Zondag 25/10/2020

Interview

Heroïne gebruiken is niet slechter dan vioolspelen

Beeld Thinkstock

Verslaving? Aan drugs? Het is slechts mythologie, zegt socioloog en 'drugsprofessor' in ruste Peter Cohen, een hardnekkig verzinsel dat onze cultuur in stand houdt. Maar schud eens flink - en het kaartenhuis stort in.

Wacht even. Drugsverslaving, een sprookje? "Ik heb het altijd als socioloog bekeken. In mijn analyse is wat we verslaving noemen gewoon een van de vele bindingen die mensen hebben met allerlei objecten en gedragingen. Met het vaderland. Hun vrouw. De poes. Mahler. En zoals onze cultuur voorschrijft welk voedsel wel of niet koosjer is, zo is het ook met bindingen. Bindingen zijn oké, of ze zijn niet oké. En bindingen met sommige stoffen, die vinden we in onze cultuur niet oké."

Maar het verschil is: niet meer zonder kunnen. Van drugs word je afhankelijk.
"Ja, ja. Die afhankelijkheid bestáát. Maar mensen zijn van zoveel afhankelijk! Van hun baan, hun vrouw, hun kinderen. Mensen raken helemaal in paniek als ze werkloos dreigen te worden. Afhankelijkheid is onze condition normale. En de belangrijkste bindingen in ons leven zijn zó sterk, die zet je niet even uit met een knoppie.

"Daar zijn zelfs therapieën voor. Rouwtherapie! Iemand valt weg, nabestaanden raken in een vreselijke dip, kunnen een tijdje niet meer normaal leven omdat de transformaties die ze moeten ondergaan te plots en te moeilijk zijn. We hebben talloze bindingen die, als ze bedreigd worden, een onprettig gevoel geven, zelfs paniek of ziekte veroorzaken. Denk er maar eens over na. Je zal me gelijk geven."

Een verschil is dat drugs ingrijpen op je hersenen. De stof gijzelt het brein.
'Allemaal mythologisering achteraf. Zie je wel, de verslaving bestaat echt! Je kunt het zien in de hersenen! Maar wie veel hardloopt of verliefd is, ondergaat óók veranderingen in het brein. Het diepere probleem is dat de wetenschappelijke kennisproductie bijna volledig in dienst staat van het paradigma dat drugs onacceptabel zijn. Dus hebben alle onderzoeksvragen te maken met: genezen van verslaving, waar zit verslaving in de hersenen, enzovoorts. Allemaal pathologiserend onderzoek, dat bevestigend werkt voor de vooronderstelling van waaruit het is opgezet.'

Het was gaande de jaren zeventig toen Peter Cohen (1942) in de ban raakte van het drugsonderzoek. De maatschappij deinde nog na op de vrijheidsgolven van de jaren zestig, uit de radio's klonk psychedelische muziek en Cohen, organisatiesocioloog aan de Universiteit van Amsterdam toen nog, zag om zich heen iets dat eigenlijk helemaal niet hoort te bestaan: heel normale mensen die drugs gebruikten. 'In New York kende ik een groepje verpleegsters, ontzaglijk leuke meiden. En die gebruikten allemaal heroïne als ze uit gingen. Zo leerde ik dat stoffen waar je alleen maar de meest krankzinnige negatieve verhalen over hoorde, door totaal geïntegreerde, productieve mensen gewoon werden gebruikt.'

Er gebeurde meer, in die jaren. In Canada ontdekte psychologiehoogleraar Bruce Alexander dat aan cocaïne verslaafd gemaakte ratten hun drugsgebruik spontaan en kennelijk zonder veel ontwenningsverschijnselen opgaven, als je ze verhuisde naar een ruimere kooi met lekker voedsel, voldoende speelgoed en volop gezelschap. Kennelijk was niet de stof, maar de kwaliteit van de kooi doorslaggevend voor het cocaïnegebruik.

In de VS documenteerde een team onder leiding van sociologe en epidemiologe Lee Robins iets soortgelijks bij mensen. Veteranen die in Vietnam verslaafd waren geraakt aan heroïne, bleken bij terugkeer 19 van de 20 keer spontaan en zonder problemen te stoppen. Het ging allemaal lijnrecht in tegen het dogma van de willoze verslaafde die is overgeleverd aan zijn drug.

Ketterse vragen, begonnen bij Cohen op te komen. Is de klassieke junk soms de uitzondering, een bijzonder soort gebruiker met een hele trits problemen, waarvan de drug er maar één is? Wie zijn de 'gewone' recreatieve druggebruikers eigenlijk? Waarom gebruiken ze wat ze gebruiken? En waarom doet iedereen er eigenlijk zo moeilijk over?

'We hebben fantastisch onderzoek kunnen doen, uniek in de wereld', zegt Cohen nu, ruim dertig jaar later. 'Met Craig Reinarman (hoogleraar sociologie aan de universiteit van Californië in Santa Cruz, red.) hebben we het enige onderzoek gedaan dat er bestáát onder een willekeurige steekproef cannabisgebruikers. Met cocaïne en amfetamine hebben we dat ook geprobeerd.'

Wat leverde dat zoal voor inzichten op?
'We leerden hoe heel normale, geïntegreerde mensen hun drugsgebruik hebben vervlochten in hun levensstijl. En waarom ze ermee ophouden. Een van de kernbevindingen is dat veruit het meeste druggebruik vanzelf stopt als de levensstijl van de gebruiker verandert. Dat gaat niet van de ene op de andere dag.

'Maar als mensen trouwen, een baan en kinderen krijgen, zie je het theaterbezoek toenemen en het cafébezoek en het druggebruik dalen. Logisch, want als je 's ochtends de kinderen naar het dagverblijf moet brengen, kun je de avond ervoor niet een paar lijnen coke snuiven om een nacht door te gaan. Waarom houden mensen in Amsterdam gemiddeld rond hun 30ste, 33ste levensjaar op met cannabis? Simpel: dan krijgen ze kinderen.'

Een andere opvallende bevinding was dat er ook veel volwassenen zijn die soms drugs gebruiken.
'Er kwamen heel andere gemiddelde leeftijden uit ons onderzoek. Wanneer heb je voor het eerst cannabis gebruikt? Wij vonden: bijna 21 jaar. Omdat er veel ouderen zijn die op latere leeftijd beginnen, die het ook wel eens willen meemaken. Maar als je, zoals de meeste anderen, goedkoop onderzoek doet met een vragenlijstje in een klas op school, dan vind je een gemiddelde van rond 14,3 jaar. Nogal logisch: mensen ouder dan 18 zitten niet in je steekproef. In bijvoorbeeld Zweden, waar ze heel prohibitionistisch zijn, wil men niets liever dan onderzoekjes op scholen doen. Zodat men kan zeggen: kijk eens, de leeftijd van cannabisgebruik is weer gedaald, van - ik noem wat - 14,3 naar 14,1 jaar!

'Zo zie je hoe de ideologische preambule het onderzoek inkleurt. We wilden eens onderzoeken waarom mensen xtc gebruiken. Want in de jaren tachtig hoorde je opeens overal: xtc, dát moet je proberen! Dus wilden we dat documenteren: wat denken mensen daarbij, wat trekt ze aan? Maar daar kregen we geen geld voor. Veel te gevaarlijk als je de positieve aspecten van xtc ging opschrijven! Er ligt magisch denken aan zoiets ten grondslag. Je mag er vooral niet over praten.'

Waarom eigenlijk niet? Wat zit onze cultuur zo dwars aan deze stoffen?
'Ik denk dat we in onze cultuur bindingen niet koosjer noemen die in strijd zijn met wat wij het belangrijkste vinden: maatschappelijke productiviteit. Alle levensstijlen die daarmee in strijd zijn, zijn in het moderne jargon al snel ziekelijk.

'Er speelt nog iets. Onze cultuur bestaat bij gratie van het ideaal van persoonlijke onafhankelijkheid. Dat is ontstaan tijdens de Verlichting, en de Reformatie heeft het nog eens aangedikt: het individu werd uitgevonden, je ging zélf bidden tot god, in plaats van via een priester. Daarna moesten de slaven bevrijd worden, de koloniën, de arbeiders. Je moet vrij zijn! Dat heeft natuurlijk allerlei positieve aspecten, maar ons verslavingsdenken is de keerzijde: dan ben je niet onafhankelijk genoeg. Die heel stevige banden die mensen hebben worden dan al snel gezien als strijdig met ons ideaal van persoonlijke autonomie. Zo leidt de moraliteit van individualisme in zijn overshoot tot het pathologiseren van bepaalde banden.'

Je kunt niet meer zonder. Je bent 'verslaafd'.
'Precies. Verslaving noemen we datgene wat onze cultuur pathologiseert. Als je afhankelijk bent van de heroïne, dan is dat verkeerd. Maar als je afhankelijk bent van je viool, of van je baan: dat is gewoon.'

Toch zijn er ook genoeg mensen die doodgaan aan hun drugsgebruik. Acteur Philip Seymour Hoffman was een genormaliseerde druggebruiker, maar overleed toch aan een overdosis heroïne en cocaïne.
'Echt genormaliseerd heroïnegebruik komt in onze cultuur bijna niet voor. En overdoseren is een verschrikkelijk gevolg daarvan. Het is een effect van de onduidelijkheid over de zuiverheid van de stof. We zouden het ook niet accepteren als er opeens methylalcohol in ons pilsje zat (een giftige stof uit onder meer brandspiritus, red.). Of dat je een pilsje drinkt en er zit plotseling 90 procent alcohol in. De illegaliteit maakt stoffen gevaarlijk.

'Ik ben altijd fel tegenstander geweest van het medisch perspectief op levensstijlen. Als ik een levensstijl heb die in mijn cultuur als ongezond wordt beschouwd, moet ik er dan mee ophouden? Dat moet ik toch zelf weten? Als ik motor wil rijden, wordt de kans groter dat ik omkom in het verkeer. Maar dat is toch mijn verantwoordelijkheid? Mij kan het niks schelen, dood ga ik toch.'

Peter CohenBeeld Universiteit van Amsterdam

73 jaar is hij inmiddels, al jaren met pensioen. Het instituut voor drugsonderzoek CEDRO dat hij aan de Universiteit van Amsterdam leidde, is opgeheven; een website met publicaties is alles wat resteert. Cohen zelf duikt hier en daar nog op: een interview met de blowersbelangenvereniging VOC, een reactie onder een stuk van The New York Times, een tirade tegen het zionisme in The Huffington Post. Hij pendelt heen en weer tussen zijn huis in Frankrijk en zijn appartement in Amsterdam, heeft een vriendin en een hond, moet na het interview zijn kleinkind afhalen.

Daags voordat ik hem ontmoet, mailt hij een van zijn recentste publicaties: een speech die hij hield op het Rotomtom-muziekfestival in Italië, dat zich voor de rechter moest verantwoorden wegens het 'faciliteren van het gebruik van verboden middelen'. Fel trekt de drugsprofessor van leer: het moderne drugsbeleid is 'achterlijk', 'erger dan dom', 'gebaseerd op nonsens, magie en bijgeloof'. In gedachten zie je hem staan, bevlogen grijze man voor een zonnig veldje vol half geïnteresseerde jongeren (later legt hij uit dat de bijeenkomst gewoon in een congreszaaltje was).

Een beetje droevig is het eerlijk gezegd ook. Zo marginaal.
'Ja, het is volstrekt marginaal. Ikzelf betreur dat overigens niet. Ik begrijp dat het een consequentie is van de positie die ik heb gekozen.'

Hoe moet de wereld straks verder zonder uw kijk op het geheel?
'Dat weet ik ook niet. Elke onderzoeker aan een universiteit moet geld binnenhalen voor onderzoek. En met stellingen zoals die van mij krijg je geen eurocent. Dat is best zorgwekkend. We kunnen niet anders gaan denken over drugs, omdat de kennisproductie niet bijdraagt aan het herzien van onze meningen. Het is allemaal onderdeel van dezelfde machine. Een machine die alleen maar dit soort onzin oplevert. Als je slechts de kerk hebt als kennismachine, dan komt er alleen maar theologie uit, geen evolutieleer.'

Maar toch. Uw inzichten wil je eigenlijk van de daken schreeuwen.
'Ach ja. Ik zeg altijd: de rol van Don Quichot is voor mij niet weggelegd. Ik heb mijn bijdrage geleverd. Ik heb een heleboel gedaan en geschreven; wie dat wil, kan het lezen. Ik kan ook niet zoveel méér zeggen dan ik al heb gedaan. Mijn stuk over verslaving is in drie, vier talen beschikbaar. Maar de institutionele wereld die met kennis omgaat, kan dit soort kennis niet absorberen. En wil dat niet. Dus is er geen wetenschappelijke discussie op het gebied van drugs. Niet in de sociologie, niet in de medische wetenschap en niet in de neurologie. Het is allemaal liturgie, steeds een herhaling van hetzelfde. En wat de duw zal geven naar wat anders - ik heb geen idee.'

'IN KRINGEN VAN KRITISCHE DENKERS WORDT PETER BEJUBELD'

Hoe ongewoon en tegendraads de boodschap van Peter Cohen soms ook overkomt - een eenling is hij allerminst. 'Hij was zijn tijd ver vooruit', zegt hoogleraar criminologie Tom Decorte (Universiteit Gent). 'In kringen van kritische denkers wordt hij bejubeld', aldus hoogleraar criminologie Dirk Korf (Universiteit van Amsterdam).

Korf en Decorte kwamen met Cohen in aanraking nadat ze 'tropenjaren beleefden' (Korf) en 'vastliepen' (Decorte) als drugshulpverleners. Korf: 'Hij begreep dat cokegebruikers niet alleen de junks op straat zijn, en wilde dat onderzoeken. Daarin was hij echt trendzetter.'

'Zijn grote verdienste is dat hij andere onderzoekers, maar ook beleidsmakers en hulpverleners, de ogen heeft geopend: onze blik is vertekend doordat we onze kijk baseren op maar één soort druggebruikers', zegt Decorte. 'Dus ging hij op zoek naar druggebruikers buiten de traditionele kanalen van de hulpverlening en de criminaliteit. Vanuit het besef dat je een heel ander beeld krijgt als je niet alleen degenen opzoekt die in het zoeklicht van de systemen komen. Wie er goed naar kijkt, ontkomt er niet aan dat verslaving een buitengewoon rekbaar begrip is. Terecht vraagt Peter zich af: op welke empirische realiteit slaat het dan nog?'

'Hij is internationaal bekender dan in Nederland. Gek eigenlijk', zegt Korf. 'En ja, hij is de man van het prikkelende tegengeluid. Dat er dan controverses ontstaan, daar geniet hij van.'

Huib Mansvelder, hoogleraar neurofysiologie aan de VU en beoefenaar van het door Cohen zo verfoeide 'medicaliserende' drugsonderzoek naar verslaving en het brein, kent Cohens oeuvre slechts zijdelings, maar wijst erop dat het bij wetenschappers inmiddels bekend is dat er grote verschillen zijn in 'de gevoeligheid om verslaafd te raken en de mate van verslaving', zoals hij zegt. 'Bij experimenten bij proefdieren zie je dat 10, 20 procent van de dieren valt voor cocaïne. De rest houdt er gewoon weer mee op.'

Veel verder gaat Mansvelder echter niet met Cohen mee. 'Verslaving is een groot probleem voor verslaafden, gebaseerd op werkelijke veranderingen in de hersenen die optreden door drugsgebruik. En blootstelling aan een verslavende stof verhoogt de kans behoorlijk dat een individu werkelijk verslaafd raakt. Niet iets om pubers mee te laten experimenteren.'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234