Woensdag 18/05/2022

Het amaterreurnetwerk-Belliraj

Woensdag start in Marokko het proces Belliraj-bis: is een terreurgroep die in 27 jaar tijd zelfs geen klein bommetje kon doen ontploffen die naam wel waardig?

Woensdag zou in het Marokkaanse Salé het proces in beroep moeten starten tegen Abdelkader Belliraj en een 30-tal andere verdachten. Er rijzen nieuwe vragen over de ‘bekentenissen’ waar het dossier grotendeels op steunt. Eén van de verdachten kwam deze week in alle stilte vrij, en spreekt: ‘Ik werd gewurgd tot ik niet meer kon ademen.’door Gert Van Langendonck

In een achterafzaaltje in de Hassan-wijk van Rabat is een bizar allegaartje van politieke activisten bijeen. Het zijn enerzijds militanten van de Parti Socialiste Unifie (PSU), en anderzijds van twee verboden islamitische partijen, de Hizb Oumma en Al-Badil Al-Hadari. Op een tafel staat Marokkaans gebak klaar, want er valt iets te vieren: de thuiskomst van PSU-lid Hamid al-Najibi, de eerste veroordeelde die is vrijgelaten in de ‘affaire-Belliraj’. Wanneer Hamid al-Najibi het woord neemt en vertelt hoe hij op het politiecommissariaat “brutaal en systematisch gefolterd” werd, begint Sakina Kada te snikken. Zij is de vrouw van Abdelhafid Sitri, correspondent van de Hezbollah-zender Al-Manar in Marokko, die zelf tot 20 jaar cel is veroordeeld in de zaak-Belliraj. “Je kan in het vervolg maar beter uitkijken voor wie je de deur opendoet”, zegt ze tegen al-Najibi.

Kada doelt op Abdelkader Belliraj, de Belgische Marokkaan die vorig jaar tot levenslang werd veroordeeld wegens wapensmokkel, het beramen van terroristische aanslagen in Marokko én van zes politieke moorden in Brussel in de jaren tachtig. In dit zaaltje heerst de consensus dat ze allemaal het slachtoffer zijn van Belliraj. Of tenminste: het is dankzij hun associatie met de Belgische ‘superterrorist’ dat de Marokkaanse staat een “geprefabriceerd” dossier heeft kunnen aanleggen tegen de partijen van links en de islamisten. Hamid al-Najibi, een onderwijzer uit Oued Zem, zegt dat hij nog nooit van Belliraj had gehoord toen hij op 19 februari 2008 in zijn huis werd opgehaald door agenten in burger. Hij werd naar het commissariaat in de Maarif-wijk in Casablanca gevoerd, waar hij geblinddoekt werd ondervraagd. Of hij nu van links was of een islamist, wilden ze weten? En of hij zich herinnerde dat hij 7 jaar geleden een man had ontmoet die medicijnen had gebracht voor zijn vader?Nee, dat kon al-Najibi zich echt niet herinneren. Hij had destijds een zieke vader en een broer met een apotheek in de Ribaucourtstraat in Molenbeek die regelmatig geneesmiddelen meegaf met mensen die naar Marokko afreisden. Of een van die mensen Belliraj was geweest, wist al-Najibi niet, maar hij wist het wel zeker toen hij Belliraj in de rechtszaal zag: “Ik had die man nog nooit van mijn leven gezien.” Al-Najibi zegt dat hij op het politiecommissariaat mishandeld is. “Ik werd gewurgd tot ik niet meer kon ademen. Ze wreven hardhandig over mijn beide oren tot ik bijna het bewustzijn verloor: propere foltertechnieken die geen sporen nalaten.” Ook Abdelkader Belliraj heeft verklaard dat hij gefolterd is in het geheim ondervragingscentrum van Temara, een buitenwijk van Rabat. Over Temara, hoofdkwartier van de Marokkaanse geheime politie DST, wordt in tal van rapporten van mensenrechtenorganisaties gezegd dat er inderdaad gefolterd wordt. Hamid Al-Najibi kreeg aan het eind van zijn verhoor een proces-verbaal voorgelegd in een stuk of dertig exemplaren. “Ik heb alleen het eerste exemplaar gelezen”, zegt hij. “Daarin waren al mijn verklaringen netjes opgetekend. Ik dacht dat de andere exemplaren kopieën waren. Ik heb ze allemaal ondertekend.”Op het proces bleek in het pv te staan dat al-Najibi had toegegeven een “linkse islamist” te zijn die de jihad in Marokko nastreefde, en dat hij wel degelijk Belliraj had ontmoet. Al-Najibi onderwijst industriële technologie. Dat maakte van hem de bommenmaker van de groep-Belliraj.

In zijn ‘bekentenissen’ zou Abdelkader Belliraj een ontmoeting met Osama bin Laden hebben geclaimd en ook zes politieke moorden in Brussel (hij trok die bekentenissen later weer in). Niettemin moet het terreurnetwerk dat zijn naam draagt zowat het minst succesvolle uit de geschiedenis zijn. Tot op de dag van vandaag is het er immers niet in geslaagd om ook maar één klein bommetje tot ontploffing te brengen. De meeste waarnemers zijn het erover eens dat de politieke hoofdverdachten - Mohamed Al-Marwani, Mustafa Al-Moatassim en Mohammed Al-Rakala - begin jaren ‘80 effectief droomden van het omverwerpen van de Marokkaanse monarchie. Het waren de nadagen van de Iraanse revolutie van 1979, en vele moslims waren onder de indruk van de manier waarop de sjiieten in Iran de Sjah het nakijken hadden gegeven. Het trio richtte in 1981 de Al-Ikhthiar Al-Islami op, de Islamitische Optie, een clandestiene beweging die een islamitische republiek in Marokko nastreefde. In 1990 vindt volgens de aanklacht een meeting plaats in Tanger, waarop besloten wordt om tot de actie over te gaan. Het is daar dat de naam Belliraj voor het eerst op de proppen kwam: hij zou opdracht hebben gekregen om een gewapende vleugel op te richten. Maar nog steeds verneemt de wereld niets over de Islamitische Optie, zelfs niet nadat Belliraj in 1992 - steeds volgens de aanklacht - een partij machinegeweren Marokko binnensmokkelt.Waarom besluit de Marokkaanse overheid dan in februari 2008 plots dat het vermeende netwerk rond Belliraj de publieke vijand nummer 1 is geworden? Volgens Mohamed Darif, professor politieke wetenschappen aan de universiteit Hassan II van Mohammedia, moeten de arrestaties gezien worden in het licht van wat volgt: het verbreken van de diplomatieke relaties tussen Marokko en Iran in februari 2009. Marokko is al langer als de dood voor het ‘sjiitische gevaar’, zegt Darif. “In 2006 is de sjiitische verzetsbeweging Hezbollah in Libanon als overwinnaar uit de oorlog met Israël gekomen. Hetzelfde jaar komt er voor het eerst een sjiitische regering aan de macht in Irak. Er is de dreiging van een Amerikaanse aanval tegen Iran, en de vrees voor repercussies in de rest van de Arabische wereld. Voor de Marokkaanse autoriteiten was het moment gekomen om de oude dossiers over sjiitische sympathisanten in Marokko af te stoffen. Volgens mij komt de hele affaire-Belliraj hierop neer: men heeft het sjiitische gevaar in Marokko de pas willen afsnijden.” Dat Belliraj de Belgische nationaliteit heeft, kwam mooi uit: nergens in Europa is het sjiisme zo populair als onder de Marokkaanse gemeenschap in Brussel, waar volgens Darif zo'n 20.000 Marokkanen zich tot het sjiisme hebben bekeerd. “Marokko weet dat het sjiitisch proselitisme opgang maakt in Europa, en in Brussel in het bijzonder.” De sjiitische piste klinkt aannemelijk, maar ze verklaart lang niet het enigma Belliraj. De hobbyisten van de Islamitische Optie in Marokko lijken moeilijk te rijmen met de man die voor Abou Nidal zou hebben gemoord in Brussel, en volgens zijn discutabele bekentenis Osama bin Laden zou hebben ontmoet in de week voor de aanslagen van 11 september 2001. Belliraj’s grootste fout, zegt zijn eerste advocaat, Mohamed Ziane, is dat hij zich nooit heeft willen distantiëren van zijn Marokkaanse vrienden. “Ik wilde mijn cliënt vrijpleiten en als dat ten koste van de andere beklaagden ging, kon mij dat eerlijk gezegd niks schelen”, zegt Ziane in Rabat. Maar Belliraj wilde zijn vrienden van weleer niet afvallen; hij wilde een collectieve verdediging voeren. Dat is wat tot de breuk tussen hem en mij heeft geleid.” Zianes plan om Belliraj te verdedigen was eenvoudig. “Ik wilde de rechtbank doen begrijpen dat Belliraj geen crimineel is, maar iemand die zijn land, in casu België, goed gediend heeft, en die aanslagen heeft helpen voorkomen in andere Europese landen. Ja, hij heeft die andere beklaagden gekend, maar hij deelt hun opvattingen niet.” En de moorden in Belgie? “Die zijn destijds toch opgeëist geweest door Palestijnse groeperingen in Libanon? Dan was het toch aan de openbare aanklager om te bewijzen dat dat niet zo was.” Maar Ziane is niet langer de advocaat van Belliraj, en Toufiq Idrissi, die hem verdedigde in eerste aanleg, wil ook niks meer met de man te maken hebben. “Belliraj wil graag de held uithangen”, zegt Idrissi, die ooit door de politie moest worden ontzet toen hij door Belliraj werd aangevallen. “Voor een cliënt die niet luistert, kan ik niks doen."

In beroep wordt Belliraj nu verdedigd door Mohamed Sebbar, die ook optreedt voor een aantal van de politieke beklaagden. “Zijn moraal was goed toen ik hem tien dagen geleden voor het laatst zag”, vertelt Sebbar in een koffiehuis in Rabat. “Hij houdt nog steeds vol dat hij niets te maken had met terroristische groeperingen. Goed, hij heeft Afghanistan bezocht en Irak, maar hij was een Belgisch staatsburger. Het stond hem vrij te gaan waar hij wilde.” “Belliraj droomt van een islamitische staat. Hij heeft met het sjiisme gedweept en ja, hij heeft ook deel uitgemaakt van de Islamitische Optie. Wat ik de rechter wil duidelijk maken, is dat dit allemaal tot het verleden behoort: Marokko heeft grote veranderingen doorgemaakt, en mijn cliënten hebben al lang geleden besloten om hun werk verder te zetten langs wettelijke weg.”Wat Sebbar alvast wil gaan gebruiken, is het onlangs verschenen jaarrapport van de Belgische staatsveiligheid, waarin die stelt dat zij “nooit beschikte over elementen die erop wezen dat (Belliraj en zijn kompanen) betrokken waren bij een of andere terroristische activiteit of over elementen die het mogelijk maakten om een van hen aan de zes moorden te linken die dit netwerk ten laste worden gelegd.” Professor Darif heeft het rapport ook gelezen. “Men kan daaruit opmaken dat België niets heeft gevonden om de betrokkenheid van Belliraj bij die moorden te bevestigen, en dat zet natuurlijk ook alle andere beschuldigingen op de helling.” Maar het is wel een beetje weinig, vindt Darif. “Veel mensen in Marokko hadden verwacht dat België met elementen zou komen om de betrokkenheid van Belliraj bij de zes moorden in België te bewijzen of te weerleggen. Niet omdat hij Belg is, of een Belgisch agent, maar om de eenvoudige reden dat die moorden op Belgisch grondgebied zijn gepleegd. Maar België heeft ervoor gekozen om het stilzwijgen te bewaren. Dat is jammer, want zonder druk van België gaat er geen vooruitgang komen in deze zaak. In die zin is Belliraj momenteel het slachtoffer van het stilzwijgen van België.”Woensdag gaat de zaak-Belliraj opnieuw van start in beroep. Veel meer dan een reünie van de hoofdrolspelers valt niet te verwachten: hele delen van het dossier moeten nog vertaald worden van het Frans naar het Arabisch. Het proces zal dus mogelijk al na enkele minuten worden opgeschort. Dat vertalen is nochtans onzin, vindt advocaat Idrissi. “Iedereen in deze zaak is het Frans machtig. Men wil de zaak gewoon op de lange baan schuiven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234