een zo uit Sleeswijk-Holstein weggeplukte schuur en laat wat hij noemt ein alter Kram zien, een kneuterige kast waaruit hij een eenentwintig delen tellend Meyers Lexicon uit 1907 opdiept, en een in Leipzig gedrukte bijbel met Gotische letters. "Heeft mijn moeder halfweg de Tweede Wereldoorlog in de bijenkorf verstopt, toen Brazilië plots de kant van de geallieerden koos." Tussen gammele ossenspannen en werktuigen uit lang vervlogen tijden komt een ijzeren ton met hakenkruis tevoorschijn. "Een munitiehuls", lacht Aureo hovaardig, er een verhaal aan vastknopend over hoe de Teuto-Brasileiros voor de oorlog openlijk met Hitler flirtten en zich ook in Latijns-Amerika aan het bewapenen waren. "Maar dat is nu voorbij. Darüber mussen wir jetzt schweigen."

Gezwegen wordt er intussen al bij de Zimmermanns. Hooguit laten ze, godsvruchtig en deemoedig, een gezamenlijk luthers gebed aan het middagmaal voorafgaan. "Moge de mens de aarde immer naar 's Heren wil bewerken en haar rijke vruchten laten voortbrengen", prevelt een van Aureo's zonen. "Moge vader snel milder gestemd raken jegens zijn landloze buren", hoor je Yeta erbij denken.

Maar niet alleen de kleine boeren zijn de sem-terra's liever kwijt dan rijk. De Braziliaanse landlozen hebben alle moeite van de wereld om te bewijzen dat ze meer zijn dan een beweginkje van ruraal klootjesvolk - de dunk die de aan een vloedgolf van ongenuanceerd mediageweld blootstaande gemiddelde Braziliaan van de MST heeft, de dunk ook die ervoor zorgde dat België en Brazilië vorig jaar bijna in de diplomatieke clinch gingen, toen de sem-terra's de Prijs voor Ontwikkelingswerk van de Koning Boudewijnstichting in ontvangst mochten nemen. De regering van president Cardoso kon de blijk van internationale erkenning allerminst appreciëren en de affaire zette een domper op het officiële bezoek dat prins Filip even later aan Brazilië bracht.

"En toch", maakt Fátima Heesch een vuist, "hier, in Nova Laranjeiras, houdt het publiek wél van de sem-terra's." Heesch, de achtentwintigjarige dochter van Duitse inwijkelingen die haar geboortestad Blumenau - "de meest Duitse stad van Brazilië" - voor een godvergeten stek in Paraná verruild heeft en er als freelance journaliste aan de slag is, verdedigt de landlozenbeweging door dik en dun. "Zelfs de plaatselijke middenstand zou niet meer zonder kunnen. Sinds enkele honderden families hier een vijftal jaren geleden land verworven hebben, heeft de lokale economie echt een opkikker gekregen." De waard van de herberg waar we koffie drinken, knikt: journalisten, politici en ngo-medewerkers, allemaal trekken ze aan zijn stulp voorbij. "Maar toegegeven, de MST heeft nog onvoldoende aansluiting gevonden bij de maatschappij, de vakbonden, de politiek, de culturele wereld. Die kritiek vind ik terecht."

Fátima Heesch kent de problematiek van de landloosheid door en door en spreekt van een "oud Braziliaans zeer", dat zijn oorsprong vindt in het traditionele grootgrondbezit in het noorden en noordoosten van het land. "Na de afschaffing van de slavernij kwamen de zwarten daar wel vrij, maar daarmee waren ze nog geen zelfstandige landbouwers. Erger nog, velen hadden het ronduit slechter dan vroeger. Loondienst betekende salaris, wat dan weer tot kopen noopte, tot schulden, tot binding aan de baas en tot landloosheid. Sla de Braziliaanse literatuur er maar op na, Graciliano Ramos, Antônio Torres, Machado Assis. Ze staan er vol van."

Niettemin is het noorden van Brazilië het zuiden niet: "Tot aan de militaire machtsgreep van '64 was Paraná een land van kleine boeren, kolonisten uit de migrantengemeenschap. Sindsdien hebben we de groene revolutie gekend - de mechanisering, industrialisering en schaalvergroting van de landbouw. Heel wat boerenfamilies zijn daarbij uit de boot gevallen, een proces dat nog steeds niet tot staan is gebracht. Hun enige alternatief zijn de favela's in Rio of São Paulo, sociale tijdbommen van jewelste." Die tijdbommen proberen de talloze sem-terravrijwilligers te ontmijnen door de gevluchte boeren naar het platteland terug te halen: "Niet eenvoudig, maar het lukt. Alleen brengen sommige sem-terra's typische stadsproblemen mee: drugs, prostitutie, hun dochters van twaalf die zwanger raken. We zitten hier trouwens op een boogscheut van het door de maffia gecontroleerde Paraguay. Landloze Brazilianen zijn gemakkelijke prooien."

Je land aan projectontwikkelaars kwijtspelen, met een honderdtal lotgenoten vreemde gronden gaan bezetten, de bezetting na oeverloos juridisch getouwtrek in overleg met het Nationaal Instituut voor de Landbouwhervorming regulariseren en de grond opnieuw bewerken: het zal je als boer maar overkomen. Acht jaar, tot 1996, heeft Anselmo Friedrich met zijn gezin in een sjofel tentenkamp geslapen. "Landgoed Pontal do Tigre, in Querência do Norte, duizenden hectaren grond waarop niets groeide. Toen we eindelijk onze eigen stek toegekend kregen, dachten we van de problemen verlost te zijn. Maar niets bleek minder waar."

Anselmo Friedrich, wiens grootouders na de Eerste Wereldoorlog uit Pommeren kwamen overgevaren, staat op de zwarte lijst van de Democratische Bond van Rurale Ondernemers (UDR), een organisatie van grote eigenaars die de strijd aanbond met de sem-terra's en er in het speculatief interessante - want waterkrachtrijke - noordwesten van Paraná een klein privé-leger op na houdt. "Pistoleiros zijn het, gewapende en gemaskerde mannen die in gepantserde auto's voorbij komen gereden. Alleen met hun hulp kunnen de grootgrondbezitters hun woede koelen."

Een maand geleden was het weer zover: een cynisch telefoontje om tien uur 's avonds: "Jij wordt de volgende, Friedrich. Mijn baas spreekt jouw naam reuzegraag uit." Anselmo haalt de schouders op, zijn blauwe ogen twinkelen tegen zijn bleke huid en hij trekt zijn rood-groene MST-petje recht: "Ik denk almaar aan de slachting van Eldorado do Carajás, 17 april 1996. Negentien dode sem-terra's, een vijftigtal gewonden. Let op mijn woorden: als we niet opletten, gebeurt het weer. En ook nu zal de straffeloosheid zegevieren."

Net als Leopoldo Seben heeft Anselmo Friedrich het knap lastig. Zijn lijden is hem aan te zien. En toch, aan de horizon gloort hoop. De officiële sem-terrahymne belooft de triomf van het 'vrije vaderland van landarbeiders'. Holle woorden in de wind? Gedateerde retoriek? Niet voor wie het voormalige landgoed van houthandelaar Giacometti in de gemeente Rio Bonito bezoekt. "Laat ons de kilometerteller even op nul zetten", suggereert Elmar Cezimbra, ex-jezuïet, filosoof en MST-coördinator. Een dik halfuur later en schier onbegrensde velden, weiden en bossen verder staat de meter op 37. "27.000 hectaren. Allemaal ex-Giacometti, tot voor drie jaar onbenut braakland, tegenwoordig in handen van landloze boeren, 1.500 gezinnen die over degelijke woningen, een school, medische post en zwembad beschikken. Laat ze maar schamperen dat de MST geen zoden aan de dijk brengt."

'De sem-terra's heten u welkom op de nederzetting Ireno Alves dos Santos', staat het in reuzenletters langs de toegangswegen naar het vroegere landgoed. Meerijden met Elmar Cezimbra betekent de structuur van de MST leren kennen, de aanpak, het professionalisme en de knowhow van de landlozenbeweging: "Vijfendertigduizend kinderen volgen al les in het sem-terrabasisonderwijs. Her en der zijn we landbouwscholen aan het opzetten. Alles kun je er leren: management, technische assistentie, boekhouding en agronomie."

Maar Cezimbra waarschuwt voor individualisme: "Alleen als groep kunnen de landlozen met het grootgrondbezit concurreren. Zaaigoed, meststoffen, landbouwmateriaal: wat de pas gesettelde boeren gezamenlijk aankopen, kopen ze goedkoper. Als ze hun krachten bovendien in een eigen kredietinstelling bundelen en dus niet op de dure interesten van de grote banken terug hoeven te vallen, hebben ze reële kansen om aan de landbouwmarkt deel te nemen. Je kunt niet ontkennen dat onze coöperatieven er stáán."

Het vuur van Cezimbra's progressieve betoog steekt schril af bij de stilte van het weidse landschap. We bevinden ons op de grens van Paraná en Santa Catarina, in het hart van Alemanha além Mar, Deutschland Übersee, de streek van de Oktober- en Bierfeste, van Gasthof Edelweiss, het land ook waar kampdokter Josef Mengele zijn laatste adem heeft uitgeblazen. "Das ist jetzt vorbei", zei boer Zimmermann al.

"Het verleden ligt achter ons", filosofeert ook Elmar Cezimbra. Hij staat hoog op een heuvel, één hand tegen de felle middagzon houdend, de andere over de baard strijkend. Zijn diepliggende ogen turen over de ver aan de einder zinderende landerijen en plantages. "We moeten naar de toekomst kijken. In geen enkel land ter wereld ligt zoveel braakland als bij ons, alleen in Brazilië zijn zoveel sem-terra's op zoek naar land. Zo kan het toch niet verder?" En de Sebens? En de Friedrichsen? "Hun voorouders zullen niet voor niets hierheen gekomen zijn, dat garandeer ik je."

Anselmo Friedrich en Leopoldo Seben wensten niet met hun echte naam genoemd te worden. Wel zijn het allebei Duitse Brazilianen. De projecten van de Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra (MST) lopen in heel Brazilië en worden in het kader van het programma Wereldpartners gesteund door NCOS / 11.11.11.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234