Donderdag 08/12/2022

Herfstbladeren en groene Belgische soep

Ook in de kleine dingen was Félicien Rops (1833-1898) geheel zichzelf: een eigengereid heerschap en een gepassioneerd artiest. Een tentoonstelling over de rol die de Maasvallei speelde in het leven van de bohémiens en de bootje varende kleinburgers uit de kunstenaarskolonie van Anseremme vertelt een verhaal van luie zondagen en herfstbladeren die in pasteuze verflagen op canvas werden uitgesmeerd.

Namen

Van onze medewerker

Eric Min

'Ach, wat is het hier goed & hoe mooi kan het leven toch niet zijn? Ik vergeet alles: de dwaasheden van de burgemeester en de rode, vlekkerige huid van mijn buurmeisje. Ik kijk naar het blonde landschap en die goeie ouwe Maas, lumineus en als van parelmoer. Ik vergeef iedereen alles: dat mijn landgenoten zo verdorven zijn, bijvoorbeeld, en hun vrouwen zo lelijk. Wat ben ik blij dat ik nog altijd zo zot ben en zo verliefd op de wereld." Dit fragment uit een brief van Félicien Rops aan de schrijver Léon Dommartin zet de toon voor de kleine maar interessante tentoonstelling Rops au Pays de Meuse in Namen.

Met fraaie landschappen van de schilder en zijn tijdgenoten, brieven, voorwerpen en documenten die verband houden met de lokale roeivereniging waarvan Rops zeven jaar lang de gedreven voorzitter was, en een bescheiden reconstructie van de Auberge des Artistes in Anseremme-les-Bains wordt een aardig beeld opgehangen van de fascinatie die de Maasvallei jarenlang heeft uitgeoefend op de kolonie van artistiekelingen die de stad ontvluchtten en de natuur opzochten, als een doorslagje van de kunstenaarsgroepen in Barbizon of Tervuren.

Het was Dommartin die de plek rond 1868 had ontdekt. Hij verzamelde materiaal voor een reisgids en liep naar binnen in de oude herberg van hoefsmid Boussingault. Rops kwam er wel eens langs met zijn roeiboot. Kunstenaars kunnen niet leven zonder hofhouding of publiek, en hun tijdgenoten willen geamuseerd worden. Het ontluikende toerisme had pleisterplaatsen nodig, modieuze jongelui wilden terrasjes, wijn en leuke meisjes om mee te scharrelen. In Anseremme is het allemaal voorhanden: pittoreske landelijkheid, een eilandje in de rivier dat al spoedig 'Ile d'Amour' wordt genoemd, een café waar groene Belgische soep van kervel en aardappelen wordt geserveerd, een gelagzaal met beschilderde deuren en tafeltjes en tekeningen aan de muur...

De schilders van Rops' Société Libre des Beaux-Arts zakken maar wat graag af naar de Auberge des Artistes en het wat comfortabeler hotel Bricard; ze hebben genoeg van de mythische figuren in toga's en de romantische ruïnes uit de academie. Vergeten proto-impressionisten als Huberti, T'Scharner of Verdyen vatten de vallei in vage, vochtige en vloeiende verflagen. Courbet had het hen al in 1856 voorgedaan met zijn doek La Meuse à Freyr dat vandaag in Rijsel te zien is. Als de jonge schilders de weg naar Anseremme niet vanzelf vinden, zal raddraaier Rops hen wel meeslepen naar zijn vakantiekolonie: "Il y a autre chose chez nous, du côté de la Meuse. Venez voir!"

De Griekse Belg Pantazis, Hagemens, Binjé, de fotograaf Dandoy en een vijftigtal anderen komen er werken, discussiëren, luieren en vrijen. Ook wat het laatste betreft, laat Rops zich niet onbetuigd. Uit brieven aan zijn vriend Théo Hannon leren we dat hij zich met overgave heeft ontfermd over een dienstertje dat Hannons vertrek lastig had verteerd; Rops troostte haar met "la légèreté de main d'un vieux praticien". Op zijn beurt wordt Dommartin vriendelijk verzocht Rops' plaats in het bed van mevrouw Bricart in te nemen en "le vide vaginal" die de schilder achterlaat, op te vullen. Rops zou echter geen magistraal kunstenaar zijn als hij niet minstens even dronken van licht en vormen zou worden. In een andere brief bezingt hij zijn favoriete landschap in de herfst. Er bloeien nog wat late planten, de bladeren worden geel en het licht is ros en van goud. De schilder kan weer mild zijn: "On est tenté de pardonner au bon Dieu toutes les folies qu'il vous a fait faire."

Enkele jaren later vlucht hij weg bij vrouw en kind, naar Parijs en het grote leven; de vrijhaven van Anseremme wordt dan een synoniem van provincialistische verveling, een oord waar hij nog slechts korte vakanties zal doorbrengen. Voortaan zal de Seine bij Corbeil-Essonnes zijn uitverkoren plekje zijn. Hij vindt er groen en stilte in de buurt van de grote stad, "cet affreux et trop indespensable Paris". De lijnen lijken er minder zwaar, de logge rotsen van de Maas zijn nog slechts een herinnering en je kunt er roeien; hebben de impressionisten, met een figuur als Caillebotte op kop, 's zondags ooit iets anders gedaan? Hij zal er zelfs gaan wonen, ver van de Moderne Dwaasheid ("la Bêtise & les épouvantables laideurs de notre époque utilitaire") en de terreur van het burgerdom die hij tegelijk zo hard nodig had.

Vertel me wat sterker is dan je verdriet, vroeg Wim Kayzer aan zijn gasten in de reeks Van de schoonheid en de troost. Het water, fluistert Félicien Rops, en de bloemetjes en een kroes droge witte wijn, en nog en nog.

De tentoonstelling Rops au Pays de Meuse loopt tot 18 september in het Ropsmuseum, rue Fumal 12 in Namen. Ze is van dinsdag tot zondag geopend van 10 uur tot 18 uur (in juli en augustus ook op maandag). De toegangsprijs bedraagt 100 frank; de catalogus kost 400 frank.

Aardig beeld van kolonie artistiekelingen die de stad ontvluchtten en natuur zochten

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234