Dinsdag 15/10/2019

'Hergé achtervolgt mij'

Vandaag zou Hergé honderd zijn geworden. Een bevoorrechte getuige van de Kuifjetekenaar bij leven en welzijn is Johan De Moor, zoon van Hergés trouwe rechterhand Bob De Moor en ondertussen zelf een gerenommeerd striptekenaar.

door Kris Jacobs

Brussel l Deze morgen is ketje Johan De Moor, vooral bekend van zijn eigen reeks Kobe de koe, te gast bij Friedl' Lesage in Het beste moet nog komen. De tekenaar is de aandacht bij elke verjaardag van de jonge reporter of zijn auteur ondertussen gewoon. 'Het is bijna familie.' Ook De Morgen hing dus aan zijn lijn.

"En net belde FM Brussel nog", vult De Moor aan. "Hergé achtervolgt mij, maar c'est la vie, ik vind dat fantastisch. Het is grappig dat ik toch met iemand uit de wereldgeschiedenis iets te maken heb. Bij zo'n Mozartjaar sta je als buitenstaander ook te kijken van alle feestjes tot koekendozen daarrond. Waarschijnlijk is Hergé van hetzelfde kaliber. Ook in het buitenland is hij een Mozart van het beeldverhaal. En voor mij is hij alomtegenwoordig, hij zit in mijn genen, mijn opvoeding, mijn leven. En ik heb zelf bij hem gewerkt. Ik ben bij de Studio Hergé aangeworven om aan Kuifje en de Alfakunst te werken, maar toen Hergé overleed, heb ik Kwik en Flupke voor de studio nieuw leven ingeblazen.

"Als ik een bepaalde atmosfeer teken of domweg een baksteen, denk ik: tiens, dat heb ik al eens getekend voor Kwik en Flupke. Als ik iets over Hergé lees, is het precies alsof het over een familielid gaat. Door Bob, mijn vader, was bij Hergé gaan tekenen ook een voor de hand liggende beroepskeuze. (op de achtergrond klinkt schril gefluit) Wacht, ik ga naar boven, want mijn papegaai is ruzie aan het maken... (schreeuwt in de hoorn) Ta gueule! Dat is niet tegen u, hoor. Net als in Bianca Castafiore. (bulderlach)"

Het is niets. Je wist als jonge snaak al goed wie Hergé was.

Johan De Moor: "Al was het maar omdat ik zoals vele anderen het weekblad Kuifje las, ja. Je zag ook: Hergé, dat is toch de beste van die hele bende stripauteurs. En dan doet je pa daaraan mee: waow, pas mal. Maar dat was voor mij normaal. Mijn vader vroeg ooit aan onze oude huisdokter zijn valies met alles erin, voor een dag of twee. Dan kon hij alles schetsen wat daarin zat. En dan zie je dat dat later allemaal over de trappen van Molensloot rolt. Ah, zei ik bij mezelf, je moet als striptekenaar ook naar de realiteit kijken. Je connais les secrets de fabrique, hein, maar de verwondering bleef. Ik wist dat dat magisch was."

Hoezo?

"Omdat het resultaat uiteindelijk zo goed is, tiens. De enige die ik even magisch vond, vooral als scenarist, was Willy Vandersteen, maar qua tekeningen had ik mijn bedenkingen bij hem. (lacht) Hij tekende een auto zo scheef, maar het was potverdomme goed verteld. Bij Kuifje was een auto just. Bob kon goed om met die strakheid van Hergé, maar mij hing dat soms een beetje de voeten uit. Kwik en Flupke was soberder qua decor en zo, dat lag mij beter. Ergens ben ik gelukkig dat ik door Hergés dood niet aan De Alfakunst heb moeten werken."

Is het toch ook niet een gemiste kans?

"Tot zo'n tien jaar na Hergés overlijden (hij stierf in 1983, KJ) vond ik dat spijtig, maar sindsdien lijkt het me beter zo. En ook voor wijlen mijn vader, zijn trouwe rechterhand, lijkt het me nu beter. Dat album was trouwens nog heel embryonaal."

Bij je vader gaan werken lijkt me niet altijd even makkelijk.

"Ik zat op den dop, ik werkte wel een beetje voor de BRT, illustraties en zo, ik maakte wat cartoons, onder andere voor De Morgen, à propos. In de studio waren medewerkers als Jacques Martin en Roger Leloup er niet meer, Bob zat daar alleen met Hergé. En dus kwam de vraag of ik hem niet wilde helpen. En dat ging zeer goed. Mijn vader had dat ook nodig. Hergé was zwaar ziek gevallen en zo werkte hij toch niet alleen, daar in de studio. Dat gold des te meer na de dood van Hergé. Bob en Hergé waren misschien niet de dikste vrienden, maar ik denk dat ze onder elkaar goed konden werken. Anders blijf je ook geen 35 jaar voor een ander tekenen."

In welke mate is het werk van Hergé ook dat van je vader?

"Hergé schreef álles. Daaraan en aan de documentatie besteedde hij allicht het meeste tijd. Hij kon goed luisteren. Wie dat goed kan, kan volgens mij ook goed vertellen. En voor het tekenwerk... Neem nu Kuifje in Tibet. Bob was daar nooit geweest, Hergé of iemand anders van de studio evenmin. Hergé liet dan mensen komen om erover vertellen. Alle stereotypes moesten worden gebruikt. Kathmandu heeft Bob helemaal getekend, Leloup tekende de wagens en Hergé vulde de personages in. Studiowerk dus. Jaren later zaten mijn ouders trouwens tv te kijken en Bob herkent een tempel in Kathmandu. 'Daar ben ik geweest!', roept hij uit. Mijn moeder antwoordt dat dat niet kan. 'Nee, maar ik heb het getekend', antwoordde hij. (lacht)

"Hergé schetste alles in zijn albums, hé. Wel is het zo dat Bob alles begreep en vaak lang doorwerkte, ook als Hergé al weg was. Er wordt al eens verteld dat de verhalen slechter werden nadat mijn vader er kwam werken, maar dat is onnozel. Hij was er trouwens al sinds Raket naar de maan. De scenario's bleven tot het laatst het werk van Hergé, tot Kuifje en de Picaro's (1976), een zwakker verhaal. Er was in onze maatschappij een intellectuele en artistieke omwenteling geweest en Hergé deed daar een beetje nonchalant, niet met volle overtuiging aan mee. Daar heeft hij zich toch een beetje aan de twintigste eeuw laten vangen. Hij absorbeerde die als een spons en op dat moment zat ze vol."

Je bent nu zelf tekenaar aan het stripatelier van Sint-Lukas in Brussel. Zijn jouw studenten nog geïnteresseerd in Hergé?

"(gedecideerd) Nee, 70 à 80 procent zegt dat niets meer. Zeker narratief is het nochtans ijzersterk en nog steeds leerrijk. De verhalen doorstaan beter de tand des tijds dan de stijl. Niemand begrijpt elkaar in Hergés strips, en zo kan hij de plot laten evolueren. Ze gaan met Kuifje mee naar andere culturen en bijvoorbeeld Haddock vat die niet. Dan heb je nog politiemannen die geen politiemannen zijn en er zo verstrooid als iets bij lopen, een professor die niet kan luisteren, een zangeres die zo luid brult dat je haar niet verstaat. En als kers op de taart een papegaai. Altijd non-communicatie. En wat is de twintigste eeuw? (fluistert geheimzinnig) De communicatie. Of toch het zoeken ernaar. Als studenten dat begrijpen..."

Het filmproject omtrent Kuifje van Steven Spielberg lijkt na al die jaren toch vertrokken.

"Als je nu Sin City ziet, dan denk je: het is toch mogelijk, een echt goede stripverfilming. Als ze dat kunnen doen met Kuifje, bravo. Maar allez, je m'en fous een beetje."

En nieuwe initiatieven zoals het Musée Hergé, kunnen die je bekoren?

"Een museum, een vliegtuig, een raket, een ster, dat hoort er allemaal bij. Maar ik zou graag een beeldverhaalprijs voor jonge auteurs zien onder de vlag van Hergé. Of steun aan jonge reporters. Als cement met wat er nu gemaakt wordt. Bon, dat is wellicht mijn docentenziel die spreekt."

Johan De Moor is deze morgen te gast in Het beste moet nog komen, van 9 tot 10 uur op Radio 1.

Bob kon goed om met die strakheid van Hergé, maar mij hing dat soms de voeten uit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234