Vrijdag 03/12/2021

Herhaalt de geschiedenis zich?(bis)

Een week geleden beschreef Luc Huyse hoe in ons land de worsteling met een multicultureel drama verlopen is. De massale migratie van het platteland naar de steden, zo'n 150 jaar geleden, veroorzaakte aanvankelijk angst, repressie en segregatie. Geleidelijk maakte onredelijkheid plaats voor zachte vormen van solidariteit en integratie. Elke vergelijking met wat vandaag aan de hand is, loopt onvermijdelijk mank. De confrontatie met honderdduizenden allochtonen grijpt nu in totaal gewijzigde omstandigheden plaats. Toch zijn, voor wie het verleden tot spiegel maakt, dezelfde mechanismen en reacties waarneembaar - zij het uiteraard in een hedendaagse gedaante.

Luc Huyse

Tekening Jan Vanriet

Er is een hemelsbreed verschil tussen de 'allochtoon' van 1875 en deze van 2003. In de negentiende eeuw verwekte de binnenlandse migratie totale verpaupering. Dat is tegenwoordig niet zo - met dank aan de verzorgingsstaat waarvan de kiemen honderd jaar geleden gelegd zijn. Nu is de ontworteling hoofdzakelijk cultureel van aard. In een essay dat zopas in De Standaard verscheen, zet Paul Scheffer enkele componenten daarvan op een rijtje: het conflict tussen traditionele en moderne opvattingen over gezinsverhoudingen, de val in status van de vader/echtgenoot (en de diepe vernedering die ermee verbonden is), de botsing tussen een cultuur die in het teken staat van de lotsbestemming en een samenleving die de individuele vrijheid prioriteit geeft. Onzekerheid, angst en vooral isolement is de prijs die deze cultuurschok voor vele migranten meebrengt. Komt daarbij dat wij hier in de Lage Landen een wat aparte vorm van samenleven hebben ontwikkeld. In de Nederlandse krant Trouw (van 1 juni 2002) zei Geert Mak "dat Nederland een lastig land is om in te integreren, een land met veel dubbele bodems, een onduidelijk land. We zitten vol met normen en waarden maar die zijn verborgen onder een dikke laag. Dat hoor je van elke immigrant: het is hier heel gecompliceerd." Dat geldt, denk ik, meer nog voor België. Migranten moeten vaak blind navigeren in het sociaal verkeer hier te lande. Wij zijn een land waar ongeschreven regels veel belangrijker zijn dan wat op papier is gezet, waar de lat van de principes zo hoog wordt gelegd dat we er met gemak onderdoor kunnen. Niet dat we onszelf niet kennen. In de recentste Campuskrant van de KU Leuven stond een fake checklist waarmee allochtonen hun graad van inburgering kunnen meten. Lees mee: "U probeerde te frauderen bij het invullen van deze inburgeringschecklist? Goed zo! (7 bonuspunten). U probeerde niet alleen te frauderen, u probeerde dat te doen via een lokale politicus die u beloofde 'het te zullen regelen'? U antwoordde dat u 'bij de verkiezingen aan hem zou denken'? Prima, u bent er blijkbaar klaar voor! (10 bonuspunten)"

Angst, wantrouwen en onrust

De burgerij van de late negentiende eeuw vreesde de migranten die vanuit het platteland in de steden neerstreken. De angst vloeide voort uit de confrontatie met vreemde zeden en gewoonten, met gebrek aan hygiëne en, vooral, met echte en vermeende criminaliteit. Segregatie, die een lijfelijke en sociale afstand creëerde, hielp. Althans, zolang repressie en andere vormen van disciplinering de paupers in bedwang hielden. Met de komst van het syndicalisme nam de dreiging een andere, veel gevaarlijker gedaante aan. "Hoeveel onrust dit verwekte", schrijft historicus Karel van Isacker, "blijkt uit de soms hysterische haat van de bezitters voor alle vormen van emancipatie."

De vrees die de migratie vandaag verwekt is van een andere orde: meestal in omfloerste termen geformuleerd, minder agressief, meer verbonden met bronnen van angst die niet met de allochtonen te maken hebben (desindustrialisering, onveilig voedsel, oorlogsdreiging...).

Toch is de verwantschap er. De migratie is weliswaar geen leverancier meer van cholera (dé schrik van de burgerij in de tweede helft van de negentiende eeuw). Nu gaat het om andere ziektes, waarvan men de import vooral bij de asielzoekers legt. Aids is er een van, tbc een andere. (Een krantenbericht van eind september 1999 meldde dat tientallen met tuberculose besmette asielzoekers het land binnenkomen en dat het gevaar voor de volksgezondheid niet te onderschatten is.) En er zijn ook klachten over een gebrek aan hygiëne, zij het nu bijna uitsluitend in verband met rituele slachtingen van schapen. De verwantschap is evenwel het meest uitgesproken waar het om de angst voor overlast, misdaad en opstandigheid gaat. Opnieuw is er de neiging om de oorzaak van allerlei ongemakken en van kleine en grote criminaliteit op de rekening van 'de vreemdelingen' te schrijven. Ook vandaag, zoals in het verre verleden, zorgt de groeiende assertiviteit van migranten voor een flinke injectie van onrust. De schrille toon waarmee politici van allerlei signatuur over Abou Jahjah en zijn AEL hebben gepraat, was daarvan een wel erg krachtige demonstratie. (Ik heb mijn politici liever iets nuchterder.) Sommige van die reacties ruiken naar de negentiende eeuw: 'paternalisme als het kan, repressie als het moet'.

Integratie via verzuiling?

De instroom van niet-Europese migranten is zo'n veertig jaar geleden begonnen. De eerste, ernstige vingeroefeningen op het stuk van inburgering zijn tien, vijftien jaar oud. Nu zegt men dat het integratiebeleid van het laatste decennium mislukt is. De zoektocht naar alternatieven is open. Anno 1900 verliep de inburgering van de binnenlandse migranten deels langs de honderden verenigingen die aan katholieke en socialistische zijde werden uitgebouwd. De verzuiling heeft de integratie van de nieuwkomers vergemakkelijkt, in ieder geval op gecontroleerde wijze laten verlopen. Er zijn, ook nu weer, uitgesproken voorstanders van die weg. Deze keer zijn het wel niet de autochtonen die deze strategie propageren, maar mensen die dicht bij de migrantenbevolking staan. In het Vlaams Marxistisch Tijdschrift hebben Dany Neudt en Younes Zarhoni recent nog gepleit voor de oprichting van een islamitische zuil in België, als alternatief voor het in hun ogen falende integratiebeleid. Hun argumenten zijn van zeer uiteenlopende aard: een eigen zuil is een krachtige vuist voor wie machtsdeling wil afdwingen, is een uitstekend wapen in de strijd voor collectieve en individuele emancipatie, maakt interne compromisvorming mogelijk waardoor hevige schokken en revoltes vermeden worden, democratiseert de besluitvorming en geeft een politiek systeem meer stabiliteit. Herhaaldelijk verwijzen ze daarbij naar de weldaden die de Belgische verzuiling in de twintigste eeuw zou hebben opgeleverd. Neudt en Zarhoni zien zelf twee problemen: niet alle allochtonen met een moslimachtergrond zijn gelovig en niet alle allochtonen behoren demografisch tot de moslimbevolking. Geen nood, schrijven ze, een islamitische zuil kan gerust wat verscheidenheid aan en zal zich trouwens vrij snel openstellen voor al wie de zaak genegen is.

De auteurs dwalen. Dat de verzuiling in ons land een zegen was voor minderheidsgroepen, is maar gedeeltelijk waar. Voor de vrouwen en de Vlamingen, toch ook lange tijd volop gediscrimineerd, was de opdeling van de Belgen in een katholieke en een socialistische wereld meer een vloek dan een zegening. In beide zuilen gold lange tijd de stelling dat de verzuchtingen van vrouwen en Vlamingen de belangen van katholieken en arbeiders in de weg stonden. Het waren, zei men, 'valse problemen'. Zou islamitische zuilvorming niet een zelfde, negatieve effect hebben voor moslimvrouwen? Bovendien verzwakte de levensbeschouwelijke verzuiling de arbeidersbeweging, want die viel in twee stukken uiteen. (Terzijde, wordt de heterogeniteit in de moslimbevolking, bijvoorbeeld op het etnische vlak, niet onderschat?) Ook het argument dat een islamitische zuil, zoals haar voorgangers, politieke stabiliteit zal brengen, roept vragen op. Tot het wezen van onze verzuiling behoorde het feit dat de roergangers van elk netwerk, hoe gescheiden de bevolking ook was, elkaar perfect wisten te vinden in de coulissen van de politiek. Isolement was voor het voetvolk, tussen de elites waren er nauwelijks barrières. Dat perspectief ontbreekt in de blauwdrukken van de allochtone verzuilers. Er is meer. Wat Paul Scheffer in NRC (van eind januari 2000) over de Nederlandse verzuiling schrijft, geldt onverminderd voor België: hoe groot de verdeeldheid ook was, er was een gemeenschappelijke geschiedenis, een gedeelde cultuur en de strijd werd uitgevochten in een en dezelfde taal. Kortom: "de zuilen droegen één dak." En dat was, samen met de bruggenbouw van de elites, dé bron van stabiliteit. Omdat precies dat gemeenschappelijk draagvlak ontbreekt, zal zuilvorming, vrees ik, de allochtone bevolking onvermijdelijk naar contraproductief isolement leiden.

Emancipatie als inburgering

De al eerder geciteerde Paul Scheffer schrijft in De Standaard: "Volwaardig burgerschap, dat is de kern van alle integratie. Wat is integratie anders dan het vermogen om als volwaardig burger aan de samenleving deel te nemen?" In dat perspectief houdt inburgering ook de toekenning in van politieke rechten, ook en vooral van stemrecht. Zo had de leidende klasse het de hele negentiende eeuw door niet begrepen. Deelname aan verkiezingen was het monopolie van een kleine minderheid. Het overgrote deel van de bevolking, allemaal Belgen nota bene, is slechts zeer geleidelijk electoraal ontvoogd: met de rem op in 1893, algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen in 1919, voor vrouwen in 1948. De huidige discussie over politieke rechten voor sommige migranten vertoont in de nadruk op geleidelijkheid nogal wat verwantschap, al ligt de moeilijkheidsgraad nu hoger omdat het om niet-Belgen gaat. Volwaardig burgerschap betekent ook opheffing van achterstelling inzake onderwijs, jobs, huisvesting, gezondheidszorg. Ons zicht op de mechanismen van uitsluiting, waarmee allochtonen te kampen hebben, verbetert stilaan. Maar de onzekerheid over het te volgen beleid blijft groot. Misschien kan een terugblik op een vergelijkbaar probleem uit het verleden wat inspiratie opleveren.

Vijftig jaar geleden was discriminatie van (Belgische!) jongeren uit minder gegoede gezinnen een feit. Die gezinnen, goed voor een aandeel van zo'n 50 procent in de bevolking, leverden slechts 5 op de 100 studenten aan de universiteit. Allerlei drempels verhinderden dat hun begaafde kinderen toegang kregen tot het voortgezet onderwijs. Geld was een probleem, de cultuur in het gezin van herkomst ook. In de meeste scholen stond het klimaat integratie in de weg. Wie toch naar de universiteit wilde, moest voor de jury van het Fonds van Meestbegaafden een 'toegangsbewijs' verdienen, anders kreeg je geen studiebeurs. Onderscheiding halen in de eerste kandidatuur was dan weer de onverbiddelijke voorwaarde om de beurs verlengd te zien. Die hinderpalen waren er uiteraard niet voor wie wél geld had. In de jaren zeventig wees onderzoek uit dat de witte raven die uiteindelijk een diploma behaalden op de arbeidsmarkt, met nieuwe mechanismen van uitsluiting geconfronteerd werden. De oorzaken: zij waren thuis in de verkeerde netwerken, zij slaagden er niet in om de schutkleur van de betere milieus aan te nemen, zij werden afgeschrikt door de geslotenheid van de betere beroepen. Zij liepen, schreef ik toen, al van jongs af aan in de buitenbaan - zonder daadwerkelijke correctie.

Daar is geleidelijk verandering in gekomen. Het beurzenstelsel is aantrekkelijker gemaakt. Culturele drempels zijn gedeeltelijk gesloopt. Deuren zijn opener gaan staan. Leidt dat nu al tot optimistische vooruitzichten voor allochtone jongeren? Ik betwijfel het. De drang naar een democratisering van de toegang tot het hoger onderwijs was toen, dertig à veertig jaar geleden, maar ten dele de vrucht van een zucht naar meer rechtvaardigheid. Neen, het bedrijfsleven had dringend meer hooggeschoolden nodig en dus moest al het beschikbare, maar alsnog onontgonnen talent aangeboord worden. Die economische drang is er vandaag niet. Dat is een slecht teken. Het betekent dat de drive nu uitsluitend van overwegingen van rechtvaardigheid zal moeten komen. Bovendien konden aanvankelijk alleen enkelingen van de geboden openingen profiteren. De collectieve lotsverbetering voor jongeren uit de arbeidersgroep kwam later, in de slipstream van de verlenging van de leerplicht tot 18 jaar.

Emancipatie vraagt dus tijd en soms lijkt van de kant van sommige allochtonen en hun pleitbezorgers het geduld al helemaal op te zijn. Predik ik nu berusting? In geen geval. Maar ik pleit wel voor realisme. Want altijd speelt, zeker op de arbeidsmarkt, de ijzeren wetmatigheid van 'last in, first out'.

DE grenzen van de inburgering

Sommige woorden maken razendsnel carrière. 'Inburgering' is er zo een. In nauwelijks vier maanden tijd zijn er in de Vlaamse kranten om en bij de 300 artikelen met die kwestie als onderwerp verschenen: redactionele commentaren, vrije tribunes, interviews met politici van Belgische en buitenlandse herkomst, gesprekken met bevoorrechte getuigen en met experts. Daarnaast zijn er de vele uren zendtijd op radio en televisie. Het is een verheugende ontwikkeling. Inburgering is een thematiek die heel veel aandacht verdient. Wel valt het op hoe er in de nu lopende discussie nauwelijks mobilisatie is van inzichten die in het verleden zijn verworven.

Dit is niet de eerste worsteling met de problematiek van massale immigratie. Het is ook niet voor het eerst dat er zich een probleem van hardnekkige achterstelling van een bevolkingsgroep aandient. Even in de achteruitkijkspiegel loeren kan een vruchtbare oefening zijn. Maar er ligt nog ander interessant materiaal op ontginning te wachten. Al minstens twintig jaar is aan diverse universiteiten onderzoek gedaan naar allerlei aspecten van de integratiekwestie. Sommige van die rapporten zijn ware goudmijnen, waarom blijven ze dan vandaag grotendeels onbenut? Is het misschien daarom dat de huidige discussie grotendeels versmald is tot woord en wederwoord over taallessen en over sancties voor wie uit een inburgeringstraject stapt?

Inburgering als maatschappelijk probleem roept nog andere vragen op. De veel gebruikte term 'traject' doet vermoeden dat wij weten waar de route naartoe leidt. Maar is dat zo? Weten we wel goed hoe de samenleving, die we aan de allochtoon als (eerste of tweede) thuishaven aanbieden, eruitziet?

Opnieuw Scheffer: "De schok van de migratie vraagt om een nieuwe bezinning op de grondslagen van de eigen samenleving." En "wie respect voor de rechtsorde wil bevorderen, moet zelf weten wat die regels inhouden. Wie het culturele erfgoed zou willen overdragen, moet een idee hebben van wat er wezenlijk is in de eigen cultuurgeschiedenis." De migratie zadelt ons, met andere woorden, op met vragen die gaan over de eigen identiteit, over wie we zijn en overmorgen willen zijn, over hoe die 'anderen' in die identiteit opgenomen kunnen worden. Het is een moeilijke opgave. Vlaanderen heeft een heel jaar lang 2002 gevierd, tegelijkertijd zoekend naar een preciezere definitie van wat deze regio in de toekomst wil worden. Die zoektocht heeft weinig opgeleverd, buiten de gedachte dat dit Vlaanderen kleurrijk is of dient te zijn.

Er zijn trouwens nog andere, even goede, redenen om in heel deze kwestie - de inburgering van allochtonen - bescheiden te blijven. Maatschappelijk gezien is de opname van het eigen volk in de samenleving toch ook niet zo perfect: ons veelvuldig spreken over vereenzaming en verzuring laat dat op overtuigende wijze zien. Ook in politieke termen is de inburgering van vele autochtonen niet helemaal geslaagd, anders zou er toch geen 'kloof tussen burger en politiek' mogen zijn? En, geef toe, onze eigen inburgering in de Europese ruimte - die maatschappelijke en politieke samenleving van morgen - is nog niet eens echt begonnen. Ja, de euro opent één deur in de richting van grensoverschrijdend burgerschap. Maar veel meer is er vooralsnog niet. In Europa zijn we eigenlijk allemaal nog-in-te-burgeren allochtonen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234