Zondag 20/06/2021

Het aanstormend talent van de Vlaamse fotografie

Ze leren Swahili om met de mensen die ze

portretteren te kunnen praten, logeren bij wildvreemden in Rusland of richten hun lens op hun skaters-vrienden. De jonge honden van de Vlaamse fotografie volgens ‘oude rotten’ Lieve Blancquaert, Tim Dirven en Stephan Vanfleteren.

“Ik bewonder Griet Hendrickx om haar moed en doorzettingsvermogen. Op eigen kracht en met eigen middelen trok ze naar Oost-Afrika om er de Swahili-cultuur in beeld te brengen. Het leverde prachtige, maar sobere portretten op. Haar beelden zijn soms haast transparant. Ze laat veel licht toe in haar zwart-wit-foto’s en daar is durf voor nodig. Je merkt ook dat ze haar portretten in een sfeer van vertrouwen maakt. De ogen van de mensen die ze voor haar lens haalt, spreken boekdelen.”

ls kind ging ik met mijn ouders nooit verder op reis dan naar de Belgische kust of Frankrijk en toch ben ik een wereldreiziger geworden. Misschien heb ik het wel van mijn dooppeter. Hij heeft de halve wereld rondgereisd en beloofde me als kind: ‘Als je oud genoeg bent, neem ik je mee naar India.’ Hij heeft woord gehouden. Op die reis heb ik mijn eindwerk gemaakt. Het was het begin van alles.

Met mijn foto’s wil ik verhalen vertellen, verhalen over mensen uit andere culturen en hoe zij in het leven staan. Twee jaar geleden was ik in Afrika voor een opdracht voor Oxfam Wereldwinkels. Daar kwam ik iemand tegen die me op het hart drukte naar Lamu te trekken, een eiland aan de kust van Kenia. Ik ontdekte er een fascinerende cultuur die me niet meer losliet. Tweeduizend jaar lang reisden handelsreizigers uit de Arabische wereld en India naar de oostkust van Afrika en vermengden er zich met de lokale bevolking. Er ontstond een heel eigen cultuur en daar zijn de mensen die ik er ontmoette nog steeds erg trots op. Twee jaar lang ben ik verschillende keren teruggekeerd, vaak voor één of meerdere maanden.

Bij mij begint alles met respect. Ik zal nooit zomaar iemand fotograferen op straat of me opdringen aan mensen. In een vismijn in Lamu heb ik gezien hoe toeristen zich vergaapten aan de mensen die er werkten. Alsof ze in de dierentuin waren. Ik heb het daar moeilijk mee. Zelf ben ik dagen aan een stuk om vijf uur ’s morgens naar de mijn getrokken. Die eerste dagen trok ik geen foto’s. Ik praatte met de mensen en won beetje bij beetje hun vertrouwen. Op een bepaald moment moet je dan wel de stap zetten om foto’s te maken en daarvoor moet ik toch steeds een zekere gêne overwinnen. Soms heb ik een haat-liefdeverhouding met mijn vak.

Het klinkt misschien naïef, maar ik wil als fotografe in het strijdperk treden voor een ander Afrika. Ik wil het clichébeeld van armoede en ellende doorbreken en de schoonheid en de trots tonen.

Vaak maak ik statische familieportretten. Daarvoor hoef ik zelf geen verhaal te creëren: de mensen vertellen hun verhaal aan mij. Het zit ’m in de manier waarop ze poseren en in de lens kijken. Zo raakte ik in een dorpje op Zanzibar aan de praat met een oude visser. Hij nam me spontaan mee naar zijn huis, waar ik zijn twee vrouwen ontmoette. In de Swahilicultuur is het niet zo vanzelfsprekend dat mensen ervoor uitkomen polygaam te zijn. Maar die man ging gewoon tussen zijn twee vrouwen staan en liet me foto’s maken.

Licht is het mooiste wat er bestaat. Daarom werk ik haast altijd met natuurlijk licht. Het geeft mijn foto’s letterlijk en figuurlijk een lichtheid mee. Ik hou niet van het dramatische van scherpe contrasten. Ik fotografeer ook het liefst analoog. Dat houdt me scherp. Het moet meteen goed zijn en dat brengt een spanning met zich mee die mijn werk beter maakt. Ik neem ook nooit massa’s beelden. Mensen denken vaak dat ik na zo’n reis van drie maanden met duizenden foto’s terugkom, maar dat is niet zo.

Het liefst van al zou ik constant met eigen, langdurige projecten bezig zijn, maar financieel is dat niet haalbaar. Dus neem ik af en toe opdrachten aan of werk ik een tijdje als grafisch vormgeefster. Ik heb twee jaar lang al mijn geld en energie gestoken in mijn Swahili-project. Het is een passie en blijkbaar heb ik daar veel voor over. Toch vraag ik me soms af of ik dat zal kunnen blijven doen. Ik vrees dat ik niet anders kan. Ik kan niet fotograferen als ik geen band voel met mijn onderwerp.”

“Thomas Sweertvaegher is een skater en fotografeert zijn eigen leefwereld. Te weinig fotografen doen dat. Het zijn zijn vrienden en het is zijn

passie en dat voel je in zijn foto’s. Ik vind dat

ontwapenend. Zijn beelden tonen het ruwe en het heftige van de skaterswereld - het trashen in

hotelkamers, de letsels opgelopen tijdens het

skaten - maar af en toe zit er ook een verrassende zachtheid in.”

k begon als jonge gast te skaten en heb zo de fotografie ontdekt. De foto’s in skatemagazines intrigeerden me en ik begon mijn vrienden in het skatepark in Poperinge te fotograferen. Met een toestelletje van de Aldi (lacht). Met Axel Cruysberghs, de Europese kampioen skaten die ook in Poperinge woonde, kon ik mee naar wedstrijden. Zo leerde ik de skaters steeds beter kennen. Zelf had ik al snel door dat ik nooit de beste skater ter wereld zou worden, maar dat was niet erg. Ik had mijn fototoestel en dat was mijn vrijgeleide om mee te mogen met de echt goeie skaters.

Ik sta nog bijna dagelijks op mijn board. Ik kan niet verklaren waarom, maar ik doe dat simpelweg graag. Het is ook gewoon: samenkomen met je vrienden en je amuseren. Soms gaan we naar Brussel, springen op ons board en zoeken plekken die tof zijn om te skaten. Ik hou van die zoektocht. In skateparken maak ik zelden nog foto’s. Die zijn zo… fake. Voor mij is skaten reizen. Je komt op plaatsen waar andere mensen niet komen. Het is een besloten wereld. Als je zelf geen skater bent, zal je als fotograaf niet snel toegelaten worden. Die geloofwaardigheid is erg belangrijk. Stephan zou niet moeten afkomen (lacht).

In mijn eerste jaren aan de Gentse kunstacademie KASK - ik volg nu het laatste bachelorjaar - verplichtten mijn leraars me om mijn blik te verruimen en ook voor andere onderwerpen te kiezen. Maar het is sterker dan mezelf. Fotograferen wat je kent en waar je door gepassioneerd bent: dat is de enige manier die voor mij werkt. Ik doe het ook voornamelijk voor mezelf. Als ik de mensen een beeld kan geven van het skaten, is dat mooi meegenomen. Maar het is niet mijn doel. Ik documenteer wat ik zelf graag wil zien en terugzien. Natuurlijk is een fotograaf die de armoede in Amerika of de oorlog in Afghanistan vastlegt, maatschappelijk relevanter bezig, maar dat is niet mijn weg. Ik kan mezelf niet dwingen ergens interesse voor te hebben waar ik eigenlijk geen interesse voor heb. Hoe erg het ook klinkt als ik dat zeg.

Op school vertellen ze mij dat ik een romantisch beeld ophang van de skaterswereld. Ik heb dat vroeger nooit beseft, maar het is wel waar. Ik vind dat daar ook niks mis mee is. Skaten is mijn passie en dat kruipt onvermijdelijk in mijn foto’s. Ik bewonder die gasten ook. Het is een harde sport. Echt goede skaters springen tot veertig keer toe van metershoge trappen, ook al vallen ze af en toe. Zelf hou ik het bij één keer springen (lacht).

Het gaat er soms wild aan toe. Zatte nachten, trashen in hotelkamers: het is een deel van de skaterswereld. Zelf ben ik altijd de nuchtere observator. Dat is mijn rol. Het hangt er wel vanaf met wie je op stap bent. Je hebt de professionelen, de sportmannen en je hebt de… tja, de partygasten.

Al van bij het begin fotografeer ik digitaal. Ik begrijp die hele terugkeer naar analoog niet zo goed. Met die zachte retrokleurtjes, gele tintjes en zachte schaduwen lijken al die analoge beelden hard op elkaar. Alsof fotografen geen eigen visuele stijl meer hebben. Al zie ik wel de voordelen voor foto’s van midden- of groot-formaat, waar je elk detail in de beelden kan gebruiken.

Ik ben er nog niet helemaal uit of ik in de toekomst de beste skatefotograaf wil worden of gewoon de beste fotograaf. Maar ik denk dat ik gedoemd ben om een skatefotograaf te blijven. Ik doe het gewoon te graag. Het is ook mogelijk. De Amerikaanse pioniers van destijds maken nog steeds foto’s in de skatewereld.” n

n Griet Hendrickx toont Afrikaanse trots, ontdaan van armoede en ellende. Ze trok doorheen Zanzibar, Ethiopië en Kenia, waar ze culturen en levens in beelden vat.

n Bieke Depoorter trok door Amerika

(2 foto’s uiterst links) en Rusland, waar ze elke avond op zoek ging naar een andere slaapplaats.

n Dromerige beelden van een harde sport. Thomas Sweertvaegher toont ruwe kantjes en schaafwonden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234