Maandag 14/06/2021

'Herkenbaarheid interesseert me geen biet'

Om historische of familieromans geeft ze niks: te veel personages, te veel psychologie. Nee, voor Charlotte Mutsaers geen uitgewerkte karakterspecificaties. 'Research, ik? Nee, dat laat ik over aan de wetenschap.'

Twintig jaar geleden, tijdens een wandeltocht door de heuvels van Bourgondië, belandden Charlotte Mutsaers en haar man in een gehucht, ver van alles weg. Het was net een nestje dat was uitgegraven in het bos, met niet meer dan twaalf huizen. Toen bleek dat er een huis te koop stond, twijfelden ze geen minuut.

Sindsdien zitten ze elk jaar ruim drie zomerse maanden achtereen op het Franse platteland. Daarna heeft Mutsaers weer zin in het stadse leven van Amsterdam; zelfs haar hond krijgt trek om weer lekker op de Nieuwendijk te snaaien. Ze vertrekken met de zwaluwen en keren met de zwaluwen terug.

Mutsaers stuurt me een foto van het huis: het toont een idylle die het meest doet denken aan de Gouw, het land van herkomst van de Hobbits. Een vogelbadje in de tuin maakt de romantiek compleet. Zelf zal ik het fraaie tafereel niet met eigen ogen zien - met het openbaar vervoer was ik een volle dag onderweg geweest. We zitten beiden achter ons toetsenbord, een gesprek dat uiteindelijk weken zal duren.

In haar e-mails antwoordt Mutsaers met humor, toeschietelijkheid en precisie. Zo schept ze ook haar personages, die ze sinds het verschijnen van Het circus van de geest (1983) de wereld instuurt - daar nog in beeld, maar later ook in woorden. Het zijn vaak figuren die zich verzetten tegen de middelmaat, die al het ongewone uit het leven wil verbannen.

Zelf verzet Mutsaers zich tegen de conventies van de kunst. Die zijn kunstvijandig, obstakels voor iemands eigenheid. Het ergert haar als ze ergens leest: het romanpersonage is goed uitgewerkt. Want voor Mutsaers draait kunst juist om vormgegeven eigenheid: "Qua aard is kunst per definitie onconventioneel. Een kunstenaar moet zich vooral niet met vaststaande paradigmata inlaten. Hij moet die juist te lijf."

Hoe moet een schrijver dat doen?

"Vorm en eigenheid zijn de twee punten waarom het in de kunst draait. Maar je moet die twee niet van elkaar losmaken: het is niet vorm óf vent, stijl óf persoon, het is vorm én vent!

"Hetzelfde geldt voor het romanpersonage. Dat staat op zichzelf maar is bovenal de schepping van de schrijver. Termen als 'goed uitgewerkt' hebben daar weinig mee te maken. Dat is jargon van de Schrijversvakschool, levensgevaarlijk. Want hoezo 'uitgewerkt'? Het lijkt dan net of je volgens een vaststaand recept een karakter bedenkt en dat zo goed mogelijk gaat invullen. Waar blijft de eigenheid dan?

"Een zogeheten flat character kan bovendien net zo overtuigend zijn als een round character. Bij een term als 'uitwerken' denk ik aan psychologie, aan voorspelbaarheid, aan pogingen om het personage begrijpelijk en herkenbaar maken. Maar juist herkenbaarheid interesseert mij geen biet. Anders schreef ik wel over gezinnen met kinderen, terwijl het in een roman ook prima zonder kan. Het gaat mij om het Vreemde, het Andere, het Ongeziene. Herman Koch is een van de weinigen die het lukt om dat te combineren met gezinssituaties."

Het succes van Koetsier Herfst bewijst wellicht wel dat het Andere minstens zoveel aanhang heeft als romans over gezinnen met kinderen.

"Ja, dat was een complete verrassing! Over geen enkele roman ben ik zó vaak op straat aangesproken, en vooral door hippe homo's van een jaar of veertig. Een unieke ervaring. Een van hen zei me: 'In feite ben jij qua aard en aanleg gay, anders had je never nooit types als Maurice en Freddy in het leven kunnen roepen.' Zelden een groter compliment gehad!"

Bieden jouw personages misschien troost aan je lezers doordat daarmee hun eigenheid wordt gehonoreerd?

"Dat valt te hopen, want op hun beurt troosten die mensen mij natuurlijk ook met hun enthousiaste commentaren. Voor wat hoort wat."

Ben jij zelf weleens getroost door een romanpersonage?

"Eerlijk gezegd: nee. Als ik al troost van een roman onderga, komt die steevast van de schrijver zelf. Hij en niemand anders is het tenslotte die mij door zijn gekozen vorm en problematiek heeft weten te raken. Ik kan me ook maar heel weinig namen van romanpersonages herinneren. Fran uit De man die zijn haar kort liet knippen van Johan Daisne, Hergés Bobbie en Kuifje, en Hans Castorp en Lodovico Settembrini uit De toverberg van Thomas Mann vormen daarop een uitzondering. Maar die boeken heb ik dan ook stukgelezen."

Denk je dat je zelf ook een schrijver bent aan wiers eigenheid lezers zich hechten, meer nog dan aan je personages?

"Dat zou kunnen. Uiteindelijk is het belangrijkste personage van een geslaagde roman de schrijver zelf en als het schrijven lukt, komt die vanzelf om de hoek kijken. In mijn boeken hebben de personages in zekere zin een dienende taak. Het zijn een soort knechten. Daarmee bedoel ik niets negatiefs. Ik bedoel dat het in de eerste plaats fictieve spreekbuizen zijn die mijn wereldbeeld uitdragen. De bijfiguren mogen die spreekbuizen dan op hun manier aanjagen. Daarin schuilt voor mij ook het plezier van het schrijven van dialogen.

"Handelingen zijn uiteraard even belangrijk want die spreken niet minder. En laten we de non-handelingen niet vergeten. Wat zegt het personage en waarover houdt het zijn mond, wat doet het en wat laat het achterwege."

Is er iets wat jouw personages met elkaar verbindt?

"Dat is zowel de zijlijn als het polemische. Of zoals Cortázar dat noemt: de overkant van de straat. Ik ben in vele opzichten een outsider. Maar vergis je niet. Ook outsiders zijn soms zeer gezellig. Ze trappen wel graag tegen van alles aan maar ze houden ook van een bruisend glas champagne."

Je zei eerder dat een flat character net zo overtuigend kan zijn als een round character. Hoe dan?

"Om een voorbeeld te geven uit mijn eigen werk: jaren geleden heb ik een strip gemaakt met de titel Mijnheer Donselaer zoekt een vrouw. Deze Donselaer is nog steeds een van mijn favoriete personages. Hij wordt hoofdzakelijk getypeerd door zijn naam, door het feit dat hij met vier wenkbrauwen is geboren en doordat hij vergeefs op zoek is naar een gade.

"Dat is het concept, meer niet. Daar zou je dus met recht kunnen spreken van een flat character. Maar zonder geïnformeerd te worden over wat deze Donselaer nu precies in het leven doet, waaruit zijn verleden bestaat, hoe oud hij is, wat voor boeken hij leest, tot welke kring hij behoort etcetera, werden er toch heel wat mensen door hem geraakt. Blijkbaar was zijn karakter dus helemaal niet zo flat maar juist kogelrond, dit laatste in tegenstelling tot zijn lichaam. Ik heb er veel van opgestoken."

Wat precies?

"Dat het drama, het avontuur en het al of niet vergeefse streven op zich al spanning genoeg kunnen opleveren om iemand bij de lurven te pakken. En dat je met je stijl, je woordkeus, je beelden, je ritme, je toon en je timing meer bereikt dan met allerlei grondig uitgewerkte karakterspecificaties.

"Waarom zijn zoveel mensen gegrepen door Grimm? Wacht, ik pak Grimm er even bij voor het begin van Sneeuwwitje: 'Het was in 't hartje van de winter. Sneeuwvlokken vielen als veren uit de hemel neer, en er was een koningin en zij zat aan 't venster, dat in zwart ebbenhout was gezet, en ze naaide.' Dat vind ik prachtig. Die koningin wordt nauwelijks getypeerd, die 'was' er gewoon. Ze wordt alleen maar neergezet qua houding en qua handeling. Een flat character. Zwart-wit. Maar laat dat karakter maar schuiven, want ondertussen is het hele drama meteen al in een notendop gegeven en kun je het verhaal onmogelijk loslaten."

Besteed je veel tijd aan research?

"Nee, research laat ik liever aan de wetenschap over. Kijk, ik zou best een boek willen schrijven vanuit een brandweerman, want ik ben toevallig dol op brandweermannen. Maar wat heb ik eraan? Dan zou ik me maandenlang in de ins and outs van de brandweerman moeten verdiepen om de aldus verworven kennis kunstmatig op te lepelen. Slappe hap.

"Historische romans vallen mij ook altijd verschrikkelijk tegen. De research ligt er meestal duimendik bovenop. Bij een studie of biografie juich ik dat toe. Van een roman kan ik het niet velen. Als ik ook maar één romanpersonage ontwaar met een zeventiende-eeuwse kraag of een ouderwetse tongval haak ik af."

Lopen jouw personages soms niet je ideeën in de weg?

"Grappig dat je dat vraagt, want meestal wordt net het omgekeerde verondersteld, dat de ideeën de personages in de weg lopen. Zo hoor je nogal eens dat Settembrini uit De toverberg als personage zou zijn mislukt, omdat hij een wandelend essay zou wezen. Dat schijnt dan niet te mogen in fictie. Maar hij is een filosoof die eruitziet als een draaiorgelman, wat wil je nog meer! Bovendien heeft Thomas Mann hem bewust neergezet als een Hermes Psychopompos, een zielenbegeleider. Mag het?

"Maar om je vraag te beantwoorden: nee, mijn personages hebben mij tot dusver nooit in de weg gelopen. En dat zal niet gauw gebeuren ook, want ik ben niet masochistisch. Ik creëer louter personages die mij op de ene of de andere manier terzijde staan."

Het personage Do uit Koetsier Herfst is vervuld van compassie, ze zit er zelfs in opgesloten. Hoe zet je iemand neer die geen keuzes heeft? Kun je slechts tonen hoe ze het hoofd biedt aan wat haar overkomt - compassie, verliefdheid, geilheid?

"Het woord 'slechts' is hier een tikkeltje neerbuigend want alleen al het tonen hoe iemand het hoofd biedt is bepaald niet makkelijk. Bovendien doet Do gelukkig wel wat meer dan alleen het hoofd bieden. Ik heb haar in de eerste plaats neergezet als een hartstochtelijke strijder tegen de maatschappelijke consensus. Keuzes te over dus. Ze neemt het onder meer op tegen de gangbare beeldvorming van Bin Laden, tegen vleeseters, tegen dierenmishandeling, tegen willekeur, tegen onrecht, tegen behaagzucht en tegen de gebruikelijke seksuitoefening van man en vrouw.

"Het ontbreekt haar dan ook niet aan de nodige moed, intelligentie en vitaliteit. Ze heeft alleen de pech dat haar hart te groot is uitgevallen waardoor ze het uiteindelijk niet redt. Heel tragisch, want al bij al was ze een adorabel personage. Dat is dan ook het hoofdthema van dat boek: hoe ver kan men gaan met afwijkende opvattingen en navenant gedrag, en toch in leven blijven? Niet al te ver, naar mijn idee. In die zin bevat Koetsier Herfst tevens een waarschuwing, maar dan niet te zwaar verpakt."

Zware onderwerpen zwaar brengen is geen kunst, zei je ooit, en in Kersenbloed heb je een heel essay gewijd aan de tegenstelling tussen licht en zwaar. Daarin duid je verrassenderwijs Kafka aan als licht schrijver.

"Goede verhalen kenmerken zich in de eerste plaats door ernst. Ernst is alleen maar geloofwaardig als er sprake is van eerlijkheid. En eerlijkheid is alleen maar te pruimen als ze niet te zwaar wordt vormgegeven. Dat is voor mij lichtheid, en daarmee kom je vermoedelijk ook aardig in de buurt van schoonheid.

"Neem deze passage van Kafka: 'Op het handvat van Balzacs wandelstok: Ik breek alle beletselen. Op de mijne: Mij breken alle beletselen. Gemeenschappelijk is het alle.' Een navrante passage, tegen het melodramatische aan zelfs. Maar doordat Kafka hier wandelstokken als personages heeft gekozen en de zwaarte van zijn mededeling afleidt naar een taalkundige observatie, voel je je desondanks licht worden. Ja, dat heeft voor mij veel met schoonheid te maken. Met heldhaftigheid trouwens ook."

Speelt humor daar ook een rol bij?

"Ongetwijfeld. Kafka is een van de geestigste schrijvers die ik ken. Ironie daarentegen mag voor mij gerust wegblijven. Die breekt de eerlijkheid in stukken."

Hoe geef je je personages een naam?

"Doorgaans duiken de namen van de hoofdfiguren vanzelf op zodra ik over het concept van een boek begin na te denken. Dat is heel aardig van mijn hersens want het geeft steun. Weliswaar kunnen die figuren nog alle kanten op, maar met die naam hebben ze hun entrée in mijn leven gemaakt. Over naamloze types kan ik namelijk moeilijk nadenken. Ook in het echte leven geef ik onbekende mensen die mij boeien in gedachten altijd een naam."

Op welke manier kies je het aantal personages in een boek?

"Ook dat stippel ik niet van tevoren uit. Ik weet maar een ding: het moeten er vooral niet veel worden. En dat is in mijn geval ook logisch, want afgezien van feesten en diners ben ik niet al te gek op grote gezelschappen. Als je iemand goed wilt leren kennen, kun je het beter intiem houden.

"Daarom geef ik ook niet om familieromans. Van Couperus bijvoorbeeld vind ik zijn roman Noodlot stukken beter dan De boeken der kleine zielen. Zelfs in De toverberg had het voor mij wat de hoeveelheid personages betreft gerust een tandje minder gemogen. Alleen de vijand mag voor mij uit wat meer personages bestaan. Ook hoeven die lui niet altijd een naam te hebben. Dat het vijanden zijn en dat de hoofdpersonen door hen worden uitgedaagd, zegt vaak al meer dan genoeg.

"Misschien speelt hier ook mee dat ik ben opgevoed met strips en sprookjes. Daarin is het altijd klip en klaar. Meestal draait het om duo's met daar omheen wat vijanden en randfiguren: Kuifje en Bobbie, Suske en Wiske, Tom Poes en Heer Bommel, Kwik en Flupke, Hans en Grietje. Weet jij hoe die heks uit Hans en Grietje heet? Heb je je dat ooit afgevraagd? Dat bedoel ik."

BIO

Charlotte Mutsaers

(°1942, Utrecht) is een Nederlandse auteur, kunstschilder en illustrator. Ze ontwierp postzegels en maakt boekomslagen en magazinecovers, onder meer voor Vrij Nederland.

In 1993 debuteerde ze met Het circus van de geest. Daarna volgden onder meer beeldverhalen (Mijnheer Donselaer zoekt een vrouw, 1986), romans (Rachels rokje, 1994; Koetsier Herfst, 2008) en dichtbundels (Dooier op drift, 2012).

Mutsaers werd onder meer bekroond met de Constantijn Huygensprijs voor haar hele oeuvre (2000) en de P.C. Hooftprijs (2010).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234