Maandag 24/01/2022

Herman Goldstine (1913-2004) Grondlegger van de moderne computer

Herman Goldstine was een van de vijf grondleggers van de moderne computer. Volgens Goldstine is de uitvinding van het wonderbare apparaat voor een groot deel te danken aan zijn toevallige ontmoeting met het wiskundig genie John von Neumann, in de zomer van 1944 op een treinperron in Aberdeen, Maryland.

Toen Goldstine Von Neumann vertelde over het computerproject waaraan hij werkte aan de universiteit van Pennsylvania, 'werd de ontspannen en lichtvoetige sfeer van het gesprek die van een mondeling examen voor een doctoraat in de wiskunde'. Vervolgens begon Von Neumann te werken met leden van het computerproject en in juni 1945 schreef hij het 'Edvac Rapport', de blauwdruk waarop tot vandaag bijna alle computers gebaseerd zijn.

Herman Heine Goldstine werd in 1913 in Chicago geboren als zoon van een advocaat. In 1933 studeerde hij af als wiskundige aan de universiteit van Chicago, waar hij in 1936 doctoreerde. De volgende drie jaar werkte hij als onderzoeksassistent voor Gilbert Bliss, een autoriteit in de wiskundige theorie van de uitwendige ballistiek. Uitwendige ballistiek is de wetenschap van de kogelbanen en won aan belang in de Eerste en vooral de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1939 gaf Goldstine les aan de universiteit van Michigan.

In juli 1942 werd hij opgeroepen en als luitenant ondergebracht in het Ballistics Research Laboratory (BRL, Ballistisch Onderzoekslaboratorium) van Aberdeen Proving Ground, Maryland. Aberdeen moest erop toezien dat wapens doeltreffend werden ingezet in het theater van de oorlog. De artillerie had een bereik van meerdere kilometers en moest daarom uiterst precies worden gericht. Daarbij werd gebruikgemaakt van een reeks vuurtabellen om de juiste hoogte en azimut te bepalen voor een bepaald doelwit en onder bepaalde omgevingsomstandigheden. Die tabellen werden berekend door de BRL aan de hand van de allerbeste mechanische uitrusting en een team van een honderdtal vrouwelijke 'computers' die de rekenmachines bedienden.

Het menselijke computerteam stond onder toezicht van de wiskundige Adele Katz, met wie Goldstine in 1941 huwde. Het BRL had ook het bevel over de computervoorzieningen van de Moore School of Electrical Engineering aan de universiteit van Pennsylvania. Tijdens de oorlog fungeerde Goldstine als link tussen de twee organisaties. Die combinatie van middelen bleek nog steeds ontoereikend voor de grote berekeningen.

Een medewerker van de Moore School, John W. Mauchly, had de bouw van een elektronische computer voorgesteld die duizend keer sneller zou zijn dan de bestaande mechanische toestellen. Velen vonden dat een onbezonnen plan met weinig kans op slagen, maar Goldstine zocht geld bij het leger. Eind 1945 werd de machine uiteindelijk geproduceerd; de Eniac (Electronic Numerical Integrator and Calculator) werd 's werelds eerste elektronische wiskundige computer.

Het was meteen duidelijk dat de Eniac verschillende grote ontwerpfouten bevatte. Het programmeren van de gigantische machine van 30 ton met 18.000 elektronische verbindingen, nam verscheidene dagen in beslag en het toestel kon slechts 20 getallen onthouden. Er werd een studiegroep opgericht voor een verbeterde versie, de Edvac (Electronic Discrete Variable Automatic Computer), met onder meer Goldstine, Mauchly, J. Presper Eckert (de belangrijkste ingenieur van Eniac) en Arthur Burks (een wiskundige logicus). Ook John von Neumann werkte korte tijd bij de groep.

In juni 1945 schreef von Neumann de kladversie van het 'Edvac Rapport', de basis van het nieuwe computermodel en uiteindelijk van de wereldwijde computerindustrie. Von Neumann was de enige auteur van het rapport en had een ijzersterke reputatie als Amerika's meest vooraanstaande wiskundige. Daardoor overschaduwde hij de bijdragen van de andere groepsleden. Eckert en Mauchly waren verontwaardigd.

Aan het einde van de oorlog viel de groep uit elkaar door die spanningen. Eckert en Mauchly stichtten een computerbedrijf, dat uitgroeide tot Unisys Corporation is. Neumann, Goldstine en Burks ontwikkelden een computer in een academische omgeving bij het Institute for Advanced Study (IAS) van de universiteit van Princeton. Goldstine werd er assistent-directeur van het computerproject en promoveerde in 1954 tot directeur. Samen met Neumann schreef hij meerdere rapporten waarmee hij de basis van de computerprogrammatie legde.

De IAS-computer had een belangrijke invloed op de eerste computers van IBM, waar Neumann werkte als consultant. Na de dood van Neumann in 1958 en het einde van het IAS computerproject richtte Goldstine het Mathematical Sciences Department op in het Watson Research Center van IBM in Yorktown Heights, New York. Hij verzorgde er onder meer de relaties tussen de onderzoekers van IBM en de academici. In 1969 werd hij adviseur van de onderzoeksdirecteur en een IBM Fellow, de meest prestigieuze technische onderscheiding binnen het bedrijf.

Goldstine kreeg interesse in de geschiedenis van computers en wiskunde. Zijn belangrijkste boek is het persoonlijke verslag van de gebeurtenissen die leidden tot de uitvinding van de computer in de Moore School: The Computer: from Pascal to Von Neumann (1972, De computer: van Pascal tot Von Neumann). Met die ondertitel verwijst hij naar de cruciale rol van Von Neumann in de ontwikkeling van de computer.

Hij was al een tijdje met pensioen toen hij in 1984 algemeen directeur werd van de American Philosophical Society (Amerikaanse Filosofische Vereniging) in Philadelphia, de oudste Amerikaanse wetenschappelijke vereniging. Zijn wetenschappelijke reputatie trok prestigieuze bezoekers en sprekers aan, en hijzelf bleef artikels en boeken publiceren. Hij kreeg verscheidene medailles en onderscheidingen, waaronder de National Medal of Science in 1985, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Amerika.

The Independent / Martin Campbell-Kelly

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234